Carnivale 2018 metershoog de lucht in

“Glühwein,” antwoordt Anne van der Zwaard van Carnivale.

“Zodra ik de overheersende kruidnagelgeur ervan weer opsnuif dan weet ik dat het begonnen is.” Van der Zwaard is samen met Joris Hentenaar bedenker en drijvende kracht achter het jaarlijkse Carnivale-feest.

De zevende editie staat op stapel. Het winterfeest draait om het samenbrengen van mensen in een setting van magie, betovering en verwondering. Daartoe wordt het Huijgenspark omgetoverd tot een soort van open vaudeville-dorp waar rariteiten, populair-wetenschappelijke acts en bizarre bezienswaardigheden door en over elkaar heen buitelen. Iets wat je het midden zou noemen van wat je ziet op een circus en een kermis – maar dan honderd jaar in de tijd terug.

Carnivale voorziet graag in de inwendige mens. Naast de drankorgels die in twee horecatenten staan opgesteld, is er straks volop winterse kost, van stamppot tot Dikke Patatten en Smouteballen. “Dat zijn kleine oliebolletjes. Ik ben er dol op.”

Maar de meest calorierijke hoofdschotel is en blijft toch het programma. “We hebben dit jaar een paar hele grote nieuwe acts,” verklapt Van der Zwaard. “De hoofdact is geheel spiksplinternieuw: de ‘Rocket Man’, bedacht en uitgevoerd door de man die voorheen bij ons ‘De Man van Twee Miljoen Volt’ deed. Nu wordt hij meters de lucht ingeschoten. Ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen. Er komt een fakir over uit Barcelona. Die gaat vurige dingen doen met klinkende zwaarden en glimmende haken, niet geschikt voor de weke maag,” waarschuwt ze alvast. Hij doet een show van drie kwartier, dat is lang voor Carnivale-begrippen. “In de namiddag is er een versie waar de hele familie naartoe kan.”

Een andere grootheid die Carnivale heeft weten te strikken voor editie 2018 is Oliver Zimmerman. “Hij is koordloper. Hij gaat grote hoogten bezweren door dwars over het Huijgenspark een oversteek te maken. Dat wordt hopen en bidden dat hij niet zal vallen,” lacht van der Zwaard. “Dit jaar is overigens De Steile Wand voor het laatst, want rijder Henny Kroeze gaat met pensioen. Het wordt letterlijk zijn slot-act, zijn allerlaatste, hier op de Carnivale. Met hem sluiten we ook zelf de editie 2018 af.”

Muziek
“Zelf ben ik dol op straatmuzikanten, ” zegt Van der Zwaard. “Al treden hier de meesten in een van de tenten op. The Balcony Players moet je horen en Street Beat Empire. Ook The Small Time Crooks zijn dit jaar van de partij, een ‘Haags’ begrip, maar ze hebben ook daarbuiten veel fans. Ook Sarina’s Blues zou ik niet missen. Zo nu en dan worden optredens opgeluisterd of afgewisseld door spannende danseressen.”

Parlando
Als eind december het park wederom in vuur en vlam gaat fungeert levende legende Fritz Parlando wederom als directeur en gastheer. “De bende van de Carnivale staat onder zijn denkbeeldige leiding, hij slaat met zijn grote maar warme knoesten om alles en iedereen heen en houdt alles gezellig bijeen. Dit is de derde editie dat hij bij ons is. Hij leidt ook het boksgala. Daar wordt ouderwets gebokst met als omheining van dat ruwe, rafelige touw en met talkpoeder dat je om de oren vliegt. Het zijn echte boksers, maar met een twist. Soms belandt spontaan een mafkees uit het publiek en met een grote bek binnen de touwen, maar die wordt dan wel op z’n nummer gezet.”

Vrijwillig
“Daar ben ik nog het meest trots op,” glimt Anne van der Zwaard. Natuurlijk is ze als een pauw zo trots op het programma – dat wederom als een huis staat – maar de belangeloze inzet en deelname van een leger aan vrijwilligers aan het welslagen van Carnivale, dat maakt haar pas echt blij. “Dat de hele buurt jaar in jaar uit meedoet is fantastisch.” Maandagavond had ze de eerste bijeenkomst met ‘haar’ ploeg. Honderdvijftig man op dit kluitje samengepakt,” wijst ze naar Café De Overkant vanuit het PvdA-honk van de afdeling Den Haag waar tijdelijk de ‘headquarters’ van Carnivale gevestigd zijn. “Straks zijn dat er wel zo’n 180.”

Glühwhein dus, hectoliters. Het is het favoriete drankje van de jaarlijks doorgaans meer dan tienduizend Carnivale-bezoekers. Om hoeveel het in totaal van het kruidnageldrankje gaat tijdens de vier dwaze dagen, hangt af van de buitentemperatuur, vertelt ze. “Grappig is dat. Zodra het minder koud is lopen de speciaalbiertjes het best.”

Carnivale. Van donderdag 27 tot en met zondag 30 december 2018. Meer informatie: carnivale.nl.

