Werelden bijeenbrengen

‘Crosstown’ laat jongeren dansen

Jong, dynamisch en ambitieus zijn Korzo’s ‘Crosstown’dansers. Al meer dan 10 jaar biedt theater en dansproducent Korzo Haagse jongeren de kans om gekoesterde dansambities waar te maken.

“Het is geweldig om jongeren uit verschillende wijken en vaak een geheel verschillende achtergrond met elkaar in aanraking te kunnen brengen. Zonder Crosstown hadden zij elkaar niet leren kennen,” zegt Nathalie Décory, coördinator van Jong Korzo en sinds deze week officieel hoofd van de educatieve poot van Korzo. Werelden bijeen brengen. “Het is dankbaar om hun blikveld te kunnen verruimen. Maar ook is het geweldig om te zien dat ze door te dansen persoonlijke groei doormaken.”

Voor het twaalfde jaar biedt Korzo Haagse jongeren met Crosstown de kans dansambities op te pakken en die onder professionele begeleiding tot ontwikkeling te brengen. Het zijn wekelijkse danstrainingen in uiteenlopende stijlen. Er wordt les gegeven in urban, modern, theater en cross-overs tussen deze stijlen. Er zijn drie verschillende niveaus voor 14 jaar of ouder. Hoe hoger het niveau, hoe intensiever de trainingen – en hoe meer verschillende technieken geleerd worden. Op het hoogste niveau werken de meest getalenteerde van deze dansers samen met professionele choreografen van Korzo. Deze week zijn de eindpresentaties door de twee groepen van dit seizoen: zeven meiden, in de leeftijd van 14 tot en met 25. “Iedere danser brengt iets speciaals in.”

Van de huidige groep stroomt Lara Sluijter straks door naar de docentenopleiding van Codarts in Rotterdam, vertelt Nathalie. “Maar we zijn geen vooropleiding. Al zijn we er wel trots op dat het lukt om iedereen individueel te kunnen coachen.” Voor die ‘personal touch’ tekenden dit jaar Alioune Diagne en Sheree Lenting, en allebei maken ze een nieuwe choreografie voor de Crosstown-editie 2018. In hun nieuwe choreografieën wordt steeds uitgegaan van de individuele, energieke en persoonlijke bewegingsstijl van de dansers. Nathalie: “Alioune heeft Afrikaanse, Senegalese wortels. Na een tijdje in zijn geboorteland is hij weer teruggekomen naar Nederland. Moderne dans is zijn fascinatie, dat liet hij ook zien als danser in de choreografie die Kenzo Kusuda in 2011 maakte voor Korzo’s heropeningsprogramma. Sheree is Nederlands, maar verder niet in een hoekje te stoppen, al voelt ze zich wel altijd lekker bij urban en hiphop.”

Dansvuurtje
Succesverhalen rond Crosstown zijn er dus zeker te noteren. Sterker: Het is frappant om te zien hoeveel deelnemers aan Korzo’s Crosstown naar een van de dansacademies in het land doorstromen. Neem Art Srisayam. Bijna per ongeluk belandde hij ooit op een selectiedag voor Crosstown, stroomde door naar het hoogste Crosstown-niveau en studeerde af aan de Theaterschool in Amsterdam. Hij maakt carrière, onder meer bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep MAAS waar hij danst, en al een choreografie maakte. Nog een voorbeeld: Zahira Suliman. De Haagse ging na haar studie bedrijfskunde naar Codarts om er de opleiding voor docent dans te volgen. Inmiddels is zij vaste dansdocente bij Crosstown, is vaste danser bij AYa, en maakt ook choreografieën. In 2016 werd ze genomineerd voor de dansprijs van de Piket Kunstprijzen. Nathalie: “Crosstown heeft bij mij het dansvuurtje opgewekt, zo zegt zij altijd.”

Drie hoog achter
De allereerste Crosstown-voorstelling vond plaats in 2006. “Dit project is voorgekomen uit een idee van Fonds 1818. Dat was van mening dat toen in Den Haag er op wijkniveau, zeg drie hoog achter, weinig aan talentontwikkeling in Den Haag was. Toen is er onder leiding van jongerentheatergroep 020 een samenwerking tussen drie instellingen in Den Haag van de grond gekomen. Naast Korzo waren in de begintijd theater Pierrot en Culturalis bij Crosstown betrokken. Tegenwoordig trekken we de kar helemaal zelf en is Crosstown niet meer weg te denken hij Korzo. Al die tijd is de basisgedachte overeind gebleven: onder professionele begeleiding jongeren dans laten ontdekken.”

De Crosstown eindproducties zijn van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 juni 2018 te zien in Korzo theater. Meer informatie: korzo.nl.

Advertenties

Hemel en aarde bewegen

NNT, Club Guy & Roni en Asko | Schonberg spelen Salam

Na vorig jaar de dansmarathon Carrousel bij Noord Nederlands Toneel / Club Guy & Roni en Asko|Schönbergs K[h]AOS nu een kleurrijke orgie van licht, beeld en geluid in een mix van theaterdisciplines. Salam, een oerdrama. Regisseur Guy Weizman: “Alle grote verhalen beginnen klein.”

Liefde, spijt en een vader die zijn twee zonen uit elkaar dreef. Weizman gaat een wereldkwestie te lijf met theater: “Volgens de legende stonden Ismaël en Isaäk hand in hand toen ze Abraham ten grave droegen. We hadden dus nog als broer en zus, als familie voor elkaar kunnen zijn. Maar ergens is het hopeloos misgelopen,” verzucht regisseur Guy Weizman. “Alsof we ruzie hebben gekregen over de erfenis. Wat zou er gebeurd zijn als we toen meteen alles hadden bijgelegd?”

De wereld staat in brand. En dat houdt nog wel eventjes aan, zo luidt de strenge weersverwachting. Wereldvraagstukken, Weizman heeft er steeds meer pijn van in zijn buik. “Verzoening, daar ben ik naar op zoek.”

Hoe zat het ook weer? Wat of wie was eerder: de oerknal of god? Van horen zeggen: God knutselde in een bui van oneindige creativiteit hemel en aarde bij elkaar, in zes dagen en nachten. Daarna vond de creator het welletjes en nam een rustdag. Hoe geniaal alles ook, soms bekruipt je het gevoel dat het allemaal wel wat beter doordacht had gekund, dat Hij die rustdag maar beter ten volle had benut. Neem nou die weeffoutjes tussen christenen en moslims. Bloedbanden, pijnlijk erfeniskwesties, gevolgd door familietwisten. Geen fraai gezicht toch. Gaandeweg zijn die nota bene ontaard in pek en veren, in kruistochten, kolonialisme, zesdaagse oorlogen, Srebrenica, intifada’s, een oerknal à la ‘nine eleven’ en het kalifaat IS. Ook al geen al te fraai rijtje.

Volgens Weizman (1973) zijn alle grote wereldverhalen ooit klein begonnen. Hij besloot daarom om terug te keren tot de symbolische bron, om precies te zijn naar de originele geschriften die aan het geloofsconflict ten grondslag liggen. Hij is ze er zelf op na gaan slaan. Waarom heeft Abraham zijn zoon Ismaël weggestuurd, laten wegsturen? zo vraagt de Marokkaanse Israëliër zich nu al dik twee decennia in toenemende vertwijfeling af. “Ooit, op enig moment, heeft de ene de andere wereldhelft verguisd – en andersom. Terwijl toch voor joden, christenen én islamieten de bron een en dezelfde persoon is: Abraham.”

