Het spoor terug

Ryan Djojokarso maakt met LIBI een ‘dansbiografie’

Vele Surinamers in Nederland zien dagelijks uit op een eeuwigdurend panoramisch uitzicht. Na 21 jaar ging theatermaker Ryan Djojokarso terug naar zijn geboortegrond en maakt er een voorstelling over voor de grote zaal.

Faf a libi? Gevleugelde woorden. In Suriname begroet men elkaar met ermee. ‘Libi’, zo legt Ryan Djojokarso uit, ‘is Sranantongo, voor leven, wonen en (ver)laten, voor: ‘Hoe staat het leven?’ Ryan Djojokarso’s zoektocht naar (zelf)acceptatie en wortels in wat voor hem het nog beste als een tussengebied is te omschrijven, zal voor velen herkenbaar zijn. Ryan: ‘Of je nou Surinaams, Turks, Pools, Indisch, Marokkaans of Nederlands bent, dat maakt niet uit. In die zin is de voorstelling universeel.’

Terug naar 1998. Vijftien was hij, een puber. Welgeteld drie dagen had hij voor zijn gedwongen afscheid van Suriname. Zijn moeder was hem vooruitgereisd; zijn vader bleef. Sindsdien heeft hij hem niet meer gezien. Nu, na 21 jaar, maakt Ryan Djojokarso een voorstelling over het land waar zijn geboortewieg stond. Hij ging er voor terug naar Suriname, voor het eerst. In de voorstelling LIBI laat hij het verhaal vertellen van Surinamers die naar Nederland zijn uitgeweken, en andersom van Surinamers die hun geboortegrond nimmer verlieten. Een voorstelling over tweestrijd, als was het een vergelijkend warenonderzoek. Maar ook een persoonlijk portret van Suriname. En passant steekt hij straks de grens over van de kleine naar de grote zaal. Ook voor het eerst.

April 2019
Voor zijn multidisciplinaire voorstelling staan verhalen centraal van vijftien Surinamers die naar Nederland verhuisden. Noem hen lotgenoten. Uitgangspunt is de reis die zij, net als hijzelf, maakten. ‘Hun herinneringen, hun verhalen,’ zegt Djojokarso, ‘over de heimwee, het aarden en het gemis. Van het opgroeien in Suriname tot het besluit te verhuizen, van de reis tot de aankomst in Nederland.’ Hij mixt hun hartenpijn, verdriet, verlangens en melancholie met de maatschappelijke kansen die ze hier, meer dan in Suriname, hebben.

De vaak hartverwarmende happenings die hij had vormden de rode draad voor het script dat schrijver Raoul de Jong en Djojokarso voor de voorstelling maakten. ‘Soms liepen die uit op wel vier uur, ook al heb ik geprobeerd het kort te houden. In de dagen en weken daarna heb ik alle relevante passages uitgetikt. Monnikenwerk. Het is nu één groot migratieverhaal geworden, al bleek dat wel even puzzelen.’

Om in letterlijke zin nog dichter bij Suriname te komen toog hij deze zomer naar de republiek en trok daar eveneens op onderzoek uit. Hij voerde er gesprekken met stads- en dorpsbewoners, maar ook met Indianen in de moeilijk toegankelijke binnenlanden. Dat stelde hem in staat hun gedachten te plaatsen tegenover die van de ‘Nederlanders’, en op hun beurt gedachten te laten gaan over de kansen die zij niet hebben gehad of genomen, samenhangend met hun keuze van destijds.

Uit de hoeveelheid verhalen die hij opdook is er een geschiedenis die hem bijzonder getroffen heeft . ‘Een vrouw uit Grubbenvorst, nabij Venlo,’ legt hij uit. ‘Ze vertelde dat ze zich opgesloten voelt in haar eigen keuze van 41 jaar geleden. Ze kan niet terug naar Suriname, zegt ze, vanwege de kleinkinderen. Als enige met Surinaamse wortels weet ze bij de dorpsbevolking geen aansluiting te vinden, terwijl haar man vaak op reis is. Al met al is dat wel pittig en eenzaam denk ik’. Maar,zegt Ryan, ‘ik had ook gesprekken met mensen die voor geen goud terug naar Suriname zouden willen. Hun devies? Omarmen, het beste van jezelf geven en de kansen pakken die op je weg komen.’

April 2018
‘Dik een jaar geleden zag ik in Den Haag een concert van popzanger Jeangu Macrooy. Ik werd diep getroffen door een traditioneel Surinaams lied dat hij in een nieuw en verrassend arrangement had gestoken. Ik heb hem uitgenodigd om in mijn nieuwe voorstelling oude Surinaamse liedjes te zingen, in het Surinaams in plaats van het Engels dat hij als popzanger gewoon is te doen. ‘

Er moesten in dat stadium meteen al wat vormafspraken komen. Wordt het live ‘praatzang’, worden het een soort van aria’s, zo wierp Djojokarso bij Macrooy op. Ryan: ‘Jeangu is zanger én performer. We kwamen eropuit dat hij Surinaamse kinderliedjes gaat verzamelen die betrekking hebben op thema’s rond identiteit, geboortegrond, verveling en verdriet. Jeangu is in 2014 naar Nederland gekomen. Zijn levensverhaal past dus perfect past in het verhaal dat ik met LIBI wil vertellen – hoe voorlopig het concept van de voorstelling anderhalf jaar geleden ook voor mij nog was.’

