Oude garde moet problemen Korzo oplossen

Het rommelt bij Korzo. Zakelijk directeur Aukje Bolle zit sinds maart ziek thuis en een opvolger voor scheidend artistiek directeur Leo Spreksel blijkt niet te vinden. Een extern deskundige moet de boel vlottrekken. Bovendien is het subsidiegeld voor het jaar 2018 lang niet zeker.

Door Eric Korsten en Hester Heite

Danstheater en productiehuis Korzo kampt met organisatorische en financiële problemen. Artistiek directeur Leo Spreksel, die per september met pensioen wilde, blijft voorlopig nog even aan. Spreksel: “Aukje Bolle (zakelijk directeur van Korzo, red.) is ziek en zal niet op korte termijn weer aan het werk kunnen. Ard van Rijn (voormalig voorzitter van bestuur, red.) helpt ons nu zakelijk-financieel. De Raad van Toezicht heeft mij gevraagd te blijven totdat er een goede opvolger voor mij gevonden is: iemand waarbij iedereen het gevoel heeft dat het de juiste man of vrouw is.”

Maar Spreksel zit met nóg een probleem: financiële onzekerheid. Dat was voor hem de reden om per 1 september af te zwaaien. “Het is door de bezuinigingen op de kunsten een spannende tijd geweest voor Korzo en voor komend jaar is het opnieuw afwachten of er geld is,” aldus Spreksel. Het Fonds Podiumkunsten heeft een positief advies uitgebracht voor subsidiëring van Korzo, maar onvoldoende budget om dit waar te maken. “Vorig jaar is er op het laatste moment een voorziening getroffen door de Tweede Kamer. Je hoopt dat de fout ook voor komend jaar hersteld wordt. Ik ben daarover positief gestemd, want de argumenten om vorig jaar in te grijpen, gelden nog. Maar er moet nu wel eens een structurele oplossing komen.”

Toen Spreksel zijn vertrek aankondigde, had zakelijk directeur Aukje Bolle al een andere oplossing bedacht: een reorganisatie. “Dat toegekende geld is voor de duur van slechts één kalenderjaar, en bovendien een druppel op een gloeiende plaat,” aldus Bolle. Een soortgelijk scenario dreigt zich voor 2018 te herhalen, dus volgens haar was ‘een pad van intern bezuinigen onontkoombaar’. Ze leek te willen wachten op een nieuwe kandidaat waarmee ze haar plannen samen wilde uitvoeren, maar de sollicitatieprocedure leverde geen geschikte kandidaat op. En zo lag de bal opnieuw bij Bolle en de Raad van Toezicht. Sommige leden van het toezichthoudende orgaan gooiden daarop het bijltje erbij neer. Bolle: “Er is inderdaad een wisseling van de wacht geweest.” Ze bleef leeggeknokt achter. Even later meldde ze zich ziek. Bolle: “Het zijn vanaf 2013 tropenjaren geweest.” Volgens Ard van Rijn kampt Bolle met een burn-out en blijft zij in ieder geval tot september thuis. Bolle: “Wanneer ik terug kom? Dat weet ik niet.”

Toekomst
“Korzo bezint zich op zijn toekomst,” legt Ard van Rijn uit. Hij moet Korzo namens de ‘werkvloer’ en de Raad van Toezicht onbeschadigd het jaar 2018 binnenloodsen. Van Rijn was tot 1998 bestuurslid bij Korzo en is tegenwoordig onder meer vicevoorzitter van de PvdA-afdeling Den Haag. Hij werd, zegt hij, ingehaald om de ‘Korzianen’ nieuwe geestdrift te ontlokken en anderzijds juist bestuurlijke rust te kweken. “Ik bespeur in Korzo vooral nieuw elan,” merkt hij op. “We zijn bezig om de missie van Korzo te herformuleren.” Hij verwacht dat in september meer duidelijk wordt over de inhoudelijke richting waarin productiehuis en theater zich nu ontwikkelen.

Spreksel, die op dit moment dus de enige directeur is van Korzo, blijft ‘tot nader order’, aldus Van Rijn. Spreksel zelf: “Het is beter om voor continuïteit te zorgen in deze onzekere tijd.” Eind dit jaar zal blijken of er opnieuw geld kan worden vrijgemaakt op de rijksbegroting. Onder het gesternte van een kabinetsformatie die voor de kunsten niet per se de goede kant op hoeft te gaan, is dat ook voor Korzo een zorgelijke ontwikkeling. Van Rijn: “Maar we verkeren niet in doodsnood hoor. We krijgen na dit jaar nog drie jaar subsidie van de gemeente Den Haag voor onze programmering en het theater. Voor de eigen producties kunnen we een beroep doen op projectsubsidies. Die route kennen we helaas maar al te goed.” Voor Korzo is het dus opnieuw afwachten of er straks geld genoeg is voor eigen producties. Nog belangrijker is of er tijdig een adequate opvolger voor Spreksel kan worden gevonden. En of Bolle zakelijk de kar opnieuw kan of wil trekken.

Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

Magisch midzomeravondtheater

STET met The Greatest Thing inclusief boottrip

Heerlijk buiten spelen: het kan weer, naar hartenlust. Met de volle zomerzon binnen handbereik en de zomertijd op zijn langst en breedst, kun je dezer dagen bijvoorbeeld een ‘visueel concert’ en omringend romantisch boottochtje maken met The English Theatre en De Haagse Willemsvaart voor een tripje via Laak naar het lommer van het Zuiderparktheater.

Of opstappen op de Mauritskade en via de zeventiende-eeuwse grachten en kanalen van het groengele stadscentrum naar eindpunt Hofje van Wouw varen. In beide gevallen is de voorstelling ‘The Greatest Thing’ de uiteindelijke reisbestemming. Je mag gerust je eigen picknic meenemen, drank is aan boord voorradig. Gedurende het jaar zijn er trouwens meer themavaarten, zoals De ParadeVaartjes, naar de Parade.

The Greatest Thing is een alleraandoenlijkst ‘neo’-sprookje voor jong en oud en daarenbuiten een magische mime en muziektheatervoorstelling van twee makers die Berlijn als standplaats gekozen hebben: singer-songwriter Miss Walker (Magdalena Walker) en mime-artiest Silent Rocco (Rocco Menzel). De plot? Uit de inhoud van Miss Walker’s gouden handtasje ontspint zich een muzikaal sprookje, met het publiek in een eigen rol. De makers nemen dat publiek naar eigen zeggen vervolgens mee naar een wereld vol magie, met in de hoofdrollen een zwijgende vagebond á la Charlie Chaplin en een schijnbaar levenloos neon-elfje.

Betovering
De dertigminutenvoorstelling van Miss Walker en Silent Rocco werd de afgelopen jaren gespeeld op verschillende straattheaterfestivals in Europa en Azië en was daar een ‘hit’ – en dan nu voor het eerst te zien in Nederland. Hoe is Elske van Holk van organisator The English Theatre (STET), dat zich al tien jaar beijvert voor (meer) professioneel Engelstalig theateraanbod in de hofstad, de voorstelling op het spoor gekomen?

‘Op een straattheaterfestival in Noorwegen zagen onze scouts het duo optreden,’ vertelt ze. ‘Ook kreeg ik goede berichten door van buitenlandse collega’s. Van de winter ben ik zelf de videoregistratie gaan bekijken. Wat me aansprak? Dat waren de blijheid, de vrolijkheid en de in het oog springende fleurige kleurigheid van de voorstelling,’ aldus Van Holk. ‘En om aan dit avondje een avondvullend karakter te geven, hebben we besloten er een boottocht omheen te organiseren. Ons publiek, veelal internationaal georiënteerde bewoners van Den Haag, krijgt daardoor een andere kant van de stad gepresenteerd, wordt zo in aanraking gebracht met stadsdelen die het misschien nog niet zo goed kent, zoals het naoorlogse Den Haag van Laak bijvoorbeeld.’

Natuurlijk kunnen ook op dagen dat de voorstelling te zien is, gelooide Hagenaars aan boord van een van de vier bootjes naar het Zuiderpark of Hofje van Wouw stappen. Want: ‘Language no problem,’ geeft Van Holk aan. ‘Er zit veel muziek in en voor zover er tekst klinkt is die eenvoudig te volgen. The Greatest Thing is daarom geknipt als familie-uitje.’

Besloten
Voor de bewoners van woonzorgcentrum Oldeslo organiseert STET buiten dit alles een besloten voorstelling van ditzelfde stuk. ‘Hartstikke leuk, er is daar een mooie tuin en bij regenweer kunnen we er zelfs uitwijken naar een theaterzaaltje, dus we kunnen er prima uit de voeten, en het is erg leuk om naar mensen toe te gaan om ze uit hun isolement te krijgen,’ licht Van Holk toe.

Toekomst
Voor de komende jaren is de toekomst van STET verzekerd. Op de valreep kende de Haagse gemeenteraad een subsidie aan de club toe, waardoor STET voorlopig in staat is om door te gaan op het ingeslagen pad. Op termijn wordt het initiatief trouwens opgegeten door Het Nationale Theater, dat de internationale programmering van theater in Den Haag ter hand gaat nemen.