Weizman zou graag zien dat het publiek in het hoofd kruipt van Abraham, wil diens overwegingen invoelbaar maken. In Salam laat hij de aartsvader van uiteindelijk drie geloofsstromingen daarom verantwoording afleggen voor zijn keuzes, voor zijn met terugwerkende kracht desastreuze, ontwrichtend gebleken (niet-)handelen van toen. De 137-jarige ligt daartoe gekluisterd aan een life support machine, op zijn sterfbed, terwijl hij trauma’s uit het verleden verwerkt en herkauwt. Weizman: “In een flits belandt hij in een hallucinerende trip van, zeg tweeënhalve seconde. Dat ene moment rekken we enorm op in speelduur.”

Alsof dat alles al geen explosief mengsel oplevert deed Weizman er een schepje bovenop met de keuze voor de Vlaamse schrijver alias het enfant terrible Fikry El Azzouzi (1978) als tekstleverancier. Hij heeft hem, zegt Weizman, daarbij vooraf opgedragen ‘om zich niet tot zelfcensuur te laten verleiden’. Hij karakteriseert Fikry als ‘een pestjoch dat lak heeft aan conventies’. Weizman: “Hij heeft met Salam een moedige tekst op papier gezet. Maar dat was wel te verwachten.”

Fikry en Weizman situeren Salam in een cafébar, anders gezegd en om precies te zijn: een louche ogende nachtclub. In een bloedrood getinte omgeving domineert een metershoge cilindrische, mobiele olietank bij wijze van drankvitrine het beeld, omringd door eveneens mobiele tapkasten, segmenten die los van elkaar wel wat van een sikkel weg hebben. In die sexclub, ‘The Last Chance’ geheten, gaat uiteindelijk een shoot-out plaatsvinden, een ‘Russian roulette’. De barista van ‘The Last Chance’ heeft ondertussen het nodige te stellen met het roedel ruziënde familieleden.

Verzoening van religies… in een nachtclub…? Waar is Weizmans hoop eigenlijk op gevestigd met deze keuzes, met dit stuk? Guy: “Voor het vraagstuk waarin we met z’n allen verzeild zijn geraakt heb ik natuurlijk ook niet de oplossing in pacht. Wat ik wel weet: Als ik in mijn Adidas-broek en baseball cap op over straat ga, dan merk ik dat sommige mensen mij niet zien, niet willen zien. Maar als ik de dag erna in tweedelig grijs en stropdas voorbijkom kijken veel mensen opeens veel minder strak naar me, en word ik anders bejegend. Ik weet niet zo goed in welk hokje ik het beste pas, maar ik weet wel dat we moeten kappen met die onzin. De tijd van schepje en emmer is voorbij. Waar ik op hoop is dat de voorstelling mensen dichter bij elkaar brengt. Als er een Arabisch lied voorbijkomt bijvoorbeeld waarvan de buren later worden ingeschakeld om te achterhalen wat voor lied dat geweest kan zijn. Zo’n moment is voor mij waardevol genoeg.”

Overgang
De voorlaatste repetitieweek, donderdag. De vele, vele scèneovergangen staan op het programma. Met soms Babylonische spraakverwarringen tussen de zes Nederlands/Vlaamse acteurs, een internationale cast van zes dansers, zes musici uit verschillende windstreken, de technici en de artistieke leiding. Toch gedragen de acteurs Jack Wouterse en Bram van der Heijden zich op het oog uiterst geduldig. “Dat is nou het mooie van deze productie,” weet Jack Wouterse, de vleesgeworden Abraham in dit stuk. “We bouwen hier samen als het ware aan een nieuwe familie. Mensen die overal vandaan hier komen werken en die begrip voor elkaar kweken: toneelspelers geven de ruimte aan live musici, de dansers verlenen ruim baan aan de toneelspelers en vice versa. Samenkomen in een nieuwe taal. Lef tonen, en niet tevreden zijn met een zesje.”

Hij heeft geloof in de aanpak van Weizman, al is dit de eerste keer dat hij met hem samenwerkt. “In dit productieproces is iedereen evenveel waard. Dat gaat hier echt anders toe dan in alle eerdere stukken of waar ik dan ook heb gespeeld. Ik heb zelf niet zoveel met religie, ben als katholiek uitgeschreven, maar ik geloof wel erg in verbinden en in dit type theater, waarmee ook jongeren worden bereikt. Inhoudelijk? Laten we de stammenruzie bijleggen zoals je een ruzie met je vrouw bijlegt, of met iemand die net knoflook heeft gegeten, terwijl jij daar niet van houdt. Zand erover. Een beetje John Lennon: Give peace a chance.”

Bram van der Heijden speelt Isaäk, Abrahams tweede zoon. Zijn tegenvoeter is Ismaël, gespeeld door Mohammed Azaay. Van der Heijden is bekend met Weizmans aanpak. “Ik ben vast bij dit ensemble. Ongeacht of je gelovig bent of niet wordt hier een thema aangesneden dat diep in velen van ons en in de geschiedenis verankerd zit. In de jaren zestig en zeventig nog dacht iedereen hier dat religie, inderdaad dat opium voor het volk was, zoals Karl Marx dat beschreef. De ontkerkelijking nam enorme vormen aan. Maar het fenomeen beheerst nu alweer decennia het politieke wereldtoneel.”

Als geboren, paspoorthoudende Israëliër wordt Guy Weizman vrijwel dagelijks aan de familietwist herinnerd. “De media dragen schuld in deze godsdienstkwestie.” Zelf is hij niet meer godsdienstig: “Ik geloof in ideeën en mensen, godsdienst heb ik op jonge leeftijd losgelaten.” Voor hem is de bijbel wel nog altijd een zekere basis, “maar dan wel met Homerus en Sophocles ernaast op het nachtkastje.”

Ondertussen schalt een bekend levenslied door de repetitiezaal. Had Vader Abraham niet een cafeetje ergens aan de haven, waar hij zich onder gelijken mengde? De gedroomde, geïdealiseerde wereld van Salam is misschien wel dat café aan de haven.

kader:
Vormentaal
Verwacht geen muziektheater of opera, geen dans- of bewegingstheater, geen teksttoneel, geen performance en geen concert. Maar op gezette tijden toch ook weer wel, als een wokkel waarin disciplines ineengedraaid worden, onderling een pas de deuxtje of triootje aangaan.

Weizmans theatertaal is die van het zappen, een brechtiaans aandoend mengsel. Een tikkeltje vreemd maar wel lekker. Helemaal NNT en Club Guy & Roni, of beter gezegd: helemaal Guy Weizman en Roni Haver. Weizman: “Ik zoek een andere realiteit. In het theater wil ik de spanning en de verstrooiing benaderen die van een film uitgaat zoals bijvoorbeeld Inglourious Basterds van Quentin Tarranatino.”

kader:
In den beginne:
Na een decennium van vruchteloze pogingen tussen Sara en Abraham verwekte hij een zoon, Ismaël, bij Sara’s slavin Hagar. Zij trad namens Sara als draagmoeder op. Pas nadat God de belofte aan Abraham had herhaald dat hij veel nakomelingen zou krijgen, schonk Sara hem een zoon: Isaäk.