Juli 2019
‘Ik werk in LIBI met het artistieke team dat ik altijd om me heen heb, maar mijn dansers verschillen omdat ook het karakter van mijn producties verandert. Niet iedereen is opnieuw in te passen. Aan de hand van audities weet ik meteen wie ik moet hebben, het is voor mij bijna typecasting. De dansers slash performers moeten, zoals ik het noem, een ‘pitch presence’ hebben. Voor deze productie is het ook belangrijk dat er een mix aan culturen vertegenwoordigd is: zwart, wit en geel. Dat er iemand met Javaanse roots deel uitmaakt van de cast is een voorwaarde voor mij, omdat ik zelf uit die cultuur afkomstig ben.’

Buiten de negen professionele dansers / performers is het de bedoeling dat straks ook enkele van de geïnterviewden meedoen, maar dan wel aan de hand van een ‘voice-over’. ‘Zoals bij mijn twee eerdere voorstellingen, Mom: Me en While the leaves are blowing. Ik vraag de figuranten/geïnterviewden om hun teksten van tevoren in te spreken op band. Dat zorgt voor een verdiepende laag.’

Groot
Door de Nieuwe Makersregeling van Fonds Podiumkunsten krijgt Ryan Djojokarso met LIBI de kans om de stap naar de grote zaal te zetten. Hij gaat de uitdaging aan om een gesprek te voeren in de grote zaal en voor een groot publiek. ‘Voorstellingen maken voor iedereen, over menselijke condities. Ruimte speelt een belangrijke rol in mijn werk. Je kan een voorstelling klein maken omwille van de ruimte, maar andersom werkt het net zo. Een grote, klassieke en poëtische ruimte tilt het vertelde verhaal op en maakt het groter. Ik wil voor LIBI dat de ruimte groots transformeert.’

LIBI is op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019 te zien in het Zuiderstrandtheater. LIBI is een coproductie van Korzo producties, Zuiderstrandtheater en Scapino Ballet Rotterdam.

kader:
Als hij 20 is start Ryan Djojokarso met zijn dansopleiding aan Codarts Rotterdam. Na een succesvolle carrière als danser werkt hij als choreograaf bij onder andere Korzo, Scapino Ballet Rotterdam, Konzert Theater Bern, Dox en Conny Janssen Danst. Zijn choreografieën zijn steeds reeksen, waarin hij persoonlijke verhalen vertelt.

kader:
‘Melting pot’
Surinamers zijn etnisch en cultureel een zeer diverse gemeenschap van Hindoestanen, Creolen, Marrons, Indianen, Javanen, Chinezen en Portugese Joden (Sefardische Joden). In 1935 telde Nederland zo’n 200 Surinamers.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden of overstappen op de Surinaamse nationaliteit. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich overzee. Het vooruitzicht van de onafhankelijkheid bracht een exodus van 40.000 mensen teweeg. In Nederland wonen nu bijna 350.000 mensen met Surinaamse wortels, met Zuid-Holland als koploper (150.000).

kader:
Nederland veroverde Suriname op de Engelsen in 1667. Voor het werk op de plantages (suiker, koffie, cacao en katoen) werden slaven uit Afrika gehaald. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd het arbeidstekort opgevuld door contractarbeiders uit Java, China en India. Suriname was tot 1975 een Nederlands gebiedsdeel.

Advertentie

Sentimentele piraten en een stoere kapitein

Bijna alles loopt in de soep

Vrouw Houtebeen is de eerste hoopvolle klimaatopera ter wereld. Vrijdag 6 september gaat hij in première in het Zuiderstrandtheater.

Herinnert u zich deze nog? ‘Al die willen te kaap’ren varen / Moeten mannen met baarden zij / Jan, Pier, Tjores en Corneel /  Die hebben baarden, die hebben baarden, zij varen mee’. Het lied gaat over een groep zeevaarders. Met ‘baarden’ wordt bedoeld dat het mannen moeten zijn die niet voor een kleintje vervaard zijn.

De Corneel van dit lied uit begin negentiende eeuw is Cornelis Corneliszoon Jol, geboren in het jaar 1597 in Scheveningen. Beroep: Kaper. Feitelijk: admiraal van de West-Indische Compagnie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bij overvallen maakte hij goud en zilver buit op Spaanse en Portugese schepen. Vergeten zeeheld. Voor Jol geen praalgraf in Delft, zoals voor Piet Hein. ‘Houtebeen’ werd hij genoemd nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een van zijn benen moest worden afgezet. Tot zover dit geschiedenisklasje.

“Met ‘Vrouw Houtebeen’ laten we nu eens niet de vrouw áchter, maar de vrouw vóór de man laten zien,” zegt regisseur Vincent van den Elshout over de hoofdrol van Ael Jansz.. Zij is Houtebeens echtgenote, een rol die Loes Luca op zich neemt. Naast Luca spelen de talentvolle jongelingen Kim van Zeben en Dook van Dijck, en zien we Koos Sekrève als Cornelis Jol. Zij allen worden bijgestaan door Theaterkoor Dario Fo en een projectkoor met meer dan 125 Scheveningse zangers en kinderen.

Luca doet op ingeleefde toon de verhaallijn en de lotgevallen van Ael uit de doeken. “Eerst varen vanaf Scheveningen onze mannen uit. Ik blijf achter. Maar ik heb er schoon genoeg van om een kapersvrouw te zijn. Ik wil eindelijk huisje boompje beestje; met hem hier op een bankje zitten en vanuit een duinpan naar de zee staren. Daarbij: hij is te oud geworden voor het vak. Daarom pik ik net voor hij het ruime sop kiest, zijn houten been. Want met één been houdt hij het op zee vast niet lang uit. Bovendien is het gezellig voor mij, zo’n been in huis te hebben. Als een papegaai een noodlotstijding komt overbrengen, ga ik de zee op, ook al heb ik nog nooit gevaren. Maar ik weet niet dat er verstekelingen in het ruim verborgen zitten. Zij willen de zee redden van de plastic soep. Als Ael kan mij dat niet schelen; ik ben bezig mijn man en de anderen te redden. Uiteraard komen we onderweg allerlei obstakels tegen, maar uiteindelijk vinden we elkaar onderwater in een fata morgana. Als we dan later weer thuis zijn, kijken we met weemoed op het vervlogen verleden terug,” vertelt de met comédiennebloed geboren Rotterdamse chansonnière en actrice. Het wordt een ludieke productie met serieuze ondertoon: aan de hand van dertig ‘ankerpunten’ komen in evenzovele scènes naast klimaatspijbelaars onder meer een ijsberenduet, een walvis met een gordijn, sirenen en garnalenpellers op de proppen.

