Hoop in een hopeloze omgeving

De wereld aan je voeten met Explore Festival

Het Explore Festival haalt niet-westers theater naar Nederland. Een goed moment om, al is het maar voor even, uit de eigen bubbel en uit het westerse filter te stappen.

Een jonge generatie kunstenaars uit het wereldtheater strijkt neer in Den Haag. Het Explore Festival geeft een dwarsdoorsnede te zien van het theater zoals dat op dit moment her en der op de aardbol leeft. Het levert perspectieven, opvattingen en vergezichten op uit Brazilië, Senegal, Zuid-Afrika en Argentinië.

Steeds duidelijker komt in de maatschappij een tweedeling naar voren, een tweestromenland van ‘have’s’ en ‘have-not’s’ aan de andere kant. Wereldwijd, ook in Nederland. Voorbeeld: De zesentwintig allerrijksten hebben evenveel aan vermogen in bezit als de armste helft van de wereldbevolking.

Deze editie van het festival, de tweede, gaat niet over mensen die in deze wereld het feestje geven maar vooral over zij die niet zijn uitgenodigd. Niet de machthebbers maar de randfiguren, de uitgeslotenen en de onderdrukten. Mensen die letterlijk op zoek zijn naar een plaats onder de zon, verbinding te voelen  en een groep mensen om op de koffie te kunnen komen. Bovenal geeft het Explore Festival, precies zoals het theaterwetten betaamt, ook veel hartstocht weer. Zoals van het universeel zuchtende gevoelen en verlangen om ‘erbij’ te horen: ‘Longing to belong’. Dat ene, korte zinnetje is brandpunt en bindmiddel voor ‘Explore’. Het verwoordt het universele en diepgevoelde verlangen om dan toch ergens thuis te zijn.

Kanana
De overwinning op de apartheid heeft Zuid-Afrika niet de langverwachte vrede en welvaart gebracht. Integendeel: Het land zucht en steunt onder criminaliteit en onlusten. De kloof tussen arm en rijk, is er gigantisch en komt helaas te vaak overeen met die tussen zwart en wit, de Zuid-Afrikaanse variant van ‘zand en veen’.

Het beloofde land is met andere woorden niet bereikt, zelfs een ‘bestemming onbekend.’ Het is wel het type land dat al te vaak door corrupte machthebbers aan hun onderdanen gelukzalig wordt voorgespiegeld, de stip op de horizon, maar dat nooit verwezenlijkt wordt. Het Zuid-Afrikaanse Sotho-woord ‘Kanana’ verwijst daar precies naar. Het lijkt veel op ‘Kanaän’, het Bijbelse land van overvloedige melk en honing dat Mozes werd beloofd.

In de energieke dansvoorstelling Via Kanana van Katlehong Dance worden wegen verkend die niettemin moeten leiden naar dat beloofde land, dat misschien dan wel nooit bereikt zal worden maar daarom nog niet louter tot wanhoop hoeft te stemmen. De essentie van de voorstelling is daarom die van een boodschap van hoop voor Zuid-Afrika.

Het in 1992 opgerichte Zuidafrikaanse theatergezelschap Katlehong komt uit een ‘township’ bij Johannesburg. Het eerste doel was om jongeren een alternatief te bieden voor een leven als crimineel. Inmiddels toert de groep over de hele wereld. Ze waren sinds 2005 al verschillende keren in Nederland te gast.

De performers van Via Katlehong zijn bewoners van dat gelijknamige Zuid-Afrikaanse ‘township’, nabij Johannesburg, het grootste van Zuid-Afrika na Soweto. Ze zijn gespecialiseerd in ‘pantsula’, een dansvorm van de straat die tijdens de apartheid werd ontwikkeld om geheime boodschappen onderling uit te wisselen.

In een mix van hiphop die virtuoos is door haar snelheid maar niet aldoor acrobatisch, van ‘tap dance’ tot ‘step’, en gestoken in gumboots als verwijzing naar een mijnwerkersdans van klappen op de dijen en kuiten, ontstaat één groot, bruisend dansfeest. Al schreeuwend, fluitend, stampend met de voeten, klappend in de handen, kan iedereen meedoen.