Advertenties

Pure angst en beklemming

Astrid Holleeders ‘Judas’ op toneel

Aantekeningen waren het, voor haar dochter, bedoeld voor als ze er ‘opeens’ niet meer zou zijn. Het werd een boek, een bestseller. En straks een film en tv-serie. Maar eerst is er het toneelstuk over deze ‘familiekroniek’.

“Een indrukwekkende en mooie vrouw,” vindt Johan Doesburg. Hij beschrijft het moment dat hij oog in oog kwam te staan met Astrid Holleeder. “Ik heb veel respect voor haar omdat ze zich heeft weten te ontworstelen aan het moeras waar ze in zat.”
Astrid versus Willem. Zij: strafrechtadvocaat; hij: nietsontziend crimineel. En dat binnen het geheel van een en dezelfde familie. “Dat gegeven alleen al is theaterwaardig, nog afgezien van allerlei loyaliteitskwesties die haar daarbij parten spelen,” zegt Johan Doesburg, regisseur van de toneelvoorstelling ‘Judas’. “Ze kwam voor enorme morele dilemma’s te staan.”

Astrid Holleeder schreef twee boeken over het leven met haar broer, de vaak voor ‘knuffelcrimineel’ en door sommigen als nationale held versleten Willem. In 2017 verscheen ‘Dagboek van een getuige’, een jaar daarvoor ‘Judas’. Laatstgenoemd boek was haar ‘coming out’, haar moedige opstand tegen haar broer. Zelf doopte ze ‘Judas’ tot een familiekroniek.

Weinigen wisten dat Willem Holleeder zijn familie terroriseerde, afperste en bedreigde. Kinderen, vrouwen, aangetrouwde familie, en zelfs zijn eigen moeder Stien konden dertig jaar lang niet aan zijn despotische gedrag ontkomen. Ttot op de dag van vandaag: nu Astrid over geld beschikt dankzij haar publicaties, eist ‘De Neus’ de helft op omdat zij dat over zíjn rug zou hebben verdiend.

Doesburg, die op een blauwe maandag en in een grijs verleden sociale psychologie in Leiden studeerde, noemt haar boek ‘Judas’ emancipatorisch. “Hoe zij zich heeft weten te ontworstelen aan de tirannie in haar familie is ongelooflijk. Door haar aan alcohol verslaafde vader – en later door haar broer – werd ze in alles volkomen gedwarsboomd, geblokkeerd in wat je maar kunt bedenken. Ze mocht, bijvoorbeeld, niet sporten of studeren. Maar heeft allebei toch gedaan. Als haar vader iets niet beviel of een verkeerde glimlach op je gezicht dacht te zien, werd je zonder pardon in elkaar getrimd of van de hoge trap naar beneden gedonderd.”

Clan
“Ik had geen enkel boek over criminaliteit in de boekenkast toen ik voor deze productie werd gevraagd. Wat mij aan Astrids verhaal boeide was dat ze deel uitmaakt van een ‘clan’. In een ‘clan’ word je geïntimideerd en gechanteerd om mee te werken. Je kunt er wel in maar nooit meer uit, op straffe van levenslange uitstoting of de dood.”

Verraad
“Deze voorstelling is voor mij een vertelling over loyaliteit en verraad,” vertelt Doesburg. “Astrids persoonlijke dilemma is dat zij vanwege haar bekentenissen ten opzichte van haar familie en haar broer verraad pleegt, en dus een Judas is. Ze is door haar ‘verraad’ levenslang vogelvrij verklaard. Ze kan niet zomaar ergens een kopje koffie gaan drinken als ze dat wil, ze trekt noodgedwongen van de ene naar de andere beveiligde woning, en ze staat permanent onder bewaking. Ze is rationeel, maar ook erg emotioneel ingesteld. Ze houdt nog altijd van haar broer, zegt ze, voelt een grote verbondenheid met hem.”

De psychologische theaterthriller wordt verteld vanuit het perspectief van vier vrouwelijke omstanders van ‘De Neus’: zijn twee zussen, moeder en nichtje. Ze waren bij een van de repetities. Dat was een onwezenlijke ontmoeting, zegt Doesburg.

“Ze zien elkaar bijna dagelijks, als overlevenden op een reddingsvlot, de vrouwen houden elkaar overeind. Ze voerden gesprekken met mij en met de actrices. Het is trouwens uniek dat vier in leven zijnde personen hun theaterpersonage spreken, dat is in het theater niet eerder vertoond.”

Het ‘verbeelden’ van Astrid als theaterpersonage bleek geen sinecure. “Delicaat natuurlijk, het luistert heel nauw. Eerder heb ik iets soortgelijks aan de hand gehad bij ‘De Prooi’ van het Nationale Toneel met ABN-topman Rijkman Groenink. Maar die wilde als persoon buiten schot blijven.”