Vliegschaamte en vleesvrees
In persoon is Loes Luca geen uitgesproken klimaatactivist. “Ik ben wel heel netjes in het scheiden van afval. En ik rijd een hybride auto. Maar ik vlieg wel. En ik eet vlees. Kijk, ik word dit jaar 66 en ben opgevoed met ‘vlees moet’ en ‘melk moet’. Dat krijg je er bij mij dus nooit meer uit, denk ik. Maar als ik naar mijn dochter kijk dan zou ik, als ik nu haar leeftijd had, misschien net als zij veganistisch zijn. Want de wereld gaat toch wel sneller naar de kloten dan we in de gaten hebben gehad. Ik eet al wel minder vlees, maar een boterham met kalfsleverworst is wel erg lekker, sorry kalf. Als ik voor mijn dochter kook maak ik vegetarische recepten klaar. Dus: geen ei, en soja in plaats van room en zo. Maar dat vind ik prima. Qua soep? Doe mij maar soep met ballen! Maar dat mag natuurlijk ook niet meer. Of een bloemkoolsoepje … met ham erin. In ieder geval géén plastic soep ”

IJsberenduet
In muzikale zin houdt ‘Vrouw Houtebeen’ het knipogende midden tussen opera, musical en operette, al wordt de productie ook geafficheerd als een ‘moderne odyssee’. Van den Elshout: “Maar zelf noem ik dit de eerste hoopvolle klimaatopera. En nog Nederlandstalig ook, op een tekst van Gijsje Kooter .” De operamuziek van William Gilbert & Albert Sullivan van eind 19e eeuw is opnieuw gearrangeerd en wordt gespeeld door een ‘minisymfonieorkest’ dat bestaat uit musici van het Residentie Orkest. “Ik vind het hartstikke mooie muziek,” zegt Luca, die na ‘Harde Handen’ tot een bekende verschijning is uitgegroeid aan de zeekant.

Kwekers in de kunst, Residentie Orkest en Zuiderstrandtheater, ‘Vrouw Houtebeen’, donderdag 5 t/m woensdag 11 september 2019, Zuiderstrandtheater. Meer informatie: www.zuiderstrandtheater.nl

‘Volle bak’ voor OCC

Het Onderwijs- en Cultuurcomplex (OCC) staat in de steigers

“Het beton en staal is geregeld,” vertelt Reefhuis. “En het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

Het regende pijpenstelen verleden zaterdagochtend, op de Dag van de Bouw. Als onderdeel van de festiviteiten mocht iedereen die dat wou een eerste glimp opvangen van het inwendige van het OCC-complex, het kunsthuis-in-wording voor Nederlands Dans Theater, het Residentie Orkest, het Koninklijk Conservatorium en aan de erfopvolger van het Zuiderstrandtheater. Toch liep het storm. Met naar schatting vijftienhonderd belangstellenden was de eerste ‘volle bak’ nu al, ruim twee jaar voor de opening, een feit.

In de ingewanden was het waarachtig een doorwaadplaats naar de heiligdommen die het publiek straks in vervoering moeten brengen. Kaplaarzen waren nog net niet nodig. En nou ja: binnen… ? Het Onderwijs- en Cultuurcentrum (OCC) aan het Spui heeft dan wel het hoogste punt in de bouw bereikt en hier en daar zit er al dakbedekking op, maar voor het overige is het nog vooral een betonnen staketsel waar water weliswaar geen vrij spel meer heeft, maar de elementen nog altijd behoorlijk greep hebben. Twee van de straks vier presentatiezalen die het complex straks rijk is, staan al behoorlijk in de steigers. Reefhuis: “Het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

De theaterzaal op de begane grond is in de toekomst vooral in gebruik bij het Nederlands Dans Theater. In wat de tribune van de zaal gaat worden, staan nu enorme steigerpartijen opgesteld, maar daarbovenop en om de zalen heen gebeurt op dit moment al van alles, vertelt Reefhuis. “De ruwbouw is af. Er zit inmiddels een dak op de zalen. Het dak is geschilderd, en we gaan straks al aan de omloopvloeren beginnen. Stiekem zit in de zalen nu al veel meer ingebouwd dan je denkt. Deze week worden de lichtbruggen, waaraan straks een groot deel van de toneelverlichting komt te hangen zoals schijnwerpers en spots, aan het plafond bevestigd en worden kabels en leidingen getrokken.” Vanaf het podiumgedeelte dat betreden mocht worden, oogt de zaal klein, maar herbergt die straks wel 1500 zitplaatsen.

Een beeldender aanblik dan de momenteel nog rudimentaire theaterzaal biedt de concertzaal, hemelsbreed op zo’n vijftig meter afstand maar wel twaalf meter de hoogte in. Daar omringen stalen binten van wat de balkonringen worden, nu al de hele zaal. Afhankelijk van de gekozen zaalopstelling, want die kan variëren, er straks maximaal 2500 bezoekers in.

