‘Volle bak’ voor OCC

Het Onderwijs- en Cultuurcomplex (OCC) staat in de steigers

“Het beton en staal is geregeld,” vertelt Reefhuis. “En het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

Het regende pijpenstelen verleden zaterdagochtend, op de Dag van de Bouw. Als onderdeel van de festiviteiten mocht iedereen die dat wou een eerste glimp opvangen van het inwendige van het OCC-complex, het kunsthuis-in-wording voor Nederlands Dans Theater, het Residentie Orkest, het Koninklijk Conservatorium en aan de erfopvolger van het Zuiderstrandtheater. Toch liep het storm. Met naar schatting vijftienhonderd belangstellenden was de eerste ‘volle bak’ nu al, ruim twee jaar voor de opening, een feit.

In de ingewanden was het waarachtig een doorwaadplaats naar de heiligdommen die het publiek straks in vervoering moeten brengen. Kaplaarzen waren nog net niet nodig. En nou ja: binnen… ? Het Onderwijs- en Cultuurcentrum (OCC) aan het Spui heeft dan wel het hoogste punt in de bouw bereikt en hier en daar zit er al dakbedekking op, maar voor het overige is het nog vooral een betonnen staketsel waar water weliswaar geen vrij spel meer heeft, maar de elementen nog altijd behoorlijk greep hebben. Twee van de straks vier presentatiezalen die het complex straks rijk is, staan al behoorlijk in de steigers. Reefhuis: “Het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

De theaterzaal op de begane grond is in de toekomst vooral in gebruik bij het Nederlands Dans Theater. In wat de tribune van de zaal gaat worden, staan nu enorme steigerpartijen opgesteld, maar daarbovenop en om de zalen heen gebeurt op dit moment al van alles, vertelt Reefhuis. “De ruwbouw is af. Er zit inmiddels een dak op de zalen. Het dak is geschilderd, en we gaan straks al aan de omloopvloeren beginnen. Stiekem zit in de zalen nu al veel meer ingebouwd dan je denkt. Deze week worden de lichtbruggen, waaraan straks een groot deel van de toneelverlichting komt te hangen zoals schijnwerpers en spots, aan het plafond bevestigd en worden kabels en leidingen getrokken.” Vanaf het podiumgedeelte dat betreden mocht worden, oogt de zaal klein, maar herbergt die straks wel 1500 zitplaatsen.

Een beeldender aanblik dan de momenteel nog rudimentaire theaterzaal biedt de concertzaal, hemelsbreed op zo’n vijftig meter afstand maar wel twaalf meter de hoogte in. Daar omringen stalen binten van wat de balkonringen worden, nu al de hele zaal. Afhankelijk van de gekozen zaalopstelling, want die kan variëren, er straks maximaal 2500 bezoekers in.

De liefst veertig (!) centimeter dikke zaalmuren zijn aangebracht ten behoeve van akoestische ontkoppeling, net als de massieve trillingsblokken waarop de beide gebouwen rusten. Beide zalen zijn bovendien ‘zwevend’ gebouwd, als een doos in een doos, zodat geen akoestische ‘overspraak’ van de ene naar de andere ruimte kan optreden.

Op sommige plekken zijn al de gietijzeren trappen afgemonteerd, nu nog gehuld in plastic, teneinde mogelijke beschadigingen voor te zijn. En op de hoek van Turfmarkt en Spui is voor een groot deel een glazen gevelwand al aangebracht, die doet denken aan de glaspartij van toen van de voormalige Anton Philipszaal.

Pas ergens ver in 2021 wordt het OCC bespeeld zoals het allengs bedoeld is: met concerten en theatervoorstellingen. Er waren zaterdag alvast de eerste optredens. “Er is nagedacht over de duurzaamheid van het gebouw,” zo weet de presentatrice van het ‘zaalprogramma’. “Hemelwater wordt straks gebruikt om de toiletten door te spoelen en er komen aan de buitenzijde plekken voor vleermuizen.”

Ondertussen vinden in de top van enkele van de organisaties die het OCC (een nieuwe naam wordt na deze zomer bekendgemaakt) gaan bespelen, nogal wat wisselingen plaats. Paul Lightfoot treedt als artistiek directeur binnenkort terug en zijn algemeen directeur hangt eind deze maand de spitzen annex sokjes aan de wilgen.

Bij het Residentie Orkest is de zakelijke leiding al jaren een doorgangsplaats.