Uit angst dat Isaäk niet als eerstgeborene zou worden beschouwd, draagt Sara Abraham op om Ismaël en zijn moeder te verstoten. Uiteindelijk groeit Isaäk uit tot een van de grondleggers van jodendom en christendom; Ismaël tot de stamvader van moslims.
Abraham (ook wel Abram) wordt beschouwd als de aartsvader van Israëlieten en Arabieren. Zijn naam komt voor in de heilige schriften van joden (de Tenach), christenen (de Bijbel) en moslims (Kor’an). Sara stierf op 127-jarige leeftijd, Abraham overleed toen hij 175 jaar oud was. Hij werd volgens de overleveringen begraven in de Grot van de Aartsvader in Hebron.

Literair-historisch is de ontstaansgeschiedenis van de bijbelse tekst over Abraham omstreden.

Guy Weizman
Guy Weizman (1973, Tel Aviv, Israël) is choreograaf en regisseur. Hij is sinds 1 januari 2017 artistiek en algemeen directeur van het Noord Nederlands Toneel (NNT). Hij vormt samen met Roni Haver ook de artistieke leiding van dansgezelschap Club Guy & Roni. Sinds januari 2017 bouwen de twee gezelschappen onder Weizmans leiding aan een interdisciplinair theaterhuis: theater van nu in de taal van nu.

Salam speelt tot en met medio mei in theaters in het land. Meer informatie: nnt.nl/salam.

Memento mori

Alain Platels dodendans

Alain Platel grossiert in ongewone beelden: dode-paardensculpturen, veertien honden. In zijn nieuwe voorstelling Requiem pour L. volbrengt een 72-jarige vrouw haar allerlaatste ademtocht. In grootbeeld. Een getuigenis.

Zo ziet sterven er dus uit. L. ligt schijnbaar doodkalm te bed, al blijven de zware oogleden meer en meer, langer en langer gesloten. Een laatste opflakkering van de ogen, een laatste glimlach, een laatste woord dat gewisseld wordt, een laatste keer slikken, een laatste keer met de tong de lippen rond. Ogenschijnlijk gebeurt er niets – en toch alles tegelijk. Dan stokt de adem. Oneindig loslaten.

En dan opeens blijft de mond geopend staan in een eeuwige gaapstand.

De doodsstrijd is in veruit de meeste gevallen niet die turbulente, opstandige gebeurtenis die we er toch van vermoeden. Een stil heengaan is het meestentijds – al dan niet onder invloed van morfine –  een verglijden in de tijd. Geen tranen, geen eruptie, geen misbaar. Het lijden van de mens is niet dát hij doodgaat, dat doen andere leefvormen op z’n tijd ook; maar dat hij dat zo goed beseft.

Het intiemste, kwetsbaarste moment in een mensenleven speelt zich af op het sterfbed – voor zover dat gegeven is. Voor de meesten is het meteen hun eerste en enige schouwtoneel des levens: want toekijkende geliefden zien toe hoe hun teerbeminde zich door de slotakte slaat. Zo bezien is het doodsbed ieders eigen eenakter, een besloten vlakkevloervoorstelling, in huiselijke dan wel klinische kring.

Hoogst zelden is de westerse mens met eigen ogen getuige van iemand die in ware tijd sterft. In het westen is de doodsstrijd ver weggestopt, elders loopt dat trouwens soms regelrecht uit op een feestje. Integer, zonder het minste effectbejag bouwde theatermaker Alain Platel met Requiem pour L. een minimalistisch aandoend theatraal feest met het heengaan als inzet, op Mozarts Requiem, en met beelden van een stervende vrouw op een groot projectiescherm met die ‘real time’ in de dood verdwijnt.

Aldoor staat één enkele (web)camera ingezoomd op wat het sterfbed wordt van deze witte vrouw. Ze werd thuis gefilmd, vorig jaar, toen haar laatste momenten zich aandienden. De wat korrelige maar verder nauwelijks bewerkte zwartwit-beelden beslaan de reëel verstreken tijd, zo’n anderhalf uur, maar zijn wat vertraagd weergegeven. Wel heeft Platel er twee keer een ‘knip’ in gemaakt. Daardoor ontstaat als het ware een triptiek: afscheid nemen, sterven en – eindigend in een bijna onsterfelijk mooi, bijna prerafaëlitisch aandoend eindbeeld – dood zijn.

Het ‘argeloze’ publiek wordt hier, sterker: is hier ondeelbaar en ontegenzeggelijk in de rol van voyeur geduwd: die van buitenstaander die voor louter eigen genoegen toekijkt. Het is belangrijk te beseffen dat de terminaal zieke L. er zelf actief voor heeft gekozen om medewerking te verlenen. L., vaste bezoeker van Platels voorstellingen, wendde zich via een wederzijdse kennis tot hem na het zien van zijn voorstelling Coup Fatal, die ze zeker drie keer zag. Platel was meteen gegrepen door het idee, onder meer omdat de dood toen verschillende keren aan hem voorbij was gekomen: hij had afscheid moeten nemen van zijn vader, verloor zijn trouwe hond, en zat aan het sterfbed van zijn mentor Gerard Mortier.

L. alsmede het wedervaren van L. rond de dood koppelen Platel en zijn theatergroep C. de la B. aan de overdonderende koormuziek van Mozarts Requiem. Geniale expressiviteit anno 1626. Een in muziek verpakte uitstalkast van uiteenlopende gevoelens: blijmoed die ontaardt in vertedering, panische angst die uitmondt in urgente bede. Het is de verklanking van ultieme ontzetting en angst voor het verschijnen van de rechter – maar toch ook van het geluk van het laatste oordeel.

Platel besloot over te gaan tot een bewerking van Mozarts heilige compositie. Dat is gedurfd, een stap die hij nog versterkte door te kiezen voor componist Fabrizio Cassol, met wie hij overigens eerder samenwerkte (in Monteverdi’s Mariavespers, de Mattheuspassie van Bach en het westerse barokrepertoire). Platel/Cassol gingen verder. Ze zetten een ontmoeting op tussen veertien muzikanten uit verschillende contreien.

Gezamenlijk ‘reconstrueerden’ zij het Requiem en wendden daarbij ook hun eigen muzikale invloeden aan, van jazz en opera tot allerlei soorten populaire Afrikaanse muziek. Toch blijft dat ongehoorde Requiem steeds hoorbaar de bron. De live uitgevoerde muziek wordt hier (vondst!) niet door een klassiek orkest gespeeld, maar in een bezetting met accordeon, euphonium (tuba), elektrische (bas)gitaar, likembe (duimpiano) en percussie. Cassol verving vervolgens de massieve koorzang door een vijftal zwarte zangers. Zo werden de opeenvolgende zangpartijen tot uiteenzettingen tussen mensen.

Platel deed nóg een meesterzet: Hij liet de musici en zangers, zonder uitzondering gestoken in zwarte kledij en in aan Zuid-Afrikaanse grafdelvers herinnerende gumboots, bewegingspatronen uitvoeren als in een choreografie, laat ze dansen dansen, van limbo tot urban. Swingen op de klanken van een grafzang, een zielmis, op een Re-qui-em? Op Mozarts heilige grafzang? Op zwartgeverfde houten kisten, die qua beeldrijm aan het Berlijnse Holocaustmonument doen denken? Kan dat, mag dat? En dan nota bene tegen de achtergrond van een in slow motion stervende vrouw? Platel doet het gewoon. Want wie bang leeft, gaat bang dood.