De liefst veertig (!) centimeter dikke zaalmuren zijn aangebracht ten behoeve van akoestische ontkoppeling, net als de massieve trillingsblokken waarop de beide gebouwen rusten. Beide zalen zijn bovendien ‘zwevend’ gebouwd, als een doos in een doos, zodat geen akoestische ‘overspraak’ van de ene naar de andere ruimte kan optreden.

Op sommige plekken zijn al de gietijzeren trappen afgemonteerd, nu nog gehuld in plastic, teneinde mogelijke beschadigingen voor te zijn. En op de hoek van Turfmarkt en Spui is voor een groot deel een glazen gevelwand al aangebracht, die doet denken aan de glaspartij van toen van de voormalige Anton Philipszaal.

Pas ergens ver in 2021 wordt het OCC bespeeld zoals het allengs bedoeld is: met concerten en theatervoorstellingen. Er waren zaterdag alvast de eerste optredens. “Er is nagedacht over de duurzaamheid van het gebouw,” zo weet de presentatrice van het ‘zaalprogramma’. “Hemelwater wordt straks gebruikt om de toiletten door te spoelen en er komen aan de buitenzijde plekken voor vleermuizen.”

Ondertussen vinden in de top van enkele van de organisaties die het OCC (een nieuwe naam wordt na deze zomer bekendgemaakt) gaan bespelen, nogal wat wisselingen plaats. Paul Lightfoot treedt als artistiek directeur binnenkort terug en zijn algemeen directeur hangt eind deze maand de spitzen annex sokjes aan de wilgen.

Bij het Residentie Orkest is de zakelijke leiding al jaren een doorgangsplaats.

En wat het Zuiderstrandtheater betreft heeft Henk Scholten onverhoopt zijn pensionering een halfjaar uitgesteld omdat er geen geschikte opvolger kon worden gevonden. Naar verluidt zou de beoogde kandidaat zich hebben teruggetrokken omdat verhuizing naar de Residentie een vereiste voor de functie is.

Tekenend voor de matte stemming was dat van de top zaterdag niemand aanwezig was, althans niet toen dit werd opgetekend. Scholten zat zaterdag rustig in Italië, waar hij een woning gaat betrekken.

Het is te hopen dat de OCC-kar snel wordt vlotgetrokken, want de programmering moet dezer weken voor een groot deel rondkomen – anders mist Den Haag bij voorbaat de toppers van buiten de eigen stadsgrenzen.

Club Lourdes brengt variété terug naar zee

‘Club Lourdes aan Zee’ is in november de gelegenheidsnaam voor de Lourdeskerk op Scheveningen.

Er zijn twaalf uiteenlopende theaterprogramma’s voor jong en oud, in een bundeling van krachten tussen Feest aan Zee, het Zuiderstrandtheater, Muzee, theaters Diligentia & Pepijn en Scala – Variéte aan Zee.

“We willen het variété graag teruggeven aan Scheveningen, waar het vroeger hoogtij vierde,” zegt Geesje Prins, die als hoofd programma van het Zuiderstrandtheater ook voor een groot deel verantwoordelijk is voor de programma-invulling van Club Lourdes aan Zee.

Prins: “Karel de Rooij is met zijn Scala natuurlijk de eerste pleitbezorger van het variété. Hij trapt als regisseur het feestprogramma dan ook af met ‘Circus in de Branding’, een eigentijds variétéspektakel voor jong en oud. Pepijn Gunneweg, bekend van de BZT Show en de Ashton Brothers gidst daarbij het publiek langs optredens van onder meer Percossa, Corpus Acrobatics, magiër Niek Takens, jongleur David Severins en musicalster Cystine Carreon.

“De kerk wordt omgetoverd tot een knus, huiselijk theater,” vertelt een enthousiaste Anne-Lyke van den Elshout, die als programmacoördinator van Feest aan Zee ook betrokken is bij de opzet, “waarbij het publiek tijdens de voorstellingen kan genieten van een hapje en een drankje. We kunnen plaats bieden aan 350 bezoekers. Er komen ronde tafeltjes waar het publiek omheen zit. Denk aan de informele sfeer van een jazzclub à la jaren twintig of dertig.”

Jazzverleden
Op het programma staan onder meer jazzoptredens, zoals ‘Pia, back in Scheveningen’ met Anke Prevoo die de legendarische Pia Beck laat herleven. Ook is er een ‘Kurhaus jazztrip down memory lane’ met muziek van jazzsterren als Miles Davis, Count Basie en Thelonious Monk – die allen ooit zelf optraden in het Kurhaus. De muziek wordt gespeeld door het Jazz Orchestra of the Concertgebouw.

“Het concert is geïnspireerd op het rijke jazzverleden van Scheveningen. Hopelijk springt presentator Mike Boddé dan ook nog even achter de piano,” lacht Prins. Een ander opvallend optreden is weggelegd voor een ‘double bill’ met Sander van de Pavert. Hij komt met een versie van zijn Lucky Foundation Televisiegala en deelt die avond het podium met stand-up comedian Stefan Pop.

Stilte
Al in 1913 was er daar aan de Tweede Messstraat al een veelbezocht kapel, die een getrouwe kopie herbergt van een op schaal nagebouwde grot in Massabielle, nabij Lourdes, in Zuid-Frankrijk. De bidkapel, een centrum van Mariaverering, is nog altijd een stiltecentrum. Dagelijks bidden hier tientallen mensen, steken er een kaarsje op of zoeken er de stilte op. De bijbehorende kerk, nu een rijksmonument, stamt uit 1926 en ligt, net als de kapel, pal naast het Circustheater, op niet meer dan luttele voetstappen verwijderd van zee, strand, de boulevard, Kurhaus en Westbroekpark.

