‘Ik hoop dat mijn pijn universeel wordt’

Podcast:
Eric Korsten in gesprek met Naomi Velissariou en Eric van Eerdenburg (Lowlands)

Naomi Velissariou als popster in Permanent Destruction

Met Pain Against Fear sluit theatermaker Naomi Velissariou haar geruchtmakende drieluik Permanent Destruction af. ‘Maar ik ben er nog niet klaar mee.’

In het drieluik Permanent Destruction dat ze enige jaren geleden inzette, koppelt ze ‘punky’ dance, house, techno plus bakken energie ondubbelzinnig aan melodramatisch muziektheater, beginnend met het S(arah) K(ane) Concert (2018), vervolgens het H(einer) M(üller) Concert (2019) en, eind vorig jaar, het afsluitende deel Pain Aganist Fear (2020).

Velissariou: ‘In het allereerste concept van Permanent Destruction heb ik een link gelegd tussen de festivalindustrie en de tragedies zoals die in de klassieke Oudheid werden gespeeld. Tragedies waren wedstrijden in een festivalsfeer, bacchanalen van drie dagen eten en zuipen, en tragedie na tragedie kijken. Ik denk dat de tragedies van toen, die we nu in een heel intellectuele, hermetische setting plegen te spelen, in de zoveelste eeuw voor Christus al een soort van ‘Lowlands’-gevoel hadden.’

Omgekeerd zou volgens haar de popindustrie gebaat zijn bij een beetje pijn. ‘Een beetje meer tragedie, een beetje meer inhoud. Ik denk dat het voor jonge mensen verstikkend is als hun grote idolen alleen maar hun plastic kant laten zien, alleen buitenkant zijn. Kijk naar Nirvana, dat was de pure pijn van de nineties, die vind je nu weer terug bij Billie Eilish. Zij zingt over psychoses, suïcide en depressies.’ De zelfkant dient als tegengif tegen de huidige Instagram-era, zegt ze. ‘Pijn moet kunnen bestaan in de commerciële cultuur, en de ‘high culture’ moet meer toegankelijk worden voor een breed publiek.’

En dus spreekt ze in Pain Against Fear, het laatste deel van Permanent Destruction openlijk haar fans toe: ‘You exist’; ‘you are the event’; ‘you are in the spotlight’, en ‘the focus is on you.’ Het is duidelijk: Jijzelf bent haar onderwerp van gesprek. Uiteindelijk zijn publiek en performer één in hun pijn en angst. ‘In het tweede deel van de voorstelling draai ik het om, zeg ik juist ‘the focus is on me.’

Luister hier naar de podcast op http://www.scenes.nu.

‘Cancel culture’ in beeld gebracht

Fotograaf Anoek van Nunen biedt artiesten een podium tijdens de ‘lockdown’.

Eerst alles geannuleerd, daarna door voor maar dertig, en nu opnieuw alles potdicht.

Fotograaf Anoek van Nunen (1975) zet ondanks of juist dank zij de huidige, overrompelende ‘lockdown’ artiesten opnieuw fel in de schijnwerpers. In de zaal waar het feest niet doorging. Met haar project Cancelled’, by Anoek legt ze een vijfentwintigtal bekende podiumpersoonlijkheden op de gevoelige plaat vast. “Ik merkte dat de eerste annuleringsgolf, die van maart een enorme uitwerking had, en ben daarna gaan nadenken over wat mijn bijdrage zou kunnen zijn.”

Twee maanden geleden startte ze haar initiatief, dat later moet resulteren in een expositie en een koffietafelboek. “Het Fotomuseum, of een reizende expo langs theaters, dat zou fantastisch zijn.”

De opbrengst gaat straks naar een cultuurfonds. “Zo stop je het weer terug in waar het allemaal vandaan komt.”

Ze kwam op het idee toen de Haagse trompettist Michael Varekamp en pianist Wiboud Burkens in maart hun première van Swingin’ New Orleans in rook zag opgaan. “Ik had de campagnefotografie voor ze gedaan. Toen ik de ontreddering op Varekamps gezicht zag, dacht ik ogenblikkelijk: dit moet ik vastleggen. Toen kwam ik op het idee om artiesten te fotograferen in een lege zaal. Zo kan ik laten zien hoe ingrijpend annuleringen voor ze zijn – en wat Nederlandse muziek-en theaterliefhebbers moeten missen.”

Iedere artiest, maar soms ook mensen achter de schermen, legde ze drie keer vast. Eerst in close-up, de tweede vanuit de zaal op een leeg podium. “Er is alleen geen band of cast aanwezig, geen decor, geen entourage. Alleen de artiest is zichtbaar, alleen, in de schijnwerpers.” Bij het laatste beeld is het letterlijk uitzoomen. “Daardoor wordt pijnlijk zichtbaar wat zij zien: Een lege zaal met rijen rode theaterstoelen die stuk voor stuk niet bezet zijn.”

Na de eerst, vrijelijke vingeroefening met Varekamp en Burkens is ze het concept verder gaan uitwerken. Vervolgens strikte ze artiesten, van wie ze er een aantal in haar ‘rolodex’ heeft staan omdat ze zelf immers ook bekendheid geniet als visagiste en ‘hair en make-up artist’. Ook benaderde ze verschillende impresariaten.

Een hele trits aan bekendheden heeft ze aldus voor haar lens gekregen.

Cabaretier Freek de Jonge werd gefotografeerd in de Leidse Schouwburg, operazangeres en comédienne Francis van Broekhuizen en volkszanger Dries Roelvink in het Amsterdamse Concertgebouw. De Haagse Dutch Don’t Dance Division op de dag van annulering – frontaal vóór een gesloten Koninklijke Schouwburg. Ook contrabassist Domenic Seldis werd op de gevoelige plaat vastgelegd, net als Martine Sandifort, Joris Linssen, Henk Westbroek. In de toekomst, want het project loopt door, zullen nog de namen worden toegevoegd van onder meer Richard Groenendijk, Lee Towers en de Haagse popster Tim Akkerman.

