De fado dwaalt door Den Haag

Magda Mendes & Ward Veenstra in ‘Silêncio’

Het Lissabon is de naam van een verscholen gelegen maar prachtig hofje aan de Denneweg. Het nu beschermde stadsgezicht uit 1761 dankt zijn naam aan Portugese Joden die er indertijd neerstreken. Maar Lissaboon is vooral en eerst natuurlijk Pessoa. Chiado, Bairo Alto en Alfama. Kabeltrams. Azulejos. En fado.

Geïnspireerd op de karakteristieke muziekcultuur in Lissabon toveren de Portugese ‘fadista’ Magda Mendes en de Nederlandse gitarist Ward Veenstra verschillende verrassende Haagse locaties om tot fadoclub, tot in verre uithoeken van de stad. De fado op wijksafari door Den Haag.“Het zijn intieme en akoestisch gespeelde concerten in kleine theaters,” vertelt Mendes. “Zo klein mogelijk. Precies zoals die ook in Portugal plaatsvinden. We zitten dicht op het publiek. Dat mag tussen de nummers door reageren. Zo geven we het publiek het gevoel in een echte fadoclub te zijn.”

Magda Mendes is, zoals het een zuivere Portugese betaamt, van kindsbeen opgegroeid met de fado. Geboren en getogen in Lissabon kreeg ze de passie voor muziek er met de paplepel ingegoten door ouders en grootouders. Haar liefde voor muziek leidde op een dag tot het besluit om haar studie maritieme biologie overboord te gooien en haar muzikale hart te volgen.

“Bij een bezoek aan Nederland ontdekte ik de studierichting Wereldmuziek van het Rotterdams Conservatorium. Die richting is uniek in de wereld.” Ze verhuisde daarop in 2002 naar de Maasstad, om er jazz en Braziliaanse muziek te studeren. Weg fado dus?

“Voor even,” zegt ze. Want de fado kwam daarna onvermijdelijk weer opnieuw op haar pad, terug van nooit weggeweest. “De fado zit diep verankerd binnenin me.”

Na haar ‘wereld’studie speelde ze in verschillende groepen, waarvan Luzazul de meest bekende is. Inmiddels heeft ze vier cd’s onder eigen naam uitgebracht en toert ze met regelmaat langs de Nederlandse theaters, zoals recentelijk met ‘Oliveiras’. Voor dat programma werd ze onlangs genomineerd voor De Gouden Notenkraker, een prijs die musici uitloven voor de in hun ogen meest opvallende prestaties van het seizoen.

In het huiselijke en openhartige programma ‘Silêncio’ werkt Mendes samen met gitarist en componist Ward Veenstra. Hij verwierf bekendheid met composities die hij maakte voor de Friese ‘fadista’ Nynke Laverman. Sinds vorig jaar crost het tweetal Mendes / Veenstra door de Randstad met het programma, allereerst door standplaats Rotterdam en vervolgens Amsterdam; zo dadelijk volgt Den Haag, en straks wordt Utrecht aangedaan.

Mendes’ liedjes roepen een gevoel op van diepgang, van weemoed en verlangen. Saudade. De fado, het Portugese levenslied, is vooral de stem van dat ongrijpbare ‘saudade’, in feite uitingen van gemoederen die het leven beroeren: van verdriet, melancholie, blijheid en weemoed, tot soms ook een uitbundige feeststemming. Verkeert Mendes soms in een permanente staat van ‘saudade’? “Ik zou het misschien niet meteen toegeven, maar ik denk wel dat het zo is. Verlangen hoort bij mijn persoonlijkheid.”

‘Silêncio’ is in feite Mendes’ persoonlijk getinte ode aan de fado. Klassiekers worden er afgewisseld met nieuwe composities van haar eigen en Veenstra’s hand.

“Inhoudelijk,” zegt de singer / songwriter, “gaat dit programma vooral over mijn reis naar Nederland en over heimwee naar Lissabon – maar ook over je thuis voelen in Nederland. Natuurlijk verlang ik naar fadobars en naar de kronkelende steegjes en pleintjes van Alfama. Ook mis ik in Nederland de uitvoerige eetcultuur die ik ken van Portugal. Maar zodra ik in mijn geboorteland ben verlang ik alweer naar Nederland. Want hier kan ik mezelf uiten. Ook mis ik er de stoere fietscultuur van Nederland.” Ze lacht: “Ik voel kan me zo gelukkig voelen als ik me op mijn omafiets tussen mijn Rotterdamse medestedelingen begeef.”