En wat het Zuiderstrandtheater betreft heeft Henk Scholten onverhoopt zijn pensionering een halfjaar uitgesteld omdat er geen geschikte opvolger kon worden gevonden. Naar verluidt zou de beoogde kandidaat zich hebben teruggetrokken omdat verhuizing naar de Residentie een vereiste voor de functie is.

Tekenend voor de matte stemming was dat van de top zaterdag niemand aanwezig was, althans niet toen dit werd opgetekend. Scholten zat zaterdag rustig in Italië, waar hij een woning gaat betrekken.

Het is te hopen dat de OCC-kar snel wordt vlotgetrokken, want de programmering moet dezer weken voor een groot deel rondkomen – anders mist Den Haag bij voorbaat de toppers van buiten de eigen stadsgrenzen.

Advertenties

Club Lourdes brengt variété terug naar zee

‘Club Lourdes aan Zee’ is in november de gelegenheidsnaam voor de Lourdeskerk op Scheveningen.

Er zijn twaalf uiteenlopende theaterprogramma’s voor jong en oud, in een bundeling van krachten tussen Feest aan Zee, het Zuiderstrandtheater, Muzee, theaters Diligentia & Pepijn en Scala – Variéte aan Zee.

“We willen het variété graag teruggeven aan Scheveningen, waar het vroeger hoogtij vierde,” zegt Geesje Prins, die als hoofd programma van het Zuiderstrandtheater ook voor een groot deel verantwoordelijk is voor de programma-invulling van Club Lourdes aan Zee.

Prins: “Karel de Rooij is met zijn Scala natuurlijk de eerste pleitbezorger van het variété. Hij trapt als regisseur het feestprogramma dan ook af met ‘Circus in de Branding’, een eigentijds variétéspektakel voor jong en oud. Pepijn Gunneweg, bekend van de BZT Show en de Ashton Brothers gidst daarbij het publiek langs optredens van onder meer Percossa, Corpus Acrobatics, magiër Niek Takens, jongleur David Severins en musicalster Cystine Carreon.

“De kerk wordt omgetoverd tot een knus, huiselijk theater,” vertelt een enthousiaste Anne-Lyke van den Elshout, die als programmacoördinator van Feest aan Zee ook betrokken is bij de opzet, “waarbij het publiek tijdens de voorstellingen kan genieten van een hapje en een drankje. We kunnen plaats bieden aan 350 bezoekers. Er komen ronde tafeltjes waar het publiek omheen zit. Denk aan de informele sfeer van een jazzclub à la jaren twintig of dertig.”

Jazzverleden
Op het programma staan onder meer jazzoptredens, zoals ‘Pia, back in Scheveningen’ met Anke Prevoo die de legendarische Pia Beck laat herleven. Ook is er een ‘Kurhaus jazztrip down memory lane’ met muziek van jazzsterren als Miles Davis, Count Basie en Thelonious Monk – die allen ooit zelf optraden in het Kurhaus. De muziek wordt gespeeld door het Jazz Orchestra of the Concertgebouw.

“Het concert is geïnspireerd op het rijke jazzverleden van Scheveningen. Hopelijk springt presentator Mike Boddé dan ook nog even achter de piano,” lacht Prins. Een ander opvallend optreden is weggelegd voor een ‘double bill’ met Sander van de Pavert. Hij komt met een versie van zijn Lucky Foundation Televisiegala en deelt die avond het podium met stand-up comedian Stefan Pop.

Stilte
Al in 1913 was er daar aan de Tweede Messstraat al een veelbezocht kapel, die een getrouwe kopie herbergt van een op schaal nagebouwde grot in Massabielle, nabij Lourdes, in Zuid-Frankrijk. De bidkapel, een centrum van Mariaverering, is nog altijd een stiltecentrum. Dagelijks bidden hier tientallen mensen, steken er een kaarsje op of zoeken er de stilte op. De bijbehorende kerk, nu een rijksmonument, stamt uit 1926 en ligt, net als de kapel, pal naast het Circustheater, op niet meer dan luttele voetstappen verwijderd van zee, strand, de boulevard, Kurhaus en Westbroekpark.

De open gebedsruimte die de Lourdeskerk, een ontwerp van A.J. Kropholler en C.M. van Moorsel, doet sedert 2011 dienst als cultureel centrum nadat het in 2005 de getrouwe eredienst had afgelegd.

