Bezielde dans in ‘Soul #2 Performers’

Internationaal succes voor Haagse dansgroep Meyer-Chaffaud

De vanuit Den Haag werkzame choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud werken sinds 2016 aan hun ‘SOUL’-serie: bij elkaar straks vier voorstellingen die, los van elkaar, de mensenziel belichten. Stonden in het eerste deel ‘Soul #1 Audience’ de gedachten van het publiek centraal; in deel twee zijn dat de dansers in hun rol van performer.

Meyer-Chaffaud haalt dansers en publiek graag uit de ‘comfort zone’. En passant laat Meyer-Chaffaud ‘de vierde wand’ – de grens tussen het danspodium en het publiek – in rook opgaan. Voordat dat de mogelijkheid krijgt plaats te nemen op stoelen die het speelvlak, een vierkant, omzomen wordt het aangemoedigd om zich paarsgewijs aan elkaar vast te houden en een route te volgen over de dansvloer. Aftasten. Daarna ontvouwt zich een fascinerend schouwspel van dans, performance en een staaltje circus art waarin dansers en publiek volop aan elkaar mogen snuffelen.

Meyer-Chaffaud werpt graag wezenlijke vragen op. In ‘Soul #2 Performers’ doet zij dat aan de hand van een tekst die Hans van den Boom (voorheen Stella, Het Nationale Theater) schreef. De performers van Meyer-Chaffaud, onder wie voormalig NDT 3-danser David Krugel, zijn er vrijelijk op gaan variëren.

Wat, wie schuilt er achter de performer? Zijn dansers inderdaad die egocentrisch ingestelde, aandachtsgeile, exhibitionistische en soms rondui wereldvreemde wezens? Of zijn het juist ultieme lichaamskunstenaars die met hun ‘gereedschap’, te weten hun volstrekt eigen lijf en leden, verbazing oproepen, die weten te verrassen en van binnen diep te raken?

Natuurlijk: iedere kijker moet dat voor zichzelf uitmaken. Feit is dat Meyer-Chaffaud met deze voorstelling de afgelopen maand in Sint Petersburg (Rusland) en Beijing (China) te gast is geweest. En nu dus terug in Den Haag, voor een tournee door Nederland.

In haar gelederen heeft de dansgroep liefst twee genomineerden voor de Piket Kunstprijzen. Vorig jaar was Claire Hermans een van de kandidaten; dit jaar dingt Kinda Gozo mee naar die prijs. Ze vertelt verrast te zijn door de nominatie en er blij mee te zijn. “Fantastisch van deze mijnheer Piket! Want hij helpt om dansers hun droom te laten realiseren.”

Haar dierbaarste en vroegste herinnering aan dans ligt in geboorteland Centraal-Afrika, zegt de tegenwoordige Française. “Ik was toen zes en ik was omringd door zingende en dansende kinderen.” Toen ze later naar Frankrijk verhuisde begon ze met dansen in een kleine school vlakbij het dorp waar ze woonde. Op haar elfde ging ze naar het conservatorium in La Rochelle. Toen wist ze: Deze kunstvorm biedt mij de vrijheid en het plezier om mijzelf te uiten. “Dansen is voor mij een weldadige en een inspirerende bezigheid, ” laat ze per email weten.

“’Soul #2 Performers’ draait om wat er in ons omgaat, om wat we denken, draait om ons doen en laten als performer. Wat is – voor ieder van ons – de essentie van leven, de essentie van in leven zijn? En hoe uit zich dat in lichaam én geest. We geven daar betekenis aan door het uiteenlopende  choreografische materiaal. Mijn solo in dit stuk komt voort uit de wens om een andere staat van bewustwording te bereiken. Ik open mijn ogen en open mijn ziel, met alle mensen om me heen – en krijg er contact met het publiek voor terug.”

In de toekomst wil Gozo graag terug naar Centraal-Afrika, daar een thuis creëren. “Ik wil daar een plek voor dans, muziek en andere kunstuitingen stichten. Ik wil mijn vaardigheden met anderen delen en ook leren van anderen.’’

‘SOUL #2 Performers’ van Meyer-Chaffaud. Op zaterdag 29 september 2018 in Dakota Theater en op vrijdag 19 oktober in De Nieuwe Regentes. Informatie: Meyer-chaffaud.com.

Advertenties

Gezocht: aandacht

Soul searchin’ door choreografen Meyer-Chaffaud

Performers zonder publiek? Publiek zonder performers? Woestijnvissen!  Choreografenduo Meyer-Chaffaud maakt het vierluik Soul en confronteert publiek en performer lijfelijk met elkaar.

Exhibitionisten? Aliens? Intermediairs? Openbaar kunstbezit? Lichaamstovenaars? Of gewoon mensen van vlees en bloed? Wat gaat er om in het hoofd van een danser?

In Soul #2 Performers is de danser van zijn voetstuk van ongenaakbaarheid gehaald, uit zijn ivoren toren afgedaald; en, andersom, het publiek tijdelijk ontheven van haar versteende rol als observant, verheven tot co-creator zelfs. ‘U beschikt over een geweldige zittechniek’ zegt een van de performers. Domweg blijven zitten op je stoel is dan eigenlijk geen optie meer.