Ze toog een tijdje terug per fiets op verkenningstocht langs de theaters, de speelplekken in Den Haag die ze straks met ‘Silêncio’ aandoet. “Het Lissabon ken ik niet. Ik heb me erg in deze stad verdiept, al blijft die wat mysterieus voor mij, doet die zich niet erg overzichtelijk aan mij voor. Ik moest echt wegwijs raken in deze stad.”

Mendes & Veenstra: ‘Silêncio’. In De Nieuwe Regentes (Het Ketelhuis) op vrijdag 28 september 2018; Muzee op zondag 30 september; het Pianino Theater op vrijdag 5 oktober; de Abdijkerk Loosduinen op vrijdag 12 oktober. Meer informatie: magdamendes.com.

Advertenties

Bezielde dans in ‘Soul #2 Performers’

Internationaal succes voor Haagse dansgroep Meyer-Chaffaud

De vanuit Den Haag werkzame choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud werken sinds 2016 aan hun ‘SOUL’-serie: bij elkaar straks vier voorstellingen die, los van elkaar, de mensenziel belichten. Stonden in het eerste deel ‘Soul #1 Audience’ de gedachten van het publiek centraal; in deel twee zijn dat de dansers in hun rol van performer.

Meyer-Chaffaud haalt dansers en publiek graag uit de ‘comfort zone’. En passant laat Meyer-Chaffaud ‘de vierde wand’ – de grens tussen het danspodium en het publiek – in rook opgaan. Voordat dat de mogelijkheid krijgt plaats te nemen op stoelen die het speelvlak, een vierkant, omzomen wordt het aangemoedigd om zich paarsgewijs aan elkaar vast te houden en een route te volgen over de dansvloer. Aftasten. Daarna ontvouwt zich een fascinerend schouwspel van dans, performance en een staaltje circus art waarin dansers en publiek volop aan elkaar mogen snuffelen.

Meyer-Chaffaud werpt graag wezenlijke vragen op. In ‘Soul #2 Performers’ doet zij dat aan de hand van een tekst die Hans van den Boom (voorheen Stella, Het Nationale Theater) schreef. De performers van Meyer-Chaffaud, onder wie voormalig NDT 3-danser David Krugel, zijn er vrijelijk op gaan variëren.

Wat, wie schuilt er achter de performer? Zijn dansers inderdaad die egocentrisch ingestelde, aandachtsgeile, exhibitionistische en soms rondui wereldvreemde wezens? Of zijn het juist ultieme lichaamskunstenaars die met hun ‘gereedschap’, te weten hun volstrekt eigen lijf en leden, verbazing oproepen, die weten te verrassen en van binnen diep te raken?

Natuurlijk: iedere kijker moet dat voor zichzelf uitmaken. Feit is dat Meyer-Chaffaud met deze voorstelling de afgelopen maand in Sint Petersburg (Rusland) en Beijing (China) te gast is geweest. En nu dus terug in Den Haag, voor een tournee door Nederland.

In haar gelederen heeft de dansgroep liefst twee genomineerden voor de Piket Kunstprijzen. Vorig jaar was Claire Hermans een van de kandidaten; dit jaar dingt Kinda Gozo mee naar die prijs. Ze vertelt verrast te zijn door de nominatie en er blij mee te zijn. “Fantastisch van deze mijnheer Piket! Want hij helpt om dansers hun droom te laten realiseren.”

Haar dierbaarste en vroegste herinnering aan dans ligt in geboorteland Centraal-Afrika, zegt de tegenwoordige Française. “Ik was toen zes en ik was omringd door zingende en dansende kinderen.” Toen ze later naar Frankrijk verhuisde begon ze met dansen in een kleine school vlakbij het dorp waar ze woonde. Op haar elfde ging ze naar het conservatorium in La Rochelle. Toen wist ze: Deze kunstvorm biedt mij de vrijheid en het plezier om mijzelf te uiten. “Dansen is voor mij een weldadige en een inspirerende bezigheid, ” laat ze per email weten.

