De luiken moeten open

Debuuteditie driedaags China Festival

Afhaalchinees. Sinds jaar en dag een begrip, zelfs in taalbijbel Van Dale gebeiteld. Nederlanders zijn wát blij met Chinezen, zo wijzen onderzoeken uit.

Niet enkel door de spreekwoordelijk overvloedige maaltijdporties, maar, zegt organisator Melvin Chang, “ook omdat Nederlanders ‘geen last’ van ze ervaren.”

Er bestond vuurwerk in China lang voordat het als buskruit alhier knallend zijn intrede deed. De gemiddelde Chinees, zegt Wikipedia, kent ongeveer 4.000 karakters uit zijn hoofd, kom daar maar eens om met onze 26 Latijnse alfabetletters. Net zoals hun ouders dat zelf in eerdere tijden deden, volgen derde en vierde generatie Chinezen in Den Haag particuliere Chinese taalles, veelal op de zaterdagnamiddag. En ze doen dat vol overgave, zo laat de nieuwe documentaire ‘Voorbij Chinatown’ zien die socioloog Boudie Rijkschroeff speciaal maakte voor het aanstaande en allereerste China Festival in Den Haag, dat een mix belooft te worden van oude en nieuwe Chinese cultuur.

Den Haag heeft, zoals vele steden, een heus ‘Chinatown’. De in 2009 in origineel Chinees steen te Shanghai uitgehouwen toegangspoorten en de rode lampionnen markeren het gebied in de Haagse binnenstad. De viering van Chinees Nieuwjaar in Den Haag is landelijk toonaangevend. “En dat proberen we met dit festival ook te bereiken,” zegt Melvin Chang, organisator van het China Festival. Chang is van Kantonese (Guanghzou, Zuid-China) afkomst: “De ‘jiaxiang’ [afkomst]  speelt in de Chinese cultuur een zeer belangrijke rol. Ook al ben je al generaties in Nederland: de afkomst is doorslaggevend. Maar de wereldwijde diaspora van Chinezen heeft zijn sporen getrokken: “Velen hebben Indonesisch, Surinaams of Maleis bloed door de aderen stromen.”

Hip
Het moderne verhaal van de gemeenschap Chinezen in Nederland begint rond de jaren twintig van de vorige eeuw toen nomadische zeelieden hun kampement opsloegen in onder meer Rotterdam (Katendrecht), Amsterdam en Den Haag. Eenmaal gesetteld, verspreidden ze zich over de rest van Nederland. Melvin Chang, organisator van het China Festival, schetst een beeld van de nu 15.000 ‘Chinezen’ in Den Haag. Van oudsher zijn het ondernemers.

Chang: “Dat is uit noodzaak geboren. De schoorsteen moest immers roken.” In Den Haag was in 1933 Het Verre Oosten het eerste Chinese restaurant, gevestigd aan de Laan van Meerdervoort nummer 50. Hijzelf runt restaurant Lung Fung, tegenover Station HS, ‘zoals vele ‘Chinezen’ boven de vijfentwintig nog altijd in de horeca werkzaam zijn,’ vertelt Chang in afspreekplek het Chinese sushi- en grillrestaurant Shizo van zijn broer. “Tot op de dag van vandaag zijn Chinese restaurants familiebedrijven, al brokkelt dat langzamerhand af.”

In snelle pennenstreken schetst hij een ‘moderne’ tegenkant : “Kinderen van de jongste generatie Chinezen in Den Haag gaan het liefst uit eten in Koreaanse restaurants. Want dat is hip. Op tv en via internet kijken ze naar Koreaanse soaps. Waarom dat zo is? Het uiterlijk van Koreaanse vrouwen komt hun verfijnder voor. Bij onze jongste generatie is het kennelijk uiterlijk vertoon dat de klok slaat.”

Kung Fu
Toch reikt hij de jonge generatie graag de hand. “Het festivalprogramma is samen met jonge Chinese Nederlanders tot stand gebracht, en zíj hebben de website in elkaar gestoken. ‘This is not a Kung Fu festival,’ opent die uitdagend.

“De Chinese gemeenschap, wij, willen graag de luiken openen. Als groep zijn we te lang op onszelf gebleven. Voor autochtone Nederlanders zijn we een gesloten bolwerk geweest. Het is tijd om uit de spreekwoordelijke schulp te kruipen, de muur om ons heen af te breken. De tijd is gekomen om ons verhaal te vertellen, het gesprek aan te gaan over afkomst, over onze kunst en cultuur, onze gebruiken en onze normen en waarden. Hoe? Door generaties Nederlandse Chinezen en andere Nederlanders samen te brengen met een film- en theaterprogramma. Filmhuis Den Haag en Theater aan het Spui worden daartoe omgetoverd tot een ‘ontmoetingsplaats’.”

Het programma vermeldt naast het genoemde filmdocument ‘Voorbij Chinatown’ ook ‘De keuze van mijn vader’ en de speelfilms ‘The kid from the Big Apple’ en ‘Lilting’. Het theateraandeel wordt geleverd door de Shenzhen Arts Group met ‘Happy Spring Festival: China Impression’. De show bevat oude en nieuwe Chinese kunstvormen, waaronder Chinese opera, dans, zang, muziek, martial arts en acrobatiek. Ook kun je bij ze de kunst van het ‘Face-changing’, gezichtsverandering, gewaarworden, waarbij maskers razend snel worden gewisseld, een truc die naar verluidt zelfs in China zeldzaam aan het worden is.

