Vijf jaar ‘Piket’

Talentontwikkelingsprijs voor dans, toneel en schilderkunst

Eden Latham (schilderkunst), Jos Nargy (toneel) en Kinda Gozo (dans) zijn de winnaars van de Piket Kunstprijzen 2018. De prijswinnaars werden maandagavond in Theater aan het Spui en in aanwezigheid van alle genomineerden, drie per genre, in het zonnetje gezet. De winnaars kregen ieder een cheque van achtduizend euro plus een speciaal door kunstenaar Joep van Lieshout ontworpen sculptuur: een gegoten Piketpaaltje. Van Lieshout had nog een dwarsig loopbaanadvies voor ze in petto: “Als iedereen zegt dóen, doe het dan níet. En andersom.”

De Piket-onderscheidingen voor de disciplines dans, toneel en schilderkunst gaan uit naar professionele jonge kunstenaars tot 30 jaar die een sterke band hebben met Den Haag. Een vakjury buigt zich jaarlijks over een longlist die uitmondt in 9 nominaties. Met dit terugkerende initiatief beoogt de stichting mr. F.H. Piket de talentontwikkeling en het vestigingsklimaat voor de kunsten in en rond Den Haag te stimuleren. Frederik Hendrik Piket, in 1927 geboren in Den Haag als zoon van een suikerfabrikant en –groothandelaar, was behalve advocaat en kamerlid ook fervent kunstliefhebber. Na zijn overlijden in 2011 werd zijn kunstverzameling verkocht en zo zag de stichting mr. F.H. Piket het levenslicht.

Jubileum
De Piket Kunstprijzen viert dit jaar het eerste lustrum. “De prijs betekent echt iets voor de winnaars en de stad,” legt Cees Debets van Het Nationale Theater uit. “Het bedrag is substantieel meer dan alleen een behoorlijk financieel steuntje in de rug. De winnaars ‘toneel’ hebben zich daardoor als theatermaker verder kunnen ontwikkelen. Of neem de kersverse prijswinnaar voor toneel van dit jaar, Jos Nargy. Hij heeft eerder dit jaar besloten om niet meer te spelen en louter als theatermaker door te gaan. Nu kan hij die stap met een geruster hart doorzetten.”

Ook Maurits van de Laar, galeriehouder in Den Haag, onderstreept het belang van de prijs: “Voor jonge kunstenaars is dit veel geld, een bedrag waar je echt wat mee kan. De prijs is nog niet genoeg doorgedrongen, maar dat komt nog wel.”

“Het is prachtig dat er überhaupt een organisatie is die zich voor talentontwikkeling inzet,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. “De opleiding en de gezelschappen hebben ieder een taak te vervullen. Maar afgestudeerde dansers en choreografen belanden aan het begin van hun carrière vaak tussen wal en schip. Het is al moeilijk genoeg om een plek te vinden. En dit niet-lullige bedrag helpt ze om een lijn voor zichzelf uit te zetten.”

Cultuurwethouder Robert van Asten mocht de Piket Juryprijs uitreiken. Die ging dit jaar naar dansdocent en ballet-repetitor Hedda Twiehaus van het Nederlands Dans Theater. Ze kreeg de prijs voor haar jarenlange werk en inzet ten faveure van jonge dansers.

Hij ziet de twee kunstvakopleidingen in Den Haag als motor voor een sterk vestigings- en makersklimaat. “Met de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium hebben we twee gerenommeerde opleidingsinstituten binnen de stadspoorten. Studenten uit de hele wereld komen hierheen – en vaak blijven ze hier.”

Advertenties

Dodendans

Reprise van succeswerk

Jasper van Luijk vat met Quite Discontinuous zijn fascinatie voor levenloosheid in een choreografie van de rouw. Hoe reageren we op de dood van een dierbare? En hoe gedraagt een groep zich als een lid wegvalt?

Quite Discontinuous was mijn eerste avondvullende productie. Ik was 23 en net afgestudeerd aan de Artez Dansacademie. Mijn vader was opgegeven, had afscheid genomen van het leven. Maar bij een allerlaatste operatie bleek dat hij zijn leven terug had, van het ene op het andere moment. Surrealistisch natuurlijk. Voor hem, net als voor mij.’