Daarmee bevrijdt hij en passant de doodscultus van het westerse taboe waarmee het is omgeven, en verleent hij bovendien ruimte aan uiteenlopende culturen voor de expressie van hun eigen gebruiken en rituelen rond het ontslapen, nog wel op het theaterpodium. Is het denkbeeldig of kringelt tijdens deze overwegingen wierook de theaterzaal in? Dan: Het Laatste oordeel. Een staande, minutenlange indrukwekkende ovatie.

Even later in de foyer staat op de toog een koud biertje warm te worden. Koffietafelbier. Maar pas op, een teug bespoedigt de onvermijdelijke enkele reis naar de dood, want alcohol verkort je leven. Amen.

kader
Alain Platel
De naam en faam van theatermaker Alain Platel is wereldwijd, zijn oeuvre groot en groots. Hij is zich allengs gaan storten op grote, operateske drama’s rond muziek van Bach, Verdi, Wagner en Mahler. In zijn producties staan amateurs vaak zij aan zij met professionals.

Les ballets / compagnies Contemporaine de la Belgique werd in 1984 te Gent opgericht door Alain Platel. Het geldt als artistieke ‘hub’ voor makers die theater, dans en opera mengen onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Platel in zijn jubileumboek uit 2006, Ballets: ‘Ik ben altijd een oerchristen geweest. (…) Maar als je me vraagt of geloof steun en troost geeft, weet ik dat niet. Esthetica doet dat wel. Sine musica nulla est vita. Muziek verbindt ons met een buiten het lichaam bestaande wet: in dit geval de akoestiek. Muziek creëert een warme cirkel om ons heen die maakt dat wij überhaupt bestáán zullen hebben. De mens is geschapen om te kijken en te luisteren, verwonderd te zijn en tot bewondering te komen.’

kader
De Vlamingen
De Vlamingen lijken een internationaal erkend theaterpatent op danstheater, lijfelijk muziektheater, expressief-absurdistisch beeldend theater, schouwspelen met vaak een katholieke inslag te hebben.
Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre, Guy Cassiers, Needcompany, Vandekeybus, Blauwe Maandag Compagnie, Compagnie De Koe behoren alle tot een Vlaamse lijn die rechtstreeks doorloopt naar FC Bergman, Abattoir Fermé en, bijvoorbeeld, Kris Verdoncks A Two Dog Company anno nu.

kader
Stadsschouwburg Amsterdam en Alain Platel
Stadsschouwburg Amsterdam volgt Alain Platels compagnie C. de la B. al jaren. Onder meer de voorstellingen En Avant, Marche!, Tauberbach, Coup Fatal en Gardenia waren er de voorbije jaren te zien.

kader
Holocaustmonument
Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas in Berlijn is opgericht ter herdenking van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit 2711 betonblokken, variërend in hoogte en een onderlinge tussenruimte van 95 centimeter.

kader
Mozarts dood
Na een uitvaartmis in de Stephansdom te Wenen werd Mozart in 1791 begraven op de Sankt Marxer Friedhof in wat waarschijnlijk een massagraf was. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie ervan vastgesteld, al bestaat absolute zekerheid daarover nog steeds niet.

Requiem pour L.
V
r 19 en za 19 mei, 20.30 uur
Stadsschouwburg Amsterdam
Info & tickets http://www.ssba.nl

Het dansleven uit een dag

In de autobus met Introdans

Met een driesterren touringcar volgeladen met vijfsterrendansers kriskras door Nederland knallen. Hoe is dat? Glamour en glitter in de bus? “In juli ga ik met hem trouwen!”

Nederlandse theatergezelschappen reizen stad en land af om in het land hun kroonjuwelen rond te strooien, zo heeft de rijksoverheid dat nu eenmaal bedacht. Geregeld hoor je acteurs, dansers en andere artiesten-on-the-road verzuchtingen slaken over ‘op tournee zijn’. Maar niet altijd. Ze staan dan wel meestal niet hardop te juichen, maar ach, soms is het een welkome onderbreking van de dagelijkse sleur en is het voor een enkeling ook juist het moment om even betaald gas terug te nemen.

Introdans, vestigingsplaats: Arnhem, doorkruist al sinds 1971 het doorgedesignde Nederlandse wegennet. “En dat doen we graag” zegt in de bus Introdans-marketeer Anthea van der Kraan op volleerde toon, terwijl dit voor haarzelf toch het allereerste busreisje met de groep is: ze is nu nog maar net een halfjaartje bij het team. “We zijn het meest reizende dansgezelschap van Nederland. We vinden het belangrijk om Introdans, om kunst en dans dicht bij het publiek te brengen. Geen drempels opwerpen.”

De 35 speelbeurten van het tourneeprogramma 5 ★★★★★ voeren de groep naar uitersten als Den Helder en Maastricht, naar het Den Haag van het westelijke landseind, en Roosendaal in het zuidwesten. Vandaag is het Hardenbergse theater De Voorveghter, 340 stoelen, plek van bestemming.

Zodra de bus is volgeladen zet de zeswieler vanuit opstapplaats Arnhem CS / Sonsbeekzijde koers richting Marslanden. Aan boord: twintig dansers en een klein contingent ‘beroepsaanhang’, waaronder kleedster annex gelegenheidstourleider Mila Westgeest, balletmeester Diane Matla en twee vrijwilligers / educatief inleiders Truus Tullemans en Thérèse Laurant. De techniekploeg is de meute ’s ochtends vroeg al ruimschoots vooruit gereisd vanuit de Gelderse hanzestad. Sterker: de ploeg legt, terwijl de bus in anderhalf uur richting Hardenberg kruipt, allicht de laatste hand aan decor, dansvloer, licht en geluid.

Schoolreisje
Voor aanvang dringt, eventjes toch, de gedachte zich op aan een uitbundig schoolreisje. Maar niets van dat al, bij Introdans geen geheven dionysische zangkoren of iets dat daar maar op lijkt. Dat kan te maken hebben met het internationale karakter van het ensemble, die kennen onze ‘potjes met vet’ immers niet. Ook geen rouleersysteem: ieder heeft zijn eigen vaste stek, noem het een geplaceerde zitplaats, en daarvan wordt hoogst zelden afgeweken. Natuurlijk hebben de eeuwige ‘troublemakers’, meest mannen, zich achterin verschanst, terwijl de ‘lieverdjes’, niet zelden de vrouwen, zich op de stoelen voorin genesteld hebben.

Dansers zijn gewoontedieren, net mensen. De een slaapt lichtjes wat bij, gunt de ogen en de spieren enige rust, daarbij tovert de een soms een zonnebril op, werkt de ander sociale media bij of luistert hij of zij naar diens favoriete muziek over koptelefoon of oortje. Een enkeling kiest voor een boek. Nog weer een ander heeft zich opgevouwen met de benen op de hoofdsteun van de stoel voor zich gestoken, met de voeten omhoog. Eentje heeft zijn lijf languit op vier stoelen gelegd, dus tot naar de stoelen aan de overzijde van het gangpad. Zelfs het eigen dekbed is meegegaan.