“’Soul #2 Performers’ draait om wat er in ons omgaat, om wat we denken, draait om ons doen en laten als performer. Wat is – voor ieder van ons – de essentie van leven, de essentie van in leven zijn? En hoe uit zich dat in lichaam én geest. We geven daar betekenis aan door het uiteenlopende  choreografische materiaal. Mijn solo in dit stuk komt voort uit de wens om een andere staat van bewustwording te bereiken. Ik open mijn ogen en open mijn ziel, met alle mensen om me heen – en krijg er contact met het publiek voor terug.”

In de toekomst wil Gozo graag terug naar Centraal-Afrika, daar een thuis creëren. “Ik wil daar een plek voor dans, muziek en andere kunstuitingen stichten. Ik wil mijn vaardigheden met anderen delen en ook leren van anderen.’’

‘SOUL #2 Performers’ van Meyer-Chaffaud. Op zaterdag 29 september 2018 in Dakota Theater en op vrijdag 19 oktober in De Nieuwe Regentes. Informatie: Meyer-chaffaud.com.

Eerlijk delen achter de duinen

‘Een ‘Avondje Armoede’ met Firma MES

Wie ligt anno nu wakker van armoede – ook al ligt die soms om de hoek in de kou te bibberen? De Haagse theatergroep Firma MES houdt een benefietavond en laat die, natuurlijk, danig ontsporen. Over hoe het moet voelen als je leven écht low budget is.

‘Armoedeverzáchting,’ corrigeert Ilse, ‘dus niet: armoedebestríjding.’ Haar zangvereniging houdt een feestelijk bedoelde benefietavond rond ‘stille armoede’. En die derailleert dus, theatraal en finaal.

Armoede is erfelijk. Wie arm wordt geboren, blijft arm wijst de wetenschap uit. Kinderen uit (kans)arme gezinnen doen het gemiddeld slechter op school. Arme mensen leven gemiddeld bijna vier jaar korter. De landelijke bijstandsnorm voor alleenstaanden? Een luttele 996 euro per maand. Oudere werklozen moeten na hun WW met soms met 700 euro per maand toe.

Tja, zie het daarmee maar eens te rooien in de stad van vrede en recht.

Zolang één procent meer dan de helft van de wereldrijkdom bezit en de acht rijkste mensen op deze aardbol samen meer aan vermogen bezitten dan de 3,6 miljard armste mensen bij elkaar, dan is dat minimaal toch schrijnend te noemen. In een welvaartsstaat zoals Nederland dat is, is een inkomen van 52 keer het salaris van de minst verdienende immoreel.

Bij MES – gelukkig – maar weinig van zulk documentair cijferfetisjisme. De theatergroep houdt het vooral oergezellig (type: deze avond kan niet stuk) met muziek, een potpourri aan veelal cabareteske sketches, een exuberante modeshow met vintage kleding en een

kermisachtige tombola die ontaardt in een wat kunstmatig aandoende ruzieachtige sfeer. Natuurlijk komen we er als theaterbezoeker niet zonder kleerscheuren vanaf. Daarvoor zijn de door MES aangehaalde voorbeelden te schrijnend, zoals de scène met een terminaal zieke die haar behandelend medisch specialist een financiële deal voorstelt: ‘U verdient enorm aan mij en mijn lichaam, dan mag ik op mijn beurt toch ook wel verdienen aan u?’ Een schuldhulpverlener gooit roet in het eten van de voedselbank: ‘Mijn medeleven is op.’ Hij pleit voor een radiale oplossing.

In een doorgedraaide wereld die is doordenkt van opgelegd neoliberaal volkskapitalisme, zelfredzaamheid en eigen schuld dikke bult, maakt MES met ‘Een avondje armoede’ een niet mis te verstaan gebaar, zoals het eerder ook deed met bijvoorbeeld ‘Troep’ en een ‘Kledingruil’. De gehanteerde karikaturale ironie doet de aangehaalde praktijkvoorbeelden weliswaar schuren maar maakt ze ook plat. Het had wat mij betreft hoekiger, scherper en bijtender gekund en soms juist genuanceerder.