Al met al levert het een tijdsbeeld, een tijdsdocument op, een nieuw licht op het toch al beladen begrip ‘cancel culture’. “Ik dacht dat een serie van tien wel mooi zou zijn, maar met de afspraken tot eind januari erbij zit ik nu al op 23. Nooit gedacht dat deze aanpak zo zou leven bij artiesten.”

Voor het welslagen dit project had de ‘domme lockdown’ zogezegd op geen beter moment kunnen toeslaan… Van Nunen lacht een wrange lach: “Eigenlijk wel hè.”

Anoek van Nunen, Cancelled, by Anoek. Meer informatie: http://www.anoekvannunen.nl

‘Een vrouw als ik’

Meeslepend muziektheater over Janis Joplin

Hoe een Zeeuws meisje zichzelf terugvond in het levensverhaal van haar heldin Janis Joplin. Beaudil Elzenga speelt en bezingt haar (eigen) lotgevallen.

Het is een iconische foto en platenhoes, de Greatest hits uit 1973. Daarop een in flowerpower-stijl uitgedoste Janis, satijnen scharlaken blouse met borduurstiksel, haar blonde lokken, psychedelisch rond zonnebrilletje op. Ze oogt tevreden glimlachend, zittend op een stoere motorbike, met een pretsigaretje tussen de vingers van de rechterhand geklemd – en op de achtergrond de Cincinatti Police.

Elzenga vereenzelvigt zich met Janis. “Haar muziek ken ik al van toen ik een klein meisje was, mijn moeder was fan van haar.” Toen ze een jaar of vier jaar geleden op tv de documentaire Little Girl Blue over ‘speedfreak’ Janis zag, kwam ze in aanraking met het meisje, met de vrouw achter die stem.

“Ik was meteen weer weg van haar muziek – en haar levensverhaal deed me ondertussen erg denken aan dat van mezelf. Daardoor voelde ik op slag iets voor haar.”

Elzenga vertelt dat ze op haar zestiende haar moeder verloor. “Toen ben ik me gaan afzetten tegen alles en iedereen, voelde me onbegrepen en ben me af gaan zonderen, overtuigd als ik was dat ik niets en niemand nodig had. Datzelfde zag ik ook bij Janis. Zij was een meisje, die zichzelf een lelijke vrouw vindt, net als ikzelf in mijn tienerjaren. Een vrouw die hetzelfde leek te voelen als ik. Ik begreep haar en dacht te zien dat deze popster uit de sixties mij had kunnen begrijpen. Maar ze is dood. Die contradicties vond ik interessant voor een theatervoorstelling.”

Na het zien van de documentaire is ze een biografie gaan lezen. Niet veel later belde toevalligerwijze Alex Mallems van Zeelandia, die Elzenga ooit had gepolst voor een invalrol bij de voorstelling ‘Zeeuwse Vrouwen’.

“Maar ik kon niet, omdat ik toen als Loes de Haan in GTST speelde.”

Ze bracht daarbij het idee naar voren om een voorstelling rond Janis te maken. “Dat het uitgerekend Zeelandia was, dat het wilde maken, viel goed samen,” zegt ze samenvattend, “want ik ben opgegroeid in Zeeland, al ontvluchtte ik het in m’n tienerjaren toen ik 15 was.” Daarna heeft ze, net als Janis, een enigszins ontheemd bestaan geleid: Janis trok vanuit Texas naar onder meer San Francisco en New York City. “Ik ben naar Amsterdam gegaan, naar Rotterdam en Utrecht; nu woon ik in Den Haag.”

Naast een dosis acteertalent is Elzenga gezegend met een gouden keeltje. Ze wou daarom eens voluit kunnen zingen in een voorstelling. “Maar omdat ik ook erg houd van tekst, is het een zoektocht geworden naar het vinden van een balans tussen tekst en muziek.” Verder wilde ze geen cliché-stramien van liedje gevolgd door tekstje et cetera, maar toch ook geen dweperige ‘tribute’ maken of een biografie op het podium oplepelen. “Ik wilde dat het heel erg zou gaan over wat ikzelf voor haar voel. Daarom ben ik eerst zelf gaan schrijven. Maar dat werd iets dat te persoonlijk, te particulier was. Uiteindelijk heb ik Gerardjan Rijnders voor het schrijven van de tekst gevraagd.”

Elzenga maakte de voorstelling al begin dit jaar, op haar 27e. Dat is precies de leeftijd dat Joplin in 1970 overleed aan een overdosis heroïne, op haar hotelkamer in Los Angeles.

“Ondertussen ben ik 28, dus ik heb haar overleefd. En ik kan dus geen deel meer uitmaken van de Club van 27,” zegt ze lachend, verwijzend naar de groep muzikanten die op 27-jarige leeftijd kwam te overlijden, onder wie Amy Winehouse, Kurt Cobain, Jim Morrison, Jimi Hendrix en Brian Jones.

Cry baby, Me and Bobby McGee, Mercedes Benz, Try (just a little bit harder), dat zijn de bekende hits van Janis Joplin. Elzenga covert deze en andere songs, muzikaal begeleid door Stijn Hoes en Rutger Martens, beiden zowel op elektrische gitaar als drums.

Elzenga zet naast de genoemde titels als haar persoonlijke favoriet en geheimtip Kozmic Blues bij.