STET: The Greatest Thing door Miss Walker en Silent Rocco, plus exclusieve boottrip. Van dinsdag 20 tot en met zaterdag 24 juni 2017. Meer informatie: theenglishtheatre.nl.

Beeldenbestormer

Castellucci’s theatrale essay Democray in America

Castellucci, de ‘David Lynch’ van het hedendaagse beeldend theater, schermt met een vuistdik sociologisch standaard wetenschapsboek rond Democracy in America. Een ‘a-politiek theaterstuk’, zo zegt hij zelf.

Plymouth. Op de Atlantische golven van het strand nabij Massachusetts ligt een granieten steen met het jaartal 1620 erin gegraveerd. Deze Plymouth Rock markeert de plek waar vierhonderd jaar geleden een opgejaagde groep Europeanen voet aan wal zette. Het waren Puriteinen, protestantse separatisten die zich in Engeland noch Holland op hun gemak voelden die emigreerden naar de Nieuwe Wereld.

Terwijl in het oude Europa de feodale macht gestaag afbrokkelde ten faveure van boeren, burgers en buitenlui, werd in overzee in dat Puriteinse isolement een geheel nieuwe samenleving gegrondvest. De Puriteinen waren van mening dat elke (geloofs)gemeente zich zelf moest besturen, los van enige nationale kerk. Hun visie heeft het Amerikaanse denken gevormd, met prille Europese democratische beginselen als bagage. Van de indianen leerden ze hoe ze plaatselijke gewassen moesten telen, maar uiteindelijk markeerde dat juist het einde van de inheemse bevolking.

Castellucci’s Democracy in America legt de zaadkiemen bloot van het (r)evolutionaire democratisch-politieke systeem dat aan de stichting van de VS ten grondslag ligt. In Castellucci’s theateropvatting betekent het dit keer: een boerendrama à la Brimstone, met een puriteins echtpaar dat langdurig spreekt over de aardappeloogst die zes jaar op rij mislukt is. ‘Misschien hebben we verkeerd gebeden, vergeten dat in Zijn Naam te doen,’ zegt Nathaniël tegen Elisabeth. Op het einde van de voorstelling stellen twee indianen, native Americans, vast dat hun het land wordt afgenomen. En terwijl ze Engelse woorden zoals ‘rock’ en ‘stone’ leren, gaan ze over tot het villen van de nieuwe Amerikanen.

Daartussenin toont Castellucci zich vanouds een beeldenbestormer: vanachter een gaasdoek zien we eindeloze kringdansen geënt op volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië. Maar ook een stel trappelende paardenpoten inbeukend op een automobiel – voor Castellucci de verbeelding van de overgang van het boerenleven naar de industriële revolutie (lees: het kapitalisme); een gratuit aandoend Wordfeud-achtig spelletje rond de titel van de voorstelling; en projecties van wapenfeiten en ‘mijlpalen’: Battle of Bunker Hill 1775, Kansas Nebraska Act 1854, Twelfth Amendment 1804.

Denkbeelden
Castellucci is de voorbije twintig jaar geheiligd als postmoderne redder van het beeldspektakel, staat bekend om zijn controverses oproepende beeldtaal, die soms neigt naar het groteske gebaar, neergelegd in monumentaal gemonteerde voorstellingen. In Giulio Cesare, bij voorbeeld, voerde hij keelkanker- anorexia- en vetzuchtpatiënten als acteurs op. In Inferno fel blaffende politiehonden. Hij liet het gezicht van Jezus verschrompelen; maar voerde ook eens een stokoude man op die drie kwartier lang incontinent in zijn broek poepte.

Voor het eerst sinds 2011 (Regarding the Son of God) is Castellucci terug in het Holland Festival. Zijn Democracy in America beoogt een polemische voorstelling te zijn maar die, volgens Castellucci zelf, niet politiek van karakter is – en dat bij voorbaat natuurlijk wel is.

Want daarvoor ligt de parallel die zich voordoet met de uitverkiezing van Trump en diens opvattingen over democratie onmiskenbaar voor de hand – al vertelt Castellucci dat hij jaren geleden al over dit thema en De Tocquevilles gelijknamige traktaat een voorstelling wilde maken. De Franse filosoof en grondvester van de sociologie legde in 1835 na een maandenlange reis door Amerika in twee banden van ieder twee delen en bij elkaar duizend pagina’s minutieus zijn bevindingen vast over de nieuwe samenlevingsverbanden van de ‘Nieuwe Wereld’.