‘Een avondje armoede’ is een theatercollage op teksten van schrijver en dichter Anton Dautzenberg. In 2016 werd hij uitgeroepen tot Impactmaker van het Jaar voor zijn rol als initiatiefnemer van de armoedeglossy Quiet 500, tegenhanger van de Quote 500.

Bij deze voorstelling is het mogelijk om een kaartje voor een ander te kopen. Dit kaartje gaat naar iemand met een kleine beurs die anders misschien niet snel naar het theater zou kunnen gaan. Het tekent de betrokkenheid van MES.

Woensdag is het de jaarlijkse Internationale dag voor de uitroeiing van armoede, ook wel Wereldarmoededag genoemd. Een uitgelezen kans om dan bij MES een eventueel bezwaard gemoed tegen overlegging van wat dukaten in te wisselen.

Firma MES: ‘Een avondje armoede’. Gezien op zaterdag 6 oktober. Tot en met 24 oktober 2018 in de Lourdeskerk in Scheveningen. Meer informatie: firmames.nl.

Onvervulde verlangens

Hanne Arendzen schittert in ‘Van de koele meren des doods’

Een jonge vrouw verlaat haar welgestelde milieu en gaat leven met een pianist, maar wordt gaandeweg krijgen psychosen de overhand. Niet zonder reden want ze heeft heel wat doorstaan, hoe jong ze met dertig jaar ook is: moeders dood op haar dertiende, twee zelfmoordpogingen, de zelfverkozen dood van haar jeugdliefde omwille van haar, een uit nood geboren vlucht naar het buitenland, en als klap op de vuurpijl een verslaving aan morfine en het noodlottige sterven van haar pasgeboren kindje.

Misschien niet het leukste uitgangspunt voor een onbekommerd, gezellig avondje uit in het theater. Maar in de slimme regie van Ger Thijs bij ‘vrije producent’ Hummelinck Stuurman is Van de koele meren des doods, naar de roman uit 1900 van Frederik van Eeden niet puur en alleen een loodzware avond. En bovenal wordt er puik gespeeld.

In het kielzog van de opkomst en de belangstelling voor psychiatrie aan het einde van de 19de eeuw besloot Van Eeden zich te vestigen als zenuwarts en werd pleitbezorger van psychotherapie en psychoanalyse. Dat hij een carrière als schrijver en psychiater combineerde is minder vreemd dan mag lijken want hij geloofde erg in de kracht van taal als sleutel tot het innerlijke en het psychische.

Zelf noemt Van Eeden Van de koele meren des doods een ‘biografische schets’. Hij putte daarvoor uit voorbeelden, personen en levens uit zijn eigen omgeving. En, zo lijkt het, citeert hij ook uit ‘eigen werk’. Meer dan voordien herkenden mensen om hem heen zich in (elementen van) zijn personage. Natuurlijk werd er schande van gesproken.

Van Eeden doopte zijn romanfiguur, zijn ‘tronie’ met de naam Hedwig Marga de Fontayne – en natuurlijk heet ze bij Ger Thijs ook zo. Hij heeft de oorspronkelijk 250 pagina’s aan tekst bewerkt tot niet minder dan een juweel. Kraakhelder en van een logica om te smullen, van begin tot einde. De lotgevallen van Hedwig passeren de kijker in een vrij lineair tijdsverloop en als een aaneenschakeling van verkeerd uitpakkende keuzes. Daardoor lukt het toekijkers om begrip op te vatten voor haar daden en stappen. Door de fascinerende inkleuring die Hanne Arendzen aan het ‘brandende lijf’ van Hedwig geeft, en zo Renée Soutendijk in de filmrol van destijds zo goed als doet vergeten, dringt uiteindelijk begrip voor Hedwigs besluit door. Je leeft met haar mee.

Op de achtergrond spelen bij de kijker ondertussen vele overwegingen een rol: is Hedwig inderdaad een ‘stenen engel’ of een hoer, is ze een goede vrouw die het moet stellen met ‘onvervulde verlangens?’ Of nog anders: gaat ze zich gedragen navenant de mensen haar bezien?