De bekendste Chinese onderneming in Den Haag? Chang, peinzend: Huawei? Supermarktketen Oriëntal dan soms? Hij moet breeduit lachen om het antwoord: ADO Den Haag natuurlijk!

China Festival. Van donderdag 22 tot en met zaterdag 24 februari 2018. Meer informatie: chinafestival.nl.

Advertenties

Fascinatie voor het circusleven

Kattenkwaad op zijn ‘Ashtons’

Kamferspiritus. Het wondermiddel helpt blaren voorkomen en eelt te kweken. Als geen anderen kennen dansers het goedje, maar variétéartiest Joost Spijkers net zo. “Ik moest voor ‘Enfants Terribles’ een van de acts aan de turnringen ophalen,” vertelt het lid van de Ashton Brothers.

“Als je niet genoeg eelt opbouwt loopje onvermijdelijke brandplekken op.” Teneinde zich in geoliede vorm en conditie te houden doet Spijkers daarom het nodige aan krachttraining. “Voor bijvoorbeeld die ‘Aerial hoop’ dus, legt hij uit.

Het aloude circus is hip. De circustent mag dan vrijwel uit het straatbeeld zijn verdwenen, maar toch zeker niet uit het hart, dierenactivisten ten spijt. Dezer dagen kunnen we ons nochtans laven aan het mensenhanden-circus. Met ‘Enfants Terribles’ betonen de Ashton Brothers eer aan het aloude publieke vermaak van het circus, maar dan vaak met een absurdistische inslag verlevendigd. “We zijn behept met een romantische fascinatie voor het circusleven. Met de Ashtons willen we graag de achterkant van het circus en van het circusbestaan laten zien,” zegt Spijkers. “Zo hoorden we laatst uit de eerste hand van een man en een vrouw die een trapezeact deden. De vrouw was ten val gekomen. Nu doet haar dochter de act in haar plaats, terwijl zíj nu met ingehouden adem op de tribune toekijkt. Ja, the show must go on. Dat soort verhalen.”

De best bewaarde geheimen van circusfamilies over de hele wereld werden eeuwenlang zorgvuldig van generatie op generatie doorgegeven. Tot nu dan, want ze zijn ten prooi gevallen aan de handen van de grootste kinderen die de Nederlandse theaterwereld rijk is: de Ashton Brothers. Zeggen ze zelf. Ze doopten de gevaarlijkste acts, de vreemdste trucs en de meest hilarische nummers om tot een bonte mix van muziek, acrobatiek en regelrechte tovenarij, zulks ook al volgens de Ashtons zelf.
Het mooie is evenwel dat dit geen loos nepnieuws is, maar dat het klopt. Uit eigen waarneming maar ook getuige de recensies. Met ‘Enfants Terribles’, hun laatste show, rijgen ze dan ook wereldwijd succes aan succes, zoals zij in hun voorstelling nummer na nummer aaneensmeden.

Wereldwijd een doorslaand succes, en binnenkort opnieuw in Den Haag. Ruim 240 keer al gespeeld. “De kunst van het vak is om de herhaling fris te houden, voor onszelf en voor het publiek. Geen metaalmoeheid toestaan. Ikzelf merk dat er zelfs laagjes bijkomen naarmate we de show vaker spelen. Vakmanschap is dat, mooi om te merken. Maar ook dan is maar één op de tien shows werkelijk perfect. Als ik heb gemeend dat het die ene avond op en top was, kan het zijn dat mijn collega’s er totaal anders over denken.”

Deze zomer tuigen ze opnieuw hun landgoed Ashtonia op, in Slot Zeist. “Deze keer uitgebreid met verschillende internationale topacts, verklapt Spijkers alvast. “Een feest. We lijken net kinderen die niet willen opgroeien. We zijn en blijven kleine Peter Pannetjes!”

Ashton Brothers: ‘Enfants Terribles’. Vrijdag 9 februari 2018 in de Koninklijke Schouwburg; dinsdag 20 februari in de Rijswijkse Schouwburg. Meer informatie op ashtonbrothers.nl.

Reis naar innerlijke rust

Muziek van Arvo Pärt in beweging gebracht

Met Summa nodigt choreograaf Samir Calixto graag uit tot ‘contemplatie en zelfintrospectie’. ‘De muziek van Arvo Pärt raakt recht in de roos van het spirituele hart.’

Dans en muziek vormen een twee-eenheid, gaan doorgaans – tijdelijk – een symbiotische relatie aan. Maar in het werk van Samir Calixto heeft het er soms de schijn van dat de muziek toonaangevend is. Zo entte hij choreografieën op de integrale Winterreise van Schubert, inspireerde Vivaldi’s Le quattro stagioni hem tot de choreografie 4 Seasons, en vorig jaar stelde hij liederen en fragmenten uit symfonieën van Mahler centraal in M. Het leidde onder meer tot een Zwaan-nominatie voor ‘meest indrukwekkende dansproductie’ 2013 en de BNG Bank Excellent Talent 2014.