En passant beschreef De Tocqueville daarmee de geboorte van een nieuwe democratievorm – die later (lees: anno nu) in ‘volkskapitalisme’ zijn eindbestemming lijkt te vinden. En dat alles begon dus in een ‘nieuw’ werelddeel, een continent waar tot dan toe, althans buiten de geheimzinnige samenlevingsvormen van de door immigranten als halve wilden beschouwde indianen, geen politiek bedreven werd. De puriteinen konden de democratie dus met een schone lei en van de grond af oppoetsen – juist terwijl die in (westelijk) Europa nog aan het uithijgen was van Napoleons militaristische escapades.

De Tocqueville
‘Net een roman’, verklaart Castellucci onverhuld enthousiast, en niet ten onrechte, over De Tocquevilles levenswerk dat zo-even pontificaal vóór hem op tafel is gelegd. ‘Met ‘Amerika’ als dramatisch hoofdpersonage.’ Het is de dag na de première in DeSingel te Antwerpen.

‘De voorstelling is nog niet af,’had hij zich even daarvoor bij voorbaat verontschuldigd. ‘Tegen de tijd dat we in Amsterdam zijn, zal het veel beter zijn. Het moet korter. Raadselachtiger vooral.’ Hij hult zich graag in geheimtaal, kijkt geregeld lichtelijk verstoord van een monoloog interieur op als hem een vraag wordt voorgelegd. Verklarend: ‘Het is fijn als iemand je zoekplaatjes in handen geeft, zie het als mijn geschenk aan het publiek.

Een boodschap? Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedachten. Ik geef geen geschiedenislesje.’ Hij heeft het over de communicatiekracht van het medium theater. En komt dan door een wondere vergelijking via Pericles en Plato van het oude Athene met het ‘heart of darkness’ dat de Verenigde Staten nu volgens hem is, uit op ‘human rights: de afslachting van de inheemse bewoners. Castellucci: ‘In klassiek Griekenland fungeerden het theater en vooral de tragedie als schaduwplaatsen van de Atheense democratie. Tragedies boden ontsnapping uit de disharmonie van het bestaan. Ze wisten dat zoenoffers niet altijd volstaan.’

Volgens Castellucci is het aan het puritanistische democratiemodel te wijten dat de aloude Griekse tragedie als vorm van politiek bewustzijn teloor is gegaan – en daarmee fundamenteel begrip over het bestaan. ‘Geen god meer, maar ook geen stad van de mensen. Wat overblijft is de lege ceremonie die de grandeur van dit verlies viert,’ besluit Castellucci zijn ode aan de tragedie.

Is hij zelf wel eens in Amerika geweest? Castellucci lacht. ‘Natuurlijk!’ Hij herinnert zich daarvan vooral The Rothko Chapel in Houston, Texas. Bij uitstek de plaats waar kunst en religie synoniem zijn.

Romeo Castellucci & Socìetas: Democracy in America. Zondag 4 tot en met dinsdag 6 juni 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandse boventiteling. Meer informatie: hollandfestival.nl.

Focus ‘Democratie’ op Holland Festival 2017:
De zeventigste editie van podiumkunstfestival Holland Festival is het voorlaatste van de naar Parijs vertrekkend artistiek directeur Ruth MacKenzie. Het is thematisch opgezet rond ‘democratie’.

Voor haar is de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland de beweeggrond. Met zowel film, theater als dans geven uiteenlopende makers er uiting aan.

Alain Pringels, dramaturg, doorgewinterd Castellucci-kijker:
‘Meer tekst dan ooit en het bewuste dat heerst over het onbewuste maken Democracy in America tot een atypische ‘Castellucci’.

De sequenties van on-ironische, ‘unheimliche’ droombeelden maken het achterhalen van een onderliggend idee soms moeilijk. Maar hier dwingt en wringt Castellucci je in het denkkader van De Tocqueville, precies zoals hij als reiziger/observator keek naar de prille democratie in het Amerika van toen.

Maar waar bij de Grieken denkbeelden over volksheerschappij ontstonden door geloof in goden ondergeschikt te maken aan de ‘maakbaarheid’ van de polis, werd dat in het puriteinse Amerika nadrukkelijk gekoppeld aan het geloof: in God we trust.’

‘Castellucci kadert de voorstelling letterlijk tussen twee dialogen in: De openingsscène toont een arm Puriteins boerenkoppel – wat hen overkomt is Gods wil; en de eindscène waarin een indiaan Engels leert – metafoor voor de teloorgang van een cultuur. Tussen haakjes: de meest geslaagde genocide in de wereldgeschiedenis is die van de Engels puriteinen op de Noord- Amerikaanse inheemse bevolking, de indianen.

De ontwikkeling die de democratie in Amerika heeft doorlopen ziet Castellucci als een volksdans – een verwijzing naar het Amerikaanse verkiezingscircus.’