Nog weer een ander gebruikt alvast, of beter gezegd: nu pas (15.30 uur) een licht verteerbare lunch, pasta bijvoorbeeld. Eentje heeft ooit eens een haring in de bus gegeten, wordt me ingefluisterd. Maar urenlang in opgevouwen staat in een touringcar bivakkeren heeft ook nadelen: “Het valt niet mee om urenlang te moeten stilzitten,” vertelt danseres Vérine Bouwman. “Dans is topsport. Vanochtend om 10.00 uur zijn we met de gebruikelijke balletles de dag begonnen. We komen zojuist het repetitielokaal bij Introdans uit rennen. De spieren kunnen we pas weer opwarmen als we in het theater in Hardenberg zijn. Dat is lastig voor de spieren. Er gaat bovendien veel tijd zitten in het reizen.”

Vérine zit vandaag voorin, maar in het verleden, op andere trips, nam ze ook wel eens achter plaats. “Een woordje Italiaans leren,” lacht ze. Opeens straalt ze van oor tot oor. Want, zegt ze, daardoor heeft ze, in deze zelfde Introdans-bus, haar Siciliaanse collega-danser bij Introdans Salvatore Castelli van een andere kant leren kennen. Van het een kwam het ander, beter gezegd van het een komt het ander, want ziedaar: “In juli gaan we trouwen! Ik beraam hier, tijdens deze toer, de trouwplannen!”

Bosuitje
Reisverhalen zijn er ondertussen zeker te vertellen, meestal komen die uit een meer of minder grijs verleden. Over die ene keer bijvoorbeeld dat de temperatuur in de bus niet onder dertig graden Celsius te krijgen was, de keer dat dansers geparkeerde auto’s eigenhandig ‘opzij’ moesten tillen om de deur bij thuishonk Vijfzinnenstraat te bereiken, die keer in Lommel, België dat de voorstelling niet kon doorgaan omdat de dienstdoende technicus plots ziek was geworden. Of toen ze er, ergens in een ver buitenland, opuit gestuurd werden om boomtakken te verzamelen in een nabijgelegen bos. Vanwege het decorbeeld, want dat kon niet mee in de trailer. Maar op een bestaan van dik 45 jaar zijn dat wel de hoogtepunten.

Bestemming bereikt
Stilaan nadert Hardenberg. Dan houdt de bus halt bij de stagedoor van theater De Voorveghter. Na het uitstappen blijven enkele zich voor de buitendeur van het theater verschansen: sigaretje roken.

Maar de meesten nemen meteen bezit van de twee groepskleedkamers, een voor de mannen en een voor de vrouwen. Een groepje besluit te voet een koude neus te halen aan de hand van een verkenningstochtje door het Overijsselse dorp. Een klein clubje dansers blijft achter in de kleedkamer. Geen avondeten voor jullie, heren? “Voor mij niet,” zegt Alberto Tardanico. “Dat zit me straks alleen maar in de weg.” Verloren tijd? “Echt niet,” zeggen Hayden Idrus en Fabio Falsetti in de mannenkleedkamer in koor. “Filmpje kijken, voetbalwedstrijden inhalen of bijhouden. Gaat prima zo!”

Voorprogramma
Voor een aantal dansers is het na aankomst in Hardenberg aldus een lang wachten – totdat om stipt 19.00 uur de groep op de dansvloer, het podium, samenkomt voor een korte training en om te ‘spacen’, het verkennen van de ruimte. Dat is deze keer extra hard nodig, want het podium in Hardenberg blijkt aanmerkelijk minder breed dan van de premièrelocatie, het Stadstheater Arnhem.

Bij ieder theater waar wordt aangelegd, moet dat ‘spacen’ steeds weer plaatsvinden. “Geweldig,” zegt een enthousiaste directeur Jan Maarten Veurink van De Voorveghter die backstage een kijkje is komen nemen, “dat Introdans en de dansers dat toch iedere keer weer op de koop toenemen, dat ze dit voor ons en andere theaters in den lande doen.”

Duisternis
De verrichtingen worden later die avond rijkelijk beloond. En met een driekwart zaalbezetting plus een drukbezochte inleiding vooraf kan er gesproken worden van een geslaagd avondje.

Nadat het ovationele applaus is weggestorven, wringen de dansers zich langs elkaar heen in de twee smalle kleedkamers. Er blijken twee douches beschikbaar op twintig dansers. En toch vertrekt de bus alweer een halfuur na einde voorstelling, dat is standaard zo.

Op de terugweg is de duisternis allang ingetreden. De adrenaline ebt langzaam weg, het applaus siddert nog wat na in de oren. Er wordt tijdens de terugreis weleens wat gedronken, soms een biertje – maar er wordt met name  veel gedut en geknikkebold.

Thuiskomst is voorzien rond het middernachtelijk uur. Daarna gaat eenieder in de vrieskou huiswaarts. Sommigen gaan dan nog thuis de eigen keuken in om een warme hap te bereiden, anderen houden het voor gezien en zoeken meteen het mandje op: morgenochtend klinkt om 11.00 uur de piano voor de reguliere balletles. Een uurtje later dan gebruikelijk dat dan wel, vanwege deze inspannende reisvoorstelling. Maar ach, wat nou? Een danser zeurt niet gauw. Blij als hij is met zijn vak, een uiterst bewogen vak.

kader:
15.15 uur Vertrek / 16.30 uur Aankomst Hardenberg / 19 .00 uur Spacen / 20.15 uur Show / 22.00 uur Einde / 22.30 uur Vertrek uit Hardenberg / 24.00 uur Aankomst Arnhem

kader:
In Vijf sterchoreografieën staat werk van vijf sterchoreografen op het programma: Jiří Kylián, Sidi Larbi Cherkaoui , Mauro de Candia, Robert Battle en Ben Van Cauwenbergh. Deze productie is in het land te zien tot en met begin juni 2018.

kader:
Kogelvis
Jeffrey Lionel Dahmer bracht in de jaren ‘80 zeventien jonge Amerikaanse mannen om het leven. De seriemoordenaar, necrofiel en kannibaal was de eerste van zogeheten ‘celebrity serial killers’. De Amerikaanse schrijver Nick Bruckman doet het verhaal van de ‘Milwaukee Cannibal’ uit de doeken in zijn toneeldebuut Kogelvis. In 2016 maakte regisseur Marcus Azzini een intieme lunchvoorstelling in Theater Bellevue (Amsterdam) van dat
toneelstuk. De Arnhemse gezelschappen Toneelgroep Oostpool, Het Gelders Orkest en Introdans slaan rond Paastijd de handen ineen voor een muziektheatrale herneming van Kogelvis, dit keer met vier acteurs, een strijkkwartet en twee dansers.

kader:
KYLIÁN4ALL
KYLIÁN4ALL toont hoogtepunten uit het oeuvre van meesterchoreograaf Jiří Kylián. Deze familievoorstelling reist door het veelzijdige werk van de maestro, die tot enige jaren geleden vast verbonden was aan Nederlands Dans Theater.

Van het theatrale Trompe L’Oeil, via het humoristische Sechs Tänze, naar het wonderbaarlijke Indigo Rose. Als kers op de taart staat het uitbundige Chapeau vermeld, een première voor het gezelschap.

Introdans-leiders Ton Wiggers en Roel Voorintholt ontvingen in 2016 de Jiří Kylián Ring voor hun verdiensten voor de dans in Nederland.

Nieuwe dimensies in Indiase dans

Van verfijnde klassieke bharata-natyam, kathak, kuchipudi, mohiniyattam en odissi tot vernieuwende Indiase moderne dans, het is allemaal voorradig in Den Haag.