‘Bij veel eigentijdse dansvoorstellingen rijst de vraag wat het allemaal betekent, wat we ermee moeten. In de meeste gevallen leiden die vragen niet tot bijster veel antwoorden, zodat we op een gegeven moment besluiten vooral te genieten van de performance, van de bewegingen, van de visuele effecten, de muziek – maar geven geen aandacht aan de knagende vragen op de achtergrond die ons vervolgens verwijten dat we het werk onrecht doen – en zo weer een kans op diepgaande kunstzinnige beleving mislopen.’

Aldus schrijver en publicist Christiaan Weijts in het boekje Aanraken a.u.b. over zijn ontmoeting met de Duitse kunstfilosoof Christophe Menke.

Waarom dans je, wat bezielt je als je en public danst, wat beweegt je, wat zijn de gedachten als je aan het dansen bent? Isabelle Chaffaud: ‘We leggen graag de menselijke ziel bloot. Een danser put zich uit voor het publiek dat voor hem of haar zit, in een magisch spel van tijd, ruimte en emoties. Hoe je je zelf ook voelt, je móet performen, je moet hoe dan ook op.’

Soul#2 Performers. Een ervaringsverslag. De zaalopstelling: een carré. Feitelijk een vlakkevloertheater, zo’n tien bij tien meter. Vóór de vier omsluitende wanden staat een dubbele rij stoelen. Op de vloer: zes performers. Claire. Opeens staat ze voor me, steekt haar hand naar me uit, nodigt me uit met haar de toneelvloer op te gaan. En plein public. Naar mij, de in beton gegoten observator! En daar staan we dan tegenover elkaar, de armen gespreid, handen in elkaars handen. Dan strekt ze haar armen, werpt haardos, schouders en hoofd achterover, gelaat naar de hemel gericht. Even lijkt het of ze zweeft. Et Dieu crea la femme, schiet door mijn hoofd.

Zweven doe ik zelf intussen ook, vanbinnen. Eventjes later drukt ze het hoofd met het linkeroor stevig tegen mijn linkerborst. Hartslag. Ik zie mezelf gevleid in een intieme omhelzing. Dan mag ik van haar weer plaatsnemen op mijn stoel.

Een zinsbegoochelende ervaring. Ook al omdat en passant de ‘vierde wand’ in rook is opgegaan en de dansers in Soul letterlijk ‘op je huid’ zitten.

In het de komende jaren te completeren vierluik Soul lichten de choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud de doopceel van publiek én danser. Op zoek naar de ware aard achter performer en publiek sloopt het choreografenduo de denkbeeldige grens tussen danspodium en toekijker.

Hier maken de toeschouwers in persoon deel uit van de choreografie, en aldus van de voorstelling. In het cabaret usance, vooral als je op de eerste rij plaatsneemt ben je algauw de sigaar, in het dansveld is het uniek, zelfs ‘not done’.

Wat zet een performer in beweging, wat beweegt hem om voor een choreograaf en uit naam van dat ‘hogere’ als ‘de kunsten’ dag in dag uit steeds weer tot het uiterste te gaan en de eigen grenzen voortdurend te verleggen? Is toekijken in het theater een intrinsiek actieve of passieve rol? Waarom doen ze allebei wat ze doen?

Ondertussen vallen in Soul #2 Performers grote woorden over creatie, in het moment zijn, over vrijheid, over ‘blondes have more fun’, over dans als obsessie, als een beweging tussen hemel en aarde, als een medium.

Publiek en performer, een twee-eenheid. Onderzochten choreografen Isabelle Chaffaud en Jerôme Meyer in hun eerdere voorstelling Soul#1 Audience met name (de rol van) het publiek, in deze #2 gaat het vooral om de mens achter, de binnenwereld van de danser. Maar de danser kun je hier niet los zien van het publiek, noch andersom.

Zoals Mulisch in Voer voor psychologen al stelde: ‘Niet de schrijver [lees: choreograaf] maar de lezer [toeschouwer] moet fantasie hebben […] Een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.’

Al bij het betreden van de zaal hadden de bezoekers zich op verzoek rond een van de zes performers geschaard, en die leidde hen daarna rond over de speelvloer, liefst met de ogen dicht. Patronen volgen, geïmproviseerde groepssculpturen. Een gevoel van intimiteit wordt opgebouwd en dat wordt versterkt wanneer de performers even later direct oogcontact zoeken met de bezoekers die hen omringen. Indringend moment, temeer daar de voorstelling zich vlak voor je ogen ontrolt. Je zit op huid van de dansers, voelt ze ademen.

Alleen daardoor al is de beleving geheel anders dan de waarneming vanuit het pluche comfort van de theaterstoel. De zaal als parallel universum: de danser vertolkt zijn eigen rol maar het publiek ook, al doet zij dat soms zonder er zelf erg in te hebben. Interactie, het ene publiek is het andere niet, en de ene avond is de andere niet. Het publiek doet alsof het zelf niet bestaat. Maar dat bestaat dus niet.