Quite Discontinuous komt voort uit deze persoonlijke, intieme bron. Ik ben trots op dit werk omdat het mij persoonlijk raakt, en ook omdat ik er internationaal succes mee had. Delen ervan zijn door verschillende dansgroepen aangekocht en ingestudeerd. Maar dit stuk is daarna nooit meer integraal gedanst. Ik ben blij dat dat nu wel gaat gebeuren.’

‘Ergens hier in huis staat een doos met daarin een stuk of acht harde schijven. Op een ervan staat een registratie van Quite Discontinuous, in 2013 vanuit verschillende hoeken gefilmd. Die moet ik opzoeken want ik ga de choreografie instuderen en maak dan gebruik van deze videobeelden, ook al heb ik de choreografie nog grotendeels in mijn hoofd en zijn veel bewegingen nog in mijn lijf opgeslagen. De videobeelden helpen me om de bewegingen er bij de dansers – anderen dan toen – in één week in te stampen. Dat is erg kort, maar ik wil dat graag zo doen omdat we dan nog drie weken over houden om te bekijken waar en hoe we het stuk sterker kunnen maken.’

‘Het thema van de dood komt regelmatig terug in mijn werk, in Happily Ever After bij Maastd bijvoorbeeld en Previously cited bij Korzo producties. Fascinatie of obsessie? Voor mij is het een fascinatie. In mijn hoofd ben ik dagelijks met de dood bezig. Voor iedereen is de dood de stip op de horizon, daarna is het echt klaar. Het is ook de enige zekerheid in het leven. Op een bepaalde manier vind ik dat prettig. Het bijzondere is ook: niemand neemt je jouw eigen, unieke doodservaring af – ook al weet je nog niet hoe het zal gaan. Het is bij uitstek ook het moment dat je beseft dat je lééft. Heel rijk eigenlijk, als je erover nadenkt. Ik ben niet gelovig in de klassieke zin van het woord, ik geloof niet in een hiernamaals of zoiets. Wel in energie.’

‘In Quite Discontinuous zie je vier dansers. Zij voeren je mee naar twee delen: een voor en een na de dood. In het begin van het eerste deel ben je getuige van een denkbeeldige autocrash. Je ziet een kluwen in elkaar verstrengelde lijven. Uit alle macht proberen de vier elkaar vast te houden, niet los te laten, elkaar te beschermen. In het tweede deel komt dat moment, dat beeld van die crash terug, maar dan in een versneld tempo. Uiteindelijk komt de dood heel hard binnen, ook al voel je vanaf het begin spanning in de lucht al wel trillen. Met dat gegeven spelen we. Er is veel partnerwerk en er zijn enkele solo’s. Elke aanraking, elke hand, elke spierspanning op het lichaam is heel precies gerepeteerd. Ik ga het stuk verder niet uitleggen, het publiek moet zelf kunnen associëren. Als choreograaf wil ik aanknopingspunten aanreiken.’

‘De dood. Geen sexy thema, nee. Rottig te marketen ook. Jammer dat veel mensen alleen iets leuks willen zien: kunst als instant entertainment, maar gelukkig is het theater geen SBS 6. Quite Discontinuous is een mooie voorstelling, niet te zwaar ook. Er gebeurt veel, het kan ontroering teweeg brengen maar ook een plaatsbepaling zijn: Waar sta je zelf wanneer het gaat over de dood?’

‘Vorig jaar heb ik hier in Utrecht mijn eigen gezelschap SHIFFT opgericht, ik sta nu op eigen benen. Tegelijk is er nog altijd de steun van danshuis Korzo in Den Haag en De Nieuwe Oost in Arnhem. Utrecht is een perfecte stad voor mij. Met SHIFFT wil ik bouwen aan een sterkere danscultuur in Utrecht. De gemeente zorgt voor enige ondersteuning en vanuit deze stad werken naast SHIFFT ook De Dansers en danstheatergroepen DOX en 155. Jammer is dat hier geen hbo dansopleiding gevestigd is. Wel is er een mbo hiphopschool. Ik vind nieuwe dansvormen heel interessant. Ik houd van cross-overs, bijvoorbeeld tussen hiphop en moderne dans, tussen andere achtergronden en mijn eigen westerse. Het ligt echter aan de inhoud van het concept en de energie binnen de cast welke dansers daar geschikt voor zijn.‘

‘Voorlopig maak ik met SHIFFT twee producties per jaar. En hebben we een residentieprogramma voor jonge dansmakers. We dragen zo bij aan een sterkere Utrechtse danscultuur. Het mooie daarbij is dat ik hier aan huis een kleine repetitiestudio heb, waar we bijvoorbeeld kunstenaars voor een residentie kunnen uitnodigen.’