Niet dat het uitsluitend licht en vrolijk is op het podium, want choreograaf Gregory Maqoma laat ook de wrange werkelijkheid doorschemeren. Als geboren ‘Katlehong-bewoner’ is Maqoma een van de meest getalenteerde artiesten in Zuid-Afrika, voorheen danste hij bij grootheden die ook hier alom bekend zijn: Akram Khan en Sidi Larbi Cherkaoui.

kader:
Programma
Compania Hiato / Leonardo Moreira: ‘Odisseia’ (Brazilië)
Vierenhalf uur durende rockende theater road trip door het landschap van moderne vrouwen.
Koninklijke Schouwburg, dinsdag 12 maart 2019

Claudia: ‘La Conquesta del Pol Sud’ (Argentinië)
Documentair theater over de verkenning van de relatie tussen collectieve en individuele geschiedenis.
Theater aan het Spui, maandag 18 maart 2019

Germaine Acogny: ‘Somewhere At The Beginning’ (Senegal)
Dialoog in de vorm van een performance tussen het hedendaagse Afrika en zijn tragisch geschiedenis.
Theater aan het Spui, woensdag 20 maart 2019

Katlehong / Gregory Maqoma: ‘Via Kanana’ (Zuid-Afrika)
Zuiderstrandtheater, woensdag 27 maart 2019

Het festival speelt zich door heel Nederland af. Meer informatie: exporefestival.nl.

 

Advertenties

‘Groovy’ dansende pianoklanken

Scapino Ballet Rotterdam meets Michiel Borstlap – in een dansconcert. Tweegevecht of twee-eenheid? Of juist dialoog, spel van vraag en antwoord, een loven en bieden?

De muziek laat je als vanzelf verder drijven, aangenaam, lichtvoetig, sereen en contemplatief. Als een kabbelend rivierstroompje op een zomerse lentedag. Water klotst lichtjes tegen de kademuur. Het is vergelijkbaar met wat Pas de Deux van Scapino Ballet Rotterdam en meesterpianist Michiel Borstlap geregeld teweeg brengt in de theaterzaal.
Michiel Borstlap en Ed Wubbe bewegen Scapino Rotterdam in Pas de Deux arm in arm en hand in hand richting voet. Met grand piano en pianist pontificaal op het podium en met Michiels meanderende muziek als motor.

Na een bescheiden tournee in 2016 is nu voorzien in een uitgebreide rondgang langs vaderlandse theaters. De reprise van het programma is een duet tussen twaalf tot in de toppen van hun tenen, lijf en leden klassiek geschoolde dansers en een tot in de toppen van zijn gevoelige vingers in de jazz gespecialiseerde concertpianist. Maar ook een duel tussen begaafd componist en gelouterd choreograaf.

Borstlap beweegt zich al vanaf zijn vierde gestaag tot de virtuoze, prijswinnende pianist en componist die hij vandaag de dag in binnen – en buitenland wordt gezien. Illustere voorgangers als Glenn Gould, Keith Jarrett en Herbie Hancock dienen en dienden hem daarbij tot bron van inspiratie. De laatste jaren heeft hij zich weg van pure, klassieke jazz toegelegd op subtiele, verstilde pianomuziek op solo-CD’s en -optredens.

Hoe maak je dan, met de hogeschoolnoten van volleerd geïmproviseerd musicus in gedachten, van jazz dans? En andersom: van dans jazz?

‘Nou,’ antwoordt Michiel Borstlap, ‘het gáát in Pas de Deux eigenlijk niet om jazz. Het is van a tot z uitgeschreven muziek. Het gaat om geselecteerde delen die afkomstig zijn van mijn CD’s Frames, Velvet en GEORG. Tijdens de voorstelling moet ik zeer bij de les blijven en me vrijwel noot voor noot aan de partituur houden, de opgenomen noten exact naspelen, anders is het voor de dansers bijna niet te doen. Dans gaat vooral over ritme.’

Hij verwijst naar Risonanza van zijn album Frames, het centrale duet in de voorstelling.‘Dat is op de toneelvloer een intens tweegevecht over leven, liefde en afgunst. Ed Wubbe heeft dat muziekstuk zo goed in dans vertaald dat danseres Jozefien Debaillie indertijd een nominatie voor een Zwaan kreeg.’

Twools
Er is nauwelijks muziek te vinden die choreograaf Ed Wubbe van Scapino in zijn carrière níet al eigenhandig heeft veroverd: van klassiek tot pop en van wereld- tot filmmuziek, een bandbreedte van pakweg John Cale en Nits tot Rameau, Bach, Händel en Schubert. Van wereldmuziek tot filmmuziek. Hij werd met Borstlap in contact gebracht dankzij een alerte manager die meende dat de som van ieders delen groter zou zijn.

‘De muziekcomposities van Michiel Borstlap zijn niet gemaakt om op te dansen,’ licht Ed Wubbe toe, ‘zijn er ook nooit voor bedoeld. Als choreograaf is dat gegeven voor mij des te enerverender. Al dacht ik thuis wel eerst: wat moet ik met deze luistermuziek.’ Hij besloot het idee een kans te geven op Twools (2014), de jaarlijkse proeftuin van Scapino, doorgaans een kweekvijver voor jong talent. ‘Ik had drie nummers uit het veelomvattende pianorepertoire van Borstlap gekozen, waarvan in Twools ook nog eens één muziekstuk zonder dans ten gehore werd gebracht.’