In Soul#2 Performers worden intussen pareltjes aaneengeregen! In een mix van moderne dans, performance en circus – er is zelfs een duet tussen een danser en een trapezewerker die laag boven de vloer hangend haar acrobatische kunsten vertoont – zijn er prachtige staaltjes te bewonderen, in een ‘bewegingstaal’ die zich moeilijk in woorden laat vatten, door dansers die stuk voor stuk laten zien over persoonlijkheid te beschikken.

Meyer-Chaffaud: Soul #2 Performers. Tournee van eind september tot en met medio oktober 2018. Meer informatie: Meyer-chaffaud.com.

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

Spierziekten de wereld uit dansen

Benefiet Free To Move voor Prinses Beatrix Spierfonds

In Nederland hebben 200.000 mensen te maken met een spierziekte, waarvan er 600 verschillende soorten zijn. Met Free To Move zet de top van de Nederlandse dans zich belangeloos voor hen in.

Danseres Bonnie Doets van Scapino Ballet Rotterdam werkte eind maart mee aan de tournee van het programma ‘Scala. Bij dat programma was het mogelijk te doneren voor het Prinses Beatrix Spierfonds. Doets reikte een cheque uit en sprak het publiek toe tijdens de afsluitende voorstelling: ‘Dansen en bewegen zijn voor mij iets natuurlijks, iets vanzelfsprekends. Maar voor wie een spierziekte heeft kan elke beweging een strijd zijn. Van opstaan tot iets pakken, en van lachen tot ademhalen. En dan te bedenken dat er in Nederland alleen al zoveel mensen zijn die een spierziekte hebben’. Donderdag is Doets te zien in het programma Free To Move, met het duet The Swimmer.

Vrijheid van bewegen. Noem het zweven. Dat is de droom van iedere danser. Maar inwendig ook van al degenen die een spierziekte hebben. Wie aan een profdanser denkt heeft misschien niet meteen een rolstoeler voor ogen. Toch danste Sander Verbeek nog geen jaar geleden in een rolstoel op het theaterpodium. Hij danste toen het duet Touch met Nadine Drouin, ballerina uit het corps de ballet van Het Nationale Ballet.

“Mijn rolstoel,” vertelde Verbeek destijds bij de NOS, “is voor mij een manier om kracht uit mezelf te halen. Wat ik het liefst wil laten zien, is hoe normaal het is om te dansen en hoe dat past binnen de samenleving. Ik wil laten zien dat iedereen kan dansen, het maakt werkelijk waar niet uit wie je bent.”

Voor Nadine was het de eerste keer dat ze met een rolstoeldanser het podium deelde. “Ik schaamde me een beetje omdat ik geen ervaring had met mensen met een beperking. Ik was bang dat ik de situatie verkeerd zou inschatten”, bekende Amerikaanse op haar beurt. “Maar eerlijk waar: het is zoals werken met willekeurig welke andere danspartner. Het enige verschil is dat Sander veel sneller was dan ik – en ik dus harder moest rennen.” Verbeek hoopt op een toekomst als danser in het buitenland: ‘daar zijn meer mogelijkheden’. Uiteindelijk hoopt hij – net zoals Nadine – professioneel te kunnen dansen. Ook Peter Leung, de choreograaf van Touch was verrast over de mogelijkheden: “Ik wilde laten zien dat restricties kunnen overgaan in mogelijkheden.”

Touch is een voorbeeld van ‘inclusiedans’.Dat staat centraal In het tweejaarlijks terugkerende programma DanceAble van organisator Holland Dance Festival. Martine van Dijk van die kunstinstelling: “Ik zou het mooi vinden als in dans- en balletscholen ook mensen met een beperking terecht kunnen.”

Holland Dance Festival is ook de instelling die de benefietavond Free To Move organiseert voor het Prinses Beatrix Spierfonds. In het Zuiderstrandtheater vindt donderdag onder het toeziend oog van de prinses zelve de zesde editie plaats. Dan is er weliswaar geen ‘inlcusiedans’ te zien maar wel heeft programmasamensteller Samuel Wuersten wederom de top van de Nederlandse dans weten te strikken. Zo zijn er bijdragen van Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater 2, Introdans, Scapino Ballet Rotterdam, Sally Dansgezelschap Maastricht,, De Dutch Don’t Dance Division en Codarts Rotterdam.

Holland Dance Festival: Free To Move, benefietavond donderdag 30 augustus 2018 in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: holland-dance.com.

 

Werelden bijeenbrengen

‘Crosstown’ laat jongeren dansen

Jong, dynamisch en ambitieus zijn Korzo’s ‘Crosstown’dansers. Al meer dan 10 jaar biedt theater en dansproducent Korzo Haagse jongeren de kans om gekoesterde dansambities waar te maken.

