Theater als een virtuele game

As – De werelden van Sytze Schalk

Theater als een virtuele game, een gezelligheidsspel. Doe ook mee en bepaal het verhaalverloop. Sytze Schalk verwezenlijkt het in het universum van ‘De werelden van Schalk’.

Voor een theaterbezoeker speelt een voorstelling zich voornamelijk binnenshoofds maar buitenshuis af, in een bekende, aanraakbare wereld. Offline zogezegd. Na de laatste minuuut van een opvoering bestaat een theaterstuk alleen nog ergens in de bovenkamer. Daar verdwijnt het, stukje bij beetje. Een voortzetting op de ons omringende virtuele en digitaal georganiseerde wereld die internet heet, online dus, is een zeldzaamheid in het theaterwezen. Natuurlijk: op websites zijn massa’s trailers, interviews en op wat goed geluk ook integrale recensies te vinden. Daar blijft vaak bij. Niets op tegen. Maar virtueel is er zoveel meer mogelijk. Zo zijn er meer lagen aan te brengen. En, belangrijker: er is daar zoveel meer aan de hand. “De werelden van internet, nieuwe media en games enerzijds, verschillen hemelsbreed van het theater. Het zijn andere culturen. Ik wil een stap zetten, pionieren”, zegt Sytze Schalk, toneelmaker.

Op het oog is het toneelstuk AS een alleszins aaibaar ‘boy-meets-girlverhaal’, zo’n – laten we zeggen – ‘aanraakbaar’ theaterstuk zoals u die vast wel kent. Met een puike tekst, prachtig spel, een inventief decor en een nooitgedacht lichtontwerp, en met een kop en een staart. AS is in eerste instantie een ‘old school’-verhaal over de jongen L (Jos Nargy) en het meisje F (Sofieke de Kater), die elkaar ‘vinden’ in de onbeduidende dorpskern van Deze Stadje, laten we zeggen een bijna Almere-achtige, om niet te zeggen Twin Peaks-achtige omgeving, maar dan met een oneindig meer en een pier als vliegwiel. Maar AS-schrijver/regisseur Sytze Schalk trok buiten het verhaal over schoonmaakroosters en al het andere volwassene dat bij een relatie om de hoek komt kijken, ook een machtige online wereld op. ‘Transmediaal’, noemt hij zijn aanpak. Met het theaterinitiatief dat De werelden van Schalk is gedoopt heeft hij bij Theater aan het Spui twee jaar de tijd gekregen om off- en online verhaalwerelden te verweven, een nieuw universum te maken.

Fervent gamer Schalk: “We hebben een VVV-achtige site gemaakt rondom Deze Stadje, met informatie, nieuwsberichten, portretten van inwoners en prikbordberichten. Je vindt er niet alleen berichten van de personages uit AS, maar ook van andere inwoners. Een aantal van deze verhalen en dagboekgebeurtenissen komen terug in de voorstelling. Andere verhalen staan op zichzelf en zullen deel uitmaken van toekomstige projecten rondom AS.”
Het is de bedoeling dat de verhaalwereld van AS & Deze Stadje zich de komende jaren verder gaat ontwikkelen. “De kern van De werelden van Schalk is dat er verhalen speciaal voor en met wie dat wil worden gemaakt. Dat gebeurt met mensen die zich daartoe op de site aanmelden en een al dan niet fictief personage bedenken. Dat personage maakt vervolgens deel uit van de plot rond AS”.

De werelden van Schalk doet denken aan Second Life, het doodgewaande virtuele concept van een half decennium geleden, een game-achtige wereld, waar je door zelf een fictief profiel aan te nemen, kon rondstruinen en een zelfverkozen identiteit kon aanmeten. “Dit project is meer literair van opzet”, antwoordt pionier Schalk. “Ik wil graag dat mensen meedenken, dat het eenrichtingsverkeer van theater verandert in een drang tot dialoog.” Bitcoins? “Betalen daarmee kan nog niet”, lacht Schalk, “maar mensen die op de site een profiel aanmaken krijgen wel korting op de toegangsprijs”.