De open gebedsruimte die de Lourdeskerk, een ontwerp van A.J. Kropholler en C.M. van Moorsel, doet sedert 2011 dienst als cultureel centrum nadat het in 2005 de getrouwe eredienst had afgelegd.

“Het spits toelopende hooghouten plafond, bijna als een omgedraaid schip is erg theatraal,” herinnert Van den Elshout zich van haar eerste ‘confrontatie’ met de kerk, “dat maakte meteen grote indruk op mij.” Prins: “Vooral die grot vind ik een fenomeen. Contemplatie en fascinatie gaan er hand in hand en dat is precies wat we ook met het programma van Club Lourdes aan Zee beogen.”

Pilot
Met Club Lourdes aan Zee onderzoekt het Zuiderstrandtheater met andere culturele partners uit Scheveningen en passant of een toekomstige vaste plek aan de kust kans van slagen heeft. Prins: “Dit novemberprogramma dient daarvoor als pilot. We willen bekijken of we in de toekomst meer programma’s in de Lourdeskerk kunnen gaan doen. Denk dan bijvoorbeeld aan geconcentreerde periodes in voor- en najaar.”

Club Lourdes aan Zee. Van 1 tot en met 24 november 2018. Meer informatie en kaarten via zuiderstrandtheater.nl/lourdes en T 070 88 00 333.

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

‘Dans moet sensueel zijn’

Ballett am Rhein Düsselfdorf Duisburg danst Ein deutsches Requiem

De laatste jaren ging Martin Schläpfers dansgezelschap liefst drie keer met de titel ‘beste van Europa’ aan de haal. Het Zuiderstrandtheater ontvangt zijn Ballett am Rhein met een van zijn beste choreografieën.

Op zijn zeventiende, toen hij aan de Royal Ballet School in Londen studeerde, was Brahms’ meesterwerk Ein deutsches Requiem een van de eerste platen die hij aanschafte, op vinyl dus, en zij aan zij met Nina Simone. ‘Wonderschone, opwindende muziek en bovendien gaat het om een werk dat onlosmakelijk deel uitmaakt van het Duitse erfgoed,’ legt Martin Schläpfer zijn keuze voor dit tussen 1865 en 1868 gecomponeerde koorwerk uit. ‘Belangrijk voor mij is dat Brahms er per se geen liturgisch werk mee schreef; hij was, net als ikzelf, niet gelovig; de gezongen bijbeltekst heeft dan ook eerder betrekking op humanisme dan op religie.’ Hij noemt zijn keuze voor dit werk ‘riskant’ en ‘gevaarlijk’.

‘Omdat het een koorwerk is, dat is ongebruikelijk in het ballet, en omdat de dodenmis bij iedere Duitser in de platenkast staat.’ Schläpfer kiest graag voor extremen, levert zich bij voorkeur over aan het onbekende. En haalt ten bewijze de choreografie aan die hij op de Zevende Symfonie van Mahler maakte. Ein deutsches Requiem is in de aard net zo’n keuze. Maar choreograferen op uitgesproken treurmuziek? ‘De uitdaging zit erin om de betekenis van de choreografie ‘open’ te houden, geen betekenis te willen opleggen aan de kijker, terwijl het toch ook niet een abstract ballet moet zijn want het moet ontroering teweeg kunnen brengen.’ Een nog belangrijker uitgangspunt voor hem: ‘Dans is niet louter esthetisch, maar moet ook sensueel zijn.’

Conventies
Brahms morrelde graag aan de conventies van het gebruikelijke requiem. Die handschoen past Schläpfer. Want als dansmaker, zo zegt de Zwitser van geboorte, speelt hij graag met fysiek ongebruikelijke lichaamsbewegingen, met ‘off-balance’, lichamen die bijna lijken te vallen – ‘de ene keer van vreugde, dan weer van deemoed.’ Het toneelbeeld versterkt dat gevoel. ‘De set is een eindeloos lijkende kijkdoos die diep naar achteren wegloopt, en soms wel wat wegheeft van een kathedraal.’

In Düsseldorf en Ballett am Rhein’s zusterstad Duisburg heeft hij met zijn dansgroep, deel uitmakend van Deutsche Oper am Rhein, de beschikking over twee volwaardige podia, twee orkesten, twee koren en een tableau van 45 puike dansers. Zijn dansgezelschap werd de voorbije jaren driemaal tot het beste van Europa uitgeroepen – en hijzelf tot beste choreograaf. ‘Dat is exceptioneel en heel mooi, het helpt de dansers en het gezelschap vooruit, en helpt ook enorm mee om onze subsidie overeind te houden. Bovendien halen deze blijken van erkenning vele persoonlijke twijfels bij me weg. Toch kunnen we niet op onze lauweren rusten, zo houd ik ook mijn dansers steeds voor. Iedere dag opnieuw moet je het publiek veroveren.’

Vincent Hofmann:
… maakt sinds anderhalf jaar als danser deel uit van Ballett am Rhein.

‘Schläpfer heeft een heel eigen visie op ballet. Hij probeert je te pushen om tot extremen te gaan: langdurig in balans zien te blijven, benen en voeten erg uitgestrekt houden, en alle bewegingen ‘groot’ houden. Toch is zijn bewegingstaal vloeiend, organisch. Ik noem zijn idioom neo neoklassiek, moderne dans met een klassiek randje. Ein deutsches Requiem vind ik persoonlijk een van Schläpfers beste choreografieën. Het wordt gedanst op blote voeten. En de muziek van Brahms is werkelijk prachtig. Wel een beetje wennen, want er zit veel gezongen tekst in, maar je danst die tekst natuurlijk niet letterlijk. Het is geen popmuziek!’