Prima voorstelling, met ook prima tegenspel aan Arendzen. Gevoegd bij een mooi toneel beeld en een even verassende als adequate belichting is dit een voorstelling waaraan denkelijk veel behoefte is: in begrijpelijk toneel een verhaal vertellen zonder overwoekerende melodramatische opsmuk een kans te geven.
Knap werk, mooi gedaan.

Tournee t/m begin januari 2019. Meer informatie op humelinckstuurman.nl.

Naar de essentie leven

Esther Scheldwacht en Kees Hulst delen samen het podium in Laatste paar Dagen

‘Laatste Paar Dagen’ is een toneelstuk voor een man, een vrouw en een teckel, gespeeld door respectievelijk Kees Hulst, Esther Scheldwacht en Tasje, honderd procent hond. Na de solo’s De Sunshine Show, Op een Mooie Pinksterdag en Helga Maria Baumgarten schrijft de Haagse voor het eerst een dialoog.

Esther Scheldwacht: “Een jaar of twee geleden kwam ik via een vriendin op het spoor van de internetcolumns van longarts Sander de Hosson. Hij pleitte daarin voor meer persoonlijke aandacht in de zorg. Later werden die gebundeld in het boek Slotcouplet.

Een van de verhalen draait om een oudere, wat zonderlinge man met de naam Rein Tas. Op een dag wordt hij de intensive care binnengebracht maar weigert behandeld te worden. Een verpleegkundige ontfermt zich in zijn laatste dagen over hem. De tekst die ik heb geschreven, is geïnspireerd op die ontmoeting.” Kees Hulst: “Engeltje is haar roepnaam! Ze lijkt voor hem een ‘sirene’”.

Esther: “Als je in een ziekenhuis bent opgenomen, lijkt de tijd zich te verdichten, gebeurt er iets tussen jou en de realiteit. Je gaat er intenser, gecomprimeerd door leven. Tijd voor onzin is er niet, het is ‘cut the crap’ op momenten van leven op dood.”

Kees: “Eigenlijk ben ik een noodverband. Het was de bedoeling dat Herman Gilis en Tjitske Reidinga dit stuk zouden spelen – alleen: ze bleken allebei niet te kunnen. Sinds kort hebben Esther en ik een liefdesrelatie. Ik was daardoor al enigszins op de hoogte van Esthers tekst. Toen ik die geheel onder ogen kreeg, ging ik resoluut voor de bijl. Gaandeweg hebben we toen besloten om dit samen te gaan spelen. Dat voelde vertrouwd, want dat deden we kortgeleden ook in ‘Hoe Mooi Alles’, een toneelstuk over Leo en Tineke Vroman. Uit Hoe Mooi Alles is onze liefdesrelatie voortgekomen!”

Esther: “Vroman wordt geciteerd, en heeft zo, bij wijze van eerbetoon, een rolletje gekregen!”

Esther: “Mijn tekst is geen statement over de staat van de gezondheidszorg of de ouderenzorg. Kees: “Maar wel een prettige bijvangst!” Esther: “Laatste Paar Dagen gaat vooral over liefde. Ik laat in dit stuk mensen verliefd worden, ook al lijkt zoiets onmogelijk. Over liefde die heel plotseling toeslaat. Alles kan in de laatste dagen, misschien juist omdát je denkt dat het niet kan. Rein en Engeltje raken een snaar in elkaar, en kunnen zo ieder afzonderlijk van elkaar verder: Hij kan vredig vertrekken, zij maakt iets wezenlijks mee en kan daardoor bewuster door het leven. Een ingrijpende ontmoeting is het, die haar leven verandert en hem de dood doet accepteren.”

Kees: “Esther heeft met Laatste Paar Dagen een realistische dialoog geschreven. Nu en dan krijgt die een hyperrealistisch lading, door Esthers taalgebruik soms zelfs iets ‘poëtisch-realistisch’. Zo staat er een passage in over broodbeleg. Kaas. Op die manier kan ‘kaas’ voor liefde staan. Dat staat naast de ene onvermijdelijke vraag: wat zou jij doen in de wetenschap dat tijd een beperkt houdbaar gegeven is. Ikzelf? Abseilen! Mijn leven lang heb ik er al een ‘bucketlist’ op nagehouden. Voor mij is iedere dag mooi meegenomen.”