In de mallemolen van het leven

Noord Nederlands Toneel maakt theater van dansmarathons

Een uitputtende competitie, gadegeslagen door verveelde toeschouwers. 1491 uur samengebald in 105 minuten. Acteur Bram van der Heijden over Carrousel: “Na afloop ben ik kapot.”

“Er zijn in mijn leven verschillende momenten geweest dat ik echt niet meer kón,” vertelt acteur Bram van der Heijden. “Bijvoorbeeld toen ik hier in Groningen op een bankje zat en mijn toenmalige relatie stuk was gelopen, terwijl ik juist daarvoor aan mijn avontuur bij het Noord Nederlands Toneel was begonnen. Zó erg vond ik dat, té dramatisch voor woorden. Van de weeromstuit begon ik toen hardop te lachen. Of de keer dat ik tijdens het repeteren aan deze voorstelling een bepaalde scène op me nam, maar me niet realiseerde dat die me totaal zou uitputten. Ik moest die namelijk zo’n 35 keren herhalen om ‘m goed in de voorstelling in te kunnen passen.”

Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Doorgaan tot je niet meer kunt. Choreograaf/regisseur Guy Weizman baseerde bij het Noord Nederlands Toneel de voorstelling Carrousel op They shoot horses, don’t they?’, het in 1969 door Sydney Pollack verfilmde boek. In allebei draait het om een dansmarathon, zoals die zich ten tijde van de ‘big depression’ in de jaren dertig van de vorige eeuw daadwerkelijk in Amerika voor hebben gedaan. Armen deden mee aan de happenings, die eigenlijk een afvalrace waren, om niet meer dan een grijpstuiver te kunnen verdienen, terwijl iets minder armen vaak verveeld toekeken. Verveeld ja, want de langste van die marathons duurde dik zestig dagen. De ellende van de één, was de glimlach van de ander.

In Carrousel sleuren de acteurs van het Noord Nederlands Toneel (NNT), de dansers van Club Guy & Roni en de muzikanten van Asko|Schönbergs K[h]AOS je mee in zo’n eindeloze competitie. “We stappen in als er in werkelijkheid al dertig dagen van die marathon voorbij zijn,” zegt Van der Heijden. “We dansen dan allang niet meer, beperken ons tot bewegen. Het is meer een hangen, slaapwandelen. Vergis je niet: in de echte marathons stierven deelnemers. In onze voorstelling zie je vijf koppels die worden opgezweept door een spreekstalmeester, gespeeld door performer en Zwaan-winnaar 2014 Igor Podsiadly. Elk stelletje worstelt, letterlijk, om overeind te blijven maar kampt ook met levensvragen. Ik vorm een koppel met Nadia Amin. De wolk die boven ons zweeft heeft te maken met een kinderwens, maar we zijn samen niet in staat om kinderen te verwekken.”

Van een hoofdrolspeler is in Carrousel geen sprake. Van der Heijden, onder meer bekend van Borgen, Tsjechov, Rembrandt en ik en de tv-serie Centraal Medisch Centrum: “De vijf stellen zijn allemaal even belangrijk: we dansen en blijven dansen. Het gaat om het groepsgevoel, het is niet de bedoeling om in je eentje te schitteren. Ik ben maar een spaak in het wiel.”

Zo lijkt het of de voorstelling wel wat van teamsport weg heeft. “Toch gaat het ons veel meer om de metafoor: de mallemolen van het leven die zonder aanzien des persoons altijd maar doordendert. Zeker, de dansmarathons waren een fenomeen, een tijdverschijnsel, maar bij ons is het gegeven belangrijker dat de menselijke soort het in zich draagt om zich moedwillig zelf te willen uitputten. Totdat ie helemaal verzuurd is. Dat verschijnsel is universeel. Na afloop ben ik zelf vaak kapot moe, maar soms doe ik energie op, bijvoorbeeld als er veel chemie is tussen de spelers en het publiek. Die wisselwerking is van levensbelang in het theater.”

Sinds 1 januari is Guy Weizman naast artistiek directeur van Club Guy & Roni ook artistiek directeur van het Noord Nederlands Toneel. Beide gezelschappen maken nog steeds eigen voorstellingen, maar werken ook veel samen. Bram van der Heijden, die ook wel in dansproducties aantrad, onder meer van Ann van den Broeck. “Ik behoor inmiddels tot de ‘oude’ garde, klopt, al ben ik pas 31, want ik werkte voorheen al bij NNT onder Ola Mafaalani. Ik vind het echt een bijzonder gezelschap, met iemand die van oorsprong choreograaf is aan het artistieke roer. Dat leidt tot voorstellingen die ‘anders’ zijn ingestoken, brutaler van toon en wat experimenteler van karakter. Voor doorgewinterde toneelkijkers is het boeiend om te zien hoe een dansmaker theater maakt, en vice versa is het voor dansfans een eyeopener om te zien hoe drama zich ontrolt.”