Astrid Holleeder heeft actief meegewerkt aan de totstandkoming. “We hebben vijf of zes gesprekken met haar gevoerd én ze heeft het script gelezen.” Onlangs bezocht ze de voorstelling. “Ze was ontroerd,” vertelt Doesburg , waarop hij de cast prijst, met daarin Renee Fokker als Astrid, Margo Dames als Sonja, Trudy de Jong als Holleeders moeder Stien en actrice Eva van de Wijdeven als de dochter van Astrid.
Of hij zich bedreigd voelt of heeft gevoeld? “Welnee, als regisseur ben ik altijd op afstand gebleven.”

‘Judas’ is op zaterdag 15 en dinsdag 18 december 2018; en op vrijdag 1 februari 2019 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Lam Gods 2.0

Het wereldbeeld van Milo Rau

Wie zijn de Adam en Eva van nu? En wie Maria, wie de Verlosser? Bij NTGent is theatermaker Milo Rau naar ze op zoek gegaan. Hij laat ze en passant uit de lijst stappen van hét ijkpunt van de westerse schilderkunst: het Lam Gods, uit 1432.

Terug naar het paradijs: de Villakapel van de Sint-Baafskathedraal te Gent. De Aanbidding van Het Lam Gods. Oog in oog met een wereldwonder, een middeleeuws mirakel. Het staat verdekt opgesteld, achter opgestapelde lagen van millimeterdik veiligheidsglas, dat wel. Maar de woelige geschiedenis van het altaarstuk, mijlpaal in de westerse schilderkunstgeschiedenis, rechtvaardigt dat.

Bijna vernietigd door protestanten, verdwenen, buitgemaakt door Napoleon en de nazi’s, bedreigd door brand, uit elkaar gehaald, gekopieerd, vervalst, gesmokkeld, illegaal verkocht, gecensureerd, aangevallen door beeldenstormers, verborgen, vrijgekocht, gered en keer op keer gestolen… Nog altijd is de ‘Rechtvaardige Rechters’, een van de twaalf panelen zoek, nadat het in 1934 verdween.

De glazen kooi in de Villakapel moet trouwens ook de jaarlijks honderdduizenden pelgrims en toeristen die van heinde en verre toestromen om het te bewonderen en soms te aanbidden, op eerbiedwaardige afstand houden. Sinds het retabel door de gebroeders Van Eyck (eerst Hubert, daarna Jan) in 1432 werd voltooid, is geen kunstwerk ooit zo belaagd.

Olieverf
De 12 eikenhouten panelen van Lam Gods scharnieren op de rand van middeleeuwen en renaissance. Het werd destijds regelrecht beschouwd als een wereldwonder: De landschaps- en stadsschilderingen, de materieweergave, het gevoel voor perspectief en groepscompositie en de levensechte afbeeldingen van het menselijk lichaam: ze waren ongeëvenaard verfijnd dankzij het gebruik van olieverf.

Het altaarstuk is – en dat was voor het eerst in de geschiedenis – volledig opgebouwd uit olieverf. De gebroeders hadden het procédé vervolmaakt, er wordt gefluisterd dat zij zelfs de uitvinders waren. Met olieverf is het mogelijk laag na laag op te brengen. Het toen veelgebruikte onoverschilderbare eitempera was opeens hopeloos ouderwets. Voor de gemiddelde Middeleeuwer moet de aanschouwing van Lam Gods een bizarre, vrome én sensationele ervaring geweest zijn geweest, te vergelijken met zoiets als ‘virtual reality’ nu.

Het altaarstuk over de christelijke heilsgeschiedenis omvat 26 taferelen, verdeeld over liefst 25 vierkante meter, en leest als een stripverhaal avant la lettre. Het retabel heeft een Weekzijde (zijluiken gesloten) en een Feestdagzijde (geopend op zondagen en religieuze feestdagen).

De Weekzijde geeft de annunciatie weer van de komst van de Verlosser, terwijl op de Feestdagzijde de aardse realiteit plaats maakt voor de zuivere schoonheid van het hemelrijk van de Verlosser.

De panelen zijn bevolkt met heiligen, kluizenaars, pelgrims, rechters, engelen, apostelen, Adam & Eva, martelaren, rechters, aartsvaders en kruisvaarders. Van heinde en verre en uit vier windstreken zijn zij komen toestromen op de offerande van het Lam. Onder hen ook eigentijdse modellen, dat was revolutionair indertijd, en onder hen ook de opdrachtgever en de beide Van Eyckjes zelf.

Verhalenvertellers
Dit bijna zeshonderd jaar durende aanloopje beweegt zich vanaf nu richting Milo Rau. Als kersvers aangetreden artistiek directeur van NTGent heeft hij voor zijn openingsproductie bij NTG de mengeling van personen op Lam Gods als uitgangspunt genomen voor een versie met een dwarsdoorsnede uit de Gentse bevolking van nu, stromen samen, zoals dat ook op het retabel gebeurde. Rau laat ze als het ware uit de lijst van het schilderwerk stappen en simpelweg en ze vervolgens op het podium ongekunsteld en in hun eigen woorden zelf hun (levens)verhaal vertellen.