“Het spits toelopende hooghouten plafond, bijna als een omgedraaid schip is erg theatraal,” herinnert Van den Elshout zich van haar eerste ‘confrontatie’ met de kerk, “dat maakte meteen grote indruk op mij.” Prins: “Vooral die grot vind ik een fenomeen. Contemplatie en fascinatie gaan er hand in hand en dat is precies wat we ook met het programma van Club Lourdes aan Zee beogen.”

Pilot
Met Club Lourdes aan Zee onderzoekt het Zuiderstrandtheater met andere culturele partners uit Scheveningen en passant of een toekomstige vaste plek aan de kust kans van slagen heeft. Prins: “Dit novemberprogramma dient daarvoor als pilot. We willen bekijken of we in de toekomst meer programma’s in de Lourdeskerk kunnen gaan doen. Denk dan bijvoorbeeld aan geconcentreerde periodes in voor- en najaar.”

Club Lourdes aan Zee. Van 1 tot en met 24 november 2018. Meer informatie en kaarten via zuiderstrandtheater.nl/lourdes en T 070 88 00 333.

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

‘Dans moet sensueel zijn’

Ballett am Rhein Düsselfdorf Duisburg danst Ein deutsches Requiem

De laatste jaren ging Martin Schläpfers dansgezelschap liefst drie keer met de titel ‘beste van Europa’ aan de haal. Het Zuiderstrandtheater ontvangt zijn Ballett am Rhein met een van zijn beste choreografieën.

Op zijn zeventiende, toen hij aan de Royal Ballet School in Londen studeerde, was Brahms’ meesterwerk Ein deutsches Requiem een van de eerste platen die hij aanschafte, op vinyl dus, en zij aan zij met Nina Simone. ‘Wonderschone, opwindende muziek en bovendien gaat het om een werk dat onlosmakelijk deel uitmaakt van het Duitse erfgoed,’ legt Martin Schläpfer zijn keuze voor dit tussen 1865 en 1868 gecomponeerde koorwerk uit. ‘Belangrijk voor mij is dat Brahms er per se geen liturgisch werk mee schreef; hij was, net als ikzelf, niet gelovig; de gezongen bijbeltekst heeft dan ook eerder betrekking op humanisme dan op religie.’ Hij noemt zijn keuze voor dit werk ‘riskant’ en ‘gevaarlijk’.

‘Omdat het een koorwerk is, dat is ongebruikelijk in het ballet, en omdat de dodenmis bij iedere Duitser in de platenkast staat.’ Schläpfer kiest graag voor extremen, levert zich bij voorkeur over aan het onbekende. En haalt ten bewijze de choreografie aan die hij op de Zevende Symfonie van Mahler maakte. Ein deutsches Requiem is in de aard net zo’n keuze. Maar choreograferen op uitgesproken treurmuziek? ‘De uitdaging zit erin om de betekenis van de choreografie ‘open’ te houden, geen betekenis te willen opleggen aan de kijker, terwijl het toch ook niet een abstract ballet moet zijn want het moet ontroering teweeg kunnen brengen.’ Een nog belangrijker uitgangspunt voor hem: ‘Dans is niet louter esthetisch, maar moet ook sensueel zijn.’

Conventies
Brahms morrelde graag aan de conventies van het gebruikelijke requiem. Die handschoen past Schläpfer. Want als dansmaker, zo zegt de Zwitser van geboorte, speelt hij graag met fysiek ongebruikelijke lichaamsbewegingen, met ‘off-balance’, lichamen die bijna lijken te vallen – ‘de ene keer van vreugde, dan weer van deemoed.’ Het toneelbeeld versterkt dat gevoel. ‘De set is een eindeloos lijkende kijkdoos die diep naar achteren wegloopt, en soms wel wat wegheeft van een kathedraal.’

In Düsseldorf en Ballett am Rhein’s zusterstad Duisburg heeft hij met zijn dansgroep, deel uitmakend van Deutsche Oper am Rhein, de beschikking over twee volwaardige podia, twee orkesten, twee koren en een tableau van 45 puike dansers. Zijn dansgezelschap werd de voorbije jaren driemaal tot het beste van Europa uitgeroepen – en hijzelf tot beste choreograaf. ‘Dat is exceptioneel en heel mooi, het helpt de dansers en het gezelschap vooruit, en helpt ook enorm mee om onze subsidie overeind te houden. Bovendien halen deze blijken van erkenning vele persoonlijke twijfels bij me weg. Toch kunnen we niet op onze lauweren rusten, zo houd ik ook mijn dansers steeds voor. Iedere dag opnieuw moet je het publiek veroveren.’