As is te zien in Zaal 3 van Theater aan het Spui, van 27 mei tot en met 3 juni 2014. Meer informatie: www.theateraanhetspui.nl. Meer informatie over De werelden van Schalk op www.dewereldenvanschalk.nl.

Advertenties

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’

Tom Lanoye bewerkt ‘Hamlet’

Ophelia, Gertrud, Horatio, Rozenkrantz en Goldenstern: het rijtje beroemde personages uit Shakespeares Hamlet is lang. Tom Lanoye maakte voor Toneelhuis Antwerpen & Toneelgroep Amsterdam een fonkelnieuwe vertaling van het stuk der stukken. “Hamlet markeert het begin van de moderne mens”.

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’. De handtekening van Tom Lanoye is onmiskenbaar, zelfs en alleen in deze ene beroemde versregel uit Hamlet. En altijd raak. De woordkunstenaar heeft zo’n zeventien jaar na zijn revolutionaire en geprezen ‘Neder-Engelse’ bewerking uit 1997 van Ten oorlog – Shakespeares cyclus van acht historische koningsdrama’s The Wars of Roses, destijds in een regie van Luk Perceval gespeeld bij het Ro Theater – voor het eerst opnieuw zijn tanden gezet in een meesterwerk van de grootste toneelschrijver aller tijden. Deze keer is het de oertekst van de wraaktragedie Hamlet die aan de gloeiende taal van Lanoye moest geloven. Ten oorlog: Zelden werd een theatervoorstelling meer geprezen. Het liep werkelijk storm in de schouwburgen, de tekstuitgave haalde de Boekentoptien en de elf uur in beslag nemende marathonvoorstelling won tal van prijzen. ‘De motor van Ten oorlog is taal,’ schreef Vrij Nederland, ‘Lanoye preludeert op Shakespeares teksten zoals een meesterpianist op composities van grote componisten.’

De vader van Hamlet, koning van Denemarken, is vermoord door zijn broer Claudius. Deze eist daarna de troon op. Bovendien trouwt hij met de weduwe van zijn eigen broer en wordt daardoor de stiefvader van Hamlet. De geest van Hamlets vader die ‘s nachts rond het kasteel waart vertelt de jongeman Hamlet op een nacht dat hij werd vermoord en hoe dit gebeurde. Prins Hamlet weet niet wat te doen. Wraak nemen op Claudius, zijn oom?

Twijfelaar
Hamlet
wordt algemeen gezien als Shakespeares grootste werk. “Het kroonjuweel”, aldus Tom Lanoye. “Waarom dat zo is?” vraagt hij zich retorisch af. “Wel, allereerst is het een stuk dat gaat over acteren. En dan: We zien voor het eerst een glimp van de moderne mens op het podium . In dit stuk schotelt Shakespeare ons, in de beginjaren van de renaissancistische zeventiende eeuw dus, voor het eerst in de toneelgeschiedenis een held van vlees en bloed voor. Dat wil zeggen: een mens, een man die openlijk durft te twijfelen, die je als het ware in zijn overpeinzingen ziet struikelen. Shakespeare doorbreekt het traditionele verwachtingspatroon door een ‘held’ op te voeren die in de knoop zit met zichzelf, zodanig verlamd dat hij geen actie onderneemt. Ook na 400 jaar kan vrijwel iedereen wel iets van zichzelf herkennen in de mens die Hamlet is. Het is een klassiek wraakstuk, gemengd met nieuwe inhoud. Zoals de genrefilms van Quentin Tarantino dat eigenlijk ook doen.”