“Omdat ze daarin letterlijk zingt: ‘Ik ben nu 25 jaar ouder dan toen ik een klein meisje was. En ik zou misschien beter moeten weten maar er is niets anders dan dat wat er nu is. We doen allemaal ons best, al maakt dat allemaal niet veel verschil.’ Dat vind ik een prachtig nummer. Of luister eens naar So sad to be alone, dat ze als negentienjarige zong. Je hoort bijna niet dat het Janis is die het zingt, geen gekrijs of geschreeuw maar juist klein en puur. Vertellende nummers zijn het, die vind ik het mooist en het meest interessant. Vertellen doet ze trouwens ook met haar noten.”

Onlangs, vertelt Elzenga, heeft ze samen met haar vriend een ‘nieuwe’ tweedehandse Volkswagen gekocht. Geen Mercedes Benz? “Janis had al een Mercedes en wilde eigenlijk een beestachtige Porsche 924,” weet Elzenga, “Zit er echt een Volkswagen-motor in een Porsche? Zie je wel, het heeft zo moeten zijn.” Theaterproductiehuis Zeelandia, ‘Janis’, dinsdag 22 en woensdag 23 december, 19.30 en 21.30 uur, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.theaterzeelandia.nl

NB Helaas is deze voorstelling vanwege corona genannuleerd.

Liefde maakt blind – en dood

Romeo en Julia, de kerstproductie van jubilerende theaterschool Rabarber

Knallende ruzie tussen de Capulettii versus de Montecchii. Daarbovenop een verboden liefde. In een nieuwe, energieke versie van ‘Romeo en Julia’, gespeeld, gezongen en gedanst door een dwarsdoorsnede van de theaterschool, komt jong talent bovendrijven

35 jaar theaterschool Rabarber! Onder corona is dat natuurlijk een ander chapiter dan vooreerst gedacht. Voor de jaarlijkse kerstproductie van Rabarber betekent dat, onder meer, een verhuizing van de productie, van Theater aan het Spui naar haar eigen Theater Merlijn aan de Bilderdijkstraat.

“Dit is een feestjaar, ook al is het in de zaal met dertig,” zegt regisseur Jeroen de Graaf. Dat Shakespeares romantisch-klassieke origineel niet honderd procent goed afloopt, is daarbij ogenschijnlijk een bijkomstigheid.

“We buigen dit stuk om tot een feest van de liefde, ook al leven we vandaag de dag in een wereld die bijna zonder liefde is, waarin niemand elkaar zelfs nog durft aan te raken. We doen dat aan de hand van twee jonge mensen die zich de wet niet laten voorschrijven.” En dus worden Romeo en Julia vanouds stapelverliefd op elkaar; de boze buitenwereld die soms anders op die vrijgevochten houding reageert ten spijt. Hun hart bonst, hun huid tintelt, hun wangen gloeien.

De Graaf: “Hun bakkeleiende families verbieden de liefde die zij voor elkaar hebben opgevat, waarlijk íedereen is tegen; toch laten de geliefden elkaar niet los.”

De hoofdrollen in deze Romeo en Julia worden bij Rabarber gespeeld door twee tieners die de leeftijd van het ‘echte’ liefdespaar benaderen – al was de ‘echte’ Julia slechts dertien. “Bijzonder dat wij deze rol mogen doen, zo’n eeuwenoud stuk dat in een nieuw jasje wordt gestoken,” zegt Esmée van der Vuurst de Vries (18) die zich vereerd voelt dat ze in deze jubileumvoorstelling mag spelen.

De rol van Julia wordt om beurten door Esmée en door Sophie van Duuren (16) gespeeld.

Sophie: “Ik denk dat veel mensen zich in dit stuk herkennen, want buiten het spannende verhaal zit ook het ‘afstand houden’ erin.”

Ook Nigel Gerritsen (19), vleesgeworden Romeo, vindt het een feest om dit te mogen spelen: “Het is even schakelen dat we de voorstelling naar ons eigen theater moesten verplaatsen, maar dat komt wel de intimiteit van dit stuk ten goede, want die kan hier heel mooi weergegeven worden.”

Balkonscène
Natuurlijk kijkt iedereen uit naar de bij uitstek romantische balkonscène. De versregels ‘Wherefore art thou Romeo?’ en ‘What’s in a name?’ komen hier in een Nederlandstalige variant voorbij, terwijl het balkon is veranderd in een serie aaneengeschakelde tafels. Esmée: “Die worden gebruikt als bed en als balkon.” Nigel gaat zijn aubade brengen voor die tafels? “De tekst is vrijwel hetzelfde gebleven,” zegt hij, “maar het is allemaal even wat abstracter.”

De eeuwige, overstijgende liefde. Hoe zouden de Julia’s versierd willen worden?

Sophie: “Zoals in dit stuk gebeurt, voor mijn huis, voor mijn balkon, dit is wel iets ultiems! Maar helaas heb ik daar geen balkon. Ik wou dat ik er een had.”

Esmée: “Dat iemand je op je gemak stelt, of een nummer voor je schrijft of zo. Dat iemand iets heel speciaals doet waardoor jij je bijzonder voelt.” Nigel voelt zich al echt Romeo: “Wat deze versierpoging zo mooi maakt, is dat Romeo echt alles geeft, dat hij alles uit zijn handen laat vallen en er alles voor over heeft om het hart van Julia te veroveren.”

Rabarber, Romeo en Julia (5+), zaterdag 26 t/m woensdag 30 december 2020 en zaterdag 2 januari 2021, 13.00 en 16.00 uur. Meer informatie: www.rabarber.net

NB Deze voorstelling is op de hierboven aangegeven data wegens corona helaas geannuleerd! 

‘Musical is topsport’

April Darby zingt sterren van de hemel vanuit eigen woonkamer

Tot en met ‘derde kerstdag’ vindt ‘Musicals in Concert: Stars from The House’ plaats, een online musical concert waarvan de tweede editie deze weken online thuis te bekijken is. Met de in Den Haag wonende April Darby als een van de ‘cracks’.