Esther: “De teckel in het stuk? Die heet ‘Tasje’. Die komt op de proppen omdat Rein Tas, de man die wordt opgenomen, hem tien jaar liefdevol heeft verzorgd, vanaf het moment dat zijn vrouw tien jaar eerder te overlijden kwam. In het ziekenhuis wordt hij vlak voor zijn dood herenigd met de hond.”

“Het is spannend om een levend dier op het podium toe te laten. Je weet nooit precies wat er gebeurt. Teckels zijn doorgaans ongevoelig voor prikkels – en hij hoeft alleen maar teckel te zijn, maar verder niet te plassen, te kakken of blaffen. We gaan nog de proef op de som nemen in een repetitie.”

Kees: “Mooi vind ik dat, een dier op het podium! Net als kinderen. Het zijn natuurtalenten, laten zich niet dwingen. En je hoeft daardoor zelf minder te doen! Ik spreek uit ervaring: eerder stond ik op de vloer samen met een grote hond, een geit, een bonte ara, een parkiet en een baardagaam. Hahaha, wie weet ben ik inderdaad mijn roeping als dierenverzorger misgelopen! O, ik ben eerder al doodgegaan op het podium, als Hamlet bijvoorbeeld, en als Vroman. Ik ben eraan gewend. Wel een beetje typecasting misschien.”

Esther: “Mijn tekst is, net zoals Helga Maria Baumgarten, autobiografisch van karakter. Het grappige is dat ik in dat stuk ook een schort voor had!”

Esther: “Ik zou het toejuichen als we met dit stuk een tournee gingen langs maatschappelijke instellingen, ook al gaat dit stuk niet per se daarover. Eerder dit jaar regisseerde ik de voorstelling Lastige Ouders over het grootbrengen van een meervoudig gehandicapt kind. Een schot in de roos. Binnenkort wordt het gespeeld op het ministerie van Volksgezondheid.”

Kees: “Sinds ik knuffelbejaarde ben kruisen allerlei zaken mijn pad die met de gezondheidszorg verband houden, in die zin agenderen we met dit stuk wel wat, zetten we zeker iets uit. De tijd is er rijp voor, zeker gezien de vergrijzing die toeneemt. Ik hoop dat minister De Jong meesurft op dat gevoel van zorgzaamheid, dat hij door een dementerende vader zelf van nabij meemaakt.”

Laatste Paar Dagen door Esther Scheldwacht en Kees Hulst. Eindregie: Daria Bukvić. Van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september 2018 in Theater aan het Spui. Première: zondag 30 september 2018. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Er was eens…

NTjong speelt Robotje

In het eerste hoofdstuk van Ik, Robot van Isaac Asimov (1920-1992) beschrijft de als Rus geboren maar als Amerikaan ter aarde bestelde schrijver de fictieve vriendschap tussen het meisje Gloria en Robbie.

De ouders van Gloria discussiëren over het wegsturen van Robbie, een fijngevoelige robothond, want Gloria’s moeder vreest dat Robbie haar kind ooit letselschade toe zal brengen. Haar man reageert vol onbegrip, zelfs verbolgen: Robbie is immers geprogrammeerd en geproduceerd volgens de Eerste Wet der Robotica? Dan kan er dus gewoonweg helemaal niks misgaan.

Kern: Kan een mens vriendschapsgevoelens voor een robot koesteren en deze vriendschap onderhouden? In een wereld vol oprukkende seksrobots, zorgrobots en sociale robots lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat het zover is. Regisseur Noël Fischer van het jubilerende (5 jaar!) NTjong draait in de Robotje dit gegeven een kwartslag door zich af te vragen of een robot in staat is emoties te voelen. En zie: Als haar Robotje in een ver-weg-universum voor het eerst een mens van vlees en bloed ontmoet zet dat de leefwereld van de automaat op z’n kop. Mensen begrijpen wat een knuffel is of een schouderklopje, maar Robotje moet alles nog leren. Je als een mens gedragen blijkt best moeilijk.