Kader
Jasper van Luijk (1987) studeerde dans aan de ArtEZ Dansacademie in Arnhem. In 2012 won hij de ITs Choreography Award, een prijs voor pas afgestudeerd choreografietalent. Daarna besloot hij om zich fulltime op choreograferen te richten. Hij maakte producties voor Korzo, De Nieuwe Oost, Huis Utrecht en MAAStd. Jasper van Luijk maakt deel uit van de directie van het ITs Festival.

Naast Quite Discontinuous brengt Luijks initiatief SHIFFT komend voorjaar de nieuwe choreografie Still uit, voor twee dansers, een acteur en twee muzikanten. In het seizoen 2019-2020 brengt SHIFFT een duet uit tussen een danser en een fotograaf rond de hedendaagse beeldcultuur. Meer informatie: shifftutrecht.com.

Kader
Jasper van Luijk bewoont midden in het Museumkwartier van Utrecht, nabij de Geertekerk, ingeklemd tussen het licht meanderende Singel en de Oude Gracht een Villa Kakelbont-achtig pand. Je moet eerst door een zigzag voorportaal  van dertig meter voordat je dat bereikt. Daarna kom je op een idyllische, in voorjaar en zomer weelderig groene soms totaal overwoekerde binnenplaats. Het is er altijd fluisterstil, een aangenaam briesje strijkt er steeds door je haren.

De aanpalende ‘studio-in-huis’ heeft eigen slaap- en sanitaire voorzieningen, en ademt een licht soort ‘Parade-sfeer’: klein, intiem en romantisch. ‘Daar vinden nu en dan optredens plaats in het kader van de residenties die we hier op gezette tijden organiseren. Ook is er een ruim bemeten keuken die volledig is toegerust. Mijn schoonmoeder, choreograaf Wies Merckx, verhuurt deze ruimtes aan ons, ze leven en wonen in Frankrijk. Geweldig om hier te wonen en te werken. Het is hier leven als een god in Utrecht.’

 

‘Ik wil weten hoe zwaar die rugzak weegt’

Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar

Zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie modellen en … een priester. Onzekerheden worden uitgedaagd, harnassen aangevallen en ongemak moedwillig opgezocht.

Begin 2017. Lies Pauwels, onverschrokken theaterfenomeen en toch van uiterst poëtische snit, ontvouwt een stoer plan: een voorstelling met jongeren die psychische kwetsbaar zijn, met fashionmodellen en een priester. Maar het mag niet uitlopen op een sociaal-artistiek project, geen crea-club zijn of naar veredelde bezigheidstherapie neigen.

Oktober 2018. Ze zijn echt en ze spelen zichzelf. Terwijl er – tijdens de repetities – roze pluimen over de scène dwarrelen, komen verwrongen zelfbeelden tot leven. Er wordt in ondergoed gepaaldanst. Op een catwalk tippelen roos-witte laarzen met ‘fragile’ als waarschuwend opschrift.

Moeten psychisch kwetsbaren ‘genezen’? En wat schuilt er achter de betoverende façade van glitter & glamour? Is de modewereld een glazen bol voor wat komen gaat? En hoe werkt een samenleving zonder enig moreel kompas?

Lies Pauwels – ze werkte samen met onder meer Alain Platel en Arne Sierens – maakte eerder wonderlijke en wonderschone semi-operateske performances, zoals de roemruchte voorstelling ‘Het Hamiltoncomplex’. Dat was een fysieke, tikkeltje filosofische voorstelling met 13 meisjes van 13 jaar – en één bodybuilder.