Corona. Hoe mooi kan dat toch óók zijn: Vanuit de favoriete luie fauteuil in je eigen huiskamer en met een glaasje wijn en een blokje kaas bij de hand kun je een middagje of avondje vieren met sterren uit het musicalgenre. In november was de eerste editie van het muziekfestijn waar je uit volle borst zelf mag meezingen. En wederom is er een sterrencast samengesteld. Naast de Haagse April Darby (Nala in Nederlandse bioscoopversie van ‘The Lion King’, hoofdrollen in onder meer ‘The Bodyguard’ en‘Sister Act’ en het openluchtconcert ‘Aida in concert’) bestaat uit Venna van Den Bosch (‘The Sound of Music’, ‘Lazarus’), Dominique de Bont (‘Fun Home’), Elindo Avastia (‘Kinky Boots’, ‘MAMMA MIA!’ en ‘The Color Purple’) en David van den Tempel (‘Evita’ en ‘Soldaat van Oranje’).

“Ieders aandeel is onlangs in de eigen woonkamer opgenomen,” zegt April Darby. Ze lacht: “Hoe mijn woonkamer erbij ligt? Je ziet in ieder geval een enorme kerstboom die dan ook pontificaal in beeld wordt gebracht.” Over het repertoire dat ze in ‘Musicals in Concert: Stars from The House’ gaat brengen, is ze cryptisch. “Dat gaan we natuurlijk niet prijsgeven.” Een tipje van de sluier dan misschien? “Het zijn heel herkenbare nummers die voorbij komen, van oude naar nieuwe musicals die worden afgewisseld met onbekendere titels van Off Broadway musicals, waarin wondermooie pareltjes zitten, maar er zit ook iets uit de musicalfilm ‘Greatest Showman’ in.

Voor haar is deze mogelijkheid meteen een kans om een andere kant van zichzelf te laten zien. “Ik ga niet alleen doen waarvan mensen me al kunnen kennen, maar juist dingen zingen waarvoor ik nooit gecast zal worden.” Uit ‘Miss Saigon’ bijvoorbeeld, “want daarvoor ben ik te lang. Maar hier kan ik dat dus wel doen. In totaal doe ik vier liedjes, verdeeld over solo’s en een duet.”

Samen met Jordan Roy zou ze de openingsact, het voorprogramma voor haar rekening nemen van het Eurovisie Songfestival. Dat ging niet door want het werd een raar jaar. Ze heeft huiskamerconcertjes gedaan, is nieuw repertoire gaan verkennen, en heeft zich daarbij onder meer gestort op het zingen van Covers en ook Nederlandstalige liedjes. Van lieverlee is ze het nieuwe (ab)normaal ondertussen behoorlijk gewend. “Ik voel me nu niet heel veel anders, ook al besef ik dat het nog een tijd gaat duren voordat we terug kunnen naar hoe het ooit was. Laatst zag ik op sociale media een foto voorbijkomen van mijn optreden in een afgeladen Ziggo Dome. Toen borrelde eventjes de vraag bij me op of zoiets ooit nog zal gebeuren.” Dat zijn geen angstgevoelens, zegt ze, geeft slechts haar gewaarwording weer, “want er moeten nog veel stappen gezet worden. We zitten nu al bijna aan jaar thuis!”

Het op topniveau kunnen uitvoeren van fysiek zware disciplines als musical, dans, zang en,  bijvoorbeeld, ook het circus, vereist en veronderstelt een voortdurende en keiharde trainingsarbeid. Hoe blijft ze onder corona ‘in shape’? “Mensen onderschatten dat ons vak het bedrijven van pure topsport is. Ik deed en doe veel aan sport, crossfit, veelal in de sportschool. Maar je kan trainen wat je wil – als je de wedstrijd niet kunt spelen, blijft het lastig om in vorm te blijven. Ook ben ik veel meer gaan zingen om meteen ‘stemklaar’ te staan en weer te kunnen ‘gaan’.”

De productie is in handen van Nathan Markuszower. Afgelopen zomer organiseerde hij het ‘Musical Summer Concert’ in het Zuiderparktheater. Markuszower: “De eerste editie van ‘Musicals in Concert: Stars from the House’ was zo’n succes dat een tweede niet kon uitblijven. Ik ben trots dat het gelukt is om weer een prachtige sterrencast samen te stellen met mooie mix van jonge, opkomende én gelouterde talenten uit het vak. Ook bij deze editie zullen alle inkomsten verdeeld worden onder alle deelnemende artiesten.”

‘Musicals in Concert: Stars from the House’, tot en met zondag 27 december 2020. Tickets en meer informatie: www.eventim.nl. Je kunt daar een link kopen waarmee je het concert kunt bekijken.

Op weg naar het allermooiste

Het Nationale Theater speelt altijd: Every Brilliant Thing

Welke dingen, gedachten, gebeurtenissen, mensen, maken het leven de moeite waard? En wat zou dan bovenaan het lijstje staan?

IJsjes? Familie? Muziek? Een kleur? De hoofdpersoon (om het even m/v) in Every Brilliant Thing komt, ten slotte, tot wel een miljoen redenen. ‘Ik heb een lijst gemaakt. Van al het moois in de wereld.’ Maar dat was niet genoeg om het leven van zijn/haar suïcidale moeder te kunnen redden.

Het Nationale Theater speelt Every Brilliant Thing, een hartverscheurende tekst van Duncan McMillan (1980), bekend van Peoples, Places, Things en Lungs (Ademen).