In deze coproductie van Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam die inmiddels is genomineerd voor het Nederlands Theaterfestival, speelt de Nederlandse actrice Abke Haring de rol van Hamlet. In Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles trokken Lanoye en Cassiers al eens zij aan zijn op met de vaste Toneelhuis-actrice. “Zij móest en zou de rol van Hamlet doen, zo vonden regisseur Guy Cassiers en ik al bij de allereerste besprekingen. Ze is een formidabele actrice, om haar dictie, haar timbre. Maar ook de perfecte belichaming van een jong volwassene die zoekende is, die zuiverheid versus onzuiverheid invoelbaar kan maken. En doordat ze een vrouw is krijgt alles wat ze zegt en doet ogenblikkelijk een dubbele, allez, driedubbele lading, zeker als het gaat om de vrouwonvriendelijke scènes. Ik heb de bewerking geschreven met Abke voor ogen. Haar androgyne uiterlijk vormt daarbij een extra laag.”

Sarah Bernardt
“De vermeende vondst om de rol van Hamlet door een vrouw te laten spelen bleek echter veel minder revolutionair dan gedacht. “Vooraf leek het inderdaad een noviteit, maar studie heeft uitgewezen dat juist Hamlet vaker door vrouwen dan mannen is gespeeld, onder meer door Française Sarah Bernardt (1844-1923), de beroemdste actrice van haar generatie”. Dat gegeven is extra interessant omdat in Shakespeares tijd vrouwen niet op het podium mochten verschijnen en vrouwenrollen derhalve door mannen werden gespeeld, en, zoals wordt beweerd, ook wel door Shakespeare zelf. Naast Haring zijn in Hamlet overigens ook steracteurs als Katelijne Damen, Johan Van Assche, Marc Van Eeghem, Chris Nietvelt, Gaite Jansen, Eelco Smits en Roeland Fernhout te zien.

Het is de vierde keer dat Lanoye en Cassiers samenwerken. Ze zetten eerder hun tanden in Mefisto for ever, Atropa-de wraak van de vrede, naast het genoemde Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles. Voordat Lanoye zich aan een bewerking zet onderneemt hij een gedegen ‘sporenonderzoek’. Zeker in dit geval. “Het is een stuk dat met veel historie is omgeven, dat terugvoert tot in IJslandse Edda-verhalen. Waarvan evenveel interpretaties als lezers bestaan, en waarvan een boekenplank aan vertalingen, analyses en commentaren, met soms machtige stukken over het verband tussen de werelden van kwantumfysica, Zen en de figuur van Hamlet, beschikbaar is. Maar ook in Penguin-uitgaven tref je vaak gedegen analyses aan, net als in de vertalingen van Willy Courteaux. Enfin, ik maak een selectie uit die teksten en lees ook enkele vertalingen. Daarna maak ik een gedetailleerd inhoudelijk plan de campagne voor het stuk en leg dat de regisseur en de dramaturg – hier Erwin Jans – voor. Gezamenlijk werken we het concept verder uit. Pas daarna buig ik me over het pure schrijven. Al met al een lange weg, die in dit geval wel twee jaar in beslag heeft genomen”.

De in deeltijd in Zuid-Afrika wonende schrijver van het Boekenweekgeschenk 2013, veelvuldig onderscheiden schrijver, onder meer met de Constant Huygensprijs, en maker van onemanshows op basis van eigen werk zoals Sprakeloos en Woest, acht de invloed van het aan het Nederlands verwante Afrikaans in zijn vertaling van Hamlet niet erg groot. “Het is fijn af en toe frisse lucht te hebben, weg te zijn, afstand te kunnen nemen. Maar als je spreekt over de invloed van het Afrikaans op het taalgebruik in Hamlet, dan valt dat reuze mee. In Ten oorlog is die invloed veel evidenter aanwijsbaar”.