De voorwaarde die Rau vooraf aan ze stelde was om zich te identificeren met een van de figuren uit Lam Gods. En zo kan het gebeuren dat een moderne Eva (‘want ik ben zó vruchtbaar’) op het podium plaatsneemt naast haar eveneens in adamskostuum gehulde Adam; dat de moeder van een Syriëganger zich opwerpt als nieuwe Maria op; en dat een voormalige vluchteling uit Afghanistan zich als moderne Christoffel beschouwt omdat hij net als deze heilige een kind op zijn schouders meedroeg tijdens zijn voettocht.

In de voorstelling annex performance van Rau spreken elf personen ons om beurten toe, daartoe uitgenodigd en aangemoedigd door twee oudgedienden van NTG, de acteurs Frank Focketyn en Chris Thys. Niet alle elf spreken ons in levende lijve toe, er staan ook getuigenissen op video: sommigen voelden een te zware druk opkomen om live acte de présence te geven.

De getuigenissen worden nu en dan onderbroken door een engelachtig kinderkoor van Gentse jongens en meisjes dat live plaatselijke volkswijsjes zingt. Ook kijken ze toe bij alles wat op het podium en videoscherm voorbijtrekt – tot de innige naaktscènes aan toe, net zoals op hun beurt de kudde schapen die in den beginne onder leiding van een herder de toneelvloer op werden geleid.

Alles in de zaal gebeurt zacht en sereen en dat levert een onnadrukkelijke kalmte op. Zelfs als uit correspondentie van de jihadganger wordt geciteerd, is het er op het bedaarde af fluisterstil. Maar monumentaal stil. Juist daardoor hebben de verhalen geregeld een verpletterende uitwerking, en ontroeren ze diep. Het meest aangedaan was ikzelf toen met videobeelden het slachten van een schaap werd getoond, terwijl gelijktijdig op het podium een van de schapen werd geschoren.

Doodsbedreigingen
Milo Rau is uit op ‘een mondiaal volkstheater’, zoekt ‘globaal realisme’ en een ‘stadstheater van de toekomst’. Bij zijn ‘voorstellingen’ (soms zijn het ‘re-enactments’ of performances) zet hij bij voorkeur amateurs – en ook dieren – in naast profacteurs, als in een ‘theater van allen, voor allen’. Rau in deel twee van een ingezette reeks ‘Gouden Boeken’ waarin hij zijn opvattingen uiteenzet: ‘Theater moet een act zijn, geen vertoning. We willen het theater voor de stad openstellen en de stad voor theater. Lam Gods is ons geschenk aan Gent door het democratische gebaar van de gebroeders Van Eyck te herhalen’.

Rau werpt daarbij meteen een serie wezensvragen op over theater én een politiek-theatraal manifest: ‘Van wie is de stad? Wie mag op het podium staan? Wie mag spreken?’ En dus plaatste NTGent voor Lam Gods oproepen in lokale kranten: ‘Hebt u uw broer (of zus) gedood of ernstig gekwetst? Vocht u voor IS, voor andere religies? De afzender: lamgods@ntgent.be. De weken voorafgaand aan de première slaagde de Zwitser er op die manier in om de kwestie van een nieuwe stadsrealiteit hoog op de stadsagenda te krijgen. Daarvan getuigen in ieder geval het grote aantal en de erg uiteenlopende reacties in het Gouden Boek bij Lam Gods: tot aan doodsbedreigingen voor de spelers en betrokkenen aan toe.

Daad
Na afloop van een van de voorstellingen in Gent nam Rau plaats in een portocabin die vóór de schouwburg was opgesteld. In deze ‘waarheidskamer ‘ liet Rau zich onderwerpen aan een kruisverhoor door een journalist, terwijl hij daarbij zelf was verbonden aan een leugendetector. Vraag: Zou Rau zelf een levend schaap slachten op het podium? Antwoord, na enig aarzelen: ‘Ja.’ Rau weet als geen ander theater tot een daad te maken. In woord en gebaar. Het zou me benieuwen wat er gebeurt als de Nachtwacht eens tot leven wordt gewekt.

kader
Brandhaarden
Werk van Milo Rau staat vanaf 24 januari tot en met 6 februari 2019 centraal op theaterfestival Brandhaarden. Het festival in Internationaal Theater Amsterdam biedt jaarlijks een podium aan een internationaal gerenommeerde theatermaker of een gezelschap. Op het programma van Brandhaarden 2019 staan Lam Gods (NTGent), Die 120 Tage von Sodom (Schauspielhaus Zürich en Theater Hora), Lenin (Schaubühne Berlin), Empire (IIPM), Five Easy Pieces (Campo / Kunstenfestivaldesarts) en La Reprise, l’Histoire du théâtre I (NTGent / Kunstenfestivaldesarts). Er is tevens een uitgebreid (B)randprogramma te bezoeken met documentaires, gesprekken en ontmoetingen. Op 29 januari vertelt Milo Rau op het podium van de Rabozaal tijdens An evening with Milo Rau meer over wat hem beweegt en inspireert.

kader
Milo Rau?
Milo Rau (Bern, 1977) is theatermaker, filmmaker, socioloog, schrijver en journalist. In september 2018 trad hij aan als directeur van NTGent. Hij gaat te werk als een kunstenaar/activist/journalist die de vinger op de zere plek legt, niet om te choqueren of te confronteren maar om vragen te stellen.