“Oeh, da’s een gemene,” reageert regisseur Erik Whien op de vraag wat zijn eigen hoogstpersoonlijke ‘brilliant thing’ is. “Want dat hangt erg van het moment af en van je blikveld,” legt hij uit. “Momenteel is dat het beeld van het wakker worden, in de ochtend, van mijn kinderen, pyjamaatjes aan, knuffels om zich heen verzameld en de haartjes door de war. Maar het mooie van de ‘briljante dingen’ zoals het in de voorstelling naar voren komt, is dat alles briljant kan zijn, de verteller van het stuk komt uiteindelijk tot wel een miljoen dingen. Van hoe een glas op een bierviltje staat, het geluid van een raam dat opengaat tot hoe het licht door de lamellen valt… álles waarvan je ook maar in de verte de gedachte bekruipt dat juist dat ene voor even of langer het leven waard maakt. Doordat het er zoveel zijn, is dat als het ware de optelsom van het leven. Anders gezegd: Het leven zelf.”

De verteller van het stuk kan een man of vrouw zijn. Every Brilliant Thing wordt bij Het Nationale Theater om beurten door Bram Suijker (m) of Tamar van den Dop (v) gespeeld. ‘Toen ik klein was,’ merkt de hij/zij op tijdens de voorstelling, ‘was ik veel beter in gelukkig zijn. Ik heb een lijst gemaakt van al het moois in de wereld. 31: Vogelzang. 45: Omhelzingen. 341: Alcohol. 577: Thee met koekjes. 1092: Gesprekken.’

Twee acteurs die om en om de voorstelling spelen, waarom eigenlijk? “Het eerlijk antwoord is,” antwoordt Whien, “waarom eigenlijk niet? Het concept van het stuk is bedacht door Duncan MacMillan met een stand-upper. In de regieaanwijzingen staat beschreven dat het door en man of een vrouw gespeeld kan worden – mits je het stuk naar je toetrekt. Dat hebben we letterlijk genomen. Hoe dat uitpakt? Het zijn twee verschillende versies. Bram en Tamar nemen allebei hun eigen energie mee de vloer op. Zelf vind ik deze keuze voor twee verschillende acteurs aansluiten bij de tijdgeest en discussies rond identiteit en gender. Daar gaat de voorstelling niet over, begrijp me goed, het is ‘bijvangst’, maar ik vind dat nuttige gesprekken, ook binnen het theater. Het geeft vrijheid, en dat is wenselijk in deze tijd. Bovendien is het een leuke manier van werken en is het voor mij als regisseur fijn om meteen te kunnen zien dat een voorstelling meerdere kanten op kan vallen.”

Dat laatste wordt versterkt doordat aan het publiek een actieve rol is toebedeeld: de verteller (m/v) deelt daartoe in de zaal, nog voor aanvang van het stuk, voorleeskaartjes uit. Gedurende het hele stuk worden mensen uit het publiek gevraagd om een enkele korte scène mee te spelen. Ze mogen zeggen wat ze willen en de verteller moet het daarmee doen. Het spontane karakter ervan is een belangrijk element van het stuk.

Dat betekent dat de verteller (m/v) veel moet schakelen en improviseren. Hoe regisseer je dat, improviseren? Whien: “Spontaniteit is niet te regisseren. Maar die ‘blank spots’ hoef ik ook niet te regisseren. Er gebeurt wat er gebeurt. Dat is extra spannend voor het publiek en voor de spelers. Maar de verteller is in charge, dat voelt het publiek, en heeft ankerpunten in de tekst. ” Hij lacht: “Maar we hebben wel een manier bedacht om eruit te komen als het teveel uit de bocht lijkt te gaan vliegen.”

In de voorstelling speelt muziek een grote rol, daarom is een ‘Song-project’ opgezet waarin troostrijke liedjes van vast, crew en publiek worden verzameld in een afspeellijst, met de verhalen erachter.

Het Nationale Theater, Every Brilliant Thing, woensdag 9 t/m woensdag 30 december 2020, Studio’s HNT / Koninklijke Schouwburg, div. aanvangstijden. Theater Dakota, vrijdag 22 januari 2021. Tournee t/m 13 februari 2021. Meer informatie: www.hnt.nl

‘Mensen willen dolgraag weer iets dóen’

Nieuwe vestiging Theaterschool Faust in Den Haag

Quinten-Faust Rijnja tilt mensen op. Dat ziet hij als zijn missie. In januari gaat de derde vestiging van zijn Faust Theaterschool van start, aan de Mozartlaan (Bethelkerk) in stadsdeel Bohemen, daar waar ooit zijn wieg stond.

Bij de introductie, de voorbije zomer, van zijn theaterschool in het Voorburgse merkte hij dat mensen hunkerden naar contact. “Ik dacht dat de volwassenencursussen niet zouden lopen – maar die zaten juist het eerste vol. Mensen vertelden dat ze zó graag weer eens iets wilden dóen! Er leeft een sterke behoefte om er weer opuit te trekken.”

Kinderen, jongeren, volwassenen – kortom: mensen mentaal optillen en ze laten opbloeien. Dat is wat hij zich met Faust Theaterschool ten doel stelt – en dat is ook waarbij hij zichzelf bij uitstek senang voelt. “Aan kinderen die zich in een hokje voelen staan letterlijk een podium, een plek te bieden waar ze zich veilig en gewaardeerd voelen, dat is het mooiste dat je kunt bereiken. Het onmogelijke mogelijk maken.” Meer persoonlijkheid uit mensen halen, uit kinderen, maar ook volwassenen. “Mensen tot zelfontplooiing brengen door ze het venster van het theater aan te reiken. Gewoonweg meer mens van ze maken.”

Omzwervingen
Theater heeft hem in zijn jonge jaren in beweging gezet. “De passie die ik toen voor theater ontwikkelde wil ik dolgraag overbrengen, met name voor de wereld die er door theater voor je open kan gaan – als je ervoor openstaat, om het even als actief beoefenaar of passief theaterbezoeker.”