Voor Summa neemt hij een octet aan composities van de 82-jarige levende legende Arvo Pärt tot leidraad. Op het eerste oor doet de muziek van de geboren Est verheven, kerkelijk en sacraal aan. Maar Calixto luistert er vooral met een open, verstild oor naar: ‘Muziek van de eenvoud in tijden van onrust en verwarring,’ reageert hij. ‘Maar ook onsterfelijk mooie muziek, puur van karakter. Emotionele muziek maar niet sentimenteel. En op die manier verwant aan mijn eigen werk.’

Pärts muziek getuigt volgens hem van een diep doorleefd ‘memento mori’-gevoel. Zoals bij Bach, meent hij. ‘Alle antwoorden liggen in hun muziek besloten.’ Van Pärts composities gaat voor hem ook een enorme intensiteit uit. ‘Die kracht wil ik benutten. Hoe? Door te proberen de onzegbare rust die uit de muziek spreekt over te brengen op het publiek, door te pogen volledige concentratie en toewijding op te wekken, het de positieve leegte van zijn muziek laten doorvoelen. Ik wil twee dansers zien die een zachte, innerlijke tegenstelling in hun bewegingen uitdrukken, een zachtjes wiegen en kronkelen. Het wordt mijn meest abstracte werk. Ik hoop maar dat het publiek met me meegaat. Want stilte dansen wijkt fundamenteel af, dat doen choreografen zelden. Van dans verwacht je dynamiek en hoge energieniveaus.’

Opvallend, want Calixto baarde vorig jaar nog opzien door in M met een levende boa constrictor op zijn lijf over het danspodium te gaan. Een wat exuberant gebaar, dat symbool voor de listige scheiding tussen goed en kwaad. In Summa, zijn nieuwe werk, zoekt hij juist de tegenkant op: ‘Ik wil rust en leegte overbrengen.’ Terwijl Pärts klanken de ruimte als een fluistering strelen, doorsnijdt de dans de ruimte als de wind.

Transcripties
Het waren componist Kate Moore en de musici van het Cello Octet Amsterdam die hem hernieuwd in aanraking brachten met de muziek van Pärt. Dat was ten tijde van de muziekopnamen voor Calixto’s choreografie Paradise Lost (2014/2015). De samenwerking beviel dermate dat al snel een nieuwe samenwerking werd geopperd. De musici vertelden hem toen dat Pärt enkele van zijn muziekstukken op hun verzoek aan het herschrijven was voor cello.

‘Een cadeau,’ zegt Calixto daar nu over. Daarna was de zaak tussen hem en het achttal snel beklonken. En opeens staat in Summa het Cello8ctet Amsterdam naast de twee dansers, op het podium. ‘Dat zijn opeens acht lichamen erbij. Zo maken de musici deel uit van de choreografie. Ik laat ze in een halve cirkel plaatsnemen, centraal op de vloer.’

Kriebelen
Dat Calixto zijn ‘dansmuziek’ met meer dan gemiddelde choreograaf met kennis van zaken kiest, bevreemdt niet heus. De Braziliaan van geboorte (São Paulo, 1978) heeft namelijk een dansante én muzikale beroepsakte op zak. Als choreograaf is hij niettemin grotendeels autodidact, maar zover gekomen ‘door als danser samen te werken’ met de choreografen die hij op zijn pad door Nederland en Europa ontmoette.

Voor het eerst waagde hij zich op het pad van dansmaker in 1999, met zijn eigen solo Eros. Hij won er de eerste prijs mee van het Braziliaanse Nascente/Abril Festival 1999. Na vestiging als freelance danser in Europa rond 2004, ontdekte hij ‘dat ik het altijd beter wist, vond ik.’

Steevast had hij zijn woordje klaar op de choreografie die in de maak was. ‘En dan moet je het op een gegeven moment maar eens zelf doen.’ Dat moment brak aan ‘ergens rond mijn dertigste’ toen op een dag een ter sprake gebrachte choreograaf geen enkele notie bleek te hebben van wat zij met haar nieuwe werk wilde gaan overbrengen. ‘Ze liet ons domweg op goed geluk wat bewegingen maken. Ja, toen is het bij mij wel gaan kriebelen.’

Toen hij in 2009 opnieuw op eigen benen stond, met Wash Me Up, haalde hij er prompt de finale mee van de Best Dance Solo Competition in Leipzig, Duitsland. ‘Dat smaakte naar meer.’ Korzo productiehuis ging zich over hem ontfermen en inmiddels heeft hij in de hoedanigheid van choreograaf, danser én performer vaste grond onder de voeten verworven, tot ver buiten onze landsgrenzen.

Engagement
Het is onder choreografen tegenwoordig bon ton om bij wijze van gevoelde verantwoording te verwijzen naar boekwerken, de wetenschap of, zoals bij Calixto, naar filosofische overpeinzingen. De denkende danser, de zoekende choreograaf. Zo baseerde Calixto zijn choreografie M op werk en gedachtebeeld van Nietsche. Calixto’s beschouwende aard bracht hem er zelfs toe op zijn website tien ‘touchstones’ te formuleren.

‘Het zijn geen statements,’ verbetert hij meteen, ‘zie het als losse uitgangspunten, ankerpunten die op zichzelf een ‘work in progress’ vormen. Op de site zie je naast de oude daarom ook nieuwe ‘touchstones’. Voor mij is dans dus zeker geen statisch begrip en geen geïsoleerde bezigheid. Engagement? Ach, een choreografie die níet over politiek gaat is juist des te politieker.’