Het experiment beviel, tot wederzijds genoegen, en daarop ging het tijdens Holland Dance Festival 2016 in première, aanvankelijk als locatieproject, in de enorme ontmoetingshal van het Haagse stadhuis. Het atrium is er wit en licht door het glazen dak. In ieder geval heel anders dan de beslotenheid van de theaterzaal.

‘We hebben Pas de Deux destijds nog wel in enkele theaters gedaan, maar nu staat een uitgebreide tournee op stapel. Sommige delen van de choreografie ga ik opnieuw zetten, ’ zegt Wubbe. ‘Noem het voortschrijdend inzicht. Het zijn trouwens niet dezelfde dansers als toen, dus wordt het sowieso al een ander stuk.’ Wel blijft de muziekkeuze van toen integraal gehandhaafd. ‘Michiel gaf me destijds de drie voornoemde CD’s mee,’ weet Wubbe nog. ‘Daar heb ik een vrije selectie uit gemaakt.’

Groovy
‘Het gevaar dat op de loer ligt,’vertelt Wubbe, ‘is dat met de keuze voor één instrument en één pianist de avond te eenduidig, te kabbelend van karakter wordt. Daarom heb ik ook wat pittige stukken gekozen, zodat het geheel complementair wordt.’ Hij ziet het keurslijf waarin Borstlap zich moet zien te wringen.

‘Hij heeft, hoe je het wendt of keert, zijn roots in de jazz. Al gaat het hier in eerste aanleg om klassiek gespeelde muziek, heeft Michiel hoorbaar de neiging daar soms uit te breken. Je hoort als het ware Keith Jarrett of dan weer Claude Debussy vanuit de verte doorklinken.’

Verstilling en dromerigheid vermengd tot een jazzy sfeertekening. Wubbe: ‘De ‘groove’ die hij aanbrengt maakt het juist zo mooi. Het gaat hier om een ander geluid dan gewoonlijk bij een theatervoorstelling klinkt. En dat het van begin live uitgevoerde muziek is, maakt het helemaal tot een cadeautje. Levende muziek op het theaterpodium is altijd bijzonder.’

Op het podium verwijzen witte kostuums en de, voor de vrouwen, witgeschminkte gezichten naar Scapino, de figuur uit de commedia dell’arte naar wie de 74-jarige groep werd vernoemd. Naar de tijd dat de witte clown nog bij elke voorstelling opdook. Dat is allang niet meer zo, maar in dit geval geeft Wubbe aan zijn dansers niet alleen het uiterlijk van een clown mee, maar zijn ook hun bewegingen regelmatig clownesk. Mensen ontmoeten elkaar, lopen tegen elkaar op, tasten elkaar soms vol verbazing af, of corrigeren elkaar in slapstickachtige ruzietjes. Soms gedragen ze zich als slappe poppen.

Het is een mooie samenwerking geworden, oordeelt Borstlap.’En een mooie combinatie. Muziek is abstract en dans is dat ook. Allebei zijn het kunstvormen zonder woorden. Anderhalf uur zonder pauze en precies op de tel spelen is voor mij toch ook wel zwaar. Maar ik heb er opnieuw veel zin in.’ Wubbe: ‘Ook de dansers vinden het leuk om dit te doen. Het is van alle kanten een pas de deux.’

Tournee van begin februari tot en met medio mei 2019. Meer informatie: scapinoballet.nl.

Een pop als danspartner

Duda Paiva en Jong Nederlands Blazers Ensemble samen in De Sprookjeskoningin

Duda Paiva Company en Jong Nederlands Blazers Ensemble hebben de poppen aan het dansen, letterlijk. In De Sprookjekoningin koppelen ze een eigentijds sprookje bovendien aan muziek om van te smullen.

Op de klanken van Purcells ontroerend en ontluisterend mooie muziek uit The Fairy Queen (1692), live gespeeld door zeven jonge muzikanten, zorgen poppen voor een feestelijk, absurd komisch en soms sinister en duister universum. The Fairy Queen is Purcells persoonlijke muzikale twist op Shakespeares komedie Midzomernachtdroom.

Vorig seizoen was De Sprookjeskoningin al eens in de theaters te zien, nu is er een versie die het hele gezin betovert. Ogen op stokjes, monden wijd opengesperd, hier en daar een geconcentreerde, verstilde glimlach. Gebiologeerd, ademloos kijken jong én oud toe hoe Titania en Oberon er alles aan doen om de echte liefde te vinden. Dat gaat gepaard met verwarring en misverstanden.