“Het is geweldig om jongeren uit verschillende wijken en vaak een geheel verschillende achtergrond met elkaar in aanraking te kunnen brengen. Zonder Crosstown hadden zij elkaar niet leren kennen,” zegt Nathalie Décory, coördinator van Jong Korzo en sinds deze week officieel hoofd van de educatieve poot van Korzo. Werelden bijeen brengen. “Het is dankbaar om hun blikveld te kunnen verruimen. Maar ook is het geweldig om te zien dat ze door te dansen persoonlijke groei doormaken.”

Voor het twaalfde jaar biedt Korzo Haagse jongeren met Crosstown de kans dansambities op te pakken en die onder professionele begeleiding tot ontwikkeling te brengen. Het zijn wekelijkse danstrainingen in uiteenlopende stijlen. Er wordt les gegeven in urban, modern, theater en cross-overs tussen deze stijlen. Er zijn drie verschillende niveaus voor 14 jaar of ouder. Hoe hoger het niveau, hoe intensiever de trainingen – en hoe meer verschillende technieken geleerd worden. Op het hoogste niveau werken de meest getalenteerde van deze dansers samen met professionele choreografen van Korzo. Deze week zijn de eindpresentaties door de twee groepen van dit seizoen: zeven meiden, in de leeftijd van 14 tot en met 25. “Iedere danser brengt iets speciaals in.”

Van de huidige groep stroomt Lara Sluijter straks door naar de docentenopleiding van Codarts in Rotterdam, vertelt Nathalie. “Maar we zijn geen vooropleiding. Al zijn we er wel trots op dat het lukt om iedereen individueel te kunnen coachen.” Voor die ‘personal touch’ tekenden dit jaar Alioune Diagne en Sheree Lenting, en allebei maken ze een nieuwe choreografie voor de Crosstown-editie 2018. In hun nieuwe choreografieën wordt steeds uitgegaan van de individuele, energieke en persoonlijke bewegingsstijl van de dansers. Nathalie: “Alioune heeft Afrikaanse, Senegalese wortels. Na een tijdje in zijn geboorteland is hij weer teruggekomen naar Nederland. Moderne dans is zijn fascinatie, dat liet hij ook zien als danser in de choreografie die Kenzo Kusuda in 2011 maakte voor Korzo’s heropeningsprogramma. Sheree is Nederlands, maar verder niet in een hoekje te stoppen, al voelt ze zich wel altijd lekker bij urban en hiphop.”

Dansvuurtje
Succesverhalen rond Crosstown zijn er dus zeker te noteren. Sterker: Het is frappant om te zien hoeveel deelnemers aan Korzo’s Crosstown naar een van de dansacademies in het land doorstromen. Neem Art Srisayam. Bijna per ongeluk belandde hij ooit op een selectiedag voor Crosstown, stroomde door naar het hoogste Crosstown-niveau en studeerde af aan de Theaterschool in Amsterdam. Hij maakt carrière, onder meer bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep MAAS waar hij danst, en al een choreografie maakte. Nog een voorbeeld: Zahira Suliman. De Haagse ging na haar studie bedrijfskunde naar Codarts om er de opleiding voor docent dans te volgen. Inmiddels is zij vaste dansdocente bij Crosstown, is vaste danser bij AYa, en maakt ook choreografieën. In 2016 werd ze genomineerd voor de dansprijs van de Piket Kunstprijzen. Nathalie: “Crosstown heeft bij mij het dansvuurtje opgewekt, zo zegt zij altijd.”

Drie hoog achter
De allereerste Crosstown-voorstelling vond plaats in 2006. “Dit project is voorgekomen uit een idee van Fonds 1818. Dat was van mening dat toen in Den Haag er op wijkniveau, zeg drie hoog achter, weinig aan talentontwikkeling in Den Haag was. Toen is er onder leiding van jongerentheatergroep 020 een samenwerking tussen drie instellingen in Den Haag van de grond gekomen. Naast Korzo waren in de begintijd theater Pierrot en Culturalis bij Crosstown betrokken. Tegenwoordig trekken we de kar helemaal zelf en is Crosstown niet meer weg te denken hij Korzo. Al die tijd is de basisgedachte overeind gebleven: onder professionele begeleiding jongeren dans laten ontdekken.”

De Crosstown eindproducties zijn van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 juni 2018 te zien in Korzo theater. Meer informatie: korzo.nl.

Hemel en aarde bewegen

NNT, Club Guy & Roni en Asko | Schonberg spelen Salam

Na vorig jaar de dansmarathon Carrousel bij Noord Nederlands Toneel / Club Guy & Roni en Asko|Schönbergs K[h]AOS nu een kleurrijke orgie van licht, beeld en geluid in een mix van theaterdisciplines. Salam, een oerdrama. Regisseur Guy Weizman: “Alle grote verhalen beginnen klein.”

Liefde, spijt en een vader die zijn twee zonen uit elkaar dreef. Weizman gaat een wereldkwestie te lijf met theater: “Volgens de legende stonden Ismaël en Isaäk hand in hand toen ze Abraham ten grave droegen. We hadden dus nog als broer en zus, als familie voor elkaar kunnen zijn. Maar ergens is het hopeloos misgelopen,” verzucht regisseur Guy Weizman. “Alsof we ruzie hebben gekregen over de erfenis. Wat zou er gebeurd zijn als we toen meteen alles hadden bijgelegd?”