In Korzo vindt jaarlijks rond oktober het India Dans Festival plaats. Maar ook elders in de stad wordt de Indiase dans, vroeger hindoestaanse dans genoemd, ruimschoots beoefend. Den Haag kent een groot aantal dansdocenten en beoefenaars, zoals dansschool Sri Vinayaka, waar leraar en choreograaf Sitra Bonoo in de stijl van bharata-natyam lesgeeft. Bij tijd en wijle zien we de vruchten van haar toegewijde trainingswerk in de theaterzaal terug, zoals binnenkort bij De Nieuwe Regentes.

In het tweestromenland van haar nieuwe voorstelling New Waves of Indian Dance combineren haar voornamelijk Haagse bharata-natyamdansers de 2000 jaar oude bewegingsstijl van Zuid-India met elementen uit de westerse moderne dans. Bonoo tekent voor de bharata-natyam; Percy Muntslag voor inbreng uit de westerse dans. De Surinaamse Nederlander met een creoolse achtergrond was beginjaren zestig een van de klassiek geschoolde balletdansers bij het tableau van het Nederlands Ballet, voorloper van Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet.

“Het was ergens in de jaren zeventig dat ik Sitra voor het eerste ontmoette,” vertelt de tijdgenoot van de drie Van’s: Van Manen, Van Schayk en Van Dantzig. Dat was toen hij weer in Suriname werkte. De anderhalve generatie jongere Bonoo kwam bij hem les nemen. Muntslag: “Ik was toentertijd een van de weinigen daar met een bevoegdheid als danspedagoog.” Na de omwenteling in Suriname keerde de danser, choreograaf en acteur weer terug naar Nederland.

Toen hij in Den Haag opnieuw oog in oog kwam te staan met de anderhalve generatie jongere Sitra, was de band van weleer weer snel gesmeed. Bonoo, van Surinaams-hindoestaanse komaf: “Ik hield erg van jazzballet en ik was ook dol op hindoestaanse films vanwege de mentaliteit en muzikaliteit. De hindoestaanse cultuur en dans heb ik zo met de paplepel binnengekregen.”

Ze was in 1974 naar Nederland gekomen om te studeren aan het Rotterdams Conservatorium. Daar kreeg ze les van de Nederlandse ‘Indiase-muziekgoeroe’ Koustov Roy. De liefde voor Indiase dans verdiepte zich toen ze aanklopte bij de dansschool van mevrouw Steenhuis. “De gelaagdheid van de Indiase dans raakt mij: esthetisch, ritmisch en boordevol detail. Muntslag: “En het is De Bron, ook van het klassieke ballet in het westen.” In haar zoektocht naar verdieping en vernieuwing besloten Muntslag en Bonoo hun passie voor dans symbiotisch te bundelen. Inmiddels hebben ze samen enkele producties op hun naam, zoals Bharata Natyam Beyond en The Next Move, op muziek van Bach.

Schoonmaker
In New Waves of Indian Dance verpakken ze westerse dans en oosterse klassieke Indiase bharata-natyam tot een eigentijdse vorm. “Naast trainer en choreograaf Ik fungeer ik ook als schoonmaker,” lacht Muntslag, “ik zorg dat de neuzen de goede kant op staan, en geef aanvullingen op het idioom.”

De voorstelling wordt gedanst door Haagse dansers met hindoestaanse roots, veelal nog academisch of universitair studerend. In hun vrije tijd werden ze bij Bonoo opgeleid en doorliepen vervolgens een training westerse dans bij Muntslag. “Vanaf de jaren ‘80 zijn steeds meer Hindoestanen de Indiase dans van weleer gaan leren,” legt Bonoo uit, “om zo hun afkomst beter te leren kennen.”

Volgens haar beschikt Den Haag over goede indiase dansers. Hoe dat komt? “Den Haag heeft de grootste gemeenschap van hindoestanen in Nederland binnen de stadsgrenzen. En het klimaat hier werkt stimulerend.”‘

New Waves of Indian Dance is op vrijdag 30 maart 2018 te zien in De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl.

Springplankkunst

Lichaamskunstenaars van de toekomst

Hoe leid je aanstormend danstalent naar de internationaal erkende wereldtop van Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater? Twee gezelschappen, twee gezichten.

De jongerendivisies van de twee grote, internationaal aan de wereldtop opererende ensembles in Nederland oefenen wereldwijd enorme aantrekkingskracht uit op jonge dansers. Zij zien beide ensembles als ideale opstap. Een contract bij Nederlands Dans Theater 2 (NDT 2)  of een traineeship bij de Junior Company (JC) van Het Nationale Ballet (HNB) opent ook elders deuren en is dus heel wat bitcoins waard.

Schubert. NDT 2, jongerendivisie van het wereldberoemde ensemble. Het Balletorkest live in de bak. Fascinerend, overrompelend, bedwelmend. Abrupte lichaamsbewegingen, molenwiekende armen in het halfduister. Met een wereldpremière van topchoreograaf Marco Goecke voor de adspirantendivisie. Ook Ekmans geroemde, in goede zin lachwekkende Cacti, jaren niet meer gedanst. Alles perfect uitgevoerd, zodanig dat de zestien ‘beginnelingen’ de ‘ouderlingen’ van NDT 1 gevoeglijk naar de kroon steken.

“Met Cacti reizen we de wereld over, maar het is nu eindelijk weer hier terug,” zegt een van trots blinkende Nancy Euverink. Jarenlang was ze een gezichtsbepalende danser bij NDT. Vier jaar geleden werd ze artistiek uitvoerend leider van NDT 2, de interne rode loper en opleidingsinstituut voor een felbegeerde loopbaan bij kroonjuweel NDT 1. Ze vertelt in wat nog resteert van het thuishonk aan het Spuiplein in Den Haag, waar shovels en hijskranen buiten hun eigen choreografie dansen. Het Onderwijs- en Cultuur Complex dat er à raison van 178 miljoen euro in 2020 verrezen moet zijn, werpt zijn schaduw jaren vooruit. Het biedt straks huisvesting aan en toonzalen voor onder meer NDT en het Koninklijk Conservatorium (KC).

Verdeeld over drie jaargangen worden bij NDT 2 jaarlijks twee stagiairs en zestien afgestudeerde klassiek opgeleide dansers tot 23 jaar klaargestoomd voor de wereldtop. Zij mogen bovendien ruiken aan een aanstelling bij NDT 1. Vorig jaar stroomden vier van hen door naar de hoofdmacht.

De spoeling is dus dun. Niettemin staan er jaarlijks van heinde en verre jaarlijks zo’n vierhonderd auditanten vol ongeduld te trappelen voor een plaatsje in het tweede ‘elftal’. Zij volgen een balletles en nemen deel aan een reguliere repetitie van NDT 2. Euverink: “Het is een van de doelstellingen van NDT 2 om jonge talenten kennis te laten maken met uiteenlopende danstalen, technieken en werkmethoden. Het werk van onze choreografen is daarin uiteraard bepalend. Het gaat ons om creatie. We willen dansers die bereid zijn alles wat ze eerder hebben geleerd, overboord te gooien. NDT 2 is een ‘creation pool’. Ook voor vele choreografen is NDT 2 vaak een startpunt.”