Uitnodiging
Voor het eerst ontbreekt hij als danser in zijn eigen choreografie. ‘Dat heeft te maken met een recente uitnodiging om in Duitsland een nieuwe choreografie te maken op Schuberts beroemde liederencyclus Die schöne Müllerin. ‘Voor tien dansers en met live uitgevoerde muziek! Buitenkansje natuurlijk. Alleen: daardoor kan ik niet zelf dansen in Summa, want de tourneedata vallen voor een deel samen. Maar ik heb in Quentin Roger en Chiara Mezzadri twee prima en doorleefde dansers tot mijn beschikking.’

Hij beoogt een synthese tussen Pärts muziek en ‘kennis die in ons lichaam ligt opgeslagen’. En aldus een ‘summa’ van menselijke complexiteit te tonen.

Ontmoeting
Eén keer had hij een bijna-ontmoeting met de bijkans heilig verklaarde Arvo Pärt. Dat wil zeggen: een paar jaar terug heeft hij vanuit de verte van de Westerkerk in Amsterdam een glimp van hem mogen opvangen toen het Cello8ctet er ter ere van diens tachtigste verjaardag een concert gaf. ‘Je kon daar toen een speld horen vallen,’ toont Calixto zich nog altijd onder de indruk. ‘Wat voor type hij is? Mij is verteld dat hij iemand van weinig tot geen woorden is. Voor hem volstaat een blik in zijn ogen of een manier van bewegen, daarmee drukt hij uit wat hij bedoelt.’

kader
Cello Octet Amsterdam
In 1989 opgericht onder de naam Conjunto Ibérico door Elias Arizcuren. Cello8ctet Amsterdam is het enige vaste ensemble in deze samenstelling ter wereld. Er bestaat daarom maar weinig origineel repertoire voor hun bezetting. Het octet speelt dan ook vaak stukken die speciaal voor hen werden of worden geschreven, naast bewerkingen van bestaande stukken. Hun repertoire omvat meer dan 70 werken.

Het Cello Octet Amsterdam heeft dertien CD’s uitgebracht. De nieuwste CD Arvo Pärt bevat transcripties die de Est speciaal voor het octet schreef of bewerkte. De CD is medio oktober uitgekomen.

kader
Arvo Pärt
Arvo Pärt (1935) is geboren in Tallinn, Estland. Daar volgt hij een opleiding compositie aan het conservatorium. Hij experimenteert met verschillende compositiestijlen tot hij uitkomt bij een geheel eigen minimalistische klank, geïnspireerd op Gregoriaans gezang, meerstemmige zang uit de Renaissance en het geluid van klokken. Zelf noemt hij deze werken ‘tintinnabuli’ (Latijn voor klokjes).

Zijn bekendste werken zijn Spiegel im Spiegel, Für Alina, Tabula rasa, Cantus in memoriam Benjamin Britten, Fratres en Magnificat. Muziek van zijn hand werd gebruikt in films als onder meer Heaven, Gravity en Touching the void.

kader
Samir Calixto & Cello Octet Amsterdam: Summa.
Première: vrijdag 26 januari 2018, Holland Dance Festival, Korzo theater Den Haag. Aldaar ook op zaterdag 27 en zondag 28 januari 2018 met daaropvolgende landelijke tournee tot en met begin mei 2018.

De ‘Benesh’-code

Mensen zonder applaus: Sandrine Leroy, choreologist

Beweging vastleggen. Op papier? Hoe dan? En waarom is dat nodig dan? Sandrine Leroy, choreologist: ‘De basis is ‘Benesh’’.

Op papier leg je muziek vast in het notenschrift. Maar dans? Arabesque, plié, cambré, balancé en tournant. Ritme, tempo, dynamiek? ‘Vroeger werden balletten door dansers en choreografen rechtstreeks in hun geheugen ‘opgeslagen,’ zegt Sandrine Leroy (45), sinds 2007 in dienst bij Het Nationale Ballet. ‘De passen en bewegingen vertelden ze aan elkaar door. Het is maar zeer de vraag hoe betrouwbaar dat is geweest. Belangrijker: op den duur gingen balletten voor eeuwig teloor.’

Het ‘tovermiddel’ heet ‘Benesh’, codetaal op schrift voor dans. Dan Brown verbleekt er bijkans bij. Illustere grondlegger van het notatiesysteem is mathematicus, boekhouder en beeldend kunstenaar Rudolf Benesh, die het rond de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwikkelde. Met kennis van de Benesh-code kraak je sindsdien de bewegingen die een choreograaf bedoelde, en ben je in staat die nauwgezet over te brengen ongeacht of het om een solo, duet of groepsdeel gaat.

Benesh? Huh? Een raamwerk dat grofweg het midden houdt tussen iets dat stenografie lijkt en het notenschrift voor muziek. Boogjes, kringeltjes. Dichte en open rondjes. Accolades. Verticale en horizontale balkjes. Waar noten en vlaggen de musicus vertellen wat te doen, geven Benesh-tekentjes aan hoe te bewegen. Een solist of een groep dansers die unisono dezelfde bewegingen uitvoeren hebben hun eigen ‘danspartituur’, bijna zoals, zo legt Leroy uit, in een orkest de violen, de cello’s en de klarinetten ieder een eigen partituur hebben.