De wereld staat in brand. En dat houdt nog wel eventjes aan, zo luidt de strenge weersverwachting. Wereldvraagstukken, Weizman heeft er steeds meer pijn van in zijn buik. “Verzoening, daar ben ik naar op zoek.”

Hoe zat het ook weer? Wat of wie was eerder: de oerknal of god? Van horen zeggen: God knutselde in een bui van oneindige creativiteit hemel en aarde bij elkaar, in zes dagen en nachten. Daarna vond de creator het welletjes en nam een rustdag. Hoe geniaal alles ook, soms bekruipt je het gevoel dat het allemaal wel wat beter doordacht had gekund, dat Hij die rustdag maar beter ten volle had benut. Neem nou die weeffoutjes tussen christenen en moslims. Bloedbanden, pijnlijk erfeniskwesties, gevolgd door familietwisten. Geen fraai gezicht toch. Gaandeweg zijn die nota bene ontaard in pek en veren, in kruistochten, kolonialisme, zesdaagse oorlogen, Srebrenica, intifada’s, een oerknal à la ‘nine eleven’ en het kalifaat IS. Ook al geen al te fraai rijtje.

Volgens Weizman (1973) zijn alle grote wereldverhalen ooit klein begonnen. Hij besloot daarom om terug te keren tot de symbolische bron, om precies te zijn naar de originele geschriften die aan het geloofsconflict ten grondslag liggen. Hij is ze er zelf op na gaan slaan. Waarom heeft Abraham zijn zoon Ismaël weggestuurd, laten wegsturen? zo vraagt de Marokkaanse Israëliër zich nu al dik twee decennia in toenemende vertwijfeling af. “Ooit, op enig moment, heeft de ene de andere wereldhelft verguisd – en andersom. Terwijl toch voor joden, christenen én islamieten de bron een en dezelfde persoon is: Abraham.”

Weizman zou graag zien dat het publiek in het hoofd kruipt van Abraham, wil diens overwegingen invoelbaar maken. In Salam laat hij de aartsvader van uiteindelijk drie geloofsstromingen daarom verantwoording afleggen voor zijn keuzes, voor zijn met terugwerkende kracht desastreuze, ontwrichtend gebleken (niet-)handelen van toen. De 137-jarige ligt daartoe gekluisterd aan een life support machine, op zijn sterfbed, terwijl hij trauma’s uit het verleden verwerkt en herkauwt. Weizman: “In een flits belandt hij in een hallucinerende trip van, zeg tweeënhalve seconde. Dat ene moment rekken we enorm op in speelduur.”

Alsof dat alles al geen explosief mengsel oplevert deed Weizman er een schepje bovenop met de keuze voor de Vlaamse schrijver alias het enfant terrible Fikry El Azzouzi (1978) als tekstleverancier. Hij heeft hem, zegt Weizman, daarbij vooraf opgedragen ‘om zich niet tot zelfcensuur te laten verleiden’. Hij karakteriseert Fikry als ‘een pestjoch dat lak heeft aan conventies’. Weizman: “Hij heeft met Salam een moedige tekst op papier gezet. Maar dat was wel te verwachten.”

Fikry en Weizman situeren Salam in een cafébar, anders gezegd en om precies te zijn: een louche ogende nachtclub. In een bloedrood getinte omgeving domineert een metershoge cilindrische, mobiele olietank bij wijze van drankvitrine het beeld, omringd door eveneens mobiele tapkasten, segmenten die los van elkaar wel wat van een sikkel weg hebben. In die sexclub, ‘The Last Chance’ geheten, gaat uiteindelijk een shoot-out plaatsvinden, een ‘Russian roulette’. De barista van ‘The Last Chance’ heeft ondertussen het nodige te stellen met het roedel ruziënde familieleden.

Verzoening van religies… in een nachtclub…? Waar is Weizmans hoop eigenlijk op gevestigd met deze keuzes, met dit stuk? Guy: “Voor het vraagstuk waarin we met z’n allen verzeild zijn geraakt heb ik natuurlijk ook niet de oplossing in pacht. Wat ik wel weet: Als ik in mijn Adidas-broek en baseball cap op over straat ga, dan merk ik dat sommige mensen mij niet zien, niet willen zien. Maar als ik de dag erna in tweedelig grijs en stropdas voorbijkom kijken veel mensen opeens veel minder strak naar me, en word ik anders bejegend. Ik weet niet zo goed in welk hokje ik het beste pas, maar ik weet wel dat we moeten kappen met die onzin. De tijd van schepje en emmer is voorbij. Waar ik op hoop is dat de voorstelling mensen dichter bij elkaar brengt. Als er een Arabisch lied voorbijkomt bijvoorbeeld waarvan de buren later worden ingeschakeld om te achterhalen wat voor lied dat geweest kan zijn. Zo’n moment is voor mij waardevol genoeg.”