Ze worden ook in mentaal opzicht getest. “We willen assertieve theaterdansers. We vragen ze daarom een solo te dansen die ze zelf hebben gemaakt. Zo zien we beter of iemand kan doorgroeien naar een theaterpersoonlijkheid.” Dat verschilt, volgens Euverink, van de focus die HNB richt op de JC. “Daar is een plaats in het grote midden, het corps de ballet, het eerste mikpunt.”

De stukken die NDT 2 danst zijn voor het gezelschap zelf gecreëerd en worden over de hele wereld aangekocht. “Het is een op zichzelf staand gezelschap, met een geheel eigen repertoire. De JC staat in dienst van HNB. De groot gemonteerde klassiek-romantische balletten zoals Zwanenmeer, Sleeping Beauty en Notenkraker vragen om volume, om een grote bezetting van het corps de ballet, zeker als je die avond aan avond moet brengen.”

Ernst Meisner, artistiek coördinator van de Junior Company (JC), ‘moederbedrijf’ HNB, ziet dat anders: “Ook een junior bij de JC mag niet bang zijn om een solo te dansen voor een zaal van 1500 mensen.” Hij wijst er bovendien op dat in de vijf jaar dat de JC bestaat, verschillende van ‘zijn’ talenten zijn doorgestroomd, ook naar topplaatsen in het vaste tableau.

“Neem Michaela DePrince. Zij is in betrekkelijk korte tijd opgeklommen tot de rang van tweede soliste. Of Martin ten Kortenaar, die nu grand sujet is. “En vergeet niet dat het repertoire van HNB onnoemelijk breed is: van klassiek-romantische tot neoklassiek en nieuwe werken. Dat vraagt om dansers die breed inzetbaar zijn.” Euverink: “Het verschil is dat dansers van NDT 2 zelf een solo maken. Er worden naast hun danskwaliteiten andere talenten aangesproken.”

Bij de JC meten twaalf dansers zich dagelijks met de tachtig van het ‘volwassen’ gezelschap, volgen een rooster dat het dagprogramma van een groot gezelschap weerspiegelt. Vlieguren maken ze in de avondprogramma’s. De JC kan net als NDT 2 vooraanstaande choreografen tot zijn vaste toeleveranciers rekenen, onder meer David Dawson en Hans van Manen, beiden vast verbonden aan het Amsterdamse dansgezelschap. Toch verschilt de aard van de programma’s van beide jongelingendivisies aanzienlijk.

Meisner: “In de begintijd hebben we programma’s gemaakt die de balletgeschiedenis weergaven, een mix van balletklassiekers tot modern werk. Dat was, onder meer, ingegeven door de wens om een breed publiek voor dans en ballet te bereiken. We konden zo meer en in andere zalen en steden spelen dan het ‘grote’ gezelschap. Daarnaast hebben we gekozen voor familievoorstellingen. Na De Grote Kleine Kist en Narnia maken we komende lente met ISH de voorstelling Grimm. En vergeet niet dat we veelvuldig worden ingezet voor educatieprojecten.” Toch denkt hij erover het karakter van de JC-programma’s anders in te richten: “Net als NDT 2 willen we triple bills gaan brengen.”

Topsport
Topdans is topsport. Voor een danser aan de wereldtop is ieder optreden er een in de categorie Olympische Spelen. Voor het bereiken van de top geldt dat jong instappen, tussen 8 en 10 jaar, in de wondere wereld van het ballet bijzonder bevorderend uitpakt.

Voor een gedroomde toekomst als profdanser is ook in de tienerjaren daarna een onophoudelijke opofferingsgezindheid het devies, vanaf middelbare dansvooropleiding tot ergens midden dertig. Voor de meeste ballerina’s en ballerino’s is er qua fysieke topprestaties daarna wel het beste af. Omscholing is wat hen wacht. Wat je noemt ‘a hard knock life’.

Self-made dansers, autodidacten, zijn vrijwel niet te vinden bij qua techniek doorgaans klassiek georiënteerde gezelschappen. Voor profdansers-in-spe vormt een opleiding aan een conservatorium of een van de hbo-dansacademies de vanzelfsprekende oprijlaan tot een stageplaats en, daarna, een loopbaan bij een van de dansgezelschappen. De beide talentenpools van NDT en HNB werken dan ook met ze samen.

Zo slaat de JC een brug tussen HNB en de Nationale Balletacademie (NBA), onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het in Amsterdam gevestigde balletgezelschap is nauw betrokken bij de selecties en de vaststelling van het studieprogramma en van het docententeam, van vooropleiding en hbo-studie.

“De academie, om de hoek, is onze vaste partner,” zegt Meisner. “Onze directeur Ted Brandsen is er adviseur. De studenten genieten een voorkeurspositie in het bereiken van een stek in de kweekvijver. Een NBA-student die tot de Junior Company doordringt, doorloopt in het eerste jaar een stage annex afstudeerjaar. Bij goed gevolg volgt een tweede jaar en een tijdelijk arbeidscontract. Jaarlijks stromen er vier door tot de hoofdmacht. Als het niet lukt een plek te bemachtigen, stopt na twee jaar de verbintenis.

Op haar beurt werkt NDT samen met de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium (KC) in de regeringsstad. Voor de jaarlijkse presentatie-avond Young Talent Project ruiken dansstudenten van het KC aan de beroepspraktijk door samen te werken met repetitoren, ex-dansers van NDT en met choreografen die aan NDT zijn verbonden.

Euverink: “Belangrijk is dat studenten vroegtijdig bekend raken met onze werkwijze en onze bewegingstaal.” NDT werkt ook samen met het productiehuis van het in Den Haag gevestigde Korzo, in talentontwikkelingsprogramma’s als Here we live and now en Up & Coming Choreographers.

Ondertussen dwarrelen jaarlijks dik zeshonderd digitale aanmeldingen – bijna iedereen stuurt een videofilmpje mee – van heinde en verre neer op Meisners bureau. “We zitten middenin de allereerste schifting van dit jaar.” Slechts 120 ontvangen een uitnodiging voor ronde twee, een kennismakingsdag in Amsterdam. Feitelijk een toelatingsexamen. “Ze doen twee balletlessen mee,” legt Meisner uit, “waarbij de gehele artistieke staf van HNB de hele dag toekijkt en hen beoordeelt.”

Coaching beschouwen Euverink en Meisner als de grondslag van hun werk. “Een plek veroveren hangt sterk samen met de mate waarin een danser weet te assimileren en zichzelf gezond te houden,” zegt Meisner, “en als je vanuit de praktijk tips kunt geven, werkt dat het beste.” Euverink: “Je moet over educatieve én artistieke gaven beschikken. Ik houd erg van observeren: hoe gedraagt een danser zich in de zijlijn? Ik wil graag mijn levens- en danservaring overbrengen. Dit werk is niet voor iedereen weggelegd.”

Facts & figures
NDT 2
Opgericht door Jiri Kylian in 1978
Moeder: Nederlands Dans Theater
Artistieke leiding: Paul Lightfoot
Artistieke leiding NDT 2: Nancy Euverink
Aantal dansers NDT: 28
Aantal dansers NDT 2: 16
Aantal voorstellingen NDT 2 2017-2018: Tot nu toe 32 voorstellingen in binnen- en buitenland. Daar komen in de komende maanden nog meer bij.