Vincent Hofmann:
… maakt sinds anderhalf jaar als danser deel uit van Ballett am Rhein.

‘Schläpfer heeft een heel eigen visie op ballet. Hij probeert je te pushen om tot extremen te gaan: langdurig in balans zien te blijven, benen en voeten erg uitgestrekt houden, en alle bewegingen ‘groot’ houden. Toch is zijn bewegingstaal vloeiend, organisch. Ik noem zijn idioom neo neoklassiek, moderne dans met een klassiek randje. Ein deutsches Requiem vind ik persoonlijk een van Schläpfers beste choreografieën. Het wordt gedanst op blote voeten. En de muziek van Brahms is werkelijk prachtig. Wel een beetje wennen, want er zit veel gezongen tekst in, maar je danst die tekst natuurlijk niet letterlijk. Het is geen popmuziek!’

‘We dansen in een seizoen doorgaans zo’n vier triple bills en een avondvullend ballet plus tourneevoorstellingen. We doen dus geen klassiekers of krakers als Giselle, The Sleeping Beauty of de Notenkraker. Ballett am Rhein is een erg divers gezelschap, met uiteenlopende gezichten, lichamen en persoonlijkheden. Dat bevalt me. Bij Het Nationale Ballet, waar ik een tijdje danste, moet je je vaak voegen naar het beeld van het corps de ballet. En zo’n gelijkvormig corps, dat hebben we hier bij Ballett am Rhein niet.’

‘In Duitsland is het prettig dansen. Ik krijg de vrijheid om veel van mezelf te laten zien. En als ik zes dagen wil dansen, dan kan dat gewoon. In Nederland stonden allerlei regeltjes dat weleens in de weg.’

Hans van Manen:
… meesterchoreograaf. Hij maakte in 2014 met Alltag een wereldpremière voor Ballett am Rhein, met Martin Schlapfer in een come-back als solist. Ballett am Rhein dans met regelmaat werken van Nederlands beroemdste choreograaf.

‘Ik ken Martin al 35 jaar. Hij heeft achtereenvolgens  Basel, Bern, Mainz en nu Dusseldorf en Duisburg op de kaart gezet. Martin is een buitengewoon begiftigd choreograaf, die momenteel met Marco Goecke, wat mij betreft tot de besten van Duitsland behoort. Als basis gebruikt hij altijd de klassieke techniek maar geeft daar een fantastische eigen draai aan, zoals niemand anders dat doet. Neoklassiek? Ach dat zijn van die kunstetiketjes. Soms laat hij op spitzen dansen, dan weer op blote voeten. Hij laat zich net als ik inspireren door wat hij om zich heen ziet. Eigentijds. En waarom zou je ook anders doen?’

Ein deutsches Requiem heb ik nog niet gezien. De keuze voor de muziek van Brahms is heel interessant. Juist muziekliefhebbers zou ik aanraden eens naar de choreografie te gaan kijken. Ik zou zeggen: Ren er naartoe!’

Het Zuiderstrandtheater en Holland Dance Festival presenteren Ballett am Rhein met Ein deutsches Requiem op donderdag 9 en vrijdag 10 maart 2017. Meer informatie op: zuiderstrandtheater.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 88 00 333.

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

Residentie Orkest definitief naar Meppelweg

Repetitieruimte Zuiderstrandtheater voldoet nog steeds niet

Ondanks de belofte om terug te keren naar het Zuiderstrand repeteert het Residentie Orkest de komende jaren niet aan het strand, maar aan de Meppelweg. Het voormalige schoolgebouw werd deze zomer voor een half miljoen euro verbouwd.

Klassiek aan zee, zo klinkt het leidende motto van het Residentie Orkest (RO). Maar de meeste noten van het ensemble zijn de komende jaren niet zoals gepland aan het strand te horen, maar in de verbouwde aula van het schoolgebouw De Krullevaar aan de Meppelweg. Volgens de gemeente past het vertimmerde bedrag van 350.000 euro binnen de eerder begrote kosten rond het Zuiderstrandtheater.

Maar praktisch is anders. En het was in eerste instantie niet de bedoeling dat speel- en oefenruimte liefst zeven kilometer uit elkaar liggen. Sandra Bruinsma, voormalig zakelijk directeur van het RO, zei een halfjaar terug in deze krant: “In Nederland hebben we weinig ervaring met het vervaardigen van dit soort oefenruimtes. Je laat ‘m zo goed mogelijk maken, pas daarna kijk je hoe hij klinkt.”