“Purcell was een libertijn,” legt Duda Paiva uit. “Hij geloofde heilig in gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ook diens Dido & Aeneas, bijvoorbeeld, draait om de vrouw, niet om de man. In mijn versie van The Fairy Queen geef ik Titania de tijd en de ruimte om te kunnen overdenken wat Oberon met haar uithaalt, hij probeert haar immers naar zijn pijpen te laten dansen door haar een toversapje toe te dienen.”

Zo bezien is De Sprookjeskoningin een eigentijds verhaal over manipulatie in #metoo-tijden. “Het is belangrijk om kinderen dat te laten inzien, maar dan op een vriendelijke en poëtische manier gebracht. Het is stof voor discussies na afloop tussen kinderen en ouders, zo heb ik meer dan eens gemerkt.”

Voor de uitvoerende musici en acteurs is het gelijktijdig moeten musiceren, zingen, acteren en poppenspelen geen kleinigheid. Paiva: “Het is zwaar om dit te doen. Iedereen van de cast heeft een aantal nieuwe technieken moeten verwerven, zekerheden moeten opgeven. Dat is belangrijk want dat zet de ramen open naar nieuwe horizonten. Zoeken naar het compromis, bruggen bouwen, daar gaat het om.”

In het verleden heeft hij als danser zelf de brug gelegd naar poppentheater. “We werkten bij de dansgroep van Itzik Galili samen met poppentheatergroep Gertrude Theatre uit Israel. Ik was bevooroordeeld, dacht dat zoiets alleen voor kinderen was. Maar er ging een wereld voor me open.”

Tegenwoordig reist hij de wereld rond met zijn producties, heeft een bibliotheek aan producties op het repertoire staan. En staat hij ook op een dansfestival als CaDance. “Korzo en CaDance zijn voor mij altijd een belangrijke partner geweest. Dat we op een dansfestival als dit geprogrammeerd zijn vind ik betekenisvol omdat de moderne dans daardoor hopelijk wat meer ‘open minded’ wordt. En dat geldt ook voor het publiek. En vice versa voor ons publiek.”

Voor het maken van poppen is schuimrubber zijn favoriete materiaal. “Je kunt er heel makkelijk transformaties me maken,” legt Paiva uit.

“Tijdens een voorstelling is een deuk in een lijf of een kop zó gemaakt, maar plooit toch meteen flexibel terug in de oorspronkelijke staat. Je kunt het ook enorm uitrekken of juist samentrekken. Met schuimrubber kun je dus heel makkelijk allerlei effecten teweeg brengen. Met alleen één hand die je in de kop van een pop schuift is deze al tot leven gewekt. Daarbij is het een goede danspartner. Waarom? Omdat het materiaal ultralicht van gewicht is. Bovendien kun je er makkelijk mee op reis in een kist. De poppen bedenk en ontwerp ik zelf, maar op mijn atelier werken ook twee beeldend kunstenaars want in iedere pop zit drie tot vier weken en zes uur per dag aan werk.”

Eind deze maand is Paiva als regisseur en coproducent betrokken bij een voorstelling van de Haagse theatermaker Cat Smits. Zij is als poppenspeler verbonden aan de Duda Paiva Company. “Zeil wordt een beeldende en poëtische voorstelling over de kracht van de zee en de nietigheid van de mens.

Duda Paiva Company i.s.m. Jong Nederlands Blazers Ensemble: ‘De Sprookjeskoningin’ (8+). Te zien op CaDance festival in Korzo theater op zaterdag 26 en zondag 27 januari 2019.

Meer informatie: cadance.nl. ‘Zeil’ van PLAY Productions & Duda Paiva Company is op donderdag 31 januari en vrijdag 1 februari 2019 te zien in Branoul. Meer informatie: branoul.nl.

 

Spelend snacken en snoepen met dans

‘De Grote Olympische Spelshow’ van Lonneke van Leth is een humoristische danstheatervoorstelling voor de hele familie. Dans, theater, spel en film met 4 dansers en 1 host.

Choreografe en danseres Lonneke van Leth heeft er net een uitgebreide tournee met de voorstelling ‘De Zaak Carmen’ op zitten. Voor het laatst (‘Dat zeg ik nu’) danste ze een dragende rol op het podium. Van Leth: “Ik voel dat ik ouder word. Kleine blessures blijven zeuren en herstellen slechter. Ik merk dat gezonde voeding en sporten belangrijker zijn. Ik ben nooit veel met mijn lichaamsgewicht bezig geweest, veel dansers staan de hele dag voor de spiegel. Je hebt maar één lichaam en daar moet je beter zuinig mee omgaan. Maar niet eten is bijna net zo verkeerd als het verkeerde eten. Mijn eigen gewicht? Dat is nu, na ‘De Zaak Carmen’, op peil,” lacht ze.