Hij maakt bij voorkeur producties over sociale of politieke misstanden, bezien door de ogen van betrokkenen. Zo ging Lenin over de gelijknamige Russische president, Empire over Syrische vluchtelingen en Five Easy Pieces over de zaak-Dutroux. Rau construeert ‘gebeurtenissen’ op basis van onderzoek.

Rau is vooral bekend van ‘re-enactments’, het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen, meestal op de plaats waar ze oorspronkelijk plaats vonden. In Nederland was er begin 2018 veel aandacht voor The Congo Tribunal. Daarin verzamelde Rau slachtoffers, daders, getuigen en analisten van de Congolese oorlog en bracht ze voor een burgerlijke rechtbank samen in oostelijk Congo.

Donderdag 24 tot en met zaterdag 26 januari 2019 in Stadsschouwburg Amsterdam.

Paradijsvogel in polderland

Sven Ratzke brengt jubileumshow It’s Wunderbar

Sven Ratzke is waarlijk een fenomeen. In zijn nieuwe show It’s Wunderbar kijkt hij terug op parels uit zijn repertoire. Dat gaat van Bowie tot Brecht en van Shaffy tot Lou Reed, uit een periode van de bijna 20 jaar dat hij als prof op de bühne staat. Maar hij verrast zijn publiek ook met nieuwe ontdekkingen.

“Het is heel organisch gegaan,” blikt Ratzke terug op zijn geboorte als podiumbeest, “eigenlijk heel ‘naturel’. Ik ben opgegroeid in een commune, een hippieachtige omgeving met alleen volwassenen om me heen. Als kind wilde ik ze steeds vermaken. Het was dus snel duidelijk dat ik het podium op zou gaan, al was toen nog niet duidelijk in welke vorm: acteur of maker. Maar ik heb nooit iemand thuis tussen de schuifdeuren nageblèrd, ik ben niet met een zelfgebouwde microfoon Madonna na gaan doen of zo, ik heb geen idolen. Ik ben een ‘verzamelaar’, vergelijkbaar met Bowie, die ook alles gebruikte wat hij tegenkwam. Die verzameling van invloeden vormt voor mij steeds een puzzel waarin alles samenkomt.”

Zijn ‘doorbraak’ vond plaats op theaterfestival Boulevard in Den Bosch, in een tentje voor een hooguit 15-koppig publiek. Hij beschouwt het als het beginpunt van zijn podiumcarrière. In It’s Wunderbar vertelt hij daar over. Ratzke: “Iedereen dacht: Wat is dit voor freak? Ik kreeg toen ook al snel het label van androgyniteit opgelegd. Met dat label drijf ik overigens graag de spot.”

Het jaar voordien was hij al op de Boulevard te vinden, vertelt hij. “Met een muziektheatergroep die een voorstelling deed in een roze woonwagen waar twintig mensen in pasten. Ik stond er mensen à la Parade naar binnen te praten. Toen zij zeiden dat ze dat leuker vonden dan wat er in de woonwagen gebeurde, werd ik natuurlijk ontslagen.”

In It’s Wunderbar heeft de beurtelings in Berlijn en Amsterdam woonachtige Ratzke naar eigen inzicht ‘ijkpunten’ bij elkaar gehaald uit zijn muziekcatalogus. “Er zit onder meer een nummer bij uit mijn eerste show dat ik zeventien jaar niet meer heb gezongen, en ‘Deutsches Sex Appeal’, een ode met een knipoog aan de Duitser. Ook trekken Brecht, Falco, Prince en Bowie voorbij. Het is een soort achtbaan. Je krijgt heel veel kleuren te zien en te horen. En er zitten verhalen in uit eerdere voorstellingen, zoals ontmoetingen die ik had met Hildegard Knef en mijn ontmoeting met Rudi Carrell.” Nog het meest van alles voelt hij zich een verhalenverteller, beweegt hij zich “ergens tussen fantasie en realiteit”.

Plannen te over. Vol energie zet hij zijn koers van de voorbije jaren voort. Voor de komende jaren staat een herhaling van het roject met sopraan Claron McFadden op stapel en komt hij met een vervolg op de eerste Bowie-voorstelling. “Dat wordt een intiem programma waarin ik zijn songs zing en word daarbij op de vleugel begeleid door Christiaan Pabst.” Ook gaat hij een grote musical maken.

Is hij ondertussen niet rijp voor de Koninklijke Schouwburg of het Zuiderstrandtheater? “Nou,” zegt de Nijmegenaar van geboorte, “ik ben verknocht aan De Nieuwe Regentes. Het is een bijzonder theater op een bijzondere locatie, een buurttheater, maar aan de andere kant zijn er ook programma’s die landelijk van betekenis zijn. Ik vind het er zo ontzettend leuk.”