De voorstelling ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ is voor haar een stap verder in het compromisloze verlangen naar theater waarin emotionele intelligentie en authenticiteit de boventoon voeren. Wie waagt het om kwetsbare jongeren te confronteren met glamour en schoonheidsidealen? “Truth or Dare gaat over kwetsbaarheid,” legt ze uit. “Ik werk met ze om wie ze zijn, niet omdat ze bij mij hun rugzak moeten legen. Maar ik wil wel van hen weten hoe zwaar die rugzak weegt.”

In Pauwels’ wereld is ogenschijnlijk niets vanzelfsprekend – en toch alles onmiskenbaar aanwezig. Ze belooft noch geeft antwoorden, maar wel een krachtig theatraal discours. Op het podium passeert daarom een reeks opties en situaties voor de ‘spelers’, die voortdurend naar elkaar verwijzen.

In onvolmaaktheid vinden we elkaar, is de onderliggende boodschap, eerder dan in het vruchteloze streven naar perfectie. “De voorstelling confronteert ons, via de eigenzinnige cast, met drie bijzondere werelden die elk op hun manier veel vertellen over wie we zijn en hoe onze maatschappij functioneert.”

Verwacht bij Pauwels ook geen duidelijke plotlijnen of gepolijste dialogen. Haar werkwijze is associatief. “Theater is mijn favoriete medium om vragen te stellen.” Maar het onvoorspelbare en grillige zijn hindernissen voor de jongeren, zeker voor wie met autisme te maken heeft.

Maakt ze het hen niet te moeilijk? “Wat zij hier doen ervaren zij als minder zwaar dan hun leven buiten. Het podium is voor hen een goede plek. Ze vinden er aansluiting met zichzelf. Dat ze hier staan is op te vatten als een statement. Iedere scène is op zichzelf een overwinning. Elke seconde op dat podium hebben ze op zichzelf moeten bevechten. Iemand aanraken, een kostuum aantrekken, op blote voeten lopen, voor sommigen waren dat heel grote stappen.” Ter geruststelling: Bij iedere voorstelling reist een psycholoog mee.

Lies Pauwels / hetpaleis / Sontag: Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar. Op vrijdag 9 november 2018 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl/truth. Telefonisch tickets reserveren: (088) 356 53 56.

Bezielde dans in ‘Soul #2 Performers’

Internationaal succes voor Haagse dansgroep Meyer-Chaffaud

De vanuit Den Haag werkzame choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud werken sinds 2016 aan hun ‘SOUL’-serie: bij elkaar straks vier voorstellingen die, los van elkaar, de mensenziel belichten. Stonden in het eerste deel ‘Soul #1 Audience’ de gedachten van het publiek centraal; in deel twee zijn dat de dansers in hun rol van performer.

Meyer-Chaffaud haalt dansers en publiek graag uit de ‘comfort zone’. En passant laat Meyer-Chaffaud ‘de vierde wand’ – de grens tussen het danspodium en het publiek – in rook opgaan. Voordat dat de mogelijkheid krijgt plaats te nemen op stoelen die het speelvlak, een vierkant, omzomen wordt het aangemoedigd om zich paarsgewijs aan elkaar vast te houden en een route te volgen over de dansvloer. Aftasten. Daarna ontvouwt zich een fascinerend schouwspel van dans, performance en een staaltje circus art waarin dansers en publiek volop aan elkaar mogen snuffelen.

Meyer-Chaffaud werpt graag wezenlijke vragen op. In ‘Soul #2 Performers’ doet zij dat aan de hand van een tekst die Hans van den Boom (voorheen Stella, Het Nationale Theater) schreef. De performers van Meyer-Chaffaud, onder wie voormalig NDT 3-danser David Krugel, zijn er vrijelijk op gaan variëren.

Wat, wie schuilt er achter de performer? Zijn dansers inderdaad die egocentrisch ingestelde, aandachtsgeile, exhibitionistische en soms rondui wereldvreemde wezens? Of zijn het juist ultieme lichaamskunstenaars die met hun ‘gereedschap’, te weten hun volstrekt eigen lijf en leden, verbazing oproepen, die weten te verrassen en van binnen diep te raken?

Natuurlijk: iedere kijker moet dat voor zichzelf uitmaken. Feit is dat Meyer-Chaffaud met deze voorstelling de afgelopen maand in Sint Petersburg (Rusland) en Beijing (China) te gast is geweest. En nu dus terug in Den Haag, voor een tournee door Nederland.