Ze zegt te schrikken wanneer ze, traditiegetrouw, haar vierjarige dochtertje naar zwemles brengt. “Coca-colabuikjes. Kinderen die zo jong soms dik 40 kilo schoon aan de haak wegen. Ik vind dat mishandeling. Snoep verstandig, eet een appel, heette het vroeger. Dat geldt nog altijd. En er moet betere informatie op de etikettering van levensmiddelen komen.”

Opzwepend
Anderhalf decennium terug maakte Van Leth met ‘The Match’ een gedanste voetbalwedstrijd. Net als ‘De Grote Olympische Spelshow’ was die ingegeven door, zoals Van Leth het uitdrukt, ‘sport te verwoorden naar dans’. Maar haar nieuwste danstheatervoorstelling is ook een humoristische happening voor de hele familie.

Van Leth: “Vier stoere dansers strijden er tegen elkaar in sporten als schermen, speerwerpen, curling, turnen, worstelen en paardensport. Op het toneel vormen zij twee teams die in de slag gaan voor de felbegeerde Olympische Spelshow Medaille. Vragen over belangrijke momenten uit de Olympische sportgeschiedenis passeren de revue. Waarom werd er vroeger naakt gesport? En waarom werden er soms géén Spelen georganiseerd?” De spelshow wordt gepresenteerd door digitale host Bart Rijnink, bekend van onder meer Het Klokhuis en Mees Kees. “Hij neemt publiek en panelleden mee in een opzwepende show.”

Sinaasappelsap
Jammie! Vers geperst sinaasappelsap! Lekker en vol vezels. Toch? “Dat lijkt zo,” zegt Paula Udondek , presentatrice en oprichter van DiaB-TV, “maar de meeste vezels en vitamines worden daarbij vernietigd. Je kunt beter een sinaasappel pellen en daarna opeten. Dan krijg je ook minder suiker binnen. Want in sinaasappelsap zit bijna evenveel suiker verborgen als in cola. Het is echt een suiker-shot.”

Udondek is door Van Leth aangezocht voor aanvullende lesprogramma’s op scholen bij ‘De Grote Olympische Spelshow’. De Haagse zet zich in voor bewustwording over voeding en staat met gebalde vuist op tegen diabetes. DiaB-TV is ze samen met dj en presentator Jeffrey Huf begonnen. Het is een online en interactief initiatief dat scholieren wijst op de loer liggende gevaren van diabetes. Het type 2 speelt een veelzeggende rol in het leven van de Haagse: Haar vader en broer zijn aan de gevolgen ervan overleden. “Voor je het weet bereikt je lichaam een punt dat het niet meer zelf terug kan veren. Kijk naar Jeffrey. Hij heeft type 2. Hij moest eerst de tenen van zijn rechterbeen laten amputeren en later zijn hele onderbeen.”

Ouderdomssuiker, zo heette het vroeger. Maar ook jonge mensen kunnen het krijgen. Vaak lopen mensen jarenlang ongemerkt rond met diabetes type 2. “Ik zou graag bijdragen aan het verdwijnen van diabetes type 2. Dat het de wereld uitgaat. Weet wat je eet, dat is zó belangrijk,” zegt ze. “Een groen vinkje op de verpakking zegt niet alles. Net als verkeersles zou er op school voedingsles moeten zijn.”

Lonneke van Leth producties: ‘De Grote Olympische Spelshow’ (8 +) is zondag 13 januari2019 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: lonnekevanleth.nl.

 

Vijf jaar ‘Piket’

Talentontwikkelingsprijs voor dans, toneel en schilderkunst

Eden Latham (schilderkunst), Jos Nargy (toneel) en Kinda Gozo (dans) zijn de winnaars van de Piket Kunstprijzen 2018. De prijswinnaars werden maandagavond in Theater aan het Spui en in aanwezigheid van alle genomineerden, drie per genre, in het zonnetje gezet. De winnaars kregen ieder een cheque van achtduizend euro plus een speciaal door kunstenaar Joep van Lieshout ontworpen sculptuur: een gegoten Piketpaaltje. Van Lieshout had nog een dwarsig loopbaanadvies voor ze in petto: “Als iedereen zegt dóen, doe het dan níet. En andersom.”