It’s Wunderbar van Sven Ratzke is op vrijdag 14 december 2018 te zien in theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl.

Peter Heerschop spreekt… op zondagmiddag

Terugkerende talkshow in café-setting

Eventjes koesterde hij de vermetele hoop om in de gulden voetsporen te treden van Paul van Vliet, toen die hem zelf had verteld dat hij zou stoppen met zijn zondagmiddagprogramma’s in de Koninklijke Schouwburg. “Ik heb me aangeboden want het lijkt me mooi om de liefdevolle, hoopgevende boodschap die hij zo treffend en op zo’n mooie toon weet te brengen, voort te zetten. Maar met Harrie Jekkers stond er in de coulissen al een opvolger warm te lopen. Prima hoor, dat zal vast volle zalen opleveren.”

En dus tijgt gelauwerd cabaretier (o.a. NUHR), geboren columnist (radio 538) en getogen BN’er (tv) Peter Heerschop nu voor een aantal zondagmiddagen naar Theater aan het Spui. Heerschop: ‘Past ook beter bij mij’. Hij wil samen met zijn gehoor in de foyer een ouderwets gezellig samenzijn aanrichten. In een huiskamerachtige caféopstelling en met koffie, bier of wijn op tafel gaat hij in alle gemoedelijkheid de voorbije week eens doornemen. De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show is aldus zijn eigen Keek op de Week, zogezegd.

Iets soortgelijks doet hij eigenlijk, jaar in jaar uit, al op de vrijdagochtend, als columnist voor radiostation 538 met ‘Lieve Marianne’. “Maar,” legt Heerschop uit, “het verschil is dat bezoekers aan het woord komen en er opvallende gasten worden live uitgelicht. Dat hoeft niet bij voorbaat een Bekende Hagenaars (BH’ er) te zijn. Het kan ook gaan om een veelgeprezen supermarkthouder of een zwerver uit een stadsdeel, zoiets is mij net zo lief. Hagenaar of Hagenees, dat maakt mij ook niet uit. In gezamenlijk met het publiek iets tot stand brengen is mijn doel. Ik wil niet louter meer ‘zenden’. Ik zoek graag de dialoog. En iedereen moet kunnen meedoen. Bovendien ben ik graag eens gastheer.”

De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show is een talkshow, ‘een zondagse vertelling van geloof, hoop en liefde’, zegt hij, ‘een biecht richting ‘het komt allemaal goed’. “Dát is het gevoel. Het moet echt een belevenis zijn en een samenkomst. Een mengvorm van een kantine na een voetbalwedstrijd met de kerk op zondag en een stamkroeg. Het is ook een viering, een dienst – maar dan wel eentje op mijn manier, en zonder godsdienstige bijbedoelingen” vertelt heerschap Heerschop.

Enthousiasme
De radio 538-column ‘Lieve Marianne’, indertijd vernoemd naar zijn schaatsheldin Marianne Timmer, krijgt een plekje in dit namiddagtheaterprogramma, belooft hij. En de minister van Enthousiasme, zijn alter ego, vormt zijn onderlaag. Hij wil met bezoekers een Schaduwkabinet samenstellen, bestaande uit mensen die iets waardevols te melden hebben, “maar dan niet per se uit de politieke arena afkomstig. Iedereen mag namen voordragen.”

Als gecertificeerd sportfanaat moet hij de traditionele zondagmiddagsport nu af en toe laten voor wat het is. “Ach,” meent Heerschop, “één sportmiddag op twee maanden, dat is te doen.”

De eerste ‘bijeenkomst’, die van komende zondag, valt samen met een belangrijke voetbalwedstrijd: Ajax tegen ADO. Het laatste fluitsignaal daarvan heeft al lang en breed geklonken, ver voordat de eerste De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show aftrapt. “Belangrijke wedstrijd voor ADO”, vindt Heerschop. Voor Ajax niet dan? “Ehh, jazeker! Zo’n wedstrijd tegen ADO is traditioneel toch altijd net ietsjes pittiger.”

Peter Heerschop: De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show. In Theater aan het Spui op zondag 2 december 2018, zondag 17 februari 2019, zondag 7 april 2019 en zondag 12 mei 2019. Informatie en tickets: hnt.nl.

Vijf jaar ‘Piket’

Talentontwikkelingsprijs voor dans, toneel en schilderkunst

Eden Latham (schilderkunst), Jos Nargy (toneel) en Kinda Gozo (dans) zijn de winnaars van de Piket Kunstprijzen 2018. De prijswinnaars werden maandagavond in Theater aan het Spui en in aanwezigheid van alle genomineerden, drie per genre, in het zonnetje gezet. De winnaars kregen ieder een cheque van achtduizend euro plus een speciaal door kunstenaar Joep van Lieshout ontworpen sculptuur: een gegoten Piketpaaltje. Van Lieshout had nog een dwarsig loopbaanadvies voor ze in petto: “Als iedereen zegt dóen, doe het dan níet. En andersom.”