In haar gelederen heeft de dansgroep liefst twee genomineerden voor de Piket Kunstprijzen. Vorig jaar was Claire Hermans een van de kandidaten; dit jaar dingt Kinda Gozo mee naar die prijs. Ze vertelt verrast te zijn door de nominatie en er blij mee te zijn. “Fantastisch van deze mijnheer Piket! Want hij helpt om dansers hun droom te laten realiseren.”

Haar dierbaarste en vroegste herinnering aan dans ligt in geboorteland Centraal-Afrika, zegt de tegenwoordige Française. “Ik was toen zes en ik was omringd door zingende en dansende kinderen.” Toen ze later naar Frankrijk verhuisde begon ze met dansen in een kleine school vlakbij het dorp waar ze woonde. Op haar elfde ging ze naar het conservatorium in La Rochelle. Toen wist ze: Deze kunstvorm biedt mij de vrijheid en het plezier om mijzelf te uiten. “Dansen is voor mij een weldadige en een inspirerende bezigheid, ” laat ze per email weten.

“’Soul #2 Performers’ draait om wat er in ons omgaat, om wat we denken, draait om ons doen en laten als performer. Wat is – voor ieder van ons – de essentie van leven, de essentie van in leven zijn? En hoe uit zich dat in lichaam én geest. We geven daar betekenis aan door het uiteenlopende  choreografische materiaal. Mijn solo in dit stuk komt voort uit de wens om een andere staat van bewustwording te bereiken. Ik open mijn ogen en open mijn ziel, met alle mensen om me heen – en krijg er contact met het publiek voor terug.”

In de toekomst wil Gozo graag terug naar Centraal-Afrika, daar een thuis creëren. “Ik wil daar een plek voor dans, muziek en andere kunstuitingen stichten. Ik wil mijn vaardigheden met anderen delen en ook leren van anderen.’’

‘SOUL #2 Performers’ van Meyer-Chaffaud. Op zaterdag 29 september 2018 in Dakota Theater en op vrijdag 19 oktober in De Nieuwe Regentes. Informatie: Meyer-chaffaud.com.

Gezocht: aandacht

Soul searchin’ door choreografen Meyer-Chaffaud

Performers zonder publiek? Publiek zonder performers? Woestijnvissen!  Choreografenduo Meyer-Chaffaud maakt het vierluik Soul en confronteert publiek en performer lijfelijk met elkaar.

Exhibitionisten? Aliens? Intermediairs? Openbaar kunstbezit? Lichaamstovenaars? Of gewoon mensen van vlees en bloed? Wat gaat er om in het hoofd van een danser?

In Soul #2 Performers is de danser van zijn voetstuk van ongenaakbaarheid gehaald, uit zijn ivoren toren afgedaald; en, andersom, het publiek tijdelijk ontheven van haar versteende rol als observant, verheven tot co-creator zelfs. ‘U beschikt over een geweldige zittechniek’ zegt een van de performers. Domweg blijven zitten op je stoel is dan eigenlijk geen optie meer.

‘Bij veel eigentijdse dansvoorstellingen rijst de vraag wat het allemaal betekent, wat we ermee moeten. In de meeste gevallen leiden die vragen niet tot bijster veel antwoorden, zodat we op een gegeven moment besluiten vooral te genieten van de performance, van de bewegingen, van de visuele effecten, de muziek – maar geven geen aandacht aan de knagende vragen op de achtergrond die ons vervolgens verwijten dat we het werk onrecht doen – en zo weer een kans op diepgaande kunstzinnige beleving mislopen.’

Aldus schrijver en publicist Christiaan Weijts in het boekje Aanraken a.u.b. over zijn ontmoeting met de Duitse kunstfilosoof Christophe Menke.

Waarom dans je, wat bezielt je als je en public danst, wat beweegt je, wat zijn de gedachten als je aan het dansen bent? Isabelle Chaffaud: ‘We leggen graag de menselijke ziel bloot. Een danser put zich uit voor het publiek dat voor hem of haar zit, in een magisch spel van tijd, ruimte en emoties. Hoe je je zelf ook voelt, je móet performen, je moet hoe dan ook op.’