De Piket-onderscheidingen voor de disciplines dans, toneel en schilderkunst gaan uit naar professionele jonge kunstenaars tot 30 jaar die een sterke band hebben met Den Haag. Een vakjury buigt zich jaarlijks over een longlist die uitmondt in 9 nominaties. Met dit terugkerende initiatief beoogt de stichting mr. F.H. Piket de talentontwikkeling en het vestigingsklimaat voor de kunsten in en rond Den Haag te stimuleren. Frederik Hendrik Piket, in 1927 geboren in Den Haag als zoon van een suikerfabrikant en –groothandelaar, was behalve advocaat en kamerlid ook fervent kunstliefhebber. Na zijn overlijden in 2011 werd zijn kunstverzameling verkocht en zo zag de stichting mr. F.H. Piket het levenslicht.

Jubileum
De Piket Kunstprijzen viert dit jaar het eerste lustrum. “De prijs betekent echt iets voor de winnaars en de stad,” legt Cees Debets van Het Nationale Theater uit. “Het bedrag is substantieel meer dan alleen een behoorlijk financieel steuntje in de rug. De winnaars ‘toneel’ hebben zich daardoor als theatermaker verder kunnen ontwikkelen. Of neem de kersverse prijswinnaar voor toneel van dit jaar, Jos Nargy. Hij heeft eerder dit jaar besloten om niet meer te spelen en louter als theatermaker door te gaan. Nu kan hij die stap met een geruster hart doorzetten.”

Ook Maurits van de Laar, galeriehouder in Den Haag, onderstreept het belang van de prijs: “Voor jonge kunstenaars is dit veel geld, een bedrag waar je echt wat mee kan. De prijs is nog niet genoeg doorgedrongen, maar dat komt nog wel.”

“Het is prachtig dat er überhaupt een organisatie is die zich voor talentontwikkeling inzet,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. “De opleiding en de gezelschappen hebben ieder een taak te vervullen. Maar afgestudeerde dansers en choreografen belanden aan het begin van hun carrière vaak tussen wal en schip. Het is al moeilijk genoeg om een plek te vinden. En dit niet-lullige bedrag helpt ze om een lijn voor zichzelf uit te zetten.”

Cultuurwethouder Robert van Asten mocht de Piket Juryprijs uitreiken. Die ging dit jaar naar dansdocent en ballet-repetitor Hedda Twiehaus van het Nederlands Dans Theater. Ze kreeg de prijs voor haar jarenlange werk en inzet ten faveure van jonge dansers.

Hij ziet de twee kunstvakopleidingen in Den Haag als motor voor een sterk vestigings- en makersklimaat. “Met de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium hebben we twee gerenommeerde opleidingsinstituten binnen de stadspoorten. Studenten uit de hele wereld komen hierheen – en vaak blijven ze hier.”

Dodendans

Reprise van succeswerk

Jasper van Luijk vat met Quite Discontinuous zijn fascinatie voor levenloosheid in een choreografie van de rouw. Hoe reageren we op de dood van een dierbare? En hoe gedraagt een groep zich als een lid wegvalt?

Quite Discontinuous was mijn eerste avondvullende productie. Ik was 23 en net afgestudeerd aan de Artez Dansacademie. Mijn vader was opgegeven, had afscheid genomen van het leven. Maar bij een allerlaatste operatie bleek dat hij zijn leven terug had, van het ene op het andere moment. Surrealistisch natuurlijk. Voor hem, net als voor mij.’

Quite Discontinuous komt voort uit deze persoonlijke, intieme bron. Ik ben trots op dit werk omdat het mij persoonlijk raakt, en ook omdat ik er internationaal succes mee had. Delen ervan zijn door verschillende dansgroepen aangekocht en ingestudeerd. Maar dit stuk is daarna nooit meer integraal gedanst. Ik ben blij dat dat nu wel gaat gebeuren.’

‘Ergens hier in huis staat een doos met daarin een stuk of acht harde schijven. Op een ervan staat een registratie van Quite Discontinuous, in 2013 vanuit verschillende hoeken gefilmd. Die moet ik opzoeken want ik ga de choreografie instuderen en maak dan gebruik van deze videobeelden, ook al heb ik de choreografie nog grotendeels in mijn hoofd en zijn veel bewegingen nog in mijn lijf opgeslagen. De videobeelden helpen me om de bewegingen er bij de dansers – anderen dan toen – in één week in te stampen. Dat is erg kort, maar ik wil dat graag zo doen omdat we dan nog drie weken over houden om te bekijken waar en hoe we het stuk sterker kunnen maken.’