‘We dansen in een seizoen doorgaans zo’n vier triple bills en een avondvullend ballet plus tourneevoorstellingen. We doen dus geen klassiekers of krakers als Giselle, The Sleeping Beauty of de Notenkraker. Ballett am Rhein is een erg divers gezelschap, met uiteenlopende gezichten, lichamen en persoonlijkheden. Dat bevalt me. Bij Het Nationale Ballet, waar ik een tijdje danste, moet je je vaak voegen naar het beeld van het corps de ballet. En zo’n gelijkvormig corps, dat hebben we hier bij Ballett am Rhein niet.’

‘In Duitsland is het prettig dansen. Ik krijg de vrijheid om veel van mezelf te laten zien. En als ik zes dagen wil dansen, dan kan dat gewoon. In Nederland stonden allerlei regeltjes dat weleens in de weg.’

Hans van Manen:
… meesterchoreograaf. Hij maakte in 2014 met Alltag een wereldpremière voor Ballett am Rhein, met Martin Schlapfer in een come-back als solist. Ballett am Rhein dans met regelmaat werken van Nederlands beroemdste choreograaf.

‘Ik ken Martin al 35 jaar. Hij heeft achtereenvolgens  Basel, Bern, Mainz en nu Dusseldorf en Duisburg op de kaart gezet. Martin is een buitengewoon begiftigd choreograaf, die momenteel met Marco Goecke, wat mij betreft tot de besten van Duitsland behoort. Als basis gebruikt hij altijd de klassieke techniek maar geeft daar een fantastische eigen draai aan, zoals niemand anders dat doet. Neoklassiek? Ach dat zijn van die kunstetiketjes. Soms laat hij op spitzen dansen, dan weer op blote voeten. Hij laat zich net als ik inspireren door wat hij om zich heen ziet. Eigentijds. En waarom zou je ook anders doen?’

Ein deutsches Requiem heb ik nog niet gezien. De keuze voor de muziek van Brahms is heel interessant. Juist muziekliefhebbers zou ik aanraden eens naar de choreografie te gaan kijken. Ik zou zeggen: Ren er naartoe!’

Het Zuiderstrandtheater en Holland Dance Festival presenteren Ballett am Rhein met Ein deutsches Requiem op donderdag 9 en vrijdag 10 maart 2017. Meer informatie op: zuiderstrandtheater.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 88 00 333.

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

Residentie Orkest definitief naar Meppelweg

Repetitieruimte Zuiderstrandtheater voldoet nog steeds niet

Ondanks de belofte om terug te keren naar het Zuiderstrand repeteert het Residentie Orkest de komende jaren niet aan het strand, maar aan de Meppelweg. Het voormalige schoolgebouw werd deze zomer voor een half miljoen euro verbouwd.

Klassiek aan zee, zo klinkt het leidende motto van het Residentie Orkest (RO). Maar de meeste noten van het ensemble zijn de komende jaren niet zoals gepland aan het strand te horen, maar in de verbouwde aula van het schoolgebouw De Krullevaar aan de Meppelweg. Volgens de gemeente past het vertimmerde bedrag van 350.000 euro binnen de eerder begrote kosten rond het Zuiderstrandtheater.

Maar praktisch is anders. En het was in eerste instantie niet de bedoeling dat speel- en oefenruimte liefst zeven kilometer uit elkaar liggen. Sandra Bruinsma, voormalig zakelijk directeur van het RO, zei een halfjaar terug in deze krant: “In Nederland hebben we weinig ervaring met het vervaardigen van dit soort oefenruimtes. Je laat ‘m zo goed mogelijk maken, pas daarna kijk je hoe hij klinkt.”

Het mocht niet baten. Onderzoek wees uit dat verbouwen van het repetitielokaal binnen het beschikbare bedrag niet tot de vereiste kwaliteit leidden. Het zou bovendien veel duurder uitpakken dan gedacht. ‘Om de akoestische onbalans van die ruimte op te heffen, moest het plafond drie meter de lucht in,’ zegt artistiek directeur Sven Arne Tepl van het RO. “Zo’n ingreep is erg duur. Het verbouwen van het schoolgebouw bleek gewoonweg goedkoper.” Daarbij speelt ook mee dat de komende tijd geluidshinder optreedt rond het Zuiderstrandtheater door bouwactiviteiten op het aanpalende Norfolk-terrein, dat momenteel bouwrijp gemaakt wordt.

Afgelopen zomer werd de aula van de school daarom akoestisch onder handen genomen door de geluidsspecialisten van Peutz. Zo is er een houten vloer over het bestaande stenen vloermozaïek van het rijksmonument gelegd, zijn er reflectiepanelen aan de wanden gemonteerd en geluidskaatsers aan het plafond. Ook zijn er voorzieningen en installaties voor luchtbehandeling en -bevochtiging aangelegd, en is er rondom de aula kantoorruimte gecreëerd door enige leslokalen om te bouwen. Onder meer de muziekbibliotheek en de afdeling educatie hebben nu permanent onderdak in het schoolgebouw. Het is daarbij mogelijk geworden om met losse stoelen 150 zitplaatsen rondom te creëren.

Leegstand
De extra kosten voor het huren van het schoolgebouw vallen volgens Tepl binnen bestaande contracten. Maar ondertussen staat het gloedjenieuwe repetitielokaal nabij het Zuiderstrandtheater leeg. En wie betaalt die leegstand?