In Nederland zijn Sandrine Leroy en haar collega Judy Maelor-Thomas de enigen die de Benesh-notatie ‘spreken’. ‘Natuurlijk, de camera is een prachtuitvinding. In tijdnood val ik ook wel eens terug op videoregistraties. Maar een camera kan niet alles vangen. Als het te donker is op het podium bijvoorbeeld, of bij een beweging die vanaf de coulissen wordt ingezet.’

Bijkomend probleem: video is eendimensionaal, toont slechts één zijde. Er zijn minimaal drie camera’s, drie verschillende camerastandpunten nodig voor een adequate verslaglegging. Voorbeeld? ‘Als een danser schrik, angst moet uitbeelden. Op zo’n moment trek je in het echt het middenrif vanzelf wat in. Zie dat maar eens in één shot vast te leggen. Met ‘Benesh’ schrijf je dat op met een enkel teken.’

‘Benesh’ is gedetailleerder, en een objectieve, bijna wetenschappelijke methode. ‘Benesh is de basis,’ zegt Leroy, wijzend naar de authentieke aantekeningen van Sir Peter Wright voor The Sleeping Beauty: drie volle ordners.

In ‘Benesh’ kunnen alle (on)denkbare bewegingen op papier worden vastgelegd. Zelfs rekwisieten kunnen in de notatie opgenomen worden. En dat alles ter grootte van een notenbalk bijeengebracht, handig want daardoor kan die nauwsluitend de muziek volgen.

‘De vijf horizontale lijnen corresponderen met de belangrijkste lichaamsdelen: hoofd, schouders, heup, knieën en voeten,’ legt Leroy uit. Een horizontaal streepje onder de onderste lijn betekent dat de danser op de hele voet staat. Daar weer een verticaal streepje bovenop staat voor ‘demi-pointes’, balletschoenen met een soepele zool.

‘Bewegingen van bijvoorbeeld ellebogen en handen worden apart aangeduid en gaan vergezeld van een cijfer dat de corresponderende beweging van gewricht of lichaamsonderdeel moet maken.’

Studie
Leroy volgde een klassieke dansopleiding. Ze danste bij een professioneel gezelschap in Frankrijk: ‘Geen grootse carrière. Wel voelde ik aldoor de behoefte om dichter in de buurt te komen van beroemde choreografen, dan zou ik van dichtbij getuige kunnen zijn van grootse creaties,’ zo motiveert ze de studiekeuze voor ‘Benesh’.

Vier studiejaren wijdde ze daarna aan ‘Benesh’, op de gespecialiseerde parttime-opleiding aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse de Paris, in 2005 met goed gevolg afgesloten. ‘Eerst de theorie natuurlijk, dan zelf schrijven en vervolgens veel oefenen. Al helpt het natuurlijk wel dat je professioneel hebt gedanst.’

Congres
Afgelopen zomer was er in Frankrijk een congres van choreologisten voor dans, georganiseerd door het in 1962 in Londen opgerichte en aldaar gevestigde Benesh Institute. ‘Je ziet dan ie-der-een die ‘Benesh’ kent. Het is belangrijk om ervaringen te delen en de eenheid van de notatie te bewaken.’

Het is de laatste jaren trouwens eenvoudiger geworden kennis te verwerven. ‘Dankzij internet is er nu een Benesh-encyclopedie. Dat helpt enorm. Al is het nog steeds tijdrovend om de vluchtige aantekeningen van de repetities uit te werken. En daarna nog de correcties die de choreograaf later in zijn choreografie aanbrengt.’

Op dit moment heeft ze alle notaties van de balletten die Het Nationale Ballet op het repertoire heeft, netjes in een enveloppensysteem en veilig opgeborgen in een brandvrije kluis. ‘Beter zou zijn om alles te digitaliseren.’ Wijzend op de brandkast: ‘Maar voorlopig is dit het heiligdom. Er gaat hier geen origineel de deur uit, ikzelf werk altijd met kopieën.’

kader:
Notatiesystemen
De oude Egyptenaren waren tot op zekere hoogte in staat beweging uit te drukken met behulp van hiërogliefen. Het allereerste ‘moderne’ notatiesysteem verscheen rond 1460 in Spanje. Letters symboliseerden er bewegingen.

Het Benesh-notatiesysteem werd in Nederland rond 1960 geïntroduceerd bij Het Nationale Ballet dankzij het pionierswerk van balletmeester Margot van Wilgenburg. Na haar werd ‘Benesh’ of choreologie ter hand genomen door de Engelse Wendy Vincent Smith.

Naast ‘Benesh’ zijn het Eshkol- en Wachmann-systeem en de Labanotatie ‘concurrerrende’ notatiesystemen.

kader:
Dans is topsport, voor én achter de schermen. In ‘Mensen zonder applaus’ deze keer aandacht voor de choreologist.

Klassiek ballet in eigentijds toneeljasje

Het Zwanenmeer: theaterfun voor de hele familie

De traditionele kerstproductie van Theaterschool Rabarber is dit jaar opnieuw een familiespektakel. Dit jaar een geheide balletklassieker … in een gloednieuw, eigentijds toneeljasje.

Tsjaikovski’s klassieke noten voor Het Zwanenmeer zijn oorwurmen, zo heet dat tegenwoordig. Beter gezegd: muziek voor miljoenen. Balletmuziek inderdaad. Toch zijn er bij Rabarber in de verste verte geen Anna Pavlova, Tamara Karsavina, Uliana Lopatkina of prima ballerina’s van Het Nationale Ballet zoals Anna Tsygankova of Igone de Jongh te bekennen.