Overgang
De voorlaatste repetitieweek, donderdag. De vele, vele scèneovergangen staan op het programma. Met soms Babylonische spraakverwarringen tussen de zes Nederlands/Vlaamse acteurs, een internationale cast van zes dansers, zes musici uit verschillende windstreken, de technici en de artistieke leiding. Toch gedragen de acteurs Jack Wouterse en Bram van der Heijden zich op het oog uiterst geduldig. “Dat is nou het mooie van deze productie,” weet Jack Wouterse, de vleesgeworden Abraham in dit stuk. “We bouwen hier samen als het ware aan een nieuwe familie. Mensen die overal vandaan hier komen werken en die begrip voor elkaar kweken: toneelspelers geven de ruimte aan live musici, de dansers verlenen ruim baan aan de toneelspelers en vice versa. Samenkomen in een nieuwe taal. Lef tonen, en niet tevreden zijn met een zesje.”

Hij heeft geloof in de aanpak van Weizman, al is dit de eerste keer dat hij met hem samenwerkt. “In dit productieproces is iedereen evenveel waard. Dat gaat hier echt anders toe dan in alle eerdere stukken of waar ik dan ook heb gespeeld. Ik heb zelf niet zoveel met religie, ben als katholiek uitgeschreven, maar ik geloof wel erg in verbinden en in dit type theater, waarmee ook jongeren worden bereikt. Inhoudelijk? Laten we de stammenruzie bijleggen zoals je een ruzie met je vrouw bijlegt, of met iemand die net knoflook heeft gegeten, terwijl jij daar niet van houdt. Zand erover. Een beetje John Lennon: Give peace a chance.”

Bram van der Heijden speelt Isaäk, Abrahams tweede zoon. Zijn tegenvoeter is Ismaël, gespeeld door Mohammed Azaay. Van der Heijden is bekend met Weizmans aanpak. “Ik ben vast bij dit ensemble. Ongeacht of je gelovig bent of niet wordt hier een thema aangesneden dat diep in velen van ons en in de geschiedenis verankerd zit. In de jaren zestig en zeventig nog dacht iedereen hier dat religie, inderdaad dat opium voor het volk was, zoals Karl Marx dat beschreef. De ontkerkelijking nam enorme vormen aan. Maar het fenomeen beheerst nu alweer decennia het politieke wereldtoneel.”

Als geboren, paspoorthoudende Israëliër wordt Guy Weizman vrijwel dagelijks aan de familietwist herinnerd. “De media dragen schuld in deze godsdienstkwestie.” Zelf is hij niet meer godsdienstig: “Ik geloof in ideeën en mensen, godsdienst heb ik op jonge leeftijd losgelaten.” Voor hem is de bijbel wel nog altijd een zekere basis, “maar dan wel met Homerus en Sophocles ernaast op het nachtkastje.”

Ondertussen schalt een bekend levenslied door de repetitiezaal. Had Vader Abraham niet een cafeetje ergens aan de haven, waar hij zich onder gelijken mengde? De gedroomde, geïdealiseerde wereld van Salam is misschien wel dat café aan de haven.

kader:
Vormentaal
Verwacht geen muziektheater of opera, geen dans- of bewegingstheater, geen teksttoneel, geen performance en geen concert. Maar op gezette tijden toch ook weer wel, als een wokkel waarin disciplines ineengedraaid worden, onderling een pas de deuxtje of triootje aangaan.

Weizmans theatertaal is die van het zappen, een brechtiaans aandoend mengsel. Een tikkeltje vreemd maar wel lekker. Helemaal NNT en Club Guy & Roni, of beter gezegd: helemaal Guy Weizman en Roni Haver. Weizman: “Ik zoek een andere realiteit. In het theater wil ik de spanning en de verstrooiing benaderen die van een film uitgaat zoals bijvoorbeeld Inglourious Basterds van Quentin Tarranatino.”

kader:
In den beginne:
Na een decennium van vruchteloze pogingen tussen Sara en Abraham verwekte hij een zoon, Ismaël, bij Sara’s slavin Hagar. Zij trad namens Sara als draagmoeder op. Pas nadat God de belofte aan Abraham had herhaald dat hij veel nakomelingen zou krijgen, schonk Sara hem een zoon: Isaäk.

Uit angst dat Isaäk niet als eerstgeborene zou worden beschouwd, draagt Sara Abraham op om Ismaël en zijn moeder te verstoten. Uiteindelijk groeit Isaäk uit tot een van de grondleggers van jodendom en christendom; Ismaël tot de stamvader van moslims.
Abraham (ook wel Abram) wordt beschouwd als de aartsvader van Israëlieten en Arabieren. Zijn naam komt voor in de heilige schriften van joden (de Tenach), christenen (de Bijbel) en moslims (Kor’an). Sara stierf op 127-jarige leeftijd, Abraham overleed toen hij 175 jaar oud was. Hij werd volgens de overleveringen begraven in de Grot van de Aartsvader in Hebron.