Soul#2 Performers. Een ervaringsverslag. De zaalopstelling: een carré. Feitelijk een vlakkevloertheater, zo’n tien bij tien meter. Vóór de vier omsluitende wanden staat een dubbele rij stoelen. Op de vloer: zes performers. Claire. Opeens staat ze voor me, steekt haar hand naar me uit, nodigt me uit met haar de toneelvloer op te gaan. En plein public. Naar mij, de in beton gegoten observator! En daar staan we dan tegenover elkaar, de armen gespreid, handen in elkaars handen. Dan strekt ze haar armen, werpt haardos, schouders en hoofd achterover, gelaat naar de hemel gericht. Even lijkt het of ze zweeft. Et Dieu crea la femme, schiet door mijn hoofd.

Zweven doe ik zelf intussen ook, vanbinnen. Eventjes later drukt ze het hoofd met het linkeroor stevig tegen mijn linkerborst. Hartslag. Ik zie mezelf gevleid in een intieme omhelzing. Dan mag ik van haar weer plaatsnemen op mijn stoel.

Een zinsbegoochelende ervaring. Ook al omdat en passant de ‘vierde wand’ in rook is opgegaan en de dansers in Soul letterlijk ‘op je huid’ zitten.

In het de komende jaren te completeren vierluik Soul lichten de choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud de doopceel van publiek én danser. Op zoek naar de ware aard achter performer en publiek sloopt het choreografenduo de denkbeeldige grens tussen danspodium en toekijker.

Hier maken de toeschouwers in persoon deel uit van de choreografie, en aldus van de voorstelling. In het cabaret usance, vooral als je op de eerste rij plaatsneemt ben je algauw de sigaar, in het dansveld is het uniek, zelfs ‘not done’.

Wat zet een performer in beweging, wat beweegt hem om voor een choreograaf en uit naam van dat ‘hogere’ als ‘de kunsten’ dag in dag uit steeds weer tot het uiterste te gaan en de eigen grenzen voortdurend te verleggen? Is toekijken in het theater een intrinsiek actieve of passieve rol? Waarom doen ze allebei wat ze doen?

Ondertussen vallen in Soul #2 Performers grote woorden over creatie, in het moment zijn, over vrijheid, over ‘blondes have more fun’, over dans als obsessie, als een beweging tussen hemel en aarde, als een medium.

Publiek en performer, een twee-eenheid. Onderzochten choreografen Isabelle Chaffaud en Jerôme Meyer in hun eerdere voorstelling Soul#1 Audience met name (de rol van) het publiek, in deze #2 gaat het vooral om de mens achter, de binnenwereld van de danser. Maar de danser kun je hier niet los zien van het publiek, noch andersom.

Zoals Mulisch in Voer voor psychologen al stelde: ‘Niet de schrijver [lees: choreograaf] maar de lezer [toeschouwer] moet fantasie hebben […] Een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.’

Al bij het betreden van de zaal hadden de bezoekers zich op verzoek rond een van de zes performers geschaard, en die leidde hen daarna rond over de speelvloer, liefst met de ogen dicht. Patronen volgen, geïmproviseerde groepssculpturen. Een gevoel van intimiteit wordt opgebouwd en dat wordt versterkt wanneer de performers even later direct oogcontact zoeken met de bezoekers die hen omringen. Indringend moment, temeer daar de voorstelling zich vlak voor je ogen ontrolt. Je zit op huid van de dansers, voelt ze ademen.

Alleen daardoor al is de beleving geheel anders dan de waarneming vanuit het pluche comfort van de theaterstoel. De zaal als parallel universum: de danser vertolkt zijn eigen rol maar het publiek ook, al doet zij dat soms zonder er zelf erg in te hebben. Interactie, het ene publiek is het andere niet, en de ene avond is de andere niet. Het publiek doet alsof het zelf niet bestaat. Maar dat bestaat dus niet.

In Soul#2 Performers worden intussen pareltjes aaneengeregen! In een mix van moderne dans, performance en circus – er is zelfs een duet tussen een danser en een trapezewerker die laag boven de vloer hangend haar acrobatische kunsten vertoont – zijn er prachtige staaltjes te bewonderen, in een ‘bewegingstaal’ die zich moeilijk in woorden laat vatten, door dansers die stuk voor stuk laten zien over persoonlijkheid te beschikken.