Hamlet door Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam. Te zien in de Koninklijke Schouwburg op woensdag 21 mei 2014. Meer informatie op www.tga.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Schilderijen als drama

NTGent speelt Rothko

Volgens Rothko moest een schilderij een voldragen ervaring tweegbrengen tussen het schilderij en de kijker. ‘Er mag niets tussen mijn schilderij en de toeschouwer staan’. NTGent maakte een toneelvoorstelling over Mark Rothko en zijn schilderkunst: Rood.

Rood. Dat is: Knallend gestifte vrouwenlippen, hoge elegante pumps, een laag gesneden galajurk. Cadmiumrood, karmozijnrood, vermiljoen, rode oker, ossenbloed. Het rode vlak van fotograaf Johan Nieuwenhuize in zijn nieuwe boek IMG_ en Barnett Newman’s doek Who’s afraid of red, yellow and blue III, die zijn ook nogal rood. En dan is er het indringende No. 3 uit 1967 van Mark Rothko. Met name de twee laatstgenoemde werken zijn kleurvlakken waar je je als het ware gehypnotiseerd in kunt verdrinken. Rothko’s kleurformaties trekken de toeschouwer een met innerlijk licht gevulde ruimte in, een ruimte waarin daglicht vijandig is. Rothko zelf: ‘De waardering van een kunstwerk is een ware vereniging van geesten. Evenals in het huwelijk is het uitblijven van gemeenschap grond voor ontbinding.’

Mark Rothko (1903-1970) behoort tot de generatie van Amerikaanse kunstenaars die een totale ommekeer in het wezen van de opzet van de abstracte schilderkunst tot stand bracht. Zijn stijlontwikkeling – van figuratief en visueel naar abstract – is een belichaming van de radicale visie die de naoorlogse wedergeboorte van de schilderkunst in bezit nam. Rothko verzette zich altijd tegen pogingen zijn schilderijen te interpreteren.

Rothko – donkere kleurvlakken bovenin, lichtere daaronder – was al bijkans een godheid toen hij een assistent toeliet. “Maar het was zo dat hij die eigenlijk nodig had”, zegt acteur Servé Hermans, die de rol van assistent speelt in Rood. “Rothko wilde altijd controle, alles zelf doen. Op een gegeven moment was dat niet langer vol te houden en liet hij het opspannen van doeken en het mengen van verf over aan een jonge jongen. Die hij eerst als voetveeg en praatpaal behandelde, maar daarna gaandeweg zijn hoogstpersoonlijke leerling-in-opleiding werd. Een relatie die eindigde in het voeren van eindeloze gesprekken over het wezen van kunst, over schilderkunst en over Rothko’s werken: ‘Je hebt de kunst nodig om niet aan de waarheid ten onder te gaan’. En verder zijn beslag kreeg toen Rothko hem uitriep tot zijn opvolger”.

In het stuk, een tekst van de Amerikaanse schrijver John Logan, zien we Rothko, een rol van Wim Opbrouck, en zijn assistent op het moment dat Rothko een grote opdracht aanvaardt heeft van het Canadese grootbedrijf Seagram, van oorsprong een distilleerder. Voor het nieuwe hoofdgebouw in de Verenigde Staten, dat in New York door architect Mies van der Rohe werd ontworpen, legde hij zich tegen een lucratief geldbedrag dat in termijnen werd uitbetaald vast op het maken van een serie enorme doeken die het bedrijfsrestaurant Four Seasons moesten sieren. Hermans:“Stel je voor: de man die niets tussen zijn doeken en de kijker duldde, díe man ging dus doeken maken die ter decoratie moesten dienen!”

Rothko ontdeed zich uiteindelijk van de opdracht maar zou nog jaren strijden om zijn doeken een betere omgeving te geven. Pas toen hij zag dat ze waren veiliggesteld, in de Londense Tate Gallery, kon hij tevreden zijn. Hij ontsloeg vervolgens eerst zijn assistent. En pleegde daarop zelfmoord. “Dat verhaal is waar”, zegt Hermans. “Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat hij toen al terminaal ziek was.”