Literair-historisch is de ontstaansgeschiedenis van de bijbelse tekst over Abraham omstreden.

Guy Weizman
Guy Weizman (1973, Tel Aviv, Israël) is choreograaf en regisseur. Hij is sinds 1 januari 2017 artistiek en algemeen directeur van het Noord Nederlands Toneel (NNT). Hij vormt samen met Roni Haver ook de artistieke leiding van dansgezelschap Club Guy & Roni. Sinds januari 2017 bouwen de twee gezelschappen onder Weizmans leiding aan een interdisciplinair theaterhuis: theater van nu in de taal van nu.

Salam speelt tot en met medio mei in theaters in het land. Meer informatie: nnt.nl/salam.

Memento mori

Alain Platels dodendans

Alain Platel grossiert in ongewone beelden: dode-paardensculpturen, veertien honden. In zijn nieuwe voorstelling Requiem pour L. volbrengt een 72-jarige vrouw haar allerlaatste ademtocht. In grootbeeld. Een getuigenis.

Zo ziet sterven er dus uit. L. ligt schijnbaar doodkalm te bed, al blijven de zware oogleden meer en meer, langer en langer gesloten. Een laatste opflakkering van de ogen, een laatste glimlach, een laatste woord dat gewisseld wordt, een laatste keer slikken, een laatste keer met de tong de lippen rond. Ogenschijnlijk gebeurt er niets – en toch alles tegelijk. Dan stokt de adem. Oneindig loslaten.

En dan opeens blijft de mond geopend staan in een eeuwige gaapstand.

De doodsstrijd is in veruit de meeste gevallen niet die turbulente, opstandige gebeurtenis die we er toch van vermoeden. Een stil heengaan is het meestentijds – al dan niet onder invloed van morfine –  een verglijden in de tijd. Geen tranen, geen eruptie, geen misbaar. Het lijden van de mens is niet dát hij doodgaat, dat doen andere leefvormen op z’n tijd ook; maar dat hij dat zo goed beseft.

Het intiemste, kwetsbaarste moment in een mensenleven speelt zich af op het sterfbed – voor zover dat gegeven is. Voor de meesten is het meteen hun eerste en enige schouwtoneel des levens: want toekijkende geliefden zien toe hoe hun teerbeminde zich door de slotakte slaat. Zo bezien is het doodsbed ieders eigen eenakter, een besloten vlakkevloervoorstelling, in huiselijke dan wel klinische kring.

Hoogst zelden is de westerse mens met eigen ogen getuige van iemand die in ware tijd sterft. In het westen is de doodsstrijd ver weggestopt, elders loopt dat trouwens soms regelrecht uit op een feestje. Integer, zonder het minste effectbejag bouwde theatermaker Alain Platel met Requiem pour L. een minimalistisch aandoend theatraal feest met het heengaan als inzet, op Mozarts Requiem, en met beelden van een stervende vrouw op een groot projectiescherm met die ‘real time’ in de dood verdwijnt.

Aldoor staat één enkele (web)camera ingezoomd op wat het sterfbed wordt van deze witte vrouw. Ze werd thuis gefilmd, vorig jaar, toen haar laatste momenten zich aandienden. De wat korrelige maar verder nauwelijks bewerkte zwartwit-beelden beslaan de reëel verstreken tijd, zo’n anderhalf uur, maar zijn wat vertraagd weergegeven. Wel heeft Platel er twee keer een ‘knip’ in gemaakt. Daardoor ontstaat als het ware een triptiek: afscheid nemen, sterven en – eindigend in een bijna onsterfelijk mooi, bijna prerafaëlitisch aandoend eindbeeld – dood zijn.

Het ‘argeloze’ publiek wordt hier, sterker: is hier ondeelbaar en ontegenzeggelijk in de rol van voyeur geduwd: die van buitenstaander die voor louter eigen genoegen toekijkt. Het is belangrijk te beseffen dat de terminaal zieke L. er zelf actief voor heeft gekozen om medewerking te verlenen. L., vaste bezoeker van Platels voorstellingen, wendde zich via een wederzijdse kennis tot hem na het zien van zijn voorstelling Coup Fatal, die ze zeker drie keer zag. Platel was meteen gegrepen door het idee, onder meer omdat de dood toen verschillende keren aan hem voorbij was gekomen: hij had afscheid moeten nemen van zijn vader, verloor zijn trouwe hond, en zat aan het sterfbed van zijn mentor Gerard Mortier.

L. alsmede het wedervaren van L. rond de dood koppelen Platel en zijn theatergroep C. de la B. aan de overdonderende koormuziek van Mozarts Requiem. Geniale expressiviteit anno 1626. Een in muziek verpakte uitstalkast van uiteenlopende gevoelens: blijmoed die ontaardt in vertedering, panische angst die uitmondt in urgente bede. Het is de verklanking van ultieme ontzetting en angst voor het verschijnen van de rechter – maar toch ook van het geluk van het laatste oordeel.

