‘Ik ben oud en ik ben kwaad’

De troost van Haagse Jongens

“Ik ben oud en ik ben kwaad”. Kom er maar eens om tegenwoordig, een dergelijke combinatie van wat zelfkennis en openhartigheid zie je die vandaag de dag nog maar zelden. De oude dame die deze woorden uitspreekt waagt het even later bovendien aan de twee jongemannen die haar omringen, te vragen of ze haar na haar dood “alsjeblieft” van het havenhoofd af de in zee willen laten glijden. Ze beloven het haar minzaam, wenkbrauwen weliswaar lichtelijk opgetrokken, bij wijze van een licht instemmende knik met hun hoofd.

Niettemin is De troost van Haagse Jongens een vrolijk en nu en dan regelrecht onbekommerd stukje toneel. Het speelt zich af aan het Scheveningse strand, waarbij de toeschouwers in de studio van de Haagse toneelgroep Drang om hen heen mogen zitten, op rotan strandstoelen of op cosy zitbankjes, niet meer dan donkerbruine ombouw met trendy witte kussens erop.

Veel meer dan wat ‘losse’ ontmoetingen tussen twee heren en een oude dame geeft het stuk niet te zien, en het beoogt gelukkig ook niet meer dan dat. Geen ingewikkelde gedoe dus, geen al te poëtisch of literair theater. Het is wat het is, en dat is eigenlijk wel zo prettig. De ongedwongenheid die eruit spreekt zorgt voor een mooie sfeer, waarin vooral het mooie spel van een van de grand old ladies van het Haagse amateurtoneel, Toos Scheffers, wordt uitgelijnd. Zodra zij aan het woord is voel je meteen een zekere doorleefdheid, en hoor en zie je er een karrenvracht aan (toneel-)ervaring af. Haar twee tegenspelers, theaterstudenten nog, leggen het – uiteraard – tegen haar af. Dat maakt voor dit stuk eigenlijk niet uit, want zij hebben toch ook hun eigen momenten, vooral dank zij de improvisaties die tot dit stuk hebben geleid. In een aaneenrijging van min of meer los van elkaar staande scènetjes trekken verschillende (Haagse) onderwerpen, sferen of invallen voorbij, tot op het cabareteske af soms. Zo komen de onbevredigende aftocht uit Den Haag van het North Sea Jazz Festival en de start van een nieuw festival door een onbedaarlijke jazzfanaat en Miles Davis –adept (Robbert Unnik) aan de orde, de onstuitbare Hawaii-dromen van een fanatiek surfer (Alexander Wolff), de Koningin die ons zijig toespreekt terwijl een pijprokende Bernhard opduikt, Heijermans creatie Kniertje die ons zorgelijk wijst op de toekomstige gevolgen van overbevissing, een zeemeermin die terug wil naar de zee, en zelfs een handige, aaibare i-cat. Maar het is ook een ontmoeting tussen verschillende generaties, een ontmoeting die zo nu en dan wel degelijk tot nadenken stemt: “Weet jij wat palliatieve zorg is?”, vraagt Toos aan haar jongens. En: “Is het water nog de vriend van een stad aan zee?” “Tuurlijk”, antwoorden de jongens. “Oppassen”, zegt de oude dame.

De troost van Haagse Jongens is gemaakt in het studiolab van Drang, de Haagse toneelgroep die vooral bekend werd door toneelvoorstellingen op ongebruikelijke plekken, zoals De wonderbaarlijke reis van Binck Horst en Ado / Ajax. De groep toont al jaren aan een groot Haags hart te hebben, en doet met deze voorstelling opnieuw een klinkende duit in dat zakje.

Dranglab: De troost van Haagse Jongens t/m 10 mei 2008 (di t/m za) in de Drangstudio, Schelpkade 45, Den Haag. Voor meer informatie: www.drang.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s