Volgens Tepl kan het Zuiderstrandtheater daar in de toekomst educatieve activiteiten ontplooien. Maar volgens Henk Scholten, directeur van het Zuiderstrandtheater, ligt het wat ingewikkelder. “Het simpelste is: plakkaten op de deur en het repetitielokaal afsluiten, daarmee zijn de kosten dan geminimaliseerd. Maar we kunnen ook proberen de ruimte te verhuren. Op dit moment bekijken we welke plannen haalbaar lijken. Ondertussen blijven we op dit punt in gesprek met de gemeente, als zijnde de verhuurder van de ‘blauwe doos’. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de energiekosten die we met het RO delen, daar moeten we goed naar kijken.”

Tepl vindt de Meppelweg een schoolvoorbeeld van de manier waarop gemeente en culturele instellingen gezamenlijk een goede oplossing realiseren: ‘We zochten een kwaliteitsniveau dat voor een hoogwaardig ensemble als het RO nodig is. Het is positief dat we binnen bestaande budgetten een artistiek hoogwaardige ruimte hebben op de Meppelweg. En het publiek zien ons niet minder door in de concertzaal hoor.”

Dat de medewerkers en de musici van het RO nu nog jaren door wind en weer op de fiets moeten springen om koers te zetten tussen Meppelweg, ondersteunende diensten aan het Zuiderstrand , vindt Tepl geen probleem: “Twintig minuten fietsen is gezond! Dat vindt de ondernemingsraad ook. Maar de grote meerderheid van de kantoren blijft op het Zuiderstrand. Wel moeten we nu echt momenten inlassen om elkaar vaker te zien en bij te praten.”

Intussen houdt de argeloze belastingbetaler zijn hart vast: Als het al niet lukt om de akoestische eigenschappen van een oefenlokaal vooraf goed te berekenen, hoe moet dat dan over vier, vijf jaar goedkomen in het Onderwijs- en Cultuurcentrum aan het Spui?

Door Eric Korsten en Annerieke Simeone.

 

‘Ze hebben het zelf toegestaan’

Sjaak Bral schrijft nieuwe episode van ‘vissersopera’

Het was een ‘sociaal-culturele vrijplaats’. Nu staat er ongenaakbaar het Zuiderstrandtheater. Hagenees Sjaak Bral doet de geschiedenis van de meer dan Scheveningse thuishaven uit de doeken in een muziektheatraal spektakel.

Met de onnavolgbare Loes Luca in een glansrol was Harde Handen vorig jaar een gouden greep. En daarom doet het Zuiderstrandtheater meteen maar een poging een traditie te vestigen door opnieuw met een eigen muzikale show als seizoensopener af te trappen: De Vloek op Scheveningen. Met wederom een sterk lokaal gekleurde teint en dit keer Hagenaar/Hagenees Sjaak Bral die de tekst schrijft.

Een woonwijkje van vissers en strandjutters. Bij elkaar niet meer dan 126 arbeiderswoninkjes. Vijf luttele straatjes met één kruidenier en een half-illegaal cafeetje: De Vlook. Een oud-Hollandse benaming voor ‘gewelfd’. Door Scheveningers werd De Vlook gezien als een volstrekt eigen gebiedsdeel, door Hagenaars als duivelseiland. De bescheiden omvang ten spijt – misschien juist daardoor – is het grondgebiedje voor authentieke dorpsbewoners niettemin een uiterst elementair deeltje. Historische, nee, zelfs legendarische grond waar ooit de stoomfluit het ritme bepaalde. ‘Het eiland Vloek’ werd het genoemd, omringd door de zee, haven, sluizen en duinen. Vele Scheveningers werkten er op de sleephelling. De saamhorigheid was er al groot toen de storm van 1894 opeens alles platwalste. Toch werd dit wijkje eind jaren zestig opgedoekt, het moest wijken voor het grote geld van projectontwikkelaars. En dus werd de grond voor een symbolisch bedrag van 1 gulden verkocht. Norfolk en een derde haven verrezen, waarmee het grote geld moest worden binnengehengeld. Op het stukje dat braak bleef liggen, begonnen de krakers van De Blauwe Aanslag uit Den Haag er een nieuw bolwerk, de uitspanning De Vloek.

Het navrante is dat dit uitgerekend de plek is waar nu ‘De Oester’ staat, alias het Zuiderstrandtheater, een betonnen bouwdoos die van buiten stormwind, hagelregen en koperen ploert weerstaat, maar binnenin veler harten doet kloppen. Veel kinderen hebben indertijd dáär op die plek hun gouden jeugdjaren doorgebracht . Maar zagen hun stekkie langzaam maar zeker verzinken.

Zestig
“Ik kan wel zestig verhalen schrijven over De Vloek,” zegt Sjaak Bral, “vertellingen die zonder uitzondering stekelig Shakespeareaans zijn. Ik wil er daar drie van vertellen: over het verleden, het heden en de toekomst. De Vloek van Scheveningen begint bij de sleephelling, en ik laat vervolgens zien hoe Scheveningen rond de jaren zeventig in zak en as belandden. Als toekomstbeeld laat ik iemand de eerste paal slaan. Waarvan? Dat is de vraag. Het stuk krijgt zo hopelijk de lach én wrang geladen toets van een Wachten op Godot.”

Bral lardeert als volleerd cabaretier de muzikale theatervoorstelling met laagjes humor, net als hij dat deed in zijn veelgeprezen stuk over Blonde Dolly. “Maar nooit eerder heb ik een stuk in deze omvang gemaakt: naast de theatermakers van Kwekers in de Kunst en een ensemble van het Residentie Orkest zijn ook de zangers van het Volksoperahuis erbij, en ook 120 Scheveningers. Zij vormen tezamen een gelegenheidskoor. Met de tekst ben ik vier maanden zoet geweest, want het gaat niet alleen om gesproken woord, maar ook om liedteksten, op muziek die soms wat ingewikkeld is. Zie het als een legpuzzel. En daarbij moet ik ook veel schaken. Het haalt me enorm uit mijn comfort zone. En dat is prima.”