Neen, bij Rabarber is van het van origine oud-Russische sprookje De Witte Eend een toneelstuk in de maak. Met straks veertig man op de vloer inclusief een afvaardiging van jongelingenmusici van het onvolprezen Hofstad Jeugd Orkest. Maal twee voor de hele voorstellingenreeks, want er zijn twee aparte casts: een ‘witte’ en een ‘zwarte’. Stuk voor stuk leerlingen van de eigen theaterschool, in leeftijd van pakweg 6 tot 20 jaar. Straks zijn er ook nog 3D ‘mapping’ projecties en videoanimaties. Jeroen de Graaf, regisseur: “Ik wil dat deze voorstelling een breed publiek raakt.”

Het Zwanenmeer is een gelaagd verhaal met welzeker 1001 verschillende balletversies, uitvoeringen en vertellingen. En ook films, zoals die met Nathalie Portman in de dubbelrol van witte én zwarte zwaan (‘Black Swan’, 2011). Er zijn vast ook tig toneelversies. Toch?

Regisseur Jeroen de Graaf krabt even achter het rechteroor als ik het hem, pal voor het begin van een repetitie, voorleg: “Tekstschrijver Marcel Roijaards en ik hebben ons ondergedompeld in de geschiedenis van ‘Het Zwanenmeer’. Voor zover wij hebben kunnen achterhalen is dit de allereerste toneelversie.” Al durft hij zijn handen niet in het vuur te steken voor wat zich sinds 1877 in Rusland en China ooit heeft afgespeeld op dit vlak.

Zoek jezelf, vind jezelf
Iedereen kent de titel. Maar ook het hele verhaal? “Eigenlijk is het een vertelling over jezelf vinden, je eigen weg gaan, keuzes maken,” legt De Graaf uit, die na Baron von Münchhausen’vorig jaar nu opnieuw gestalte mag geven aan Rabarbers kerstproductie.

De plot in een notendop: prins Siegfried (Freek Kunz / Christophoor Ram) krijgt voor zijn achttiende verjaardag van zijn koningin-moeder een kruisboog ten geschenke zodat hij liefdespijlen kan afvuren, en aldus snel een levensgezellin aan de haak kan slaan. Op een nachtelijke escapade met vrienden in een bos bij een meer maakt hij kennis met de mooie Odette (Noa ten Hof / Lois Vecchi). Probleempje: door toedoen van de sinistere tovenaar Von Rothbart (Roger Nievaart) mag zij slechts twaalf minuten per etmaal meisje zijn, voor de rest van de tijd moet ze door het leven als gevederde zwaan, net als een aantal andere gevangengenomen meisjes.

Totdat ooit op een dag de betovering wordt verbroken. Von Rothbart blijkt zelfs zijn bloedeigen dochter Odile (Anna Bisschop / Yasmina Abdelmoumen) verzwaand te hebben. Door Siegfried een toverdrank in te laten nemen weet hij deze zover te krijgen dat Siegfried kiest voor Odile. Als het bedrog later uitkomt volgt bij Rabarber een verrassende ontknoping.

“Een positieve twist,” verklapt De Graaf. Toch is het echt niet alleen meisjesroze en jongetjesblauw wat hier de klok slaat. “Eerder zwart en wit. Want snoodaard Von Rothbart heeft een duister randje, precies als in het ballet. Terwijl Siegfried – bij ons ‘Ziggy’ – onder bonkende beats juist een kwetsbare kant laat zien.”

Notes
Na de repetities, tijdens de ‘notes’, toont De Graaf zich ten overstaan van de spelersgroep kritisch over hun verrichtingen: “Jullie zitten onder je energie. Ik wil meer focus zien.” Onder vier ogen toont hij zich na afloop echter behoorlijk tevreden: “Rabarber is een theaterschool. Je moet verschillende spelniveaus integreren. En iedereen moet door deze kersproductie persoonlijk kunnen groeien. Het is mooi om te zien dat dat vaak ook lukt. Gedurende de jaren zie je dat ze zich in het dagelijkse verkeer ook vaak zelfverzekerder voelen, zelfbewuster. Mede dus door Rabarber.”

Theaterschool Rabarber: ‘Het Zwanenmeer’. Van 26 december tot en met 5 januari n Theater aan het Spui. Meer informatie: rabarber.net.

Over grenzen heen

De wereld rond met ‘Explore Festival’

Voorstellingen uit andere windstreken bieden een onverwacht perspectief. Het Explore Festival toont in welgeteld tien dagen een mooie doorsnede. Wereldtheater.

Een volledig verzorgde tiendaagse wereldreis in je eigen stad?

Dat kan! Met visueel dans- en muziekspektakel uit China, ‘big brother’ uit Singapore, een inkijkje in de wereld van Marokkaanse ‘aïta’s’ en vrolijk-anarchistische maatschappijkritiek uit Chili. De wereld aan je voeten in drie hotspots: Zuiderstrandtheater, Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui.

Internationaal theater naar Den Haag halen is kostbaar: overtocht, hotel- en verblijfkosten en dan de voorstelling nog. Ondanks het stadsbestuur altijd hoog opgeeft van Den Haag als internationale stad van vrede en recht, blijft de stad zuinigjes met de geldbuidel en lukt het dus als inwoner slechts mondjesmaat om je echt in te leven in vreemde culturen die net wat verder dan meteen om de hoek liggen. Steden als Rotterdam en, natuurlijk, Amsterdam gaan ons dan ook jammer genoeg ruim voor in dit opzicht.