Platel besloot over te gaan tot een bewerking van Mozarts heilige compositie. Dat is gedurfd, een stap die hij nog versterkte door te kiezen voor componist Fabrizio Cassol, met wie hij overigens eerder samenwerkte (in Monteverdi’s Mariavespers, de Mattheuspassie van Bach en het westerse barokrepertoire). Platel/Cassol gingen verder. Ze zetten een ontmoeting op tussen veertien muzikanten uit verschillende contreien.

Gezamenlijk ‘reconstrueerden’ zij het Requiem en wendden daarbij ook hun eigen muzikale invloeden aan, van jazz en opera tot allerlei soorten populaire Afrikaanse muziek. Toch blijft dat ongehoorde Requiem steeds hoorbaar de bron. De live uitgevoerde muziek wordt hier (vondst!) niet door een klassiek orkest gespeeld, maar in een bezetting met accordeon, euphonium (tuba), elektrische (bas)gitaar, likembe (duimpiano) en percussie. Cassol verving vervolgens de massieve koorzang door een vijftal zwarte zangers. Zo werden de opeenvolgende zangpartijen tot uiteenzettingen tussen mensen.

Platel deed nóg een meesterzet: Hij liet de musici en zangers, zonder uitzondering gestoken in zwarte kledij en in aan Zuid-Afrikaanse grafdelvers herinnerende gumboots, bewegingspatronen uitvoeren als in een choreografie, laat ze dansen dansen, van limbo tot urban. Swingen op de klanken van een grafzang, een zielmis, op een Re-qui-em? Op Mozarts heilige grafzang? Op zwartgeverfde houten kisten, die qua beeldrijm aan het Berlijnse Holocaustmonument doen denken? Kan dat, mag dat? En dan nota bene tegen de achtergrond van een in slow motion stervende vrouw? Platel doet het gewoon. Want wie bang leeft, gaat bang dood.

Daarmee bevrijdt hij en passant de doodscultus van het westerse taboe waarmee het is omgeven, en verleent hij bovendien ruimte aan uiteenlopende culturen voor de expressie van hun eigen gebruiken en rituelen rond het ontslapen, nog wel op het theaterpodium. Is het denkbeeldig of kringelt tijdens deze overwegingen wierook de theaterzaal in? Dan: Het Laatste oordeel. Een staande, minutenlange indrukwekkende ovatie.

Even later in de foyer staat op de toog een koud biertje warm te worden. Koffietafelbier. Maar pas op, een teug bespoedigt de onvermijdelijke enkele reis naar de dood, want alcohol verkort je leven. Amen.

kader
Alain Platel
De naam en faam van theatermaker Alain Platel is wereldwijd, zijn oeuvre groot en groots. Hij is zich allengs gaan storten op grote, operateske drama’s rond muziek van Bach, Verdi, Wagner en Mahler. In zijn producties staan amateurs vaak zij aan zij met professionals.

Les ballets / compagnies Contemporaine de la Belgique werd in 1984 te Gent opgericht door Alain Platel. Het geldt als artistieke ‘hub’ voor makers die theater, dans en opera mengen onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Platel in zijn jubileumboek uit 2006, Ballets: ‘Ik ben altijd een oerchristen geweest. (…) Maar als je me vraagt of geloof steun en troost geeft, weet ik dat niet. Esthetica doet dat wel. Sine musica nulla est vita. Muziek verbindt ons met een buiten het lichaam bestaande wet: in dit geval de akoestiek. Muziek creëert een warme cirkel om ons heen die maakt dat wij überhaupt bestáán zullen hebben. De mens is geschapen om te kijken en te luisteren, verwonderd te zijn en tot bewondering te komen.’

kader
De Vlamingen
De Vlamingen lijken een internationaal erkend theaterpatent op danstheater, lijfelijk muziektheater, expressief-absurdistisch beeldend theater, schouwspelen met vaak een katholieke inslag te hebben.
Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre, Guy Cassiers, Needcompany, Vandekeybus, Blauwe Maandag Compagnie, Compagnie De Koe behoren alle tot een Vlaamse lijn die rechtstreeks doorloopt naar FC Bergman, Abattoir Fermé en, bijvoorbeeld, Kris Verdoncks A Two Dog Company anno nu.

kader
Stadsschouwburg Amsterdam en Alain Platel
Stadsschouwburg Amsterdam volgt Alain Platels compagnie C. de la B. al jaren. Onder meer de voorstellingen En Avant, Marche!, Tauberbach, Coup Fatal en Gardenia waren er de voorbije jaren te zien.

kader
Holocaustmonument
Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas in Berlijn is opgericht ter herdenking van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit 2711 betonblokken, variërend in hoogte en een onderlinge tussenruimte van 95 centimeter.

kader
Mozarts dood
Na een uitvaartmis in de Stephansdom te Wenen werd Mozart in 1791 begraven op de Sankt Marxer Friedhof in wat waarschijnlijk een massagraf was. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie ervan vastgesteld, al bestaat absolute zekerheid daarover nog steeds niet.

Requiem pour L.
V
r 19 en za 19 mei, 20.30 uur
Stadsschouwburg Amsterdam
Info & tickets http://www.ssba.nl