Als vijfde telg uit een tradioneel-katholiek gezind Haags nest studeerde hij in Leeuwarden (“Ik wilde meer van de wereld ontdekken”) af als theaterdocent. Daarna gaf hij leiding aan theaterscholen in Drachten, Leeuwarden en Almere en organiseerde hij theaterproducties, conferenties en evenementen. Nadat hij de door hemzelf opgezette theaterschool in ‘booming’ Almere vaarwel zegde, is hij alweer enige tijd neergestreken in zijn geboortestreek, Den Haag en omliggende Haaglanden, met Voorburg als zijn voorlopige uitvalsbasis. Daar zetelt hij in het voormalige raadsgebouw van de gemeente. Tot zolang het duurt, want de stek staat op de nominatie voor nieuwbouw. Niet alleen daarom breidt hij uit naar Den Haag. “Ik ben geboren in het stadsdeel Bohemen. Daarom is het voor mij fijn om daar voet aan de grond te hebben.”Hij neemt straks zijn intrek in de Bethelkerk. “Die is tot ‘Amadeus’ gedoopt want de kerkzaal wordt verbouwd tot cultureel- en activiteitencentrum en er komen appartementen in de stijl van de kerk. We hebben op termijn de mogelijkheid om daar uit te breiden. We starten in januari, de werving is net begonnen.”

Eerder al nam hij bezit van de ruimte die het Haags Theaterhuis in het Koorenhuis aan de Prinsegracht achterliet. “Mensen verklaren me voor gek om juist nu, onder de restricties van ‘corona’, tekeer te gaan met uitbreidingsplannen. Maar,” vertelt de artistiek en zakelijk leider goedlachs en energiek in de voorlopige ‘headquarters’ van zijn Faust Theaterschool (‘voor kinderen, jongeren én volwassenen’) aan de Herenstraat in Voorburg: “Ik heb dus wél een goed alibi als het allemaal onverhoopt mocht mislopen.”

Den Haag is de stad van Rabarber. “Ik deed mijn snuffelstage bij Rabarber, bij Rebecca van Leeuwen en Wim Serlie, toen nog gevestigd aan de Nobelstraat. Ik vind het niet ongezond dat er concurrentie is. Ik heb een andere filosofie, een andere benadering van theater. Ik wil aanvullend te werk gaan, als er al iets is, ga ik niet hetzelfde doen.”

Hij doet het anders, heeft zijn eigen lesmethodiek ontwikkeld, merendeels een aaneenschakeling van levensmotto’s die hij recentelijk, na herstel van een burn-out, op papier zette. Die heet ‘LIFE’, acrostichon van Lef, Inspiratie, Fantasie en Energie. “Op die thema’s ga ik aan. Het is geweldig om te zien hoe je de fantasie van vijfjarigen kunt prikkelen, maar ook hoe volwassenen weer het kind in zichzelf weten te vinden. Inspiratie losweken en energie geven. Daar word ik gelukkig van.”

Mijn voornamen?, lacht hij zij tanden bloot. “Quinten en Faust zijn mijn doopnamen. Faust betekent ‘gelukmakend’. Denk eraan: Het loopt goed af met Faust, hè. Uiteindelijk ondervindt hij dat geluk voortkomt uit het verrichten van goede daden.”

Meer informatie: http://www.theaterschooldenhaag.nl

Lichtpuntje in donkere tijden

Branouls ‘Winter Revue’

“Meezingen mag niet, wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Branoul viert de winter.

‘Grootse voorstellingen in een klein theater’ pocht vestzaktheater Branoul over haar ‘Winter Revue’ op de eigen website. “Wij kunnen natuurlijk geen pluchen revue brengen in de klassieke zin van het woord,” vertelt directeur Bob Schwarze alias directeur en gangmaker van Branoul. Lachend: “Temeer hier geen ruimte is voor danseressen en grote lichtshows, maarrrr… omdat de ruimte in ons hoofd vele malen groter is dan de grootste schouwburg, kan het tóch.”

Het woord ‘revue, uit het edele Frans, betekent ‘opnieuw bekeken’: re-vue. In oorsprong ging het daarbij om een compilatie van gebeurtenissen uit de actualiteit die ‘de revue passeerden’ en op de hak werden genomen. Een vorm van amusementstheater dus, dat naast groots opgezette dans-, zang- en variéténummers gepaard ging aan lichtvoetige komische sketches.

Maar Branoul houdt zich met literatuur en theater bezig. Schwarze: “Bij ons passeren verhalen van beroemde schrijvers de revue, gericht op herfst en winter. Dat is onze manier om de donkere dagen voor kerst te vieren en elkaar geestelijk te verlichten. Mensen zijn meer dan ooit letterlijk op zoek naar licht en verlichting, geloof ik.” Hij lacht: “Nooit eerder zag ik her en der in de stad zó vroeg zó veel kerstbomen met lichtjes flonkeren.”

Grasduinend door de winterse wereldliteratuur stuitte hij met vaste ‘Branoulers’ Manon Barthels en Sijtze van der Meer uiteraard op een ‘mer à boire’ aan teksten over de kersttijd. “Die reiken bij ons van verzoening, vrede op aarde en goed en kwaad tot verhalen die buitengewoon grappig zijn en soms ook intriest.”

Als tipje van de sluier: “Het gaat om voordrachten uit werk van literaire kanonnen als Bertus Aafjes, Hans-Christiaan Andersen, Harry Prenen, Godfried Bomans, Charles Dickens, Anna Blaman tot vreemd eend in de bijt Midas Dekkers – om maar wat namen op te sommen.”

Mensen worden meegesleept in de verhalen, zegt Schwarze “maar er zit ook een krantenartikel in en een verhaal van Maxim Gorki. En we kunnen natuurlijk niet zonder muziek. “Meezingen mag niet, en wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Daartussen leuke overgangetjes, kleine sketches, gebaseerd op korte verhalen van groten der aarde. Want de mensen willen lachen. En bij ons kún je lachen – en dat met nog een beetje inhoud ook.”