Gedeelde smart is halve smart met het Explore Festival. Want daarin spannen negen Nederlandse theaters goedmoedig samen om uit heinde en verre enkele toonaangevende makers van nu naar Nederland te halen. Met Explore wordt, net als voorganger met Get Lost / Ervaar Daar Hier, een poging gedaan om te laten ervaren wat er aan theaterrijkdom elders op de blauwe planeet gebeurt vanuit de luie theaterstoel. Het zijn voorstellingen van makers met (voor ons) onalledaagse, prikkelende perspectieven, afwijkende codes en soms een heel andere (theater)taal. Vaak zijn het waargebeurde of door de makers als waar gevoelde verhalen waaraan soms politieke of persoonlijke drijfveren ten grondslag liggen.

Hoe dan ook, het mondt allemaal uit in theater dat tot in elke vezel urgent is, nog eens onderstreept door een breed randprogramma van inleidingen, nagesprekken, workshops en een schrijversavond.

Yang Liping Contemporary Dance
Tot ver buiten China is Yang Liping een superster. Haar megaspektakels zijn wereldberoemd. Under Siege is een bewerking van de klassieke Peking-opera Farewell to my Concubine.

In een reeks verbluffende beelden wekt Liping een aloude sage tot leven middels dans, acrobatiek en live muziek. De spectaculaire vormgeving van Tim Yip, bekend van Crouching Tiger, Hidden Dragon en vormgever van onder andere voorstellingen van theatermakers Akram Khan en Robert Wilson, laat je sowieso watertanden. “Ik zag de show in Londen”, vertelt Zuiderstrandteater-directeur Henk Scholten. “Een ongelooflijk toneelbeeld met onder meer een ballet van duizenden blinkende scharen en tienduizenden rozenblaadjes die neerdwarrelen. Maar er zit ook hiphop in. Een mengvorm dus van traditionele Chinese elementen en eigentijdse dansstijlen.”

Ottof
De Marokkaanse Bouchra Ouizguen noemt de groep oudere vrouwen waarmee zij al jaren samenwerkt ‘ottof’ – nijvere mieren. Met deze hechte groep onderzoekt ze de plaats van de vrouw in de Marokkaanse maatschappij.

Haar ‘ottof’ zijn geen gewone danseressen, maar ‘aïta’s’ die met hun krachtige gezang en fysieke vrijmoedigheid vanouds op feesten en huwelijken het (vooral mannelijke) publiek bedienen. Bewonderd, maar in het dagelijks leven juist daardoor verguisd. ‘Girlpower’ met vier oudere Marokkaanse aïta’s, die fragmenten uit het alledaagse leven vermengen met traditionele zang en dans. Uit het leven gegrepen.

Softmachine
Theatermaker, beeldend kunstenaar en ontwerper Choy Ka Fai belooft een staalkaart van het nieuwe Aziatische danslandschap, aan de hand van ‘big brother is watching you’. In Fai’s stadstaat Singapore, in totaal 63 eilanden, ondervinden de inwoners dat aan den lijve. In een mix van video, fotografie, live performance en installatie onderzoeken de Chinese danser Xiao Ke en fotograaf Zhou Zihan de invloed van censuur en het gevoel voortdurend gecontroleerd te worden.

In deel twee van het dubbelprogramma onderzoekt de Indiase performer Surjit Nongmeikapam postkoloniale machtsverhoudingen door klassieke Indiase dans met martial arts en moderne dans te combineren. Vooraf is er overigens een schrijfmarathon met Amnesty.

Theater van de wraak
Bevlogen, anarchistisch, humoristisch, exuberant en hoogenergiek. Teatro La Re-Sentida uit Chili knalt in ‘La Dictatura de lo Cool’ met een showy, anarchistisch, bijkans dadaïstisch commentaar op de kunstelite in het langgerekte Zuid-Amerikaanse land.

Hun ‘theater van de wraak’ voert een amorele bourgeoisie ten tonele die zuipend en snuivend door het leven gaat, en daarvan treffen we er een aantal op een ontsporende poolparty. Ondertussen lijkt een verwende bovenklasse zich te hebben teruggetrokken in een eigen bubbel. Nee hoor, dat is niet Nederland. ‘La Dictadura de lo Cool’ wordt aangekondigd als een prikkelende provocatie. Denk Molière mixt Houellebecq.

Under Siege: zaterdag 18 november 2017, Zuiderstrandtheater
Ottof: 19 november 2017, Theater aan het Spui
Softmachine: zaterdag 25 november 2017, Theater aan het Spui
La Dictadura de lo cool: zondag 28 november (matinee), Koninklijke Schouwburg

De bijbel als schaamlap

Afrika in de kijker

Het Afrovibes Festival, iAfrica Film Festival, Korzo theater en Het Nationale Theater slaan dit jaar de handen ineen.

Samen presenteren ze een programma rond hedendaagse kunst uit Afrika. Dans, muziek, film, performance art, mode en fotografie worden feestelijk opgediend.