Het mocht niet baten. Onderzoek wees uit dat verbouwen van het repetitielokaal binnen het beschikbare bedrag niet tot de vereiste kwaliteit leidden. Het zou bovendien veel duurder uitpakken dan gedacht. ‘Om de akoestische onbalans van die ruimte op te heffen, moest het plafond drie meter de lucht in,’ zegt artistiek directeur Sven Arne Tepl van het RO. “Zo’n ingreep is erg duur. Het verbouwen van het schoolgebouw bleek gewoonweg goedkoper.” Daarbij speelt ook mee dat de komende tijd geluidshinder optreedt rond het Zuiderstrandtheater door bouwactiviteiten op het aanpalende Norfolk-terrein, dat momenteel bouwrijp gemaakt wordt.

Afgelopen zomer werd de aula van de school daarom akoestisch onder handen genomen door de geluidsspecialisten van Peutz. Zo is er een houten vloer over het bestaande stenen vloermozaïek van het rijksmonument gelegd, zijn er reflectiepanelen aan de wanden gemonteerd en geluidskaatsers aan het plafond. Ook zijn er voorzieningen en installaties voor luchtbehandeling en -bevochtiging aangelegd, en is er rondom de aula kantoorruimte gecreëerd door enige leslokalen om te bouwen. Onder meer de muziekbibliotheek en de afdeling educatie hebben nu permanent onderdak in het schoolgebouw. Het is daarbij mogelijk geworden om met losse stoelen 150 zitplaatsen rondom te creëren.

Leegstand
De extra kosten voor het huren van het schoolgebouw vallen volgens Tepl binnen bestaande contracten. Maar ondertussen staat het gloedjenieuwe repetitielokaal nabij het Zuiderstrandtheater leeg. En wie betaalt die leegstand?

Volgens Tepl kan het Zuiderstrandtheater daar in de toekomst educatieve activiteiten ontplooien. Maar volgens Henk Scholten, directeur van het Zuiderstrandtheater, ligt het wat ingewikkelder. “Het simpelste is: plakkaten op de deur en het repetitielokaal afsluiten, daarmee zijn de kosten dan geminimaliseerd. Maar we kunnen ook proberen de ruimte te verhuren. Op dit moment bekijken we welke plannen haalbaar lijken. Ondertussen blijven we op dit punt in gesprek met de gemeente, als zijnde de verhuurder van de ‘blauwe doos’. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de energiekosten die we met het RO delen, daar moeten we goed naar kijken.”

Tepl vindt de Meppelweg een schoolvoorbeeld van de manier waarop gemeente en culturele instellingen gezamenlijk een goede oplossing realiseren: ‘We zochten een kwaliteitsniveau dat voor een hoogwaardig ensemble als het RO nodig is. Het is positief dat we binnen bestaande budgetten een artistiek hoogwaardige ruimte hebben op de Meppelweg. En het publiek zien ons niet minder door in de concertzaal hoor.”

Dat de medewerkers en de musici van het RO nu nog jaren door wind en weer op de fiets moeten springen om koers te zetten tussen Meppelweg, ondersteunende diensten aan het Zuiderstrand , vindt Tepl geen probleem: “Twintig minuten fietsen is gezond! Dat vindt de ondernemingsraad ook. Maar de grote meerderheid van de kantoren blijft op het Zuiderstrand. Wel moeten we nu echt momenten inlassen om elkaar vaker te zien en bij te praten.”

Intussen houdt de argeloze belastingbetaler zijn hart vast: Als het al niet lukt om de akoestische eigenschappen van een oefenlokaal vooraf goed te berekenen, hoe moet dat dan over vier, vijf jaar goedkomen in het Onderwijs- en Cultuurcentrum aan het Spui?

Door Eric Korsten en Annerieke Simeone.

 

‘Ze hebben het zelf toegestaan’

Sjaak Bral schrijft nieuwe episode van ‘vissersopera’

Het was een ‘sociaal-culturele vrijplaats’. Nu staat er ongenaakbaar het Zuiderstrandtheater. Hagenees Sjaak Bral doet de geschiedenis van de meer dan Scheveningse thuishaven uit de doeken in een muziektheatraal spektakel.