Meyer-Chaffaud: Soul #2 Performers. Tournee van eind september tot en met medio oktober 2018. Meer informatie: Meyer-chaffaud.com.

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

Spierziekten de wereld uit dansen

Benefiet Free To Move voor Prinses Beatrix Spierfonds

In Nederland hebben 200.000 mensen te maken met een spierziekte, waarvan er 600 verschillende soorten zijn. Met Free To Move zet de top van de Nederlandse dans zich belangeloos voor hen in.

Danseres Bonnie Doets van Scapino Ballet Rotterdam werkte eind maart mee aan de tournee van het programma ‘Scala. Bij dat programma was het mogelijk te doneren voor het Prinses Beatrix Spierfonds. Doets reikte een cheque uit en sprak het publiek toe tijdens de afsluitende voorstelling: ‘Dansen en bewegen zijn voor mij iets natuurlijks, iets vanzelfsprekends. Maar voor wie een spierziekte heeft kan elke beweging een strijd zijn. Van opstaan tot iets pakken, en van lachen tot ademhalen. En dan te bedenken dat er in Nederland alleen al zoveel mensen zijn die een spierziekte hebben’. Donderdag is Doets te zien in het programma Free To Move, met het duet The Swimmer.

Vrijheid van bewegen. Noem het zweven. Dat is de droom van iedere danser. Maar inwendig ook van al degenen die een spierziekte hebben. Wie aan een profdanser denkt heeft misschien niet meteen een rolstoeler voor ogen. Toch danste Sander Verbeek nog geen jaar geleden in een rolstoel op het theaterpodium. Hij danste toen het duet Touch met Nadine Drouin, ballerina uit het corps de ballet van Het Nationale Ballet.

“Mijn rolstoel,” vertelde Verbeek destijds bij de NOS, “is voor mij een manier om kracht uit mezelf te halen. Wat ik het liefst wil laten zien, is hoe normaal het is om te dansen en hoe dat past binnen de samenleving. Ik wil laten zien dat iedereen kan dansen, het maakt werkelijk waar niet uit wie je bent.”

Voor Nadine was het de eerste keer dat ze met een rolstoeldanser het podium deelde. “Ik schaamde me een beetje omdat ik geen ervaring had met mensen met een beperking. Ik was bang dat ik de situatie verkeerd zou inschatten”, bekende Amerikaanse op haar beurt. “Maar eerlijk waar: het is zoals werken met willekeurig welke andere danspartner. Het enige verschil is dat Sander veel sneller was dan ik – en ik dus harder moest rennen.” Verbeek hoopt op een toekomst als danser in het buitenland: ‘daar zijn meer mogelijkheden’. Uiteindelijk hoopt hij – net zoals Nadine – professioneel te kunnen dansen. Ook Peter Leung, de choreograaf van Touch was verrast over de mogelijkheden: “Ik wilde laten zien dat restricties kunnen overgaan in mogelijkheden.”

Touch is een voorbeeld van ‘inclusiedans’.Dat staat centraal In het tweejaarlijks terugkerende programma DanceAble van organisator Holland Dance Festival. Martine van Dijk van die kunstinstelling: “Ik zou het mooi vinden als in dans- en balletscholen ook mensen met een beperking terecht kunnen.”

Holland Dance Festival is ook de instelling die de benefietavond Free To Move organiseert voor het Prinses Beatrix Spierfonds. In het Zuiderstrandtheater vindt donderdag onder het toeziend oog van de prinses zelve de zesde editie plaats. Dan is er weliswaar geen ‘inlcusiedans’ te zien maar wel heeft programmasamensteller Samuel Wuersten wederom de top van de Nederlandse dans weten te strikken. Zo zijn er bijdragen van Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater 2, Introdans, Scapino Ballet Rotterdam, Sally Dansgezelschap Maastricht,, De Dutch Don’t Dance Division en Codarts Rotterdam.

Holland Dance Festival: Free To Move, benefietavond donderdag 30 augustus 2018 in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: holland-dance.com.