De Piket-onderscheidingen voor de disciplines dans, toneel en schilderkunst gaan uit naar professionele jonge kunstenaars tot 30 jaar die een sterke band hebben met Den Haag. Een vakjury buigt zich jaarlijks over een longlist die uitmondt in 9 nominaties. Met dit terugkerende initiatief beoogt de stichting mr. F.H. Piket de talentontwikkeling en het vestigingsklimaat voor de kunsten in en rond Den Haag te stimuleren. Frederik Hendrik Piket, in 1927 geboren in Den Haag als zoon van een suikerfabrikant en –groothandelaar, was behalve advocaat en kamerlid ook fervent kunstliefhebber. Na zijn overlijden in 2011 werd zijn kunstverzameling verkocht en zo zag de stichting mr. F.H. Piket het levenslicht.

Jubileum
De Piket Kunstprijzen viert dit jaar het eerste lustrum. “De prijs betekent echt iets voor de winnaars en de stad,” legt Cees Debets van Het Nationale Theater uit. “Het bedrag is substantieel meer dan alleen een behoorlijk financieel steuntje in de rug. De winnaars ‘toneel’ hebben zich daardoor als theatermaker verder kunnen ontwikkelen. Of neem de kersverse prijswinnaar voor toneel van dit jaar, Jos Nargy. Hij heeft eerder dit jaar besloten om niet meer te spelen en louter als theatermaker door te gaan. Nu kan hij die stap met een geruster hart doorzetten.”

Ook Maurits van de Laar, galeriehouder in Den Haag, onderstreept het belang van de prijs: “Voor jonge kunstenaars is dit veel geld, een bedrag waar je echt wat mee kan. De prijs is nog niet genoeg doorgedrongen, maar dat komt nog wel.”

“Het is prachtig dat er überhaupt een organisatie is die zich voor talentontwikkeling inzet,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. “De opleiding en de gezelschappen hebben ieder een taak te vervullen. Maar afgestudeerde dansers en choreografen belanden aan het begin van hun carrière vaak tussen wal en schip. Het is al moeilijk genoeg om een plek te vinden. En dit niet-lullige bedrag helpt ze om een lijn voor zichzelf uit te zetten.”

Cultuurwethouder Robert van Asten mocht de Piket Juryprijs uitreiken. Die ging dit jaar naar dansdocent en ballet-repetitor Hedda Twiehaus van het Nederlands Dans Theater. Ze kreeg de prijs voor haar jarenlange werk en inzet ten faveure van jonge dansers.

Hij ziet de twee kunstvakopleidingen in Den Haag als motor voor een sterk vestigings- en makersklimaat. “Met de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium hebben we twee gerenommeerde opleidingsinstituten binnen de stadspoorten. Studenten uit de hele wereld komen hierheen – en vaak blijven ze hier.”

Dodendans

Reprise van succeswerk

Jasper van Luijk vat met Quite Discontinuous zijn fascinatie voor levenloosheid in een choreografie van de rouw. Hoe reageren we op de dood van een dierbare? En hoe gedraagt een groep zich als een lid wegvalt?

Quite Discontinuous was mijn eerste avondvullende productie. Ik was 23 en net afgestudeerd aan de Artez Dansacademie. Mijn vader was opgegeven, had afscheid genomen van het leven. Maar bij een allerlaatste operatie bleek dat hij zijn leven terug had, van het ene op het andere moment. Surrealistisch natuurlijk. Voor hem, net als voor mij.’

Quite Discontinuous komt voort uit deze persoonlijke, intieme bron. Ik ben trots op dit werk omdat het mij persoonlijk raakt, en ook omdat ik er internationaal succes mee had. Delen ervan zijn door verschillende dansgroepen aangekocht en ingestudeerd. Maar dit stuk is daarna nooit meer integraal gedanst. Ik ben blij dat dat nu wel gaat gebeuren.’

‘Ergens hier in huis staat een doos met daarin een stuk of acht harde schijven. Op een ervan staat een registratie van Quite Discontinuous, in 2013 vanuit verschillende hoeken gefilmd. Die moet ik opzoeken want ik ga de choreografie instuderen en maak dan gebruik van deze videobeelden, ook al heb ik de choreografie nog grotendeels in mijn hoofd en zijn veel bewegingen nog in mijn lijf opgeslagen. De videobeelden helpen me om de bewegingen er bij de dansers – anderen dan toen – in één week in te stampen. Dat is erg kort, maar ik wil dat graag zo doen omdat we dan nog drie weken over houden om te bekijken waar en hoe we het stuk sterker kunnen maken.’

‘Het thema van de dood komt regelmatig terug in mijn werk, in Happily Ever After bij Maastd bijvoorbeeld en Previously cited bij Korzo producties. Fascinatie of obsessie? Voor mij is het een fascinatie. In mijn hoofd ben ik dagelijks met de dood bezig. Voor iedereen is de dood de stip op de horizon, daarna is het echt klaar. Het is ook de enige zekerheid in het leven. Op een bepaalde manier vind ik dat prettig. Het bijzondere is ook: niemand neemt je jouw eigen, unieke doodservaring af – ook al weet je nog niet hoe het zal gaan. Het is bij uitstek ook het moment dat je beseft dat je lééft. Heel rijk eigenlijk, als je erover nadenkt. Ik ben niet gelovig in de klassieke zin van het woord, ik geloof niet in een hiernamaals of zoiets. Wel in energie.’