Met de onnavolgbare Loes Luca in een glansrol was Harde Handen vorig jaar een gouden greep. En daarom doet het Zuiderstrandtheater meteen maar een poging een traditie te vestigen door opnieuw met een eigen muzikale show als seizoensopener af te trappen: De Vloek op Scheveningen. Met wederom een sterk lokaal gekleurde teint en dit keer Hagenaar/Hagenees Sjaak Bral die de tekst schrijft.

Een woonwijkje van vissers en strandjutters. Bij elkaar niet meer dan 126 arbeiderswoninkjes. Vijf luttele straatjes met één kruidenier en een half-illegaal cafeetje: De Vlook. Een oud-Hollandse benaming voor ‘gewelfd’. Door Scheveningers werd De Vlook gezien als een volstrekt eigen gebiedsdeel, door Hagenaars als duivelseiland. De bescheiden omvang ten spijt – misschien juist daardoor – is het grondgebiedje voor authentieke dorpsbewoners niettemin een uiterst elementair deeltje. Historische, nee, zelfs legendarische grond waar ooit de stoomfluit het ritme bepaalde. ‘Het eiland Vloek’ werd het genoemd, omringd door de zee, haven, sluizen en duinen. Vele Scheveningers werkten er op de sleephelling. De saamhorigheid was er al groot toen de storm van 1894 opeens alles platwalste. Toch werd dit wijkje eind jaren zestig opgedoekt, het moest wijken voor het grote geld van projectontwikkelaars. En dus werd de grond voor een symbolisch bedrag van 1 gulden verkocht. Norfolk en een derde haven verrezen, waarmee het grote geld moest worden binnengehengeld. Op het stukje dat braak bleef liggen, begonnen de krakers van De Blauwe Aanslag uit Den Haag er een nieuw bolwerk, de uitspanning De Vloek.

Het navrante is dat dit uitgerekend de plek is waar nu ‘De Oester’ staat, alias het Zuiderstrandtheater, een betonnen bouwdoos die van buiten stormwind, hagelregen en koperen ploert weerstaat, maar binnenin veler harten doet kloppen. Veel kinderen hebben indertijd dáär op die plek hun gouden jeugdjaren doorgebracht . Maar zagen hun stekkie langzaam maar zeker verzinken.

Zestig
“Ik kan wel zestig verhalen schrijven over De Vloek,” zegt Sjaak Bral, “vertellingen die zonder uitzondering stekelig Shakespeareaans zijn. Ik wil er daar drie van vertellen: over het verleden, het heden en de toekomst. De Vloek van Scheveningen begint bij de sleephelling, en ik laat vervolgens zien hoe Scheveningen rond de jaren zeventig in zak en as belandden. Als toekomstbeeld laat ik iemand de eerste paal slaan. Waarvan? Dat is de vraag. Het stuk krijgt zo hopelijk de lach én wrang geladen toets van een Wachten op Godot.”

Bral lardeert als volleerd cabaretier de muzikale theatervoorstelling met laagjes humor, net als hij dat deed in zijn veelgeprezen stuk over Blonde Dolly. “Maar nooit eerder heb ik een stuk in deze omvang gemaakt: naast de theatermakers van Kwekers in de Kunst en een ensemble van het Residentie Orkest zijn ook de zangers van het Volksoperahuis erbij, en ook 120 Scheveningers. Zij vormen tezamen een gelegenheidskoor. Met de tekst ben ik vier maanden zoet geweest, want het gaat niet alleen om gesproken woord, maar ook om liedteksten, op muziek die soms wat ingewikkeld is. Zie het als een legpuzzel. En daarbij moet ik ook veel schaken. Het haalt me enorm uit mijn comfort zone. En dat is prima.”

Manifest
De sprongen in de tijd die in het verhaal worden gemaakt, worden aaneengesmeed door een verteller. Wellicht Bral zelf? “Ga er maar vanuit dat ik het doe.” Dat wordt dan een sterrencast, want naast Bral zelve treden in de hoofdrollen onder meer concertzangers Ernst Daniel Smid (bariton) en Miranda van Kralingen (sopraan) aan.

Een manifest met een knipoog, zo omschrijft Bral zijn bedoeling met De Vloek op Scheveningen. “Ik wil bewustwording kweken. De Scheveningers hebben het potverdorie allemaal wel geweldig uit hun handen laten glippen zeg. Het is ze overkomen omdát ze het toegestaan hebben. Maar het hoeft zo dus niet toe te gaan. Je bent er zelf bij!”

De Vloek op Scheveningen is van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september 2016 te zien in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.