Carrousel van Noord Nederlands Toneel is op zaterdag 27 mei 2017 te zien bij Het nationale Theater, locatie Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of nnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Tijdmachinaties

Wereldpremière Imre en Marne van Opstal bij Nederlands Dans Theater 2 in programma Smoke and Mirrors

Broer en zus. En allebei danser én choreograaf. Voor Smoke and Mirrors van Nederlands Dans Theater 2 tekent het tweetal Imre en Marne van Opstal voor een van de nieuwe creaties.

Na gedane arbeid is het goed rusten: Terwijl hun zus Myrthe er na de repetities op uitgestuurd is om boodschappen te doen voor het avondeten, nemen Imre en Marne van Opstal de tijd om zich uit te spreken over hun nieuwe choreografie The Grey die in de maak is. Het is na eerdere creaties voor het talentontwikkelingsprogramma Up & Coming Choreographers van initiatiefnemers NDT en Korzo hun eerste proeve voor een van de reguliere avondprogramma’s van Nederlands Dans Theater 2, de unieke verzameling jong talent van het eredivisiedansgezelschap uit Den Haag. In dat programma, Smoke and Mirrors, maakt hun nieuwe choreografie voor zeven dansers deel uit van een vierluik met daarin ook werk van de choreografenduo’s Sol Léon en Paul Lightfoot, Sharon Eyal en Gai Behar, en Marco Goecke.

Hoe gaaf is dat, en nog wel tussen zulke kanonnen? Levert die wetenschap extra druk op?
M: Het is geweldig fijn dat we deze kans krijgen, eervol ook. Het ‘umfeld’ levert wel wat extra druk op, maar we hebben vaker samengewerkt, dus dat moet deze keer ook lukken.
I: We vinden het ook erg fijn dat we juist als Nederlandse dansers/choreografen deze kans krijgen, want vaak komen de makers van buitenaf.

De wil, de drang om te choreograferen, waar komt die bij ieder van jullie vandaan?
M: Als danser voer je in eerste instantie in principe uit wat de choreograaf voor je bedacht heeft. Het is geweldig fijn om ook eens zelf beslissingen te kunnen nemen en je eigen ‘stem’ naar buiten te kunnen brengen. En dat van muziek, tot aankleding en toneelbeeld, dat je alles zelf in de hand hebt, dat voelt goed. Als choreograaf wil ik graag allerlei gedachten opwerpen, dingen aan de kaak stellen, of achterhalen hoe het brein werkt. Voor mij moet het echt ergens over gaan. Daarom hebben we in Fabienne Vegt een dramaturg in de arm genomen, dat is ongebruikelijk in de dans.
I: Iemand die met een derde oog kijkt naar wat we maken, die in de gaten houdt waar het naartoe gaat, het concept en de ‘frames’ bewaakt, en die ons op het rechte pad houdt.
M: Voor mij is communiceren met het publiek erg belangrijk. En het creatieproces, actie-reactie, samen aan een voorstelling bouwen, dat is gaaf.
I: Het uitbouwen van een concept dat je op papier hebt gezet, zien veranderen in een levende voorstelling, in iets visueels fascineert me. Op papier kan iets nog zo prachtig lijken, maar om dat te bereiken moet je ook dansers coachen, ze stimuleren, inspireren. Daar houd ik erg van.

Hoe gaat dat: in gezamenlijkheid choreograferen? Wie doet wat en waarom zó?
I: Omdat we elkaar van jongs af aan van zo dichtbij kennen, kunnen we uitstekend samen lezen en schrijven. Op de repetitievloer is het vaak zoeken in samenspraak met de dansers, maar als Marne met een van ze een deel aan het uitwerken is, weet ik precies waar hij heen wil. Op zijn beurt weet hij dat van mij. We kunnen daarom los van elkaar aan de gang.
M: We zijn nog zoekende, maar we weten allebei wat we willen bereiken. Dat verschilt per choreografie trouwens, want ik geloof niet zo in een eigen stijl. Mensen die ons als danser kennen, zullen vast de bewegingen herkennen, maar verder ben ik van mening dat een nieuw concept zijn eigen aanpak en bewegingstaal vraagt.