Een passage die naar Asimov verwijst is in Robotje, een voorstelling voor zesplussers, niet te vinden. Sterker: er wordt in Robotje geen woord gesproken op één kernachtig zinnetje na: ‘I am human, I come in peace’.

Op het podium zien we een buitenformaat pinda staan, als een ruimteschip (maar dat kan wat mij betreft ook best een onderzeeduikboot voorstellen) op pootjes. Uit dat schip komt met veel vertoon van mist Robotje te voorschijn. Even later duikt vanuit een andere hoek een astronautenfiguur op, die zich aanvankelijk ook in nevelen hult. Het loopt, natuurlijk, op een ontmoeting tussen de twee uit. Vervolgens ontspint zich een heerlijk visueel avontuur, een beeldverhaal dat jong en oud gekluisterd houdt.

De verbazing die Robotje en de astronautenfiguur over elkaar ten deel valt wordt verrassend uitgespeeld. Ze snuffelen aan elkaar, vinden elkaar vreemd, maar ook wel aardig. Er komen aan het eind zelfs (zelfgebouwde) kinderrobotjes aan te pas. Het verhaal eindigt in een gezamenlijk vertrek in de ruimtepinda, op naar samen een nieuwe ontdekking.

Wees niet bang voor iemand die vreemd lijkt, voor avontuur, zo lijkt de boodschap in een pindadop vervat. Bij mij borrelden associaties op met het aloude Evoluon. Ook een tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Zoals je dat ook wel overkomt bij eerste beluistering van David Bowie’s ‘Space Oddity’.

Mimers Titus Boonstra en Willemijn Zevenhuijzen hebben met Robotje puik werk geleverd, net als de ‘jarige’ Fischer. Het resultaat is een liefdevolle, vertederende voorstelling over het overwinnen van latende angst voor wat vreemd lijkt.

NTjong: Robotje (6+). Gezien op zaterdag 29 september 2018 in Theater aan het Spui.

Gezocht: aandacht

Soul searchin’ door choreografen Meyer-Chaffaud

Performers zonder publiek? Publiek zonder performers? Woestijnvissen!  Choreografenduo Meyer-Chaffaud maakt het vierluik Soul en confronteert publiek en performer lijfelijk met elkaar.

Exhibitionisten? Aliens? Intermediairs? Openbaar kunstbezit? Lichaamstovenaars? Of gewoon mensen van vlees en bloed? Wat gaat er om in het hoofd van een danser?

In Soul #2 Performers is de danser van zijn voetstuk van ongenaakbaarheid gehaald, uit zijn ivoren toren afgedaald; en, andersom, het publiek tijdelijk ontheven van haar versteende rol als observant, verheven tot co-creator zelfs. ‘U beschikt over een geweldige zittechniek’ zegt een van de performers. Domweg blijven zitten op je stoel is dan eigenlijk geen optie meer.

‘Bij veel eigentijdse dansvoorstellingen rijst de vraag wat het allemaal betekent, wat we ermee moeten. In de meeste gevallen leiden die vragen niet tot bijster veel antwoorden, zodat we op een gegeven moment besluiten vooral te genieten van de performance, van de bewegingen, van de visuele effecten, de muziek – maar geven geen aandacht aan de knagende vragen op de achtergrond die ons vervolgens verwijten dat we het werk onrecht doen – en zo weer een kans op diepgaande kunstzinnige beleving mislopen.’

Aldus schrijver en publicist Christiaan Weijts in het boekje Aanraken a.u.b. over zijn ontmoeting met de Duitse kunstfilosoof Christophe Menke.

Waarom dans je, wat bezielt je als je en public danst, wat beweegt je, wat zijn de gedachten als je aan het dansen bent? Isabelle Chaffaud: ‘We leggen graag de menselijke ziel bloot. Een danser put zich uit voor het publiek dat voor hem of haar zit, in een magisch spel van tijd, ruimte en emoties. Hoe je je zelf ook voelt, je móet performen, je moet hoe dan ook op.’