‘In Quite Discontinuous zie je vier dansers. Zij voeren je mee naar twee delen: een voor en een na de dood. In het begin van het eerste deel ben je getuige van een denkbeeldige autocrash. Je ziet een kluwen in elkaar verstrengelde lijven. Uit alle macht proberen de vier elkaar vast te houden, niet los te laten, elkaar te beschermen. In het tweede deel komt dat moment, dat beeld van die crash terug, maar dan in een versneld tempo. Uiteindelijk komt de dood heel hard binnen, ook al voel je vanaf het begin spanning in de lucht al wel trillen. Met dat gegeven spelen we. Er is veel partnerwerk en er zijn enkele solo’s. Elke aanraking, elke hand, elke spierspanning op het lichaam is heel precies gerepeteerd. Ik ga het stuk verder niet uitleggen, het publiek moet zelf kunnen associëren. Als choreograaf wil ik aanknopingspunten aanreiken.’

‘De dood. Geen sexy thema, nee. Rottig te marketen ook. Jammer dat veel mensen alleen iets leuks willen zien: kunst als instant entertainment, maar gelukkig is het theater geen SBS 6. Quite Discontinuous is een mooie voorstelling, niet te zwaar ook. Er gebeurt veel, het kan ontroering teweeg brengen maar ook een plaatsbepaling zijn: Waar sta je zelf wanneer het gaat over de dood?’

‘Vorig jaar heb ik hier in Utrecht mijn eigen gezelschap SHIFFT opgericht, ik sta nu op eigen benen. Tegelijk is er nog altijd de steun van danshuis Korzo in Den Haag en De Nieuwe Oost in Arnhem. Utrecht is een perfecte stad voor mij. Met SHIFFT wil ik bouwen aan een sterkere danscultuur in Utrecht. De gemeente zorgt voor enige ondersteuning en vanuit deze stad werken naast SHIFFT ook De Dansers en danstheatergroepen DOX en 155. Jammer is dat hier geen hbo dansopleiding gevestigd is. Wel is er een mbo hiphopschool. Ik vind nieuwe dansvormen heel interessant. Ik houd van cross-overs, bijvoorbeeld tussen hiphop en moderne dans, tussen andere achtergronden en mijn eigen westerse. Het ligt echter aan de inhoud van het concept en de energie binnen de cast welke dansers daar geschikt voor zijn.‘

‘Voorlopig maak ik met SHIFFT twee producties per jaar. En hebben we een residentieprogramma voor jonge dansmakers. We dragen zo bij aan een sterkere Utrechtse danscultuur. Het mooie daarbij is dat ik hier aan huis een kleine repetitiestudio heb, waar we bijvoorbeeld kunstenaars voor een residentie kunnen uitnodigen.’

Kader
Jasper van Luijk (1987) studeerde dans aan de ArtEZ Dansacademie in Arnhem. In 2012 won hij de ITs Choreography Award, een prijs voor pas afgestudeerd choreografietalent. Daarna besloot hij om zich fulltime op choreograferen te richten. Hij maakte producties voor Korzo, De Nieuwe Oost, Huis Utrecht en MAAStd. Jasper van Luijk maakt deel uit van de directie van het ITs Festival.

Naast Quite Discontinuous brengt Luijks initiatief SHIFFT komend voorjaar de nieuwe choreografie Still uit, voor twee dansers, een acteur en twee muzikanten. In het seizoen 2019-2020 brengt SHIFFT een duet uit tussen een danser en een fotograaf rond de hedendaagse beeldcultuur. Meer informatie: shifftutrecht.com.

Kader
Jasper van Luijk bewoont midden in het Museumkwartier van Utrecht, nabij de Geertekerk, ingeklemd tussen het licht meanderende Singel en de Oude Gracht een Villa Kakelbont-achtig pand. Je moet eerst door een zigzag voorportaal  van dertig meter voordat je dat bereikt. Daarna kom je op een idyllische, in voorjaar en zomer weelderig groene soms totaal overwoekerde binnenplaats. Het is er altijd fluisterstil, een aangenaam briesje strijkt er steeds door je haren.

De aanpalende ‘studio-in-huis’ heeft eigen slaap- en sanitaire voorzieningen, en ademt een licht soort ‘Parade-sfeer’: klein, intiem en romantisch. ‘Daar vinden nu en dan optredens plaats in het kader van de residenties die we hier op gezette tijden organiseren. Ook is er een ruim bemeten keuken die volledig is toegerust. Mijn schoonmoeder, choreograaf Wies Merckx, verhuurt deze ruimtes aan ons, ze leven en wonen in Frankrijk. Geweldig om hier te wonen en te werken. Het is hier leven als een god in Utrecht.’