Manifest
De sprongen in de tijd die in het verhaal worden gemaakt, worden aaneengesmeed door een verteller. Wellicht Bral zelf? “Ga er maar vanuit dat ik het doe.” Dat wordt dan een sterrencast, want naast Bral zelve treden in de hoofdrollen onder meer concertzangers Ernst Daniel Smid (bariton) en Miranda van Kralingen (sopraan) aan.

Een manifest met een knipoog, zo omschrijft Bral zijn bedoeling met De Vloek op Scheveningen. “Ik wil bewustwording kweken. De Scheveningers hebben het potverdorie allemaal wel geweldig uit hun handen laten glippen zeg. Het is ze overkomen omdát ze het toegestaan hebben. Maar het hoeft zo dus niet toe te gaan. Je bent er zelf bij!”

De Vloek op Scheveningen is van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september 2016 te zien in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.

Dansend de kerstdagen door

Zuiderstrandtheater met ballet aan zee

Spitzen, tutu’s, elfenverschijningen. De negentiende eeuw staat er bol van. De Romantiek is in die tijd niet weg te slaan uit de kunst. En het klassiek-romantisch ballet vormt daarin een absoluut hoogtepunt.

Als reactie op het tijdperk van de Verlichting verspreidde de Romantiek zich als een virus over Europa. Werkelijk overal putten dichters, schilders en romanschrijvers zich uit in verhalen die uit het eigen, nationale verleden werden opgediept, en nationale helden op een voetstuk gehesen. Volksmuziek veroverde de harten van broze burgers en oude volksdansen vierden hoogtij. Een tijd van groot zelfbewustzijn, intuïtie en emotie.

En zo kon het gebeuren dat het bovennatuurlijke en de ijle geest boven het stoffelijke kwamen te staan. Onverklaarbaarheden werden aanbeden: Elfen, nimfen, bos-, water- en luchtgeesten, dolende zielen en betoverde wezens bevolkten boeken, schilderwerken en … de bühne. De top spanden tragische liefdesgeschiedenissen die zich afspeelden tussen droom en realiteit.

De danskunst bleek uitermate geschikt om de idealen van de Romantiek tot uitdrukking te brengen. Door allerhande nieuwe theatermachines die werden uitgevonden, leken ‘zwevende’ danseressen echt te bestaan, en dat werd nog eens versterkt door de wonderbaarlijke vervolmaking van de spitzentechniek, die de dansers ook al ijler en ranker maakte. Alles diende ter versterking van het idee dat een ballerina bij uitstek een licht en bovennatuurlijk wezen is. Ook de witte, halflange tutu als kostuum is daarvan een uitvloeisel. Ondertussen beperkte de rol van de mannelijke danser zich tot die van ‘assistent’: veelal tot het ‘liften’ (tillen) en ondersteunen van de schijnbaar gewichtloze, vrouwelijke ballerina’s.

De man die al deze balletglorie in choreografieën tot grote hoogten bracht heet Marius Petipa, de man die de grandeur van Parijs verliet om het edele ballet van de Zonnekoning over te brengen op de onmetelijke rijkdom van het tsarenhof in het Russische Sint-Petersburg.

Toppers
De komende kerstperiode zijn er in het romantisch gelegen Zuiderstrandtheater veel klassiek-romantische balletten te zien, toppers uit het klassiek-romantische ballet, onder live begeleiding van een orkest. Van De Notenkraker en Het Zwanenmeer tot Doornroosje. Naast ons eigen Nationale Ballet zijn er met name in Oost-Europa talloze topgezelschappen die uitblinken in het genre van de klassieke dans. Laat je verbazen door de dansers, de decors, de verhalen! Tuttig? Neen! Tutu’s? Ja!

Kersttraditie
In Den Haag heeft De Dutch Don’t Dance Division (D.D.D.D.D.) een naam hoog te houden als het gaat om een hartverwarmend uitje rond de kerstdagen. Al jaren presenteer het gezelschap rond Rinus Sprong en Thom Stuart sprankelende community art-voorstellingen. Dancing in a Winter Wonderland is er zo een, met dit jaar meer dan 120 dansers van 5 jaar tot 65+ in leeftijd, en van amateur tot professional. Ze schitteren op het podium in dansstijlen die variëren van klassiek ballet tot opzwepende Cancan. Het ene moment dreigt er een peperkoekmannetje over het podium te kruimelen, dan weer is er een ijskoude Koning Winter. Verenigd met een ensemble van musici uit het Residentie Orkest belooft dit een spetterend feest voor de hele familie.

In Dancing in a Winter Wonderland smelten kersttradities en winterse vertellingen vanuit de hele wereld samen in prachtige choreografieën die het publiek onderdompelen in nostalgie, het kerstfeest, en de hoop en de terugblik die kerst en het nieuwe jaar altijd weer met zich mee brengen.

kader:
Ballet in het Zuiderstrandtheater
De Notenkraker door het Oekraïens Staats Opera en Ballet Theater op woensdag 16 en donderdag 17 december 2015. / Dancing in a Winter Wonderland door D.D.D.D.D. op vrijdag 25, zaterdag 26, zondag 27 en maandag 28 december 2015. / Het Zwanenmeer door het Oekraïens Staats Opera en Ballet Theater op vrijdag 1 januari 2016. / Doornroosje door het Ballet van Tatarstan op zaterdag 2 januari 2016.