Bezoekers worden hoogstpersoonlijk in de watten gelegd. “Dat is wel een beetje dubbel,” erkent Schwarze, want door toedoen van ‘corona’ krijgt iedereen als ‘fact of life’ een individuele doch exclusieve anderhalvemeterontvangst, “maar wel met bubbels waarmee je de zaal in mag en hapjes die op gezette tijden naar je toe worden gebracht.”

Het wordt in Branoul volgens Schwarze sowieso een aangenaam en warmbloedig verpozen in warmbloedige wintersfeer – waarbij onwillekeurig al snel de ambiance van een kerstmarkt opdoemt. “Mensen vragen me dezer dagen of we Branoul verbouwd hebben. Maar nee, we hebben alleen wat kerstslingers opgehangen.”

Maximum
Het maximum aantal bezoekers voor theater Branoul is ‘onder coronatijden’ vastgesteld op 20. “Maar dat zijn er 15 als het om individuele bezoekers gaat,” rekent hij voor, “en tot 22 in het geval van bezoekers die onderling een vaste band hebben.”

Toekomst
Na geharrewar over de vraag al dan niet subsidie voor de komende jaren, ziet de toekomst van Branoul er sinds kort weer rooskleurig uit: “We kunnen door!,” juicht Schwarze “De € 80.000,- die we de komende twee jaar van de gemeente Den Haag ontvangen, ga ik investeren in de zakelijke kant van Branoul en in marketing. Dat is beter dan puur een investering in producties, want dat ben je na de laatste voorstelling altijd kwijt.”

Branoul met ‘Branouls Winter Revue’, t/m eind december 2020, div. aanvangstijden, Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl

Fotografische stillevens verrassen alledaagse objecten

Lorena van Bunningen winnares Piket Kunstprijs 2020 voor schilderkunst

De Piket Kunstprijzen 2020 gaan naar Lorena van Bunningen (schilderkunst), Tessa Jonge Poerink (toneel) en Boston Gallagher (dans). De prijs is ingesteld voor jonge kunstenaars die een band hebben met Den Haag.

De uitreiking van de prijzen stond aanvankelijk op de rol voor 23 november, traditiegetrouw voor een groot gehoor. Maar door ongewisse toekomstige coronamaatregelen werd een alternatief scenario ingezet. Daarom kreeg Lorena van Bunningen (1990, Quito [Ecuador]) verrassenderwijs afgelopen maandag haar prijs uitgereikt, op een moment en plaats die ze niet had bevroed: “Ik werd onlangs door een vriendin uitgenodigd voor een gesprek met een potentiële koper.” Ze koesterde wel enig argwaan, want nabij Zaal 3. Ter plekke aangekomen kwam daar de welbekende aap al gauw uit de mouw.

Dolblij toont ze zich met de uitverkiezing die ze, hoewel de uitreiking zich ‘en petit comité’ voltrok, ervaart als ‘een kleine wervelstorm’. Ter ere van de nominatie – dit jaar vervroegd want al in juni bekendgemaakt door de Piketstichting – had ze een cheque van € 2000 meegekregen, als blijk van hart onder de riem in coronatijden.

“Daardoor kon ik het me permitteren een dagje minder te werken in het Wereldmuseum in Rotterdam, waar ik een baantje als host heb.” Nu ze er met de volle winst vandoor gaat, kan ze een bedrag van € 8000,- tegemoet zien.

“Het is als kunstenaar altijd laveren tussen genoeg tijd en focus hebben voor de kunst die je wilt maken en anderzijds brood op de plank. Een eeuwige tweestrijd. Maar nu kan ik me in alle rust en vrijheid even op nieuwe projecten storten. In de periode die ik nu inga ben ik van plan me vooral op video te richten.” Zij ontving ook een kunstwerk, gemaakt en ontworpen door oud-genomineerde Suzie van Staaveren.

Sculpturaal
Lorena van Bunningen maakt sculpturaal werk dat ze vervolgens met haar camera vastlegt. Piket-jurylid en beeldend kunstenaar Joncquil de Vries: “Lorena weet op een poëtische manier het alledaagse vast te leggen. Ze doet dat door dingen en materialen te gebruiken die je constant om je heen ziet maar vrijwel over het hoofd ziet. Die haalt zij uit hun verband, legt die vast in sculpturen, en vat dat geheel dan weer in fotografie.”

Suzanne Swarts, mede-jurylid, kunsthistoricus en in het dagelijks leven directeur van museum Voorlinden: “Zij heeft oog voor de schoonheid van het alledaagse, spulletjes waar jij en ik aan voorbij lopen. Zij vangt dat alles in een compositie, en door het licht dat erop valt ontstaan schaduweffecten. Zo weet zij dat gewone bijzonder te maken.” Het lijkt op serendipiteit. Joncquil: “Het spontane en toevallige dat haar werk karakteriseert wordt in feite door haar geënsceneerd, en zo maakt zij er poëzie van.”

Lorena woonde tot haar negende in Quito. Daarna verhuisde ze naar Nederland. “Op de middelbare school kreeg ik interesse in fotografie. Een attente leraar adviseerde mij om naar de Kunstacademie te gaan. Maar na de havo besloot ik terug te gaan naar Quito om in contact te kunnen staan met mijn geboorteland en tijd door te brengen met mijn moeder. In 2008 doorliep ze een jaar aan de afdeling Beeldende kunst van de Universidad Central del Ecuador in Quito, haar geboorteplaats. Maar de lessen waren de lessen heel traditioneel. We moesten urenlang iets natekenen. Ik kwam er toen vrij snel achter dat ik daar geen geduld voor had.”