Wat kunnen we van jullie verwachten in ‘Smoke and Mirrrors’?
M: Ons stuk, op speciaal voor deze creatie geschreven muziek van componist/choreograaf Amos Ben-Tal, gaat over lotsbestemming, een parallel universum, over geloof stellen in een grotere kracht ergens buiten ons. Maar ook over het gegeven op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn, over het nemen van stappen vanuit een zeker beginpunt, een aardse laag, naar de toekomst.
I: We delen het stuk op in drie non-chronologische secties. In het laatste deel gaan we de eerste delen als het ware toelichten. Maar onze choreografie gaat ook over menselijke relaties, en over sociale verhoudingen tussen mensen. We gaan heel wat omwoelen! Het moet een experience zijn, en zeker geen statisch schilderij.

Moet je als choreograaf zelf gedanst hebben?
I: Dat geloof ik niet, tenminste niet per sé. ik denk dat het belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt doen, waartoe een lichaam in staat is.
M: Dat ben ik zeer met Imre eens. Het kan wel dat je als ‘autodidact’ eerder op nieuwe bewegingen komt, maar net als Imre denk ik dat het heel belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt uitdrukken, hoe ver je kunt gaan, dus wat een danser in fysieke zin aankan. Als danser weet je dat van tevoren.

Taiwan en Athene wachten. Dansenbij NDT – en in de tussentijd choreograferen. Hoe zwaar is dat?
M: Ja, we zijn druk, druk, druk. Bij terugkomst hebben straks tien dagen om de nieuwe choreografie in te studeren met de dansers. Die combinatie van dansen en maken is heel intensief.
I: Het is echt een puzzelstukje om alles passend te krijgen.

kader:
Imre en Marne. Dansende broer en zus uit een dansgekke Noord-Limburgse familie uit Velden, die waarlijk overloopt van danstalent, want ook Myrthe danst aan de top (bij NDT1) terwijl Xanthe bij Batsheva Dance Company in Israël zit. ‘Eerst maakten we furore in de woonkamer,’ lacht Imre van Opstal. ‘Maar we zijn in stadia gegroeid tot waar we nu zijn. Al tijdens onze vooropleiding in Venlo konden we nu en dan zelf een duetje maken.’

kader:
Het tweede programma van NDT 2 is rijk aan contrasten. Smoke and Mirrors toont wereldpremières van associate choreographer Marco Goecke en opkomend choreografenduo Imre van Opstal en Marne van Opstal, naast een herneming van SH-BOOM! (2000) van Sol León / Paul Lightfoot en Sara van Sharon Eyal & Gai Behar. De vijf makers verschillen aanzienlijk in stijl, leeftijd, achtergrond en esthetiek. De jonge dansers van het gezelschap worden daardoor uitgedaagd om zich de verscheidenheid aan werken en danstalen eigen te maken.

‘Dans moet sensueel zijn’

Ballett am Rhein Düsselfdorf Duisburg danst Ein deutsches Requiem

De laatste jaren ging Martin Schläpfers dansgezelschap liefst drie keer met de titel ‘beste van Europa’ aan de haal. Het Zuiderstrandtheater ontvangt zijn Ballett am Rhein met een van zijn beste choreografieën.

Op zijn zeventiende, toen hij aan de Royal Ballet School in Londen studeerde, was Brahms’ meesterwerk Ein deutsches Requiem een van de eerste platen die hij aanschafte, op vinyl dus, en zij aan zij met Nina Simone. ‘Wonderschone, opwindende muziek en bovendien gaat het om een werk dat onlosmakelijk deel uitmaakt van het Duitse erfgoed,’ legt Martin Schläpfer zijn keuze voor dit tussen 1865 en 1868 gecomponeerde koorwerk uit. ‘Belangrijk voor mij is dat Brahms er per se geen liturgisch werk mee schreef; hij was, net als ikzelf, niet gelovig; de gezongen bijbeltekst heeft dan ook eerder betrekking op humanisme dan op religie.’ Hij noemt zijn keuze voor dit werk ‘riskant’ en ‘gevaarlijk’.

‘Omdat het een koorwerk is, dat is ongebruikelijk in het ballet, en omdat de dodenmis bij iedere Duitser in de platenkast staat.’ Schläpfer kiest graag voor extremen, levert zich bij voorkeur over aan het onbekende. En haalt ten bewijze de choreografie aan die hij op de Zevende Symfonie van Mahler maakte. Ein deutsches Requiem is in de aard net zo’n keuze. Maar choreograferen op uitgesproken treurmuziek? ‘De uitdaging zit erin om de betekenis van de choreografie ‘open’ te houden, geen betekenis te willen opleggen aan de kijker, terwijl het toch ook niet een abstract ballet moet zijn want het moet ontroering teweeg kunnen brengen.’ Een nog belangrijker uitgangspunt voor hem: ‘Dans is niet louter esthetisch, maar moet ook sensueel zijn.’