Afrika. Van Kaap Angela in Tunesië tot Kaap Agulhas in Zuid-Afrika. 54 landen. Alleen het onmetelijk Azië is van de continenten in volume groter. Het beeld van Afrika? Sloppenwijken, droogte, honger, ebola, aids. Het Verloren Continent. Toch? “Die stereotypering willen we door Afrovibes graag weerleggen,” zegt programmeur Katy Streek van Afrovibes. “Het is de hoogste tijd voor een weerwoord want Afrika-breed is er enorm veel artistieke vernieuwing gaande. In de culturele hotspots van veel steden zijn jonge makers opgestaan. Een selectie van die stemmen, met name uit de sub-Sahara, gaan we aan het Nederlandse publiek tonen. We willen laten zien, horen en voelen wat daar momenteel zoal leeft.”

De festivalorganisatoren willen tonen hoe hedendaagse Afrikaanse en, sporadisch, ook Nederlandse kunstenaars de huidige tijd ervaren, hoe ze het verleden bezien en ze werpen ook een toekomstblik. “We beschikken over een breed netwerk in alle zuidelijke Afrikaanse landen. Door onze eigen kennis en ervaringen, via partnerorganisaties en, bijvoorbeeld, die van Korzo te koppelen aan ons netwerk levert spannende keuzes op.”
Teneinde inhoudelijk een consistent programma te formeren is er een thema aan het festivalweekeinde gekoppeld: Fragile Freedom. Maar de combi ‘vrijheid’ en ‘Afrika’ is geen gelukkige, niet bepaald een gelopen race – al is dat zelfs van de rafelranden van Europa vol te houden.

“Klopt,” bevestigt Streek, “zeker niet in de realiteit van de politieke actualiteit. Vrijheid, democratie en mensenrechten komen nu eenmaal niet vanzelf, zijn kwetsbaar en breekbaar, in Afrika en ook in Europa.” Is er dan op het Afrikaanse continent daadwerkelijk plaats voor een kunstcultuur? “Ja, de kunstensector is er ondanks de nodige tegenwerking sterk ontwikkeld. Natuurlijk is de maatschappelijke positie van kunstenaars er ingewikkeld, maar dat is hier in het Westen en in Nederland net zo,” zegt Streek, die zelf vijf jaar in de kunstscene van Zuid-Afrika werkzaam is geweest.

Wankel
Het wankele bankje waarop ze zit is een metafoor voor de instabiele situatie waarin Zuid-Afrika verkeert. Op de promotiefoto bij haar voorstelling houdt Mamela Nyamza een uitgeklapte bijbel klem tussen haar ontblote bovenbenen. De bijbel als schaamlap. De winnares van de Standard Bank Young Artist Award danst/speelt/performt op het African Art Fest in Korzo haar provocatief bedoelde voorstelling DE-APART-HATE.

De voorstelling is te ‘lezen’ als een zoektocht naar persoonlijke vrijheid, en biedt zo ook een blik in de machtsstructuren van het oude én het nieuwe Zuid-Afrika, dat van de post-Mandela-tijd. Terwijl de roep om dekolonisatie van de cultuur er steeds harder klinkt, zijn onderdrukking door kerk en religie nog aan de orde van de dag.

Nyamza: “De bijbel is een erg ongebalanceerd werk. Alles wat ik te berde breng staat letterlijk opgeschreven in de bijbel,” zegt de in Kaapstad geboren Zuid-Afrikaanse danser en choreograaf Mamela Nyamza door de telefoon. “Wat ik doe? Ik citeer passages uit de bijbel over homoseksualiteit, slavernij en opmerkingen over rassenverschillen. En ik heb het over het feit dat in de bijbel vrouwen aldoor het onderspit delven. Amen, dat staat voor ‘A-men’, voor A-mannen. Maar net zo goed gaat mij voorstelling over democratie, over het feit dat Zuid-Afrika ermee schermt dat het een ‘regenboog-natie’ heet te zijn,” zegt de Zuid-Afrikaanse, die zichzelf als gelovig beschouwt.

“Of neem de manier waarop indertijd missionarissen autochtonen, inheemse Afrikanen dus, tot bekering dwongen,” gaat ze voort. “Ook dat is een aspect van de bijbel.”

Lion King
Kunstactiviste Nyamza (1967) maakte in 2004 acht maanden deel uit van de cast voor de musical ‘Lion King’. Hoe kijkt ze terug op die periode in het Circustheater in Scheveningen? “Achteraf bezien is het voor mij een interessante fase in mijn leven geweest. Ik ontdekte dat musical voornamelijk om entertainment draait, en dat het niet mijn favoriete genre is. Verder heb ik in Den Haag en Scheveningen een prima tijd gehad.”

Zwaar
Gaat het allemaal niet wat zwaar op de maag liggen? Katy Streek: “Het is zien, horen en voelen – maar ook proeven. Korzo verandert in een levendig festivalcafé en doet dienst als ontmoetingsplek voor (inter)nationale gasten, artiesten én het publiek. Zwaar? Lang niet altijd, we hebben naar evenwicht gezocht. Voorbeeld? Let eens op de ‘Lady Africa Fashion Show’ in Theater aan het Spui.” Making whoopie!

Afrovibes: van vrijdag 6 tot en met maandag 9 oktober 2017 in Korzo theater (African Arts Fest) en Theater aan het Spui. Het Afrovibes programma in Den Haag wordt in samenwerking met Black Achievement Month gepresenteerd.