Van medio september tot medio januari 2015 is er in het Gemeentemuseum Den Haag een Rothko-tentoonstelling. Daarbij is de voorstelling Rood – genomineerd voor een plek op het Nederlands Theaterfestival 2014 – dan op zijn minst een unieke en uitstekende inleiding te noemen.

Rood door NTGent is te zien op dinsdag 13 mei 2014 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.ntgent.be en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Superrealistische voorgevels

Rosalinda maakt damesboezems klaar voor Faust

“Nee”, zegt ze. “Die kleur heb ik niet voorradig. Je huid is wat aan de rode kant”. Rosalinda Lourens schuift de deksel op de schoenendoos die hoog is opgetast met allerlei stalen aan huidkleurige textielmonsters. De doos is als de toverstaf voor een fee. “Vrijwel alle varianten aan wat er huidkleuren bestaat, vind je er terug”.

Zeventien rondborstige damesboezems op een rij. Rosalinda, eerste verver bij de Ververij op de vierde etage van Nationale Opera & Ballet, werkt aan een deel van de kostuums voor Faust, een ‘opera en cinq actes’ van Charles Gounod over de man die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor een verleidelijk jongemansuiterlijk. En daardoor de vrome Margarethe om zijn vinger weet te winden. “Die borstpartijen zijn gemaakt voor de zogeheten matrones in het stuk”, legt Rosalinda over de opzetstukken uit. “Ze werden in Engeland gegoten, vanuit een en dezelfde mal. Nicole Smith look-alikes. Maar omdat ontwerper Lluc Castells wil dat er duidelijk onderscheid zichtbaar is in de superrealistische huidkleurige voorgevels, moeten ze subtiel verschillend van elkaar beschilderd worden. Met de hand blauwe lijnen aanbrengen die aders moeten voorstellen, de tepelhoven bewerken, en sproeten suggereren door met een penseel stippen op te brengen. Nu zijn ze bijna af, alleen hier en daar nog wat aandikken.” Wijzend op de kantoren waar gemeenteambtenaren hun werk doen: “Aan de overzijde zullen ze af en toe vast raar hebben zitten opkijken!”

Is de buitenzijde van de boezems puur vakwerk te noemen; voor de binnenzijde geldt dat net zo. “Zo’n opzetboezem, eigenlijk een bh op groot formaat, moet natuurlijk naadloos passen op het lichaam van de individuele koorleden die ze gaan dragen. Daarom wordt er een onderpak op maat gemaakt. Daarbij moet het geheel ook goed ademend zijn. Dat zijn aspecten waar ze met name op het kostuumatelier dan weer goed op letten.”

Voor Rosalinda is de pianogenerale een uiterst belangrijk moment in het maakproces. “Daar komt alles voor het eerst bij elkaar op het toneel: kostuums, grime en belichting. Dan pas blijkt of een kleur goed gekozen is, terwijl er daarna meestal nog voldoende tijd rest om aanpassingen te doen. De periode rond een première is daarom voor mij altijd een spannende en intensieve periode. Ik zit in die tijd dan ook veel in de zaal, om met eigen ogen te kunnen bekijken of het beoogde effect daadwerkelijk bereikt wordt.”

Na dertien jaar Opera & Ballet is ze in het vak uiterst gelouterd. “Ik leg altijd een boek aan met afbeeldingen en geef daarbij aan welke kleuren en materialen ik heb gebruikt. Het zijn een soort receptenboeken. Dat deed ik al zo toen ik werkte bij het Nederlands Dans Theater. Die boeken vol stalen en aantekeningen worden nu professioneel bijgehouden, maar vroeger heb ik ze op eigen initiatief bijgehouden en bewaard. Dat komt soms goed uit: als het NDT besluit een choreografie te hernemen, wil het weleens gebeuren dat ze gezellig bij mij op de koffie komen.”