‘Het thema van de dood komt regelmatig terug in mijn werk, in Happily Ever After bij Maastd bijvoorbeeld en Previously cited bij Korzo producties. Fascinatie of obsessie? Voor mij is het een fascinatie. In mijn hoofd ben ik dagelijks met de dood bezig. Voor iedereen is de dood de stip op de horizon, daarna is het echt klaar. Het is ook de enige zekerheid in het leven. Op een bepaalde manier vind ik dat prettig. Het bijzondere is ook: niemand neemt je jouw eigen, unieke doodservaring af – ook al weet je nog niet hoe het zal gaan. Het is bij uitstek ook het moment dat je beseft dat je lééft. Heel rijk eigenlijk, als je erover nadenkt. Ik ben niet gelovig in de klassieke zin van het woord, ik geloof niet in een hiernamaals of zoiets. Wel in energie.’

‘In Quite Discontinuous zie je vier dansers. Zij voeren je mee naar twee delen: een voor en een na de dood. In het begin van het eerste deel ben je getuige van een denkbeeldige autocrash. Je ziet een kluwen in elkaar verstrengelde lijven. Uit alle macht proberen de vier elkaar vast te houden, niet los te laten, elkaar te beschermen. In het tweede deel komt dat moment, dat beeld van die crash terug, maar dan in een versneld tempo. Uiteindelijk komt de dood heel hard binnen, ook al voel je vanaf het begin spanning in de lucht al wel trillen. Met dat gegeven spelen we. Er is veel partnerwerk en er zijn enkele solo’s. Elke aanraking, elke hand, elke spierspanning op het lichaam is heel precies gerepeteerd. Ik ga het stuk verder niet uitleggen, het publiek moet zelf kunnen associëren. Als choreograaf wil ik aanknopingspunten aanreiken.’

‘De dood. Geen sexy thema, nee. Rottig te marketen ook. Jammer dat veel mensen alleen iets leuks willen zien: kunst als instant entertainment, maar gelukkig is het theater geen SBS 6. Quite Discontinuous is een mooie voorstelling, niet te zwaar ook. Er gebeurt veel, het kan ontroering teweeg brengen maar ook een plaatsbepaling zijn: Waar sta je zelf wanneer het gaat over de dood?’

‘Vorig jaar heb ik hier in Utrecht mijn eigen gezelschap SHIFFT opgericht, ik sta nu op eigen benen. Tegelijk is er nog altijd de steun van danshuis Korzo in Den Haag en De Nieuwe Oost in Arnhem. Utrecht is een perfecte stad voor mij. Met SHIFFT wil ik bouwen aan een sterkere danscultuur in Utrecht. De gemeente zorgt voor enige ondersteuning en vanuit deze stad werken naast SHIFFT ook De Dansers en danstheatergroepen DOX en 155. Jammer is dat hier geen hbo dansopleiding gevestigd is. Wel is er een mbo hiphopschool. Ik vind nieuwe dansvormen heel interessant. Ik houd van cross-overs, bijvoorbeeld tussen hiphop en moderne dans, tussen andere achtergronden en mijn eigen westerse. Het ligt echter aan de inhoud van het concept en de energie binnen de cast welke dansers daar geschikt voor zijn.‘

‘Voorlopig maak ik met SHIFFT twee producties per jaar. En hebben we een residentieprogramma voor jonge dansmakers. We dragen zo bij aan een sterkere Utrechtse danscultuur. Het mooie daarbij is dat ik hier aan huis een kleine repetitiestudio heb, waar we bijvoorbeeld kunstenaars voor een residentie kunnen uitnodigen.’

Kader
Jasper van Luijk (1987) studeerde dans aan de ArtEZ Dansacademie in Arnhem. In 2012 won hij de ITs Choreography Award, een prijs voor pas afgestudeerd choreografietalent. Daarna besloot hij om zich fulltime op choreograferen te richten. Hij maakte producties voor Korzo, De Nieuwe Oost, Huis Utrecht en MAAStd. Jasper van Luijk maakt deel uit van de directie van het ITs Festival.

Naast Quite Discontinuous brengt Luijks initiatief SHIFFT komend voorjaar de nieuwe choreografie Still uit, voor twee dansers, een acteur en twee muzikanten. In het seizoen 2019-2020 brengt SHIFFT een duet uit tussen een danser en een fotograaf rond de hedendaagse beeldcultuur. Meer informatie: shifftutrecht.com.

Kader
Jasper van Luijk bewoont midden in het Museumkwartier van Utrecht, nabij de Geertekerk, ingeklemd tussen het licht meanderende Singel en de Oude Gracht een Villa Kakelbont-achtig pand. Je moet eerst door een zigzag voorportaal  van dertig meter voordat je dat bereikt. Daarna kom je op een idyllische, in voorjaar en zomer weelderig groene soms totaal overwoekerde binnenplaats. Het is er altijd fluisterstil, een aangenaam briesje strijkt er steeds door je haren.