Junior Company
Opgericht door Ted Brandsen 2012
Moeder: Het Nationale Ballet
Artistieke leiding: Ted Brandsen
Artistieke leiding JC: Ernst Meisner
Aantal dansers HNB: 76
Aantal dansers JC: 12
Aantal voorstellingen JC 2017-2018: 77, inclusief The Sleeping Beauty en Don Quichot (32 in totaal) maar exclusief locatieoptredens.

NDT 2 veertig
NDT 2 is in 1978 opgericht door Jiri Kylián en Carel Birnie met de bedoeling de hoofdmacht te voeden met jong talent. Inmiddels is NDT 2 uitgegroeid tot een op zichzelf staand gezelschap met een geheel eigen repertoire. NDT 2 bestaat in maart 2018 veertig jaar.

Nancy Euverink
Nancy Euverink (1968) danste van 1986 tot 2007 bij het Nederlands Dans Theater. Tijdens haar carrière ontving ze de Prix en Espèce de Lausanne (1986) en werd zij onderscheiden met de Prijs van Verdienste (2004) van de Stichting Dansersfonds ’79.

Tussen 2007 en 2011 werkte Euverink bij toonaangevende buitenlandse dansgezelschappen. Tussen 2011 en 2014 was zij directeur van de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. Sinds augustus 2014 is zij uitvoerend artistiek leider van NDT 2.

Ernst Meisner
Ernst Meisner (1982) danste bij The Royal Ballet (Engeland) en bij Het Nationale Ballet. In 1999 kreeg hij de Eurovisie Grand Prix for Young Dancers, en in datzelfde jaar de Aanmoedigingsprijs van Dansersfonds ’79. Meisner is naast artistiek coördinator van de Junior Company ook werkzaam als choreograaf.

De luiken moeten open

Debuuteditie driedaags China Festival

Afhaalchinees. Sinds jaar en dag een begrip, zelfs in taalbijbel Van Dale gebeiteld. Nederlanders zijn wát blij met Chinezen, zo wijzen onderzoeken uit.

Niet enkel door de spreekwoordelijk overvloedige maaltijdporties, maar, zegt organisator Melvin Chang, “ook omdat Nederlanders ‘geen last’ van ze ervaren.”

Er bestond vuurwerk in China lang voordat het als buskruit alhier knallend zijn intrede deed. De gemiddelde Chinees, zegt Wikipedia, kent ongeveer 4.000 karakters uit zijn hoofd, kom daar maar eens om met onze 26 Latijnse alfabetletters. Net zoals hun ouders dat zelf in eerdere tijden deden, volgen derde en vierde generatie Chinezen in Den Haag particuliere Chinese taalles, veelal op de zaterdagnamiddag. En ze doen dat vol overgave, zo laat de nieuwe documentaire ‘Voorbij Chinatown’ zien die socioloog Boudie Rijkschroeff speciaal maakte voor het aanstaande en allereerste China Festival in Den Haag, dat een mix belooft te worden van oude en nieuwe Chinese cultuur.

Den Haag heeft, zoals vele steden, een heus ‘Chinatown’. De in 2009 in origineel Chinees steen te Shanghai uitgehouwen toegangspoorten en de rode lampionnen markeren het gebied in de Haagse binnenstad. De viering van Chinees Nieuwjaar in Den Haag is landelijk toonaangevend. “En dat proberen we met dit festival ook te bereiken,” zegt Melvin Chang, organisator van het China Festival. Chang is van Kantonese (Guanghzou, Zuid-China) afkomst: “De ‘jiaxiang’ [afkomst]  speelt in de Chinese cultuur een zeer belangrijke rol. Ook al ben je al generaties in Nederland: de afkomst is doorslaggevend. Maar de wereldwijde diaspora van Chinezen heeft zijn sporen getrokken: “Velen hebben Indonesisch, Surinaams of Maleis bloed door de aderen stromen.”

Hip
Het moderne verhaal van de gemeenschap Chinezen in Nederland begint rond de jaren twintig van de vorige eeuw toen nomadische zeelieden hun kampement opsloegen in onder meer Rotterdam (Katendrecht), Amsterdam en Den Haag. Eenmaal gesetteld, verspreidden ze zich over de rest van Nederland. Melvin Chang, organisator van het China Festival, schetst een beeld van de nu 15.000 ‘Chinezen’ in Den Haag. Van oudsher zijn het ondernemers.

Chang: “Dat is uit noodzaak geboren. De schoorsteen moest immers roken.” In Den Haag was in 1933 Het Verre Oosten het eerste Chinese restaurant, gevestigd aan de Laan van Meerdervoort nummer 50. Hijzelf runt restaurant Lung Fung, tegenover Station HS, ‘zoals vele ‘Chinezen’ boven de vijfentwintig nog altijd in de horeca werkzaam zijn,’ vertelt Chang in afspreekplek het Chinese sushi- en grillrestaurant Shizo van zijn broer. “Tot op de dag van vandaag zijn Chinese restaurants familiebedrijven, al brokkelt dat langzamerhand af.”

In snelle pennenstreken schetst hij een ‘moderne’ tegenkant : “Kinderen van de jongste generatie Chinezen in Den Haag gaan het liefst uit eten in Koreaanse restaurants. Want dat is hip. Op tv en via internet kijken ze naar Koreaanse soaps. Waarom dat zo is? Het uiterlijk van Koreaanse vrouwen komt hun verfijnder voor. Bij onze jongste generatie is het kennelijk uiterlijk vertoon dat de klok slaat.”

Kung Fu
Toch reikt hij de jonge generatie graag de hand. “Het festivalprogramma is samen met jonge Chinese Nederlanders tot stand gebracht, en zíj hebben de website in elkaar gestoken. ‘This is not a Kung Fu festival,’ opent die uitdagend.

“De Chinese gemeenschap, wij, willen graag de luiken openen. Als groep zijn we te lang op onszelf gebleven. Voor autochtone Nederlanders zijn we een gesloten bolwerk geweest. Het is tijd om uit de spreekwoordelijke schulp te kruipen, de muur om ons heen af te breken. De tijd is gekomen om ons verhaal te vertellen, het gesprek aan te gaan over afkomst, over onze kunst en cultuur, onze gebruiken en onze normen en waarden. Hoe? Door generaties Nederlandse Chinezen en andere Nederlanders samen te brengen met een film- en theaterprogramma. Filmhuis Den Haag en Theater aan het Spui worden daartoe omgetoverd tot een ‘ontmoetingsplaats’.”

Het programma vermeldt naast het genoemde filmdocument ‘Voorbij Chinatown’ ook ‘De keuze van mijn vader’ en de speelfilms ‘The kid from the Big Apple’ en ‘Lilting’. Het theateraandeel wordt geleverd door de Shenzhen Arts Group met ‘Happy Spring Festival: China Impression’. De show bevat oude en nieuwe Chinese kunstvormen, waaronder Chinese opera, dans, zang, muziek, martial arts en acrobatiek. Ook kun je bij ze de kunst van het ‘Face-changing’, gezichtsverandering, gewaarworden, waarbij maskers razend snel worden gewisseld, een truc die naar verluidt zelfs in China zeldzaam aan het worden is.

De bekendste Chinese onderneming in Den Haag? Chang, peinzend: Huawei? Supermarktketen Oriëntal dan soms? Hij moet breeduit lachen om het antwoord: ADO Den Haag natuurlijk!

China Festival. Van donderdag 22 tot en met zaterdag 24 februari 2018. Meer informatie: chinafestival.nl.