Conventies
Brahms morrelde graag aan de conventies van het gebruikelijke requiem. Die handschoen past Schläpfer. Want als dansmaker, zo zegt de Zwitser van geboorte, speelt hij graag met fysiek ongebruikelijke lichaamsbewegingen, met ‘off-balance’, lichamen die bijna lijken te vallen – ‘de ene keer van vreugde, dan weer van deemoed.’ Het toneelbeeld versterkt dat gevoel. ‘De set is een eindeloos lijkende kijkdoos die diep naar achteren wegloopt, en soms wel wat wegheeft van een kathedraal.’

In Düsseldorf en Ballett am Rhein’s zusterstad Duisburg heeft hij met zijn dansgroep, deel uitmakend van Deutsche Oper am Rhein, de beschikking over twee volwaardige podia, twee orkesten, twee koren en een tableau van 45 puike dansers. Zijn dansgezelschap werd de voorbije jaren driemaal tot het beste van Europa uitgeroepen – en hijzelf tot beste choreograaf. ‘Dat is exceptioneel en heel mooi, het helpt de dansers en het gezelschap vooruit, en helpt ook enorm mee om onze subsidie overeind te houden. Bovendien halen deze blijken van erkenning vele persoonlijke twijfels bij me weg. Toch kunnen we niet op onze lauweren rusten, zo houd ik ook mijn dansers steeds voor. Iedere dag opnieuw moet je het publiek veroveren.’

Vincent Hofmann:
… maakt sinds anderhalf jaar als danser deel uit van Ballett am Rhein.

‘Schläpfer heeft een heel eigen visie op ballet. Hij probeert je te pushen om tot extremen te gaan: langdurig in balans zien te blijven, benen en voeten erg uitgestrekt houden, en alle bewegingen ‘groot’ houden. Toch is zijn bewegingstaal vloeiend, organisch. Ik noem zijn idioom neo neoklassiek, moderne dans met een klassiek randje. Ein deutsches Requiem vind ik persoonlijk een van Schläpfers beste choreografieën. Het wordt gedanst op blote voeten. En de muziek van Brahms is werkelijk prachtig. Wel een beetje wennen, want er zit veel gezongen tekst in, maar je danst die tekst natuurlijk niet letterlijk. Het is geen popmuziek!’

‘We dansen in een seizoen doorgaans zo’n vier triple bills en een avondvullend ballet plus tourneevoorstellingen. We doen dus geen klassiekers of krakers als Giselle, The Sleeping Beauty of de Notenkraker. Ballett am Rhein is een erg divers gezelschap, met uiteenlopende gezichten, lichamen en persoonlijkheden. Dat bevalt me. Bij Het Nationale Ballet, waar ik een tijdje danste, moet je je vaak voegen naar het beeld van het corps de ballet. En zo’n gelijkvormig corps, dat hebben we hier bij Ballett am Rhein niet.’

‘In Duitsland is het prettig dansen. Ik krijg de vrijheid om veel van mezelf te laten zien. En als ik zes dagen wil dansen, dan kan dat gewoon. In Nederland stonden allerlei regeltjes dat weleens in de weg.’

Hans van Manen:
… meesterchoreograaf. Hij maakte in 2014 met Alltag een wereldpremière voor Ballett am Rhein, met Martin Schlapfer in een come-back als solist. Ballett am Rhein dans met regelmaat werken van Nederlands beroemdste choreograaf.

‘Ik ken Martin al 35 jaar. Hij heeft achtereenvolgens  Basel, Bern, Mainz en nu Dusseldorf en Duisburg op de kaart gezet. Martin is een buitengewoon begiftigd choreograaf, die momenteel met Marco Goecke, wat mij betreft tot de besten van Duitsland behoort. Als basis gebruikt hij altijd de klassieke techniek maar geeft daar een fantastische eigen draai aan, zoals niemand anders dat doet. Neoklassiek? Ach dat zijn van die kunstetiketjes. Soms laat hij op spitzen dansen, dan weer op blote voeten. Hij laat zich net als ik inspireren door wat hij om zich heen ziet. Eigentijds. En waarom zou je ook anders doen?’

Ein deutsches Requiem heb ik nog niet gezien. De keuze voor de muziek van Brahms is heel interessant. Juist muziekliefhebbers zou ik aanraden eens naar de choreografie te gaan kijken. Ik zou zeggen: Ren er naartoe!’

Het Zuiderstrandtheater en Holland Dance Festival presenteren Ballett am Rhein met Ein deutsches Requiem op donderdag 9 en vrijdag 10 maart 2017. Meer informatie op: zuiderstrandtheater.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 88 00 333.