De aanpalende ‘studio-in-huis’ heeft eigen slaap- en sanitaire voorzieningen, en ademt een licht soort ‘Parade-sfeer’: klein, intiem en romantisch. ‘Daar vinden nu en dan optredens plaats in het kader van de residenties die we hier op gezette tijden organiseren. Ook is er een ruim bemeten keuken die volledig is toegerust. Mijn schoonmoeder, choreograaf Wies Merckx, verhuurt deze ruimtes aan ons, ze leven en wonen in Frankrijk. Geweldig om hier te wonen en te werken. Het is hier leven als een god in Utrecht.’

 

‘Ik wil weten hoe zwaar die rugzak weegt’

Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar

Zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie modellen en … een priester. Onzekerheden worden uitgedaagd, harnassen aangevallen en ongemak moedwillig opgezocht.

Begin 2017. Lies Pauwels, onverschrokken theaterfenomeen en toch van uiterst poëtische snit, ontvouwt een stoer plan: een voorstelling met jongeren die psychische kwetsbaar zijn, met fashionmodellen en een priester. Maar het mag niet uitlopen op een sociaal-artistiek project, geen crea-club zijn of naar veredelde bezigheidstherapie neigen.

Oktober 2018. Ze zijn echt en ze spelen zichzelf. Terwijl er – tijdens de repetities – roze pluimen over de scène dwarrelen, komen verwrongen zelfbeelden tot leven. Er wordt in ondergoed gepaaldanst. Op een catwalk tippelen roos-witte laarzen met ‘fragile’ als waarschuwend opschrift.

Moeten psychisch kwetsbaren ‘genezen’? En wat schuilt er achter de betoverende façade van glitter & glamour? Is de modewereld een glazen bol voor wat komen gaat? En hoe werkt een samenleving zonder enig moreel kompas?

Lies Pauwels – ze werkte samen met onder meer Alain Platel en Arne Sierens – maakte eerder wonderlijke en wonderschone semi-operateske performances, zoals de roemruchte voorstelling ‘Het Hamiltoncomplex’. Dat was een fysieke, tikkeltje filosofische voorstelling met 13 meisjes van 13 jaar – en één bodybuilder.

De voorstelling ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ is voor haar een stap verder in het compromisloze verlangen naar theater waarin emotionele intelligentie en authenticiteit de boventoon voeren. Wie waagt het om kwetsbare jongeren te confronteren met glamour en schoonheidsidealen? “Truth or Dare gaat over kwetsbaarheid,” legt ze uit. “Ik werk met ze om wie ze zijn, niet omdat ze bij mij hun rugzak moeten legen. Maar ik wil wel van hen weten hoe zwaar die rugzak weegt.”

In Pauwels’ wereld is ogenschijnlijk niets vanzelfsprekend – en toch alles onmiskenbaar aanwezig. Ze belooft noch geeft antwoorden, maar wel een krachtig theatraal discours. Op het podium passeert daarom een reeks opties en situaties voor de ‘spelers’, die voortdurend naar elkaar verwijzen.

In onvolmaaktheid vinden we elkaar, is de onderliggende boodschap, eerder dan in het vruchteloze streven naar perfectie. “De voorstelling confronteert ons, via de eigenzinnige cast, met drie bijzondere werelden die elk op hun manier veel vertellen over wie we zijn en hoe onze maatschappij functioneert.”

Verwacht bij Pauwels ook geen duidelijke plotlijnen of gepolijste dialogen. Haar werkwijze is associatief. “Theater is mijn favoriete medium om vragen te stellen.” Maar het onvoorspelbare en grillige zijn hindernissen voor de jongeren, zeker voor wie met autisme te maken heeft.

Maakt ze het hen niet te moeilijk? “Wat zij hier doen ervaren zij als minder zwaar dan hun leven buiten. Het podium is voor hen een goede plek. Ze vinden er aansluiting met zichzelf. Dat ze hier staan is op te vatten als een statement. Iedere scène is op zichzelf een overwinning. Elke seconde op dat podium hebben ze op zichzelf moeten bevechten. Iemand aanraken, een kostuum aantrekken, op blote voeten lopen, voor sommigen waren dat heel grote stappen.” Ter geruststelling: Bij iedere voorstelling reist een psycholoog mee.

Lies Pauwels / hetpaleis / Sontag: Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar. Op vrijdag 9 november 2018 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl/truth. Telefonisch tickets reserveren: (088) 356 53 56.