Soul#2 Performers. Een ervaringsverslag. De zaalopstelling: een carré. Feitelijk een vlakkevloertheater, zo’n tien bij tien meter. Vóór de vier omsluitende wanden staat een dubbele rij stoelen. Op de vloer: zes performers. Claire. Opeens staat ze voor me, steekt haar hand naar me uit, nodigt me uit met haar de toneelvloer op te gaan. En plein public. Naar mij, de in beton gegoten observator! En daar staan we dan tegenover elkaar, de armen gespreid, handen in elkaars handen. Dan strekt ze haar armen, werpt haardos, schouders en hoofd achterover, gelaat naar de hemel gericht. Even lijkt het of ze zweeft. Et Dieu crea la femme, schiet door mijn hoofd.

Zweven doe ik zelf intussen ook, vanbinnen. Eventjes later drukt ze het hoofd met het linkeroor stevig tegen mijn linkerborst. Hartslag. Ik zie mezelf gevleid in een intieme omhelzing. Dan mag ik van haar weer plaatsnemen op mijn stoel.

Een zinsbegoochelende ervaring. Ook al omdat en passant de ‘vierde wand’ in rook is opgegaan en de dansers in Soul letterlijk ‘op je huid’ zitten.

In het de komende jaren te completeren vierluik Soul lichten de choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud de doopceel van publiek én danser. Op zoek naar de ware aard achter performer en publiek sloopt het choreografenduo de denkbeeldige grens tussen danspodium en toekijker.

Hier maken de toeschouwers in persoon deel uit van de choreografie, en aldus van de voorstelling. In het cabaret usance, vooral als je op de eerste rij plaatsneemt ben je algauw de sigaar, in het dansveld is het uniek, zelfs ‘not done’.

Wat zet een performer in beweging, wat beweegt hem om voor een choreograaf en uit naam van dat ‘hogere’ als ‘de kunsten’ dag in dag uit steeds weer tot het uiterste te gaan en de eigen grenzen voortdurend te verleggen? Is toekijken in het theater een intrinsiek actieve of passieve rol? Waarom doen ze allebei wat ze doen?

Ondertussen vallen in Soul #2 Performers grote woorden over creatie, in het moment zijn, over vrijheid, over ‘blondes have more fun’, over dans als obsessie, als een beweging tussen hemel en aarde, als een medium.

Publiek en performer, een twee-eenheid. Onderzochten choreografen Isabelle Chaffaud en Jerôme Meyer in hun eerdere voorstelling Soul#1 Audience met name (de rol van) het publiek, in deze #2 gaat het vooral om de mens achter, de binnenwereld van de danser. Maar de danser kun je hier niet los zien van het publiek, noch andersom.

Zoals Mulisch in Voer voor psychologen al stelde: ‘Niet de schrijver [lees: choreograaf] maar de lezer [toeschouwer] moet fantasie hebben […] Een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.’

Al bij het betreden van de zaal hadden de bezoekers zich op verzoek rond een van de zes performers geschaard, en die leidde hen daarna rond over de speelvloer, liefst met de ogen dicht. Patronen volgen, geïmproviseerde groepssculpturen. Een gevoel van intimiteit wordt opgebouwd en dat wordt versterkt wanneer de performers even later direct oogcontact zoeken met de bezoekers die hen omringen. Indringend moment, temeer daar de voorstelling zich vlak voor je ogen ontrolt. Je zit op huid van de dansers, voelt ze ademen.

Alleen daardoor al is de beleving geheel anders dan de waarneming vanuit het pluche comfort van de theaterstoel. De zaal als parallel universum: de danser vertolkt zijn eigen rol maar het publiek ook, al doet zij dat soms zonder er zelf erg in te hebben. Interactie, het ene publiek is het andere niet, en de ene avond is de andere niet. Het publiek doet alsof het zelf niet bestaat. Maar dat bestaat dus niet.

In Soul#2 Performers worden intussen pareltjes aaneengeregen! In een mix van moderne dans, performance en circus – er is zelfs een duet tussen een danser en een trapezewerker die laag boven de vloer hangend haar acrobatische kunsten vertoont – zijn er prachtige staaltjes te bewonderen, in een ‘bewegingstaal’ die zich moeilijk in woorden laat vatten, door dansers die stuk voor stuk laten zien over persoonlijkheid te beschikken.

Meyer-Chaffaud: Soul #2 Performers. Tournee van eind september tot en met medio oktober 2018. Meer informatie: Meyer-chaffaud.com.