Van 2009-2014 volgde ze de Bacherloropleiding Fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar ontdekte ze dat het medium fotografie veel meer bij haar past ‘doordat het resultaat sneller tot stand komt’. “Ik was vooral geïnteresseerd in het vangen van vluchtige momenten uit het dagelijks leven en in het ambacht van kijken.”

Veel waardering oogstte ze met de fotoserie ‘La mejor lluvia cae en la selva’ (‘De beste regen valt in de Amazone’) die ze rond 2019 maakte in de Ecuadoriaanse Amazone. Zelf spreekt Lorena met betrekking tot dit project van ‘tijdelijke constructies’. “Stillevens waarin ik speel met de balans tussen verschillende elementen. Doordat het werk fragiel is en elk moment kan omvallen of instorten is een camera erg handig. Zo kan ik alle tussenmomenten vastleggen. Als mijn creatie omvalt, vind ik dat niet erg; soms maak ik bewust gebruik van dat toeval. Dat geeft namelijk nieuwe mogelijkheden en uitkomsten,” zo vertelt de kunstenares die atelier houdt in Rotterdam.“Ik vind het interessanter als dingen ontstaan door het maakproces dan dat ik zelf iets helemaal heb uitgedacht.”

F.H. Piket
Na zijn overlijden in 2011 werd de kunstcollectie van de Haagse mr. F.H. Piket geveild. In dat jaar werd ook de Stichting mr. F.H. Piket opgericht. De prijzen die sinds november 2014 jaarlijks worden uitgereikt zijn voor hem de gedroomde nalatenschap: ze stimuleren jonge kunstenaars en zijn op die manier van blijvende betekenis voor het culturele klimaat van Den Haag. De Piket Kunstprijzen zijn bestemd voor professionele jonge, veelbelovende kunstenaars en kennen drie vaste onderdelen: een prijs voor schilderkunst, een voor toneel en een voor dans.

http://www.piketkunstprijzen.nl

Een onvoorziene keten van gebeurtenissen

Veenfabriek brengt ‘live hoorspel’

In 2019 won toneelschrijver Jannemieke Caspers het TheaterTekstTalent Stipendium voor ‘Een vlinder van sneeuw’. Veenfabriek pakt de handschoen op en maakt er een live hoorspel van voor vijf acteurs en twee muzikanten. Haar tekst heet bij Veenfabriek een zwartkomische, muzikale puzzel over wat er eerst was en daarna kwam, of wellicht toch al eerder kwam en daarna pas was. Of andersom. Zoiets. Een stuk over passief en actief handelen en de onoverzichtelijkheid van het effect op je eigen leven en dat van anderen.

“Ga daar maar eens aan staan, hè!,” reageert Jacobien Elffers, een van de vaste gezichten van theatergezelschap De Veenfabriek.

“Misschien biedt de quote ‘je hoeft je koers maar één graad te veranderen om in een andere haven aan te komen, meer helderheid. Wat mij betreft gaat deze voorstelling, dit hoorspel over het verschijnsel dat door toedoen of als gevolg van een kleine handeling, misvatting of toeval, je leven geheel een heel ander loop had kunnen nemen als gevolg van een keten aan gebeurtenissen die je niet had kunnen voorzien. Dat je juist wel of niet inhoudt om te remmen bijvoorbeeld en, achteraf gezien, iemand daardoor hebt aangereden. Of het gegeven dat als je ergens een seconde eerder of later ergens ter plekke was geweest, je een levensbepalende ontmoeting had kunnen hebben. Maar die ben je nu misgelopen – zonder dat je het ook maar in de verste verte weet of ooit zult weten. En dat alles in de vorm van een hoorspel voor vijf vertellers en twee musici.”

Bij Veenfabriek speelt muziek, geluid altijd al een belangrijke rol, alsof die zelf een personage is. Zelf omschrijft het letterlijk ‘toonaangevende’ gezelschap het als: ‘interdisciplinair muziektheater’. “Maar een hoorspel als dit hebben we in deze vorm niet eerder uitgebracht,” weet Elffers.

Geen volbloed toneelspel dus, noch een puur hoorspel. “Er is geen ‘gerauschmacher’ in het spel, en er is geen grindbak of knerpend zand,” lacht ze, daarmee en passant de opvatting bestrijdend over wat traditioneel onder een hoorspel wordt verstaan. “En ook geen slaande deuren. Al raken we het genre af en toe wel heel lichtjes aan. Je moet dit als speler heel erg op je oren doen, meer dan te doen gebruikelijk. Timing. Maar dit is wel heel leuk om te doen. En ik leer ervan.”

 “Het decor bestaat uit een installatie in de vorm van een ronde tafel waar we met ons vijven aanschuiven. In het midden van die tafel zijn cameraatjes geplaatst en de beelden die dat oplevert worden middels een beamer geprojecteerd op een groot scherm achter ons. We gaan nu en dan van plek wisselen, er is beweging, en beurtelings lezen we de tekst. Die bestaat uit vertellingen, met vijf personages als de vertellers. Soms zetten we die extra aan om ze meer karakter te verlenen. En dat geheel wordt ondersteund met muziek.”

Corona
Het is fijn dat theaters weer open kunnen. “Zeker,” bevestigt Elffers, “al hoop ik van harte dat mensen het aandurven om weer langs te komen. We doen er met de theaters alles aan om het zo ‘coronaproof’ mogelijk te krijgen. Maar als ik spreek voor mezelf kan ik het me heel goed voorstellen dat het fijn is om weer eens iets live te zien, weer eens samen iets live mee te maken en door te maken. Het ‘streamen’ zoals dat nu veelvuldig gebeurt is een surrogaat, niet voor mij gemaakt, al gebeuren ook op dat gebied goeie dingen.”

Veenfabriek, ‘Een Vlinder van Sneeuw’, woensdag 25 en donderdag 26 november 2020